Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-02-04
ECLI:NL:RBGEL:2025:9961
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.016474.24 Datum uitspraak : 4 februari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1988 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. S.R. van Laar, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. zij op of omstreeks 22 augustus 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 1348,23 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of - ongeveer 11,65 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, en/of - een hoeveelheid Methylfenidaat HCl Mylan, te weten 30 tabletten a 5 mg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methylfenidaat, zijnde MDMA en/of metamfetamine en/of methylfenidaat (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. zij op of omstreeks 22 augustus 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - een hoeveelheid Alprazolam Mylan, te weten 210 tabletten a 0,5 mg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende alprazolam, en/of - een hoeveelheid Diazepam TEVA, te weten 360 tabletten a 2 mg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende diazepam, en/of - een hoeveelheid Zolpidemtartraat Sandoz, te weten 30 tabletten a 10 mg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende zolpidemtartraat, zijnde alprazolam en/of diazepam en/of zolpidemtartraat (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3. zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 augustus 2023 tot en met 22 augustus 2023 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk, zonder vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 1 sub a van de Geneesmiddelenwet, (telkens) een of meer geneesmiddelen niet bedoeld voor onderzoek, te weten: - 210 tabletten Alprazolam Mylan, elk bevattende 0,5 mg van de werkzame stof alprazolam (volgnummer 7), en/of - 360 tabletten Diazepam TEVA, elk bevattende 2 mg van de werkzame stof diazepam (volgnummer 9), en/of - 50 tabletten Zopiclon Aurobindo, elk bevattende 7,5 mg van de werkzame stof zopiclon (volgnummer 13), en/of - 30 tabletten Zolpidemtartraat Sandoz, elk bevattende 10 mg van de werkzame stof zolpidemtartraat (volgnummer 15), en/of - 39 tabletten Quetiapine Accord, elk bevattende 200 mg van de werkzame stof quetiapine (volgnummer 17), en/of - 30 tabletten Methylfenidaat HCl Mylan, elk bevattende 5 mg van de werkzame stof methylfenidaat (volgnummer 19), (telkens) heeft bereid, heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft afgeleverd, heeft uitgevoerd, of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht dan wel een groothandel daarin heeft gedreven. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 22 augustus 2023 zag de politie ter hoogte van de [adres 2] te [plaats] twee vrouwen, naar later bleek [medeverdachte] en [verdachte] , het trappenhuis van de woning verlaten naar een voertuig lopen. [verdachte] hield een groene boodschappentas vast, waarmee ze naar de bijrijderskant van de auto liep. Deze tas werd door de [verdachte] in de auto gezet, waarna beide vrouwen plaatsnamen in het voertuig. De politie sprak de vrouwen aan en zag dat e De politie heeft de telefoon van [medeverdachte] bekeken. In de applicatie Snapchat zag de verbalisant een gesprek dat op dinsdag 22 augustus 2023 is gevoerd tussen ‘Ik’ en ‘ [verdachte] (twee keer hartjes emoticon) ( [gebruikersnaam 1] )’. Het gesprek is door de politie uitgewerkt en beschreven: “ [verdachte] : Luister dan [naam 1] heeft week Werk Nu Maar ik kan wel maar als jij rijd Dan kan ik werken ondertussen (…) Ik: Klote he Vraag of iets later kan anders Als dat met [naam 2] lukt [verdachte] : Ja na t eten evt Ik: Jaaa top Zou mooi zijn poes Hebben we toch weer wat Laat ma weten poes Ik ben hier kwart over 3 klaar dus Ik: Laat ma weten van [naam 1] poes Dan weet ik dat Ken ik rekening houden met tijd [verdachte] : Stuurt een afbeelding en zegt: alleen dit. (Zie foto 3) Op de afbeelding staat ' Apotheker 026 nieuw 13:16 is goed.' . [verdachte] : Ja doe ik poes Tot nu toe alleen geld ophalen en een doosje Tramsporen Tramadol Als je mee wil mag hoor Wil wel dan 17:30 weg rijd als je red (…) Ik: Oooh ik ga nu eten Waar moet je heen? Dan douw ik t na binnen [verdachte] : [plaats] en dan Doetinchem (…) [verdachte] : Ja kan wel maar ben er dan wel zo Ga nu zo rijden dan Ik: Als je nou half 6 gaat rijden Dan ken ik dit gauw opvreten (geopende afbeelding) Je dat goed? [verdachte] : Jaa.” Ter terechtzitting is door verdachte bevestigd dat het voorgaande een gesprek tussen haar en medeverdachte [medeverdachte] betreft en dat ‘ [naam 1] ’ de bijnaam is van [naam 1] . De politie heeft ook de telefoon van [verdachte] onderzocht. Daarin zag de verbalisant een gesprek tussen [gebruikersnaam 2] , [gebruikersnaam 3] en [gebruikersnaam 4] . Dit gesprek is gevoerd op 22 augustus 2023. In het gesprek wordt door [gebruikersnaam 4] gevraagd om Tramadol. Vervolgens vraagt ‘ [gebruikersnaam 3] ’: “Waar?” Wanneer [gebruikersnaam 4] vervolgens het adres doorgeeft, reageert ‘ [gebruikersnaam 3] ’ met: “Oké is rond 18:00/18:30 goed?” Op basis van de voorgaande feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte] en [verdachte] al op weg waren naar [naam 1] om medicijnen voor hem weg te brengen, toen hij hen vroeg om spullen uit zijn woning te halen. Daaruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte] en [verdachte] zich ervan bewust waren dat er medicijnen in de woning aanwezig zouden zijn. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte] en [verdachte] vooraf niet aan [naam 1] hebben gevraagd om wat voor spullen het ging en dat zij deze spullen uit zijn woning hebben meegenomen zonder de inhoud te controleren, in de wetenschap dat zij de spullen weg moesten halen voor de politie. Door in te stemmen met het ophalen en vervoeren van de spullen zonder nader onderzoek te doen naar de inhoud daarvan hebben [medeverdachte] en [verdachte] bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er medicijnen in de tas zaten - of deze medicijnen nou kwalificeren als middelen op lijst I of lijst II van de Opiumwet of anderszins als geneesmiddelen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachten derhalve voorwaardelijk opzet gehad op het aanwezig hebben van de in de tas aangetroffen geneesmiddelen. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan. Ook acht zij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de Methylfenidaat HCI Mylan 5mg opzettelijk aanwezig heeft gehad, zoals ten laste gelegd onder feit 1. In beide gevallen heeft verdachte gehandeld in nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] . Medeplegen wordt dus eveneens bewezen verklaard. Ten aanzien van de overige onderdelen van feit 1 komt de rechtbank tot een ander oordeel. De rechtbank kan op basis van het dossier namelijk niet vaststellen dat [medeverdachte] en [verdachte] bedacht moesten zijn op de aanwezigheid van harddrugs – niet zijnde geneesmiddelen – in de woning van [naam 1] . Zo blijkt uit het onderzoek naar de telefoons van de verdachten niet dat er eerder contact is geweest tussen verdachten e zij op of omstreeks 22 augustus 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen , althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 1348,23 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of - ongeveer 11,65 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, en/of - een hoeveelheid Methylfenidaat HCl Mylan, te weten 30 tabletten a 5 mg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methylfenidaat, zijnde MDMA en/of metamfetamine en/of methylfenidaat (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I , dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet ; 2. zij op of omstreeks 22 augustus 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen , althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - een hoeveelheid Alprazolam Mylan, te weten 210 tabletten a 0,5 mg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende alprazolam, en /of - een hoeveelheid Diazepam TEVA, te weten 360 tabletten a 2 mg , in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende diazepam , en /of - een hoeveelheid Zolpidemtartraat Sandoz, te weten 30 tabletten a 10 mg , in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende zolpidemtartraat , zijnde alprazolam en /of diazepam en /of zolpidemtartraat, ( telkens ) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II , dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet ; 3. zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 augustus 2023 tot en met 22 augustus 2023 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen , althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk, zonder vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 1 sub a van de Geneesmiddelenwet, (telkens) een of meer geneesmiddelen niet bedoeld voor onderzoek, te weten: - 210 tabletten Alprazolam Mylan, elk bevattende 0,5 mg van de werkzame stof alprazolam (volgnummer 7), en /of - 360 tabletten Diazepam TEVA, elk bevattende 2 mg van de werkzame stof diazepam (volgnummer 9), en /of - 50 tabletten Zopiclon Aurobindo, elk bevattende 7,5 mg van de werkzame stof zopiclon (volgnummer 13), en /of - 30 tabletten Zolpidemtartraat Sandoz, elk bevattende 10 mg van de werkzame stof zolpidemtartraat (volgnummer 15), en /of - 39 tabletten Quetiapine Accord, elk bevattende 200 mg van de werkzame stof quetiapine (volgnummer 17), en /of - 30 tabletten Methylfenidaat HCl Mylan, elk bevattende 5 mg van de werkzame stof methylfenidaat (volgnummer 19), (telkens) heeft bereid, heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad , te koop heeft aangeboden, heeft afgeleverd, heeft uitgevoerd, of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht dan wel een groothandel daarin heeft gedreven . Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Feit 1: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Feit 2: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Feit 3: Medeplegen van een opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 18, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden vero 8 De beoordeling van het beslag Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten is onder verdachte beslag gelegd op diverse medicijnen, een weegschaal en een lege enveloppe. De officier van justitie heeft verzocht om de medicijnen te onttrekken aan het verkeer. Ten aanzien van de weegschaal en de enveloppe heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd worden verklaard. De raadsvrouw heeft ten aanzien van het beslag geen verweer gevoerd. De rechtbank zal de inbeslaggenomen weegschaal en de enveloppe verbeurd verklaren. De rechtbank zal beslissen dat de inbeslaggenomen medicijnen worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht; 18 van de Geneesmiddelenwet; 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten; 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; legt op een taakstraf van 180 uren , met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen; bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 60 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: de algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; de bijzondere voorwaarden dat verdachte: - zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem (088 804 1401). Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; - actief deelneemt aan de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider. De training in groepsverband bestaat uit: 3 individuele sessies van 1 uur en 12 groepssessies van 2 uur; - op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met [naam 1] (geboren op [geboortedag 2] -1991), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt; beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht; verklaart verbeurd de weegschaal en de enveloppe; beveelt de onttrekking aan het verkeer van de medicijnen. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. L.M. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 februari 2025. mr. L.C.P. Goossens en mr. L.M. Vogel zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023386074, gesloten op 21 januari 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar d