Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-11-05
ECLI:NL:RBGEL:2025:9929
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,574 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/456859 / HA ZA 25-383
Vonnis van 5 november 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J. Ouwehand te Amsterdam,
tegen
[gedaagde]
,
handelend onder de naam [bedrijf] ,
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar, met uitzondering van ‘de kosten van het nog te leggen conservatoire beslag’. Wat dit laatste betreft geldt dat de kosten van toekomstig conservatoir beslag niet bij voorbaat kunnen worden gevorderd. De beslagkosten worden vastgesteld op:
- kosten deurwaardersexploten
€
2.909,87
- griffierecht
€
331,00
- salaris advocaat
€
786,00
Totaal
€
4.026,87.
(1,0 punt(en) × € 786,00)
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,47
- griffierecht
€
1.043,00
(€ 1.374,00 - € 331,00)
- salaris advocaat
€
786,00
(1 punt × € 786,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.151,47.
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst door [eiser] rechtsgeldig is ontbonden op 25 juni 2025,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om, na verrekening, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 23.747,60 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een schadevergoeding ter hoogte van € 1.828,00 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 3 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen de kosten van het Rapport ter hoogte van € 3.675,38 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 4 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 4.026,87,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.151,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de beslag- en proceskosten met ingang van de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis,
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken en ondertekend op 5 november 2025.