Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-09-10
ECLI:NL:RBGEL:2025:9756
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/435448 / HA ZA 24-230 Vonnis van 10 september 2025 in de zaak van de stichting A-BANANA FOUNDATION , statutair gevestigd te Wageningen en kantoorhoudende te Otterlo, eisende partij, hierna te noemen: A-BF, advocaten: mr. K. Watanabe en mr. C.W.J. Loomans, tegen MUSARADIX B.V. , statutair gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen, gedaagde partij, hierna te noemen: MusaRadix, advocaten: mr. S.M. Marges en mr. S.J.A van Gils. De zaak in het kort De bestuurders van A-BF en MusaRadix zijn een samenwerking aangegaan in het onderzoek naar duurzame oplossingen voor problemen in de bananenteelt. Uit hoofde van die samenwerking menen partijen over en weer vorderingen op elkaar te hebben. Een volledige financiële afwikkeling ligt niet voor. De insteek van deze procedure is de door MusaRadix te betalen (redelijke) vergoeding voor door A-BF uitgevoerde veldexperimenten in de Filipijnen. MusaRadix betwist deels de hoogte van de gevorderde vergoeding. Voor het door haar erkende deel van de vordering beroept MusaRadix zich op verrekening met een tweetal aan haar gecedeerde vorderingen op A-BF. De rechtbank komt na vaststelling van het redelijk loon en een deels geslaagd beroep op verrekening tot het oordeel dat MusaRadix aan A-BF nog een bedrag moet betalen van € 159.614,00. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 16 oktober 2024 - de akte houdende vermeerdering van eis, wijziging van grondslag en overlegging producties 8 tot en met 11 van A-BF - de akte houdende overlegging productie 12 van A-BF- het bericht van 26 februari 2025 met producties 58A tot en met 58D van MusaRadix- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 5 maart 2025, waaraan spreekaantekeningen en twee bij productie 9 van A-BF ontbrekende pagina’s zijn gehecht - de akte uitlating aanvulling op productie 9 ABF van MusaRadix. 1.2. Na de door MusaRadix genomen akte uitlating is bepaald dat in deze zaak vonnis wordt gewezen. 2 De feiten 2.1. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is al jarenlang actief in de bananenbranche. Via zijn holding [naam 2] is [naam 1] indirect aandeelhouder en bestuurder van MusaRadix. MusaRadix is op 16 juli 2012 opgericht en verricht biotechnologisch speur- en ontwikkelingswerk op het gebied van agrarische producten en processen. Daarnaast is [naam 1] via zijn holding ook indirect aandeelhouder en bestuurder van Triple20. Triple20 is op 23 augustus 2012 opgericht en is een organisatieadviesbureau dat zich onder andere bezig houdt met handelsbemiddeling in landbouwproducten en voedingsmiddelen. 2.2. In 2021 heeft [naam 1] met een aantal anderen het ‘Yelloway Initiative’ opgezet met als doel bananen te produceren die resistent zijn tegen pathogene ziekten en milieudreigingen. Daartoe is op 2 juli 2021 Yelloway B.V. opgericht. [naam 1] is één van de vier bestuurders van Yelloway. 2.3. Verder kwam [naam 1] in zijn zoektocht naar externe investeerders in 2021 in contact met [naam 3] (hierna: [naam 3] ). [naam 1] en [naam 3] hebben diverse gesprekken gevoerd over het aangaan van een samenwerkingsverband en (uiteindelijk) over het verplaatsen van de activiteiten van Triple20 en MusaRadix naar A-BF (in oprichting) en A-Banana Company B.V. (hierna: ABC) (in oprichting). 2.4. A-BF en de aan haar gelieerde onderneming ABC zijn opgericht voor het doen van onderzoek naar duurzame oplossingen voor problemen in de bananenteelt. 2.5. In een e-mail van 17 december 2022 schrijft [naam 1] aan [naam 3] over de beoogde verplaatsing van de activiteiten van Triple20 en over het verrichten van werkzaamheden voor het Yelloway project onder meer het volgende: (…) In mijn email van 17 November (…) heb ik een overzicht gemaakt van de activiteiten per bedrijf. Voor Triple20 zijn het de lab-, kas- en veldexperimenten, die voortkomen uit het exclusive framework service agreement met WUR. Veldexperimenten met Yelloway zijn geen onderdeel van deze overeenkoms (…) Voorwaarde Voorwaarde voor het overnemen van Het WUR contract en de genoemde experimenten en projecten is: Dat de brutomarge (omzet verminderd met de directe kosten) over 2023 minimaal € 200k bedraagt op basis van de verwachte omzet zoals genoemd in Bijlage 1; Het WUR contract zal worden omgezet in een contract met de WUR met dezelfde voorwaarde met dan op naam van ABF gesteld. Wanneer voldaan De vergoeding ad € 250k wordt zo spoedig mogelijk als de financiële positie van ABF dit toelaat voldaan door ABF. ABF is momenteel bezig om financiële middelen beschikbaar te krijgen (…). In deze funding zal de koopsom mee worden genomen. Als volgens de liquiditeitsprognose de proefvelden voldoende funding hebben zal het surplus aan beschikbare funding worden aangewend om de bedoelde koopsom te voldoen. (Mits aan de voorwaarden is voldaan). Wanneer wordt geleverd Alle activa zullen worden geleverd per 1 januari 2023 (Effectieve datum). Dit betekent dat alle baten en lasten vanaf die datum ten gunste en laste komen van ABF. Matching van omzet en kosten Voor het lopende veldexperiment met ECP (…) Voor alle overige overgenomen activiteiten en experimenten geldt dat er geen vooruitbetaling zijn ontvangen en of kosten vooruit zijn betaald. Met andere woorden er kan geen situatie ontstaan, waarin Triple20 vooruitbetalingen heeft ontvangen en of gefactureerd heeft, maar de uitvoering en de kosten voor rekening van ABF komen (of vice versa). Overname door ABC (…) Vervolg stappen De volgende vervolgstappen zijn te nemen: 1. Deze parapluovereenkomst/termsheet wordt getekend waarna de volgende separate overeenkomsten worden opgesteld: 1.1. Overeenkomst Triple20 en ABF deel 1 (250k) 1.2. Overeenkomst Triple20 en ABF deel II (250k) 1.3. Overeenkomst Triple20 en ABC 1.4. Overeenkomst (…) 2.9. Op enig moment is A-BF (met op dat moment [naam 1] als voorzitter) voor MusaRadix (met [naam 1] als indirect aandeelhouder en bestuurder) veldexperimenten gaan verrichten voor het Yelloway project van Yelloway B.V. (met [naam 1] als directeur). De werkzaamheden werden door A-BF uitgevoerd op door A-BF van Triple20 gehuurde proefvelden in de Filipijnen. 2.10. Op 6 februari 2023 is A-BF opgericht. Thans zijn [naam 3] (via zijn holding Orion Green Ventures B.V.) en [naam 4] (via zijn holding Traderz B.V.) indirect bestuurders van A-BF. 2.11. Op 21 september 2023 heeft [naam 1] namens Triple20 een factuur gemaild aan A-BF voor ‘ vergoeding voor overname Framework Service Agreement met WUR ’. 2.12. Op 25 september 2023 heeft [naam 1] zijn functie als voorzitter van A-BF neergelegd. 2.13. Op 25 oktober 2023 heeft A-BF een factuur gestuurd aan MusaRadix. Deze factuur ziet op de tot dan (oktober 2023) door A-BF voor MusaRadix verrichte veldexperimenten voor een totaalbedrag van € 230.000,00 (exclusief btw). Daarop zijn de door MusaRadix betaalde (aanloop)kosten van in totaal € 94.729,00 (exclusief btw) in mindering gebracht zodat een door MusaRadix te betalen bedrag van € 135.271,00 (exclusief btw) resteert. Vermeerderd met 21% btw sluit de factuur op een bedrag van € 163.677,91 (inclusief btw). 2.14. Op 20 februari 2024 heeft A-BF de managementovereenkomst met [naam 2] per direct beëindigd. 2.15. Op 23 februari 2024 heeft Triple20 twee van haar vorderingen op A-BF aan MusaRadix gecedeerd. De eerste vordering is een vordering van Triple20 op A-BF voor de huur van proefvelden in de Filipijnen ten behoeve van het Yelloway project in 2023 voor een bedrag van € 16.296,00 exclusief btw. De tweede vordering is een bedrag van € 81.338,00 als deel van de eerste termijn van € 250.000,00 die A-BF op grond van de Termsheet aan Triple20 verschuldigd zou zijn. 2.16. Op 3 april 2024 heeft A-BF tot zekerheid van verhaal van haar vordering op MusaRadix met een door de rechtbank Amsterdam verleend verlof van 2 april 2024 conservatoir derdenbeslag gelegd onder drie banken. Dit beslag heeft geen doel getroffen. 2.17. Na het uitbrengen van de dagvaarding in deze procedure heeft A-BF Dit bedrag heeft MusaRadix echter niet voldaan omdat zij zich beroept op verrekening met twee aan haar gecedeerde vorderingen van Triple20 op A-BF van respectievelijk € 16.296,00 (huurkosten proefvelden) en € 81.338,00 (deel van de koopsom), derhalve in totaal € 97.634,00. MusaRadix betwist dat aan de opeisbaarheid van de vordering de voorwaarden zijn gesteld die A-BF aanvoert. Als deze voorwaarden wel zijn gesteld, dan is aan die voorwaarden voldaan. En, zou niet aan de voorwaarden zijn voldaan dan moeten deze als vervuld worden gezien naar eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:23 BW) omdat door het handelen van A-BF niet aan de voorwaarden is voldaan. En anders zijn de gevolgen van de voorwaarden uit de Termsheet gezien de onderhavige omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid volgens MusaRadix onaanvaardbaar waardoor de voorwaarden niet van toepassing zijn (artikel 6:248 BW). Daarmee is de vordering van A-BF op MusaRadix door verrekening tenietgegaan en verkeert MusaRadix dus niet in verzuim. MusaRadix concludeert tot afwijzing van de vorderingen van A-BF, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van A-BF in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Partijen menen dat zij uit hoofde van hun samenwerking over en weer vorderingen hebben op elkaar, die al dan niet met elkaar verrekend kunnen worden. Vordering van A-BF op MusaRadix 4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat A-BF op basis van een overeenkomst van opdracht (als onderaannemer van MusaRadix) werkzaamheden (veldexperimenten) heeft verricht voor het Yelloway project van Yelloway B.V. Partijen zijn het er ook over eens dat MusaRadix hiervoor een vergoeding aan A-BF moet betalen. Partijen twisten echter over de omvang van die vergoeding. Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen verklaard dat er over de hoogte van de vergoeding geen afspraken zijn gemaakt. Wel zijn partijen het er over eens dat het moet gaan om een vergoeding op basis van het zogenaamde arm’s-length beginsel (ook wel het zakelijkheidsbeginsel). Dit houdt in dat gelieerde ondernemingen, zoals MusaRadix en A-BF, worden verondersteld onderling onder dezelfde voorwaarden te handelen als onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden zouden doen. 4.3. Na wijziging van eis komt volgens A-BF een redelijk loon naar het arm’s-length beginsel neer op vergoeding van alle door haar gemaakte kosten (zowel directe als indirecte kosten) in de Filipijnen en Nederland, vermeerderd met een bruto marge van 25%. Daarbij voert A-BF aan dat zij praktisch de enige marktpartij is die deze specifieke werkzaamheden aanbiedt en dat [naam 1] voor andere soortgelijke projecten een opslagmarge van 50% hanteert. A-BF verwijst hierbij naar bijlage 1 bij de Termsheet. Een marge van 25% kan volgens A-BF dan ook als gebruikelijk en redelijk worden beschouwd. Omdat de totale directe en indirecte kosten voor het project Yelloway over 2023 en 2024 € 231.530,00 bedragen komt dit neer op een redelijke vergoeding van € 289.412,50 (€ 231.530,00 + 25%), aldus A-BF. 4.4. MusaRadix heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van A-BF. Volgens haar ligt het echter voor de hand om voor de arm’s-length vergoeding aan te sluiten bij het calculatiemechanisme dat Triple20 hanteert in haar offertes aan haar opdrachtgevers. Dat mechanisme is gebaseerd op de totale gemaakte directe (project)kosten in de Filipijnen met een brutomarge van 100%. Volgens MusaRadix komen de directe kosten van A-BF in Nederland niet voor vergoeding in aanmerking omdat de uitvoerende werkzaamheden, waaronder het opstellen van de rapportages, bij het team in de Filipijnen lagen. De indirecte kosten komen volgens MusaRadix niet voor vergoeding in aanmerking omdat deze worden gedekt uit de brutomarge van de projecten. Volgens MusaRadix bedraagt een commercial ( arm’s-length ) fee voor het project dan ook maximaal € Omdat het door A-BF overgelegde overzicht, anders dan dat van MusaRadix, doorloopt tot en met december 2023, acht de rechtbank het aannemelijk dat de directe kosten in de Filipijnen over het gehele jaar 2023 € 51.856,00 bedroegen, zoals A-BF aanvoert, nu uit het overzicht van MusaRadix blijkt dat deze tot eind oktober 2023 € 41.189,00 bedroegen. Dat A-BF vanaf november 2023 geen werkzaamheden meer zou hebben verricht, zoals MusaRadix aanvoert , kan de rechtbank niet volgen. In de brief van 9 februari 2024 waar MusaRadix naar verwijst, wordt namens A-BF enkel gedreigd met opschorting van de werkzaamheden als MusaRadix de factuur van 25 oktober 2023 niet voldoet. Het is echter niet gesteld of gebleken dat A-BF haar werkzaamheden ook daadwerkelijk per 1 november 2023 heeft opgeschort. 4.9. En, anders dan MusaRadix betoogt, komen ook de directe kosten die A-BF in Nederland voor het Yelloway project heeft gemaakt voor vergoeding in aanmerking. Dat in de Filipijnen ook rapporten voor opdrachtgevers werden gemaakt, zoals MusaRadix betoogt, wil niet zeggen dat A-BF in Nederland helemaal geen directe kosten heeft gemaakt voor het Yelloway project. Ook het door A-BF genoemde bedrag van € 16.500,00 komt dus voor vergoeding in aanmerking. 4.10. Voor toekenning van een vergoeding voor de door A-BF opgevoerde directe kosten van ABC (€ 18.874,00), ziet de rechtbank geen aanleiding. De werkzaamheden zijn immers door A-BF verricht uit hoofde van een overeenkomst tussen haar en MusaRadix. Als het zo is dat A-BF voor bepaalde werkzaamheden ABC heeft ingeschakeld, hetgeen zij niet heeft gesteld, zijn dit directe kosten tussen A-BF en ABC maar geen directe kosten tussen A-BF en MusaRadix. A-BF heeft dan ook onvoldoende aanknopingspunten gegeven om te oordelen dat de voor ABC opgegeven directe kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Indirecte kosten 4.11. Vervolgens is de vraag of ook de door A-BF gemaakte indirecte kosten (€ 92.722,00) door MusaRadix moeten worden vergoed. A-BF heeft niet toegelicht waarom ook deze kosten naast het door haar gevorderde opslagpercentage, vergoed moeten worden. A-BF verwijst voor de door haar toegepaste rekenmethode naar de Termsheet. Dit is het enige door partijen ondertekende document waaruit blijkt welke bedoelingen zij hadden ten aanzien van de overnameprijs voor de projecten van Triple20. Voor zover voor het verrichten van werkzaamheden voor (een van) die projecten al aansluiting kan worden gezocht bij de Termsheet, volgt uit die Termsheet dat het opslagpercentage wordt berekend over de bruto marge en dat de ‘bruto marge’ de omzet is, verminderd met de directe kosten. Hieruit begrijpt de rechtbank dat het opslagpercentage ziet op een vergoeding voor de indirecte kosten. Dit sluit (grotendeels) aan bij de door MusaRadix gehanteerde rekenmethode. Omdat A-BF de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten heeft verschaft om aan te nemen dat voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor het Yelloway project naast het hanteren van een opslag ook de indirecte kosten moeten worden vergoed, worden deze indirecte kosten geacht te zijn inbegrepen in de opslag. De indirecte kosten kunnen dan niet apart in de berekening van een redelijk loon worden meegenomen. Dan resteert de vraag welke opslag (voor de indirecte kosten) bij het vaststellen van een redelijk loon moet worden gehanteerd. Opslagpercentage 4.12. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [naam 5] namens MusaRadix verklaard dat de opzet binnen Triple20, tevens werkzaam in de bananenbranche, is dat de projectkosten verdubbeld worden en dat daarin overhead (indirecte kosten) en een overschrijding van het budget verdisconteerd zit. Ook in haar akte uitlaten betoogt MusaRadix dat een opslag van 100% over de directe kosten redelijk is. Omdat dit percentage hoger uitvalt dan de door A-BF genoemde opslag van 25%, ziet de rechtbank aanleiding om bij het vaststellen van het redelijk loon van dat hogere percentage uit te gaan. Een opslagpercentage van 100% acht de rechtbank v De afspraken hieromtrent zijn vastgelegd in de Termsheet. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen het er over eens zijn dat A-BF op grond van de Termsheet twee keer een bedrag van € 250.000,00 aan Triple20 zou moeten betalen voor de van Triple20 overgenomen activiteiten. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of (een deel van) deze bedragen opeisbaar (is) zijn. 4.19. Aan beoordeling van hetgeen partijen hieromtrent hebben aangevoerd komt de rechtbank echter niet toe. A-BF heeft zich, onder verwijzing naar haar brief van 11 september 2024 , tijdens de mondelinge behandeling namelijk beroepen op ontbinding van de onderliggende overeenkomst met Triple20 (de Termsheet). Daarbij voert A-BF aan dat Triple20 is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichting om de door haar ontvangen betalingen van opdrachtgevers voor een bedrag van circa € 300.000,00 door te betalen aan A-BF waardoor A-BF de projecten volledig op eigen kosten heeft moeten uitvoeren. De buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst met Triple20 heeft rechtsgevolgen voor de aan MusaRadix gecedeerde vordering. Deze overgedragen vordering gaat door de ontbinding immers teniet. Hoewel de oude schuldeiser, Triple20, de ontbinding in de door A-BF overlegde brief van 6 november 2024 van Triple20 lijkt te betwisten , heeft MusaRadix de ontbinding tijdens de mondelinge behandeling niet weersproken. Sterker nog, ten aanzien van de ontbindingsgrond erkent MusaRadix dat Triple20 verschillende klanten van lopende projecten van A-BF heeft gefactureerd in afwachting van het moment waarop de contractsovername van de onderliggende overeenkomsten zou zijn voltooid, als ook dat deze bedragen van in totaal € 139.500,00 nog aan A-BF moeten worden overgemaakt. Omdat MusaRadix de door A-BF gestelde buitengerechtelijke ontbinding van de onderliggende overeenkomst niet heeft weersproken, moet het er in deze procedure voor worden gehouden dat MusaRadix geen vordering (meer) heeft op A-BF. Daarom slaagt het verrekenverweer voor het bedrag van € 81.338,00 niet. 4.20. Volledigheidshalve overweegt de rechtbank dat ook als MusaRadix de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst tussen A-BF en Triple20 wel (gemotiveerd) zou hebben bestreden, haar beroep op verrekening in deze procedure evenmin zou kunnen slagen. In dat geval zou de rechtbank voor een goede beoordeling van dit beroep op verrekening eerst inhoudelijk moeten toetsen of een niet in deze procedure betrokken partij (Triple20) zodanig heeft gehandeld dat A-BF een tussen hen bestaande overeenkomst mocht ontbinden. Dit maakt dat de gegrondheid van het verrekenverweer van MusaRadix niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (artikel 6:136 BW). 4.21. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het beroep van MusaRadix op verrekening (alleen) slaagt voor een vordering op A-BF van € 16.296,00. Gelet hierop wijst de rechtbank de primaire vordering van A-BF toe voor een bedrag van € 159.614,00 (€ 175.910,00 -/- € 16.296,00), te vermeerderen met de niet betwiste wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a lid 2 onder b BW over een bedrag van € 136.712,00 (het redelijk loon over 2023) vanaf 31 januari 2024 en over het resterende bedrag van € 22.902,00 (het redelijk loon over 2024 van € 39.198,00 verminderd met de toegewezen verrekeningsvordering van € 16.296,00) vanaf 31 juli 2024. Omdat hiermee de primaire vordering wordt toegewezen, komt de rechtbank niet toe aan beoordeling van hetgeen partijen ten aanzien van de subsidiaire vordering hebben aangevoerd. Buitengerechtelijke kosten 4.22. A-BF vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). A-BF heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. A-BF heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamh