Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-11-13
ECLI:NL:RBGEL:2025:9604
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,128 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/365
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. Y. Eryilmaz),
en
Dienst Toeslagen, de Dienst
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Samenvatting
1. Eiseres heeft zich aangemeld voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Na de eerste, lichte, toets is haar aanvraag voor compensatie van
€ 30.000 op grond van de Catshuisregeling afgewezen. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst met inachtneming van het geschetste karakter van de lichte toets terecht heeft vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft over de jaren 2005 tot en met 2011 kinderopvangtoeslag ontvangen. Zij heeft zich gemeld bij de Dienst voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag om te zien of zij in aanmerking komt voor een vergoeding op grond van de Catshuisregeling.
2.1.
Met het besluit van 27 mei 2022 heeft de Dienst de zogenoemde “lichte toets” uitgevoerd. Eiseres is in die eerste toets door de Dienst vooralsnog niet aangemerkt als gedupeerde ouder en aan haar is daarom geen forfaitaire compensatie van € 30.000 (de Catshuisregeling) toegekend. Met het bestreden besluit van 19 december 2024 op het bezwaar van eiseres is de Dienst bij dit besluit gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Dienst heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling
De herhaling van de gronden in bezwaar
3. Eiseres verzoekt de rechtbank allereerst om wat in bezwaar is aangevoerd als herhaald en ingelast te beschouwen in de gronden van beroep.
3.1.
Ten aanzien van de verwijzing in het beroepschrift naar wat eiseres in bezwaar heeft aangevoerd, overweegt de rechtbank dat het aan eiseres is om in beroep gemotiveerd en specifiek aan te voeren waarom zij het niet eens is met het bestreden besluit. De verwijzing naar het bezwaarschrift wordt niet als zo’n gemotiveerde en specifieke betwisting opgevat. Daarop is immers gereageerd in het bestreden besluit. Eiseres zal dus moeten aanvoeren waarom zij het met die reactie niet eens is. Gelet hierop zal de rechtbank de beoordeling van het beroep plaatsen in het licht van de in beroep nader uitgewerkte gronden en niet in het licht van hetgeen in bezwaar is aangevoerd.
Heeft de Dienst ten onrechte geen compensatie toegekend aan eiseres?
4. Eiseres stelt dat de Dienst ten onrechte geen compensatie aan haar heeft toegekend. Er kan niet worden getoetst of de aanvraag op juiste gronden is afgedaan. Het dossier is namelijk niet compleet. Dat in de periode van 2005 tot en met 2010 geen sprake is geweest van opzet/grove schuld, hardheid of vooringenomen handelen is daarom niet uit te sluiten. Verder dient de onduidelijkheid over de automatische stopzetting van de kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2011 voor rekening en risico van de Dienst te komen, omdat is nagelaten om hier verder onderzoek naar te doen. Ook heeft zij aangegeven dat de kinderopvangtoeslag rechtstreeks werd overgemaakt aan de kinderopvangorganisatie.
4.1.
Ouders die gedupeerd zijn in het kader van door hen aangevraagde kinderopvangtoeslag hebben recht op herstel. Hiervoor moet sprake zijn van institutionele vooringenomenheid of bijzondere hardheid. Daarvoor bestaan verschillende regelingen, waaronder de Cathuisregeling waarbij een “lichte” toets plaatsvindt. Bij de lichte toets wordt aan de hand van een data-analyse in de systemen van de Dienst beoordeeld of een ouder ten onrechte kinderopvangtoeslag heeft moeten terugbetalen. Indien dit het geval is wordt een ouder aangemerkt als gedupeerde en heeft de ouder recht op een forfaitair bedrag van € 30.000. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de lichte toets bedoeld is als snelle maar beperkte beoordeling, waarbij wordt vastgesteld of een ouder gedupeerd is. Bij deze toets worden niet alle op de zaak betrekking hebbende feiten en omstandigheden getoetst. Toetsen op alle feiten en omstandigheden zou een snelle toekenning van het forfaitaire bedrag belemmeren. Na de lichte toets volgt een integrale beoordeling, waarin het verhaal van de ouder en alle relevante omstandigheden worden onderzocht en er een uitgebreider onderzoek naar de situatie van de ouder plaatsvindt.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst met inachtneming van het geschetste karakter van de lichte toets terecht vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000. De Dienst heeft per jaar gemotiveerd toegelicht waar de wijzigingen en stopzettingen van kinderopvangtoeslag vandaan kwamen en waarom dit in de beperkte, lichte toets niet leidt tot toekenning van het forfaitaire bedrag. Daarbij heeft de Dienst toegelicht dat onder andere een stijging van het toetsingsinkomen, een wijziging van het aantal opvanguren en het niet aanleveren van de gevraagde informatie redenen zijn geweest voor de wijzigingen dan wel stopzettingen van de kinderopvangtoeslag in de jaren 2005 tot en met 2011. Deze redenen zijn door eiseres niet gemotiveerd betwist. De Dienst stelt zich terecht op het standpunt dat de hiervoor genoemde redenen geen blijk geven van bijzondere hardheid of vooringenomenheid. Over het betoog van eiseres dat het dossier incompleet is overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 8:42 van de Awb moet de Dienst in deze procedure de op de zaak betrekking hebbende stukken overleggen, in dit geval de stukken die relevant zijn om te beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor de Catshuisregeling. Aan die eis is voldaan. De Dienst heeft stukken overlegd waaruit de wijzigingen van de kinderopvangtoeslag zijn terug te vinden en heeft hiermee het besluit onderbouwd. De argumenten die eiseres in deze procedure naar voren brengt kunnen aan bod komen in de procedure over de integrale beoordeling.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie Toeslagen (Wht).
Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Dit volgt uit artikel 2.1, eerste lid, van de Wht.
Dit volgt uit artikel 2.7, eerste lid, van de Wht.
Kamerstukken II 2021-2022, 36 151, nr. 3, p. 80.