Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-10-27
ECLI:NL:RBGEL:2025:9289
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,471 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/232638-23
Datum uitspraak : 27 oktober 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[naam 1]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende [adres]
Raadsman: mr. H.J.G. Dudink, advocaat in Haarlem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 november 2021 tot en 6 november 2021 te Zandvoort en/of Doorn en/of Den Hoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 3 gram, in elk geval (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten)/pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 augustus 2022 tot en 26 april 2023 te Zandvoort en/of Doorn en/of Den Hoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ongeveer 3 zogenoemde XTC-tablet(ten)/pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 500,00.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. Uit niets blijkt dat verdachte (daadwerkelijk) harddrugs aanwezig heeft gehad. De stukken in het procesdossier zijn selectief verzameld en ontberen iedere context.
Overwegingen
Bij een strafrechtelijk onderzoek naar het verstrekken en aanwezig hebben van verdovende middelen zoals bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet onder militairen zijn de mobiele telefoons van verschillende militairen inbeslaggenomen en uitgelezen. Bij het uitlezen van de mobiele telefoons van een van deze militairen is verdachte in beeld gekomen.
Uit het onderzoek aan de telefoon van [naam 2] volgt dat [naam 2] en verdachte op 5 november 2021 een whatsappgesprek hebben gevoerd met onder meer de volgende berichten.
18:56 uur
[naam 1]
Ik heb m. 50E.
18:57 uur
[naam 2]
Hoeveel g? Haha ai stuur tactisch tikkie.
18:58 uur
[naam 1]
3, hij verkoopt niet kleiner.
19:05 uur
[naam 2]
Hha kk. Zoveel gaat er niet in hoor haha
Ook de telefoon van verdachte is uitgelezen. Op 26 april 2023 stuurt verdachte aan [naam 3] ?? : heb M genomen en heb 1 likje M.
De militaire kamer stelt vast dat het onderzoek door de Koninklijke Marechaussee beperkt is gebleven tot het uitlezen van whatsappberichten. Het enkele feit dat verdachte whatsappgesprekken heeft gevoerd die op zichzelf een drugsgerelateerde strekking lijken te hebben is naar het oordeel van de militaire kamer onvoldoende om te bewijzen dat verdachte in de ten laste gelegde periode MDMA en/of XTC-tabletten/pillen aanwezig heeft gehad. Het procesdossier bevat naast de whatsappgesprekken geen andere aanknopingspunten waaruit blijkt dat verdachte in de ten laste gelegde periode de genoemde harddrugs aanwezig heeft gehad. De militaire kamer is van oordeel dat alleen het voeren van gesprekken over drugs onvoldoende is om tot wettig en overtuigend bewijs te komen voor het aanwezig hebben van drugs.
Dictum
De militaire kamer spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechters, en kapitein-ter-zee (LD) mr. J.L. Wesstra, militair lid, in tegenwoordigheid van L. Willems en mr. H.J. Damen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2025.