Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-10-27
ECLI:NL:RBGEL:2025:9285
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,945 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/232313-23
Datum uitspraak : 27 oktober 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[naam 1]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. R.J. Sterk, advocaat in Lelystad.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijds tip(pen) in of omstreeks de periode van 06 augustus 2022 tot en met 25 oktober 2022 te Doorn en/of Woerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten)/pillen), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of- (een) hoeve(e)Ihe(i)d(en) van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde 4-MMC(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte – naar aanleiding van het uitlezen van de telefoon van een collega-militair – onterecht, zonder redelijk vermoeden van schuld, als verdachte is aangemerkt. Het gesprek van 28 januari 2020 in de appgroep [naam appgroep] is onmogelijk serieus te nemen. Verdachte is verder weliswaar deelnemer in de whatsappgroepen [namen whatsappgroepen] , maar hij neemt geen deel aan druggerelateerde gesprekken, waardoor geen sprake kan zijn van een redelijke verdenking.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er naar aanleiding van de aangetroffen gesprekken wél sprake was van een redelijke verdenking en dat verdere opsporingshandelingen terecht zijn ondernomen.
Beoordeling
Bij het onderzoek aan de telefoon van een collega-militair is de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) gestuit op verschillende appgroepen, waarin gesprekken werden gevoerd met een (mogelijk) drugsgerelateerde strekking. Naar aanleiding daarvan ontstond een redelijk vermoeden dat verdachte zich op enigerlei wijze met drugs inliet. De militaire kamer is van oordeel dat het verdere opsporingsonderzoek naar aanleiding van deze gesprekken daarom rechtmatig is geweest en dat de officier van justitie ontvankelijk is in de strafvervolging.
3De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een hoeveelheid cocaïne, een hoeveelheid XTC-tabletten/pillen en een hoeveelheid MDMA tezamen en in vereniging aanwezig heeft gehad. Er kan geen bewezenverklaring volgen voor het verstrekken van harddrugs. Het verstrekken en/of aanwezig hebben van 4-MMC onder het vierde gedachtestreepje kan evenmin bewezen worden. Verdachte moet hiervan partieel worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 500,00.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. Volgens de raadsman ontbreekt ieder bewijs. Er zijn slechts gesprekken op de telefoon aangetroffen, die op zichzelf ook nog eens voor velerlei uitleg vatbaar zijn.
Overwegingen
Aanleiding
Het onderzoek naar het handelen van verdachte is voortgekomen uit een groter onderzoek naar drugsgebruik onder militairen. Op 5 mei 2022 is tijdens het bevrijdingsfestival te [plaatsnaam] gezien dat een militair een zakje met wit poeder uit zijn broek pakte en dit poeder vervolgens opsnoof. Naar aanleiding hiervan is bij de KMar aangifte gedaan en is de telefoon van de betreffende militair inbeslaggenomen en onderzocht. In de telefoon zijn meerdere (mogelijk) druggerelateerde gesprekken aangetroffen. Naar aanleiding van deze resultaten is een breder onderzoek opgestart, waarbij meerdere militairen, waaronder verdachte, in beeld kwamen vanwege het voorhanden hebben en/of het verstrekken van verdovende middelen zoals bedoeld in lijst I en/of II van de Opiumwet.
Naar aanleiding van vorenbedoelde resultaten is ook de telefoon van verdachte uitgelezen.
Op 17 september 2022 heeft verdachte met [naam 2] een whatsappgesprek gevoerd, waarin verdachte aangeeft dat hij een pil en sos op had. Verder gaf hij aan dat hij elke keer drie scheppen nam, maar dat de helft weer terug in het zakje viel.
Op 20 oktober 2022 heeft verdachte met [naam 3] een whatsappgesprek gevoerd, waarin [naam 3] aan verdachte vraagt of hij nog aan de candy zou gaan. Verdachte reageerde hier positief op (‘Jah’) en zei dat hij niet veel had en dat hij ook al aan [naam 4] gaf. [naam 3] gaf vervolgens aan dat hij zelf wel wat kon regelen.
Op 25 oktober 2022 heeft verdachte met [naam 5] een whatsappgesprek gevoerd, waarin verdachte zegt: ‘kkr veel zooi in mn mik getrapt’ en ‘daar gaan die lollys niet van winnen’. Verdachte gaf aan dat het om (Fentanyl-)lolly’s van de CLS’ers (Combat Life Savers) ging. Verderop in het gesprek gaf verdachte aan dat er nog wel wat miauw in zijn hoofd rond zwierf. Daarna had hij het over een hele cocktail met ‘m’ en ‘x’.
Volgens de KMar zijn bovenstaande gesprekken druggerelateerd. De militaire kamer stelt vast dat het onderzoek door de KMar beperkt is gebleven tot het verzamelen van mogelijk drugsgerelateerde gesprekken. Het procesdossier bevat naast de whatsappgesprekken geen andere aanknopingspunten waaruit blijkt dat verdachte in de ten laste gelegde periode de genoemde harddrugs aanwezig heeft gehad of heeft verstrekt. De militaire kamer is van oordeel dat alleen het voeren van gesprekken over drugs onvoldoende is om tot wettig en overtuigend bewijs te komen voor het aanwezig hebben en/of verstrekken van drugs. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Dictum
De militaire kamer spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechter, en kapitein-ter-zee (LD) mr. J.L. Wesstra, militair lid, in tegenwoordigheid van L. Willems en
mr. H.J. Damen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op
27 oktober 2025.
mr. Rademaker is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.