Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-10-22
ECLI:NL:RBGEL:2025:9029
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,182 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11722608 \ CV EXPL 25-4464
Vonnis van 22 oktober 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
toevoegingsnummer: [nr.]2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats] ,
toevoegingsnummer: [nr.]
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser 1] c.s.,
gemachtigde: mr. A. Unalan,
tegen
KINKELDER HOLDING B.V.,
gevestigd te Zevenaar,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Kinkelder Holding,
gemachtigde: mr. T.F.B.A. Gilsing.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 16 mei 2025,
- het eenstemmig verzoek van partijen tot aanhouding van de procedure, - de akte van [eiser 1] c.s., - de akte van Kinkelder Holding.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
[eiser 1] c.s. vordert, na eisvermeerdering, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut,
- Kinkelder Holding te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van het vonnis de klimaatinstallatie, welke grenst aan de woningen van [eiser 1] c.s. te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag dat deze niet is verwijderd, met een maximum van € 30.000,00, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag,
- Kinkelder Holding te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] , ieder afzonderlijk, een bedrag van € 5.000,00 ter zake immateriële schadevergoeding, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
- met veroordeling van Kinkelder Holding in de volledige proceskosten, daaronder begrepen het salaris gemachtigde, griffierecht, deurwaarderskosten en nakosten.
2.2.
[eiser 1] c.s. legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat Kinkelder Holding onrechtmatig heeft gehandeld door geluidshinder te veroorzaken. Door deze geluidshinder is het woongenot aangetast, is sprake van vermoeidheid en psychische klachten en is de persoonlijke levenssfeer van [eiser 1] c.s. geschonden. Op grond van artikel 6:106 lid 1 onder b BW heeft [eiser 1] c.s. recht op een immateriële schadevergoeding.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
3.1.
De vordering betreft onder meer de verwijdering van de klimaatinstallatie. De kantonrechter dient op grond van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve te onderzoeken of hij bevoegd is kennis te nemen van het geschil. Het gevorderde is van onbepaalde waarde. De kantonrechter is, gelet op het voorgaande en het bepaalde in artikel 93 Rv, voornemens om de zaak te verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken. De kantonrechter stelt partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten. Indien [eiser 1] c.s. zijn vordering wenst te verminderen omdat de klimaatinstallatie reeds is verwijderd, kan hij dat eveneens aangeven.
3.2.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 19 november 2025 voor het nemen van een akte door [eiser 1] c.s. over wat is vermeld in r.o. 3.1., waarna Kinkelder Holding op de rol van vier weken weken daarna een antwoordakte kan nemen,
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.
44356 \ 53331