Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-10-06
ECLI:NL:RBGEL:2025:9013
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,750 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 11784620 \ HA VERZ 25-104
Beschikking van 6 oktober 2025
in de zaak van
HEBO SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Enschede,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Hebo,
gemachtigde: Cornel Rechtskundig Advies, t.a.v. mr. E.P. Cornel,
tegen
[verweerder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. G.J. van den Hoven.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 20,
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 5,
- de aanvullende producties 21 tot en met 25 van de kant van Hebo,
- de aanvullende producties 26 tot en met 28 van de kant van Hebo,
- de aanvullende productie 29 van de kant van Hebo,
- de aanvullende productie 6 van de kant van [verweerder] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 september 2025, waar beide partijen en hun gemachtigden zijn verschenen. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen verder tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] , is sinds 16 september 2024 voor onbepaalde tijd in dienst bij Hebo. De functie van [verweerder] is administratief medewerker met een loon van € 2.523,50 bruto per maand. Het dienstverband is tot stand gekomen door tussenkomst van Olympia.
2.2.
In het door Olympia aan Hebo toegezonden CV van [verweerder] staat, voor zover hier van belang, het volgende:
“Voor de functie van Office-Assistent stel ik graag voor aan [verweerder] , 43 jaar en
samen met haar zoon vanl3 woonachtig in Herwijnen.
[verweerder] heeft bijna een jaar via Olympia Tiel bij BKS Verkoop en Advies B. V. in Tiel
gewerkt. Maar wegens reorganisatie heeft zij te horen gekregen dat ze moest stoppen.
Ze is werkzaam is als financieel administratief medewerker. Hier is ze verantwoordelijk
voor de gehele financiële administratie, behalve het opstellen van de jaarrekeningen en
jaarcijfers.
Voordat [verweerder] bij BKS Verkoop en Advies B. V werkte, is zij onder andere werkzaam
geweest als administratief medewerker waar bij zij urenregistratie van chauffeurs
invoerde, opstellen van facturen, inkoopfacturen verwerken, debiteurenbeheer, planning,
klanten te woord staan en noem maar op.
[verweerder] houdt van directe communicatie en van een positieve sfeer op de werkvloer.
Als collega beschrijft [verweerder] zich als een harde werker die heel sociaal is. Altijd samen en
met elkaar vindt ze belangrijk, [verweerder] kan goed zelfstandig werken.
De functie van Office-Assistent is met [verweerder] besproken en hier wordt ze heel enthousiast
van. De afwisselende werkzaamheden, Hybride werken, het resultaatgerichte, het kunnen
sparren met collega ’s en het zelfstandig kunnen werken maakt dat [verweerder] veel interesse
heeft in deze functie.
[verweerder] heeft veel ervaring in het werken met het programma Exact.”
2.3.
In de arbeidsovereenkomst (productie 4 bij het verzoekschrift) is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“
Artikel 7 – opleidingen
Werknemer kan in overleg met werkgever opleidingen volgen indien dit bijdraagt aan gezamenlijke doelen. Voorwaarden en afspraken ten aanzien van het volgen van een opleiding of training kunnen worden vastgelegd in een separate overeenkomst.
(…)
Artikel 9 – geheimhouding, teruggave documenten
Werknemer is verplicht om tijdens en na beëindiging van de arbeidsovereenkomst volledige geheimhouding in acht te nemen over alle bedrijfsaangelegenheden - in de ruimste zin van het woord - van werkgever en aan werkgever gelieerde ondernemingen, waaronder gegevens betreffende prijzen, leveranciers, klanten/opdrachtgevers, collega’s en werkwijzen.
Werknemer is verplicht alle correspondentie en alle bedrijfsdocumenten, die hij op welke wijze dan ook heeft verkregen in de uitoefening van zijn werkzaamheden, bij het einde van de arbeidsovereenkomst dan wel op eerste verzoek direct aan werkgever te overhandigen. Het is werknemer verboden om (al dan niet digitale) kopieën van deze correspondentie en bedrijfsdocumenten in zijn bezit te houden.
Overtreding van artikel 10.1 en/of 10.2 van deze arbeidsovereenkomst gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst zal voor werkgever een dringende reden voor ontslag op staande voet vormen.
Artikel 10 – concurrentie- en/of relatiebeding
Werkgever gelooft in een duurzame relatie met werknemer op basis van vertrouwen. Werkgever verwacht dan ook dat werknemer ook na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst de belangen van werkgever niet moedwillig zalschaden. Tevens wil werkgever werknemer niet beletten een carrière buiten HeBo Solutions B.V. voort te zetten.”
2.4.
Op 6 november 2024 sluiten partijen een studieovereenkomst.
2.5.
Op 10 februari 2025 sluiten partijen een overeenkomst van geldlening waarbij Hebo een bedrag van € 4.500,00 leent aan [verweerder] . In deze overeenkomst is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“
Artikel 1 - Hoofdsom, looptijd, rente, aflossing
1. Geldnemer verklaart per 29 januari 2025 € 4500,- verschuldigd te zijn aan Geldgever, (zegge: Vijfenveertighonderd Euro).
(…)
3. De looptijd van de lening is 11 maanden te rekenen vanaf de in lid 1 genoemde aankoopdatum.
4. Vanaf de in lid 1 genoemde aankoopdatum is Geldnemer verplicht om maandelijks € 250 (zegge: Driehonderd) over te schrijven naar rekening NL66 INGB 0007 2682 06
(…)
Artikel 2 - Opeisbaarheid
De lening is in haar geheel onmiddellijk opeisbaar als Geldnemer failliet wordt verklaard, in surseance van betaling verkeert of het vrije beheer over haar vermogen verliest.
(…)
Artikel 7 – Toepasselijk recht en geschilbeslechting
Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
Alle geschillen tussen Partijen die voortvloeien uit of verband houden met deze Akte zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van het arrondissement Limburg.”
2.6.
Door [verweerder] is een bedrag van € 1.000,00 aan Hebo terugbetaald.
2.7.
Op 27 mei 2025 heeft Hebo de arbeidsovereenkomst met [verweerder] schriftelijk opgezegd op tegen 1 augustus 2025 (productie 15 bij het verzoekschrift). In deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“Helaas zijn wij tot de conclusie gekomen dat de samenwerking met jou niet is geworden wat wij ervan verwacht hebben, en hebben we er geen vertrouwen in dat dit op termijn wel zo zal worden. Dit betekent dat we jouw contract willen opzeggen.
De aanleiding ligt voornamelijk in het gebrek aan vertrouwen dat jij vertrouwelijke informatie te allen tijde ook vertrouwelijk zal houden. We hebben je daar al eerder op aangesproken maar we hebben moet constateren dat ook daarna in het bijzijn van collega's door jou uitspraken zijn gedaan die niet gewenst zijn. Het zal onbedoeld zijn geweest, maar je toont daarop ook geen reflectie. Ook zien we bij jou geen actieve houding betreffende je persoonlijke ontwikkeling. We hebben je in oktober een cursus boekhouden aangeboden en betaald, met een halve dag studieverlof, maar zien daarin geen voortgang dan wel datje tot afronding hiervan komt.
Daarnaast is een gesprek voeren met jou lastig. Je luister slecht naar adviezen en aanwijzingen. Als we een vraag stellen of een commentaar of advies geven, neem je de zin al snel over en geeft jouw visie erop zonder datje onze opmerking in je opneemt.
Beoordeling
4.1.
Het gaat in het verzoek van Hebo allereerst om de vraag of de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst kan, en zo ja, moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet, mede gelet op het verzoek daartoe van [verweerder] , worden beoordeeld of zij aanspraak heeft op een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Voorts moet worden beoordeeld of [verweerder] gehouden is de bedrijfseigendommen in te leveren en een drietal door Hebo gevorderde bedragen aan Hebo terug te betalen.
4.2.
Primair verzoekt Hebo de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:686 BW. (Meer) subsidiair legt Hebo aan haar verzoek ten grondslag dat sprake is van verwijtbaar handelen (e-grond), een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en/of een andere omstandigheid (h-grond).
4.3.
Voordat de kantonrechter aan beoordeling van het ontbindingsverzoek toekomt, moet beoordeeld worden of de arbeidsovereenkomst nog wel kan worden ontbonden. Hebo heeft immers bij haar brief van 27 mei 2025 de arbeidsovereenkomst met [verweerder] opgezegd tegen 1 augustus 2025. Dat betreft een eenzijdige rechtshandeling die niet door Hebo, zonder instemming met [verweerder] , ongedaan gemaakt kan worden. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake is of dat deze opzegging is vernietigd.
Dit betekent dat de kantonrechter vooralsnog van oordeel is dat de ontbinding moet worden afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2025 is opgezegd. Weliswaar zonder instemming van [verweerder] , zonder vergunning en/of ontbinding door de kantonrechter, dus naar zich laat aanzien betreft het een niet rechtsgeldige opzegging, maar het is aan [verweerder] om daarop actie te ondernemen.
4.4.
Omdat geen van partijen hier aandacht aan heeft besteed en dit aspect evenmin ter zitting is besproken, zal de kantonrechter, alvorens met een verrassingsbeslissing te komen, partijen de gelegenheid geven zich over het vorengaande uit te laten, eerst Hebo, dan [verweerder] . Indien Hebo haar ontbindingsverzoek voorwaardelijk wenst te doen, kan zij dat eveneens aangeven.
4.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
stelt Hebo in de gelegenheid zich uit te laten omtrent hetgeen hiervoor in r.o. 4.3 is overwogen,
5.2.
bepaalt dat, als Hebo zich wil uitlaten, zij dit uiterlijk op maandag 27 oktober 2025 schriftelijk, onder vermelding van het zaaknummer, dient te doen middels een schrijven aan de griffie van het team kanton en handel, rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.
5.3.
vervolgens zal [verweerder] de gelegenheid krijgen daarop eveneens binnen een termijn van drie weken schriftelijk te reageren.
5.4.
iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025.
44356 \ 498
Aangehaald onder de feiten in r.o. 2.7.
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 11784620 \ HA VERZ 25-104
Beschikking van 6 oktober 2025
in de zaak van
HEBO SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Enschede,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Hebo,
gemachtigde: Cornel Rechtskundig Advies, t.a.v. mr. E.P. Cornel,
tegen
[verweerder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. G.J. van den Hoven.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 20,
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 5,
- de aanvullende producties 21 tot en met 25 van de kant van Hebo,
- de aanvullende producties 26 tot en met 28 van de kant van Hebo,
- de aanvullende productie 29 van de kant van Hebo,
- de aanvullende productie 6 van de kant van [verweerder] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 september 2025, waar beide partijen en hun gemachtigden zijn verschenen. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen verder tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] , is sinds 16 september 2024 voor onbepaalde tijd in dienst bij Hebo. De functie van [verweerder] is administratief medewerker met een loon van € 2.523,50 bruto per maand. Het dienstverband is tot stand gekomen door tussenkomst van Olympia.
2.2.
In het door Olympia aan Hebo toegezonden CV van [verweerder] staat, voor zover hier van belang, het volgende:
“Voor de functie van Office-Assistent stel ik graag voor aan [verweerder] , 43 jaar en
samen met haar zoon vanl3 woonachtig in Herwijnen.
[verweerder] heeft bijna een jaar via Olympia Tiel bij BKS Verkoop en Advies B. V. in Tiel
gewerkt. Maar wegens reorganisatie heeft zij te horen gekregen dat ze moest stoppen.
Ze is werkzaam is als financieel administratief medewerker. Hier is ze verantwoordelijk
voor de gehele financiële administratie, behalve het opstellen van de jaarrekeningen en
jaarcijfers.
Voordat [verweerder] bij BKS Verkoop en Advies B. V werkte, is zij onder andere werkzaam
geweest als administratief medewerker waar bij zij urenregistratie van chauffeurs
invoerde, opstellen van facturen, inkoopfacturen verwerken, debiteurenbeheer, planning,
klanten te woord staan en noem maar op.
[verweerder] houdt van directe communicatie en van een positieve sfeer op de werkvloer.
Als collega beschrijft [verweerder] zich als een harde werker die heel sociaal is. Altijd samen en
met elkaar vindt ze belangrijk, [verweerder] kan goed zelfstandig werken.
De functie van Office-Assistent is met [verweerder] besproken en hier wordt ze heel enthousiast
van. De afwisselende werkzaamheden, Hybride werken, het resultaatgerichte, het kunnen
sparren met collega ’s en het zelfstandig kunnen werken maakt dat [verweerder] veel interesse
heeft in deze functie.
[verweerder] heeft veel ervaring in het werken met het programma Exact.”
2.3.
In de arbeidsovereenkomst (productie 4 bij het verzoekschrift) is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“
Artikel 7 – opleidingen
Werknemer kan in overleg met werkgever opleidingen volgen indien dit bijdraagt aan gezamenlijke doelen. Voorwaarden en afspraken ten aanzien van het volgen van een opleiding of training kunnen worden vastgelegd in een separate overeenkomst.
(…)
Artikel 9 – geheimhouding, teruggave documenten
Werknemer is verplicht om tijdens en na beëindiging van de arbeidsovereenkomst volledige geheimhouding in acht te nemen over alle bedrijfsaangelegenheden - in de ruimste zin van het woord - van werkgever en aan werkgever gelieerde ondernemingen, waaronder gegevens betreffende prijzen, leveranciers, klanten/opdrachtgevers, collega’s en werkwijzen.
Werknemer is verplicht alle correspondentie en alle bedrijfsdocumenten, die hij op welke wijze dan ook heeft verkregen in de uitoefening van zijn werkzaamheden, bij het einde van de arbeidsovereenkomst dan wel op eerste verzoek direct aan werkgever te overhandigen. Het is werknemer verboden om (al dan niet digitale) kopieën van deze correspondentie en bedrijfsdocumenten in zijn bezit te houden.
Overtreding van artikel 10.1 en/of 10.2 van deze arbeidsovereenkomst gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst zal voor werkgever een dringende reden voor ontslag op staande voet vormen.
Artikel 10 – concurrentie- en/of relatiebeding
Werkgever gelooft in een duurzame relatie met werknemer op basis van vertrouwen. Werkgever verwacht dan ook dat werknemer ook na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst de belangen van werkgever niet moedwillig zalschaden. Tevens wil werkgever werknemer niet beletten een carrière buiten HeBo Solutions B.V. voort te zetten.”
2.4.
Op 6 november 2024 sluiten partijen een studieovereenkomst.
2.5.
Op 10 februari 2025 sluiten partijen een overeenkomst van geldlening waarbij Hebo een bedrag van € 4.500,00 leent aan [verweerder] . In deze overeenkomst is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“
Artikel 1 - Hoofdsom, looptijd, rente, aflossing
1. Geldnemer verklaart per 29 januari 2025 € 4500,- verschuldigd te zijn aan Geldgever, (zegge: Vijfenveertighonderd Euro).
(…)
3. De looptijd van de lening is 11 maanden te rekenen vanaf de in lid 1 genoemde aankoopdatum.
4. Vanaf de in lid 1 genoemde aankoopdatum is Geldnemer verplicht om maandelijks € 250 (zegge: Driehonderd) over te schrijven naar rekening NL66 INGB 0007 2682 06
(…)
Artikel 2 - Opeisbaarheid
De lening is in haar geheel onmiddellijk opeisbaar als Geldnemer failliet wordt verklaard, in surseance van betaling verkeert of het vrije beheer over haar vermogen verliest.
(…)
Artikel 7 – Toepasselijk recht en geschilbeslechting
Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
Alle geschillen tussen Partijen die voortvloeien uit of verband houden met deze Akte zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van het arrondissement Limburg.”
2.6.
Door [verweerder] is een bedrag van € 1.000,00 aan Hebo terugbetaald.
2.7.
Op 27 mei 2025 heeft Hebo de arbeidsovereenkomst met [verweerder] schriftelijk opgezegd op tegen 1 augustus 2025 (productie 15 bij het verzoekschrift). In deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“Helaas zijn wij tot de conclusie gekomen dat de samenwerking met jou niet is geworden wat wij ervan verwacht hebben, en hebben we er geen vertrouwen in dat dit op termijn wel zo zal worden. Dit betekent dat we jouw contract willen opzeggen.
De aanleiding ligt voornamelijk in het gebrek aan vertrouwen dat jij vertrouwelijke informatie te allen tijde ook vertrouwelijk zal houden. We hebben je daar al eerder op aangesproken maar we hebben moet constateren dat ook daarna in het bijzijn van collega's door jou uitspraken zijn gedaan die niet gewenst zijn. Het zal onbedoeld zijn geweest, maar je toont daarop ook geen reflectie. Ook zien we bij jou geen actieve houding betreffende je persoonlijke ontwikkeling. We hebben je in oktober een cursus boekhouden aangeboden en betaald, met een halve dag studieverlof, maar zien daarin geen voortgang dan wel datje tot afronding hiervan komt.
Daarnaast is een gesprek voeren met jou lastig. Je luister slecht naar adviezen en aanwijzingen. Als we een vraag stellen of een commentaar of advies geven, neem je de zin al snel over en geeft jouw visie erop zonder datje onze opmerking in je opneemt.
Beoordeling
4.1.
Het gaat in het verzoek van Hebo allereerst om de vraag of de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst kan, en zo ja, moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet, mede gelet op het verzoek daartoe van [verweerder] , worden beoordeeld of zij aanspraak heeft op een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Voorts moet worden beoordeeld of [verweerder] gehouden is de bedrijfseigendommen in te leveren en een drietal door Hebo gevorderde bedragen aan Hebo terug te betalen.
4.2.
Primair verzoekt Hebo de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:686 BW. (Meer) subsidiair legt Hebo aan haar verzoek ten grondslag dat sprake is van verwijtbaar handelen (e-grond), een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en/of een andere omstandigheid (h-grond).
4.3.
Voordat de kantonrechter aan beoordeling van het ontbindingsverzoek toekomt, moet beoordeeld worden of de arbeidsovereenkomst nog wel kan worden ontbonden. Hebo heeft immers bij haar brief van 27 mei 2025 de arbeidsovereenkomst met [verweerder] opgezegd tegen 1 augustus 2025. Dat betreft een eenzijdige rechtshandeling die niet door Hebo, zonder instemming met [verweerder] , ongedaan gemaakt kan worden. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake is of dat deze opzegging is vernietigd.
Dit betekent dat de kantonrechter vooralsnog van oordeel is dat de ontbinding moet worden afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2025 is opgezegd. Weliswaar zonder instemming van [verweerder] , zonder vergunning en/of ontbinding door de kantonrechter, dus naar zich laat aanzien betreft het een niet rechtsgeldige opzegging, maar het is aan [verweerder] om daarop actie te ondernemen.
4.4.
Omdat geen van partijen hier aandacht aan heeft besteed en dit aspect evenmin ter zitting is besproken, zal de kantonrechter, alvorens met een verrassingsbeslissing te komen, partijen de gelegenheid geven zich over het vorengaande uit te laten, eerst Hebo, dan [verweerder] . Indien Hebo haar ontbindingsverzoek voorwaardelijk wenst te doen, kan zij dat eveneens aangeven.
4.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
stelt Hebo in de gelegenheid zich uit te laten omtrent hetgeen hiervoor in r.o. 4.3 is overwogen,
5.2.
bepaalt dat, als Hebo zich wil uitlaten, zij dit uiterlijk op maandag 27 oktober 2025 schriftelijk, onder vermelding van het zaaknummer, dient te doen middels een schrijven aan de griffie van het team kanton en handel, rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.
5.3.
vervolgens zal [verweerder] de gelegenheid krijgen daarop eveneens binnen een termijn van drie weken schriftelijk te reageren.
5.4.
iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025.
44356 \ 498
Aangehaald onder de feiten in r.o. 2.7.