Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-09-26
ECLI:NL:RBGEL:2025:8418
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,168 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11571015 \ CV EXPL 25-693
Vonnis van 26 september 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEBTT B.V.
gevestigd te Dronten,
eisende partij,
hierna te noemen: Debtt,
gemachtigde: Wiggers Gerechtsdeurwaarders - Incasso en Juridische dienstverlening,
tegen
[gedaagde] ,
wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M. Çankaya.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 februari 2025 met producties- de conclusie van antwoord met een productie- de conclusie van repliek met producties- de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna is bepaald dat een vonnis wordt gewezen.
2Waar de zaak over gaat
2.1.
Debtt is een incassobureau. Zij stelt dat zij op 10 mei 2022 met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten en dat op deze overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn. Volgens Debtt heeft [gedaagde] een serviceabonnement afgesloten. [gedaagde] moet op grond van de overeenkomst en de algemene voorwaarden een jaarlijks verhoogd bedrag aan Debtt betalen en Debtt verricht dan voor [gedaagde] incassowerkzaamheden. [gedaagde] heeft de kosten voor de jaren 2023 tot en met 2025 niet betaald. Debtt vordert die kosten en daarnaast rente en incassokosten. Dit leidt tot een vordering van € 1.432,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over de resterende hoofdsom. Daarnaast vordert Debtt om [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] voert verweer tegen de vordering. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Debtt, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Debtt, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Debtt in de kosten van deze procedure.
2.3.
De kantonrechter bespreekt hierna de verweren van [gedaagde] . De beslissing is dat de verweren niet slagen en [gedaagde] de vordering moet betalen.
Beoordeling
Er is geen sprake van een eenmalige opdracht
3.1.
Debtt stelt dat de overeenkomst met [gedaagde] een serviceabonnement inhoudt, waarbij voor een tarief per jaar incassodiensten (kunnen) worden verleend. [gedaagde] stelt dat hij een eenmalige incasso-opdracht heeft gegeven aan Debtt en dat hij niet heeft begrepen en niet heeft kunnen begrijpen dat hij een overeenkomst aanging die een voortdurende verplichting inhield.
3.2.
De kantonrechter verwerpt dit verweer. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij op 10 mei 2022 digitaal de overeenkomst heeft getekend waarop Debtt een beroep doet. Bovenaan het eerste blad van de overeenkomst staat met grote letters: “Abonnementen op maat gemaakt voor u”. Vervolgens kan worden aangevinkt welk abonnement wordt afgesloten, er zijn vier varianten. [gedaagde] heeft gekozen voor ‘budget’ waar als prijs staat vermeld: “€ 295 per jaar”. Dit alles maakt naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk dat geen eenmalige verplichting werd aangegaan, maar een abonnement, dus een voortdurende verplichting. Daarvoor is dan ook een prijs per jaar vermeld en niet voor een eenmalige opdracht. [gedaagde] stelt dat door Debtt mededelingen zijn gedaan die maakten dat hij dacht dat opdracht voor een eenmalige incasso werd gegeven, maar hij geeft geen enkele concrete onderbouwing gegeven van die stelling door bijvoorbeeld weer te geven of hij iemand fysiek of telefonisch heeft gesproken, waar, wanneer en met wie is gesproken en wat er precies meegedeeld zou zijn.
3.3.
De kantonrechter kan dus alleen uitgaan van de schriftelijke stukken en oordeelt dat [gedaagde] redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat een overeenkomst werd aangegaan die meebracht dat hij een langer durende verplichting aanging. [gedaagde] stelt dat hem door Debtt geen (duidelijk) aanbod is gedaan, maar dit aanbod ligt besloten in de keuze die [gedaagde] is geboden wat betreft welk abonnement hij wilde afsluiten. Door te kiezen voor ‘budget’ en te ondertekenen, heeft [gedaagde] dit aanbod aanvaard.
3.4.
[gedaagde] noemt dat de overeenkomst niet rechtsgeldig tot stand is gekomen omdat zijn wil en verklaring niet overeenstemden en/of sprake is van bedrog en/of misbruik van omstandigheden. Deze laatste gronden zijn door [gedaagde] in het geheel niet toegelicht, zodat die worden gepasseerd. Wat betreft de wil en verklaring kan in het licht van het voorgaande moeilijk worden begrepen dat [gedaagde] ondanks alle vermeldingen meende een eenmalige verplichting aan te gaan. Bovendien heeft Debtt erop mogen vertrouwen dat [gedaagde] deze overeenkomst wilde sluiten, nu niets is gesteld waaruit het tegendeel volgt.
3.5.
De kantonrechter oordeelt dus dat [gedaagde] gebonden is aan de overeenkomst met Debtt en dat deze inhoudt dat hij een bedrag per jaar moet betalen.
De algemene voorwaarden van Debtt zijn van toepassing
3.6.
Volgens [gedaagde] heeft Debtt hem niet, althans niet op de juiste wijze de mogelijkheid geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Dit is inderdaad een verplichting van een partij die zich op algemene voorwaarden wil beroepen.
3.7.
In de wet is ook bepaald dat hieraan is voldaan als de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking zijn gesteld op een zodanige wijze dat deze door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming. Debtt heeft onweersproken gesteld dat bij het aangaan van de overeenkomst door [gedaagde] is aangevinkt dat hij akkoord ging met de algemene voorwaarden en dat het mogelijk was via de daarbij vermelde link de voorwaarden te openen en op te slaan. Aan de door de wet gestelde voorwaarde is dus voldaan, waardoor dit verweer van [gedaagde] niet slaagt.
3.8.
De kantonrechter merkt daarbij nog op dat indien een gebruiker van algemene voorwaarden niet voldoet aan voornoemde verplichting, dit de algemene voorwaarden vernietigbaar maakt. [gedaagde] heeft echter buiten of in de procedure geen beroep gedaan op die vernietiging, zodat ook daarom de algemene voorwaarden gelden.
De overeenkomst is niet beëindigd
3.9.
Op grond van de algemene voorwaarden van Debtt moet [gedaagde] de overeenkomst een maand voor de einddatum schriftelijk opzeggen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan, ook niet voorafgaand aan of tijdens deze procedure. Het lag voor de hand dat [gedaagde] dit zou doen, al was het maar voor de zekerheid voor het geval zijn verweer tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet zou slagen.
3.10.
[gedaagde] vindt het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de overeenkomst op grond van de algemene voorwaarden doorloopt terwijl hij voor de eerdere kosten een betalingsregeling heeft moeten treffen, Debtt feitelijk heel weinig werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht en dit al lang geleden is en omdat Debtt nu door zijn stellingen in de procedure weet dat [gedaagde] niet meer gebonden wil zijn aan de overeenkomst.
3.11.
De kantonrechter acht door Debtt voldoende onderbouwd dat zij aanvankelijk de nodige pogingen heeft ondernomen om een vordering voor [gedaagde] te incasseren. Dit is kennelijk niet gelukt. Verder heeft [gedaagde] geen werkzaamheden aan Debtt opgedragen. Dit stond hem uiteraard vrij en dat is nog steeds zo nu de overeenkomst nog doorloopt. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet onaanvaardbaar is omdat [gedaagde] wel stellingen inneemt in deze procedure, maar daaraan geen gevolgen verbindt zoals de al eerder genoemde mogelijkheid om de overeenkomst op te zeggen dan wel ontbinding of vernietiging in te roepen (zo daarvoor al gronden zijn).
3.12.
[gedaagde] wijst erop dat hij een leek is op juridisch gebied, maar niet gebleken is dat hij aan Debtt heeft gemeld dat hij de overeenkomst wilde beëindigen. [gedaagde] stelt wel dat hij dat in 2022 heeft gedaan, maar ook hier onderbreekt iedere concretisering over bijvoorbeeld op welke wijze dat zou zijn gebeurd en of die beweerde mededeling is ontvangen door Debtt. Ook nadat [gedaagde] zich tot een gemachtigde heeft gewend, is geen opzegging gevolgd. Dit blijft voor eigen rekening en risico van [gedaagde] .
De eiswijziging wordt toegelaten
3.13.
Debtt heeft in de conclusie van repliek haar eis vermeerderd met een bedrag van € 423,19 inclusief btw, vanwege de kosten voor 2025. [gedaagde] stelt dat deze eiswijziging zo laat in de procedure is gedaan, dat deze vanwege strijd met de goede procesorde buiten beschouwing moet worden gelaten. Het is echter zo dat een partij tot het wijzen van het eindvonnis zijn eis mag wijzigen. Nu de grondslag van dit deel van de vordering dezelfde is als de grondslag voor de overige gevorderde hoofdsom en [gedaagde] in de conclusie van dupliek heeft kunnen reageren op de gewijzigde eis, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van strijd met de goede procesorde. De eiswijziging wordt toegestaan.
[gedaagde] moet de hoofdsom, de wettelijke rente en de incassokosten betalen
3.14.
[gedaagde] heeft de op grond van de overeenkomst verschuldigde kosten voor de jaren 2023 (van € 381,94 inclusief btw), 2024 (van € 408,68 inclusief btw) en 2025 (€ 423,19 inclusief btw) niet voldaan. [gedaagde] meent dat de door Debtt toegepaste indexatie niet geldig is, maar uit de algemene voorwaarden van Debtt volgt dat Debtt de prijzen kon indexeren en de kantonrechter is van oordeel dat voldoende onderbouwd is dat ook aan [gedaagde] kenbaar is gemaakt dat Debtt daartoe overging.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Debtt te betalen een bedrag van € 1.322,40, waarvan een bedrag van € 1.213,81 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de in dat bedrag begrepen termijnen tot de dag van algehele voldoening,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 973,63, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025.
560
Productie 2 dagvaarding
Artikel 3:35 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 6:233 sub b BW
Artikel 6:234 BW
Productie 9 conclusie van repliek, laatste blad
Productie 3 dagvaarding, artikel 6.4
Productie 7 conclusie van repliek
Artikel 130 lid 1 Rv
Artikel 9.4 van de algemene voorwaarden
Productie 10 conclusie van repliek
Artikel 6:44 BW