Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-09-08
ECLI:NL:RBGEL:2025:8116
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05-355366-24 Datum uitspraak : 8 september 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], wonende aan [adres], raadsman: mr. B. Damen, advocaat in Maastricht. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 2 april 2024 te Ermelo, een wapen, van categorie I, onder 1° vande Wet wapens en munitie, te weten een stiletto, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen; 2.hij op of omstreeks 3 april 2024 te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec en/of teEnkhuizen, een of meer (vuur)wapens en/of wapenonderdelen en/of munitie vancategorie III en/of II, van de Wet wapens en munitie, te weten twee patroonmagazijnen voor machinepistool Vigneron en/of twee patroonmagazijnen voor machinepistool Thompson M1919/M1928 en/of een patroonmagazijn Anschutz model 1420 en/of een kogel-Grendelgeweer Mosin Nagant M1981 en/of een automatisch vuurwapen, machinegeweer "Zastava M53" met munitietrommel en/of een loop en afsluitergroep van een automatisch vuurwapen, machinegeweer type MG42 en/of Zastava M53 en/of een gaspistool Umarex Walther PPK en/of zes pepper (Pfeffer) patronen in het kaliber 9 millimeter en/of vijf losse patronen kaliber 9mm en/of zes CS patronen kaliber 8mm en/of twee pepper patronen kaliber 9mm en/of een knall patroon 9mm en/of een kogelpatroon kaliber 7.65 x 17 mm en/of een kogelpatroon Luger kaliber 9mm en/of een kogelpatroon kaliber .45 inch Colt en/of een kogelpatroon kaliber 7.92x 33 mm en/of een kogelpatroon kaliber .455 inch Webley en/of vier losse patronen (blanks) kaliber 7.62x63 en/of een losse patroon kaliber 7.62x 51 mm en/of een kogelpatroon kaliber 7.62x 63 mm en/of een patroonband met 42 stuks patronen kaliber 7.92x 57 mm waarvan een (1) patroon panserdoorborend is (categorie II onder 3 WWM) en/of vier patronen kaliber 7.92x 57 mm en/of (3 clips met acht patronen) 24 patronen kaliber 7.62x 63 mm en/of een kogelpatroon kaliber 9 x 19 mm kort en/of een kogelpatroon kaliber 9 x 19 mm lang en/of zestien kogelpatronen kaliber 9 x 19 parabellum en/of de grendel van het geweer Karabiner 98k, ook wel genoemd de K98k of Kar98k voorhanden heeft gehad; 3.hij op of omstreeks 3 april 2024 te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec en/ofEnkhuizen een of meer wapen(s) en/of onderdelen van (een) wapens van categorieI, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister vanJustitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging vanpersonen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen en/of hulpstuk van/voor eenwapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een patroonmagazijn welke door zijn vorm en kleur gelijkenis vertoonde met een patroonmagazijn van een automatisch machinepistool MP40, oftewelMaschinen Pistole 40 en/of een scherfhandgranaat welke door zijn vorm en kleur een gelijkenisvertoonde met de bestaande scherfhandgranaat type MK I en MK II en quagrootte een gelijkenis met de fragmentatiegranaat type V40 voorhanden heeft gehad. 2.1 Vrijspraak feit 1 De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het tenlastegelegde onder feit 1 bewezen kan worden mede op basis van het wapenonderzoek dat op het aangetroffen mes is uitgevoerd en de categorisering als wapen die daaruit blijkt. De verdediging heeft echter bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat het in beslag genomen mes een niet strafbaar spring assisted mes betreft en geen stiletto. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat het ontgrendelingsmechanisme, de borgpal en de drukknop ontbreken, die bij een stiletto wel aanwezig zijn. De militaire kamer overweegt als volgt. Het in beslag genomen mes is door de verbalisant onderzocht en gecategoriseerd als stiletto in de zin van de Wet Wapen Op 9 september 2023 werden bij een doorzoeking in de woning in Bovenkarspel en de loods in Enkhuizen de volgende wapens, wapenonderdelen en munitie gevonden: twee patroonmagazijnen voor machinepistool Vigneron en/of twee patroonmagazijnen voor machinepistool Thompson M1919/M1928 en/of een patroonmagazijn Anschutz model 1420 en/of een kogel-Grendelgeweer Mosin Nagant M1981 en/of een automatisch vuurwapen, machinegeweer "Zastava M53" met munitietrommel en/of een loop en afsluitergroep van een automatisch vuurwapen, machinegeweer type MG42 en/of Zastava M53 en/of een gaspistool Umarex Walther PPK en/of zes pepper (Pfeffer) patronen in het kaliber 9 millimeter en/of vijf losse patronen kaliber 9mm en/of zes CS patronen kaliber 8mm en/of twee pepper patronen kaliber 9mm en/of een knall patroon 9mm en/of een kogelpatroon kaliber 7.65 x 17 mm en/of een kogelpatroon Luger kaliber 9mm en/of een kogelpatroon kaliber .45 inch Colt en/of een kogelpatroon kaliber 7.92x 33 mm en/of een kogelpatroon kaliber .455 inch Webley en/of vier losse patronen (blanks) kaliber 7.62x63 en/of een losse patroon kaliber 7.62x 51 mm en/of een kogelpatroon kaliber 7.62x 63 mm en/of een patroonband met 42 stuks patronen kaliber 7.92x 57 mm waarvan een (1) patroon panserdoorborend is (categorie II onder 3 WWM) en/of vier patronen kaliber 7.92x 57 mm en/of (3 clips met acht patronen) 24 patronen kaliber 7.62x 63 mm en/of een kogelpatroon kaliber 9 x 19 mm kort en/of een kogelpatroon kaliber 9 x 19 mm lang en/of zestien kogelpatronen kaliber 9 x 19 parabellum en/of de grendel van het geweer Karabiner 98k, ook wel genoemd de K98k of Kar98k. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 tenlastegelegde, met dien verstande dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van de afsluitergroep van het machinegeweer Zastava M53 en de grendel van het geweer Karabiner 98k. Gezien de staat waarin beiden verkeren, is het zeer onwaarschijnlijk dat deze geschikt te maken zijn. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van het kogel-grendelgeweer Mosin Nagant en het machinegeweer Zastava M53 niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu er sprake is van ne bis in idem dan wel het vertrouwensbeginsel. Voorts heeft de raadsman op enkele specifieke voorwerpen die in de tenlastelegging genoemd zijn verweer gevoerd. De raadsman heeft bepleit dat een aantal van de in de tenlastelegging genoemde wapens en munitie niet strafbaar zijn, nu de bestemming die voordien op die wapens (of onderdelen daarvan) rustte daaraan is komen te ontvallen, zeker nu sommige van de voorwerpen bodemvondsten zijn. Voor zover meer of anders verweer is gevoerd, zal de militaire kamer onder het betreffende voorwerp het standpunt van de verdediging weergeven. Beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer zal hieronder per voorwerp – waartegen door de verdediging verweer is gevoerd – ingaan op de strafbaarheid daarvan. Patroonmagazijn Anschutz model 1420 De verdediging heeft aangevoerd dat het patroonmagazijn Anschutz model 1420 niet verlofplichtig is aangezien op grond van de vigerende Europese Richtlijn en artikel 3 lid 3 WWM dit alleen geldt voor magazijnen van semiautomatische wapens geschikt voor minimaal 10 patronen. De militaire kamer overweegt hiertoe als volgt. Artikel 3 lid 3 WWM stelt dat een magazijn van een vuurwapen als bedoeld in artikel 10 lid 1 van Richtlijn 91/477/EEG als hulpstuk moet worden aangemerkt. Op grond van artikel 10 lid 1 van Richtlijn 91/477/EEG mag de verwerving van magazijnen voor semi-automatische vuurwapens met centrale ontsteking die meer dan 20 patronen of meer dan 10 patronen in het geval van lange vuurwapens kunnen bevatten, enkel worden toegestaan aan personen aan wie daartoe een vergunning is verleend (of van wie een vergunning is bevestigd, vernieuwd of verlengd). Daarom acht de militaire kamer, in weerwil van het gevoerde verweer, een beroep op het vertrouwensbeginsel in dit geval niet gegrond en is het Openbaar Ministerie wel (degelijk) ontvankelijk in de vervolging. Echter, de militaire kamer kan op grond van het voorgaande niet wettig en overtuigend vaststellen dat bij verdachte sinds 2019 tot aan het moment van huidige verdenking en de hernieuwde inbeslagneming sprake was van het voor bewezenverklaring en kwalificatie van (strafbaar) “voorhanden hebben” vereiste opzet, ook niet in voorwaardelijke zin. Dat zou immers betekenen dat ofwel verdachte wist dat hij een verboden wapen had teruggekregen, ofwel dat hij zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat dat zo was, en hij die kans had aanvaard. Geen van beide opzetvarianten kan hier, tegenover de ontkenning van verdachte op dat punt, overtuigend worden bewezen. De militaire kamer is daarbij ook van oordeel dat in dit specifieke geval daarnaast geen bijzondere onderzoeksplicht (meer) op verdachte rustte. Het voorgaande brengt mee dat verdachte partieel zal worden vrijgesproken vanwege het ontbreken van opzet bij het voorhanden hebben van het wapen. Munitietrommel MG42/M-53 De verdediging heeft aangevoerd dat de munitietrommel niet verlofplichtig is omdat het niet als hulpstuk van het wapen kan worden aangemerkt. In de CWM wordt nader toegelicht welke onderdelen en hulpstukken een wezenlijk onderdeel uitmaken van het wapen en dus onder de WWM vallen. Daarbij is onder andere aangegeven dat voor geweren dit de volgende zaken betreft: de kast (het frame), het magazijn, de bascule, het staartstuk, de loop en de grendel of afsluiter. Specifiek is daarbij bepaald dat géén wezenlijk onderdeel van een wapen zijn: patroonschakels, patroonbanden, patroonhouders en laadstrips. Deze onderdelen hebben met name als doel het vervoeren en laden te vergemakkelijken. De munitietrommel wordt niet als zodanig genoemd in de CWM. Uit het dossier volgt niet dat de munitietrommel is onderzocht door de (vuur)wapenrechercheur. Nu de (vuur)wapenrechercheur zich niet heeft uitgelaten over de trommel en niet heeft vastgesteld dat het bezit ervan onder de WWM valt en verlofplichtig is, is de militaire kamer van oordeel dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de munitietrommel strafbaar is, zodat verdachte voor dit deel van de tenlastelegging partieel moet worden vrijgesproken. Loop van automatisch vuurwapen De loop is gereactiveerd en zo weer geschikt gemaakt voor het verschieten van knalmunitie (ook wel losse flodders, blanks of oefenmunitie genoemd). De messing bus dient in deze om de benodigde gasdruk die ontstaat bij het verschieten van knalmunitie zoveel als nodig in de loop te houden om zo de repeterende werking van het vuurwapen te garanderen. Niet kan worden uitgesloten dat het mogelijk is om kogelprojectielen met deze loop te verschieten wanneer de messing bus uit de loopmonding is verwijderd. Derhalve is de loop is een essentieel onderdeel van een vuurwapen als bedoeld in artikel 3 lid 1 WWM jo. paragraaf 1.2.3. CWM en artikel 1 lid 1 onder 2 van de Richtlijn (EU) 2021/555. Gelet op het voorgaande is de militaire kamer is van oordeel dat de loop een strafbaar wapen is in de zin van artikel 26 WWM jo. artikel 3 lid 1 WWM. Afsluitergroep van een automatisch vuurwapen, machinegeweer type MG42 en/of Zastava M53 De afsluitergroep betreft waarschijnlijk een bodemvondst en vertoont hierdoor enige mate van roestvorming. De afsluitergroep is door de staat waarin het zich bevindt niet te demonteren zonder eerst te zijn ontdaan van corrosie en vervuiling. De militaire kamer is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat de afsluitergroep door roestvorming niet in onderdelen uiteen te nemen is en gerestaureerd dient te worden voor het geplaatst kan worden in een machinegeweer. De militaire kamer zal verdachte partieel vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging. Grendel van het geweer Karabiner 98k De pantserdoorborende patroon valt in artikel 2 lid 2 categorie II onder 3 Wet Wapens en Munitie. De schakels en clips of patroonhouder, waarmee de afzonderlijke patronen aan elkaar zijn verbonden, danwel bij elkaar worden gehouden, vallen niet onder de bepalingen van de WWM. De militaire kamer merkt het volgende op. Artikel 18 lid 1 onder f RWM kent de mogelijkheid van vrijstelling voor kennelijk gebruikte lege patroon- en kardoeshulzen, voor zover die zijn bestemd voor of deel uitmaken van een verzameling of een patroonbord. Deze vrijstelling geldt alleen voor lege patroon- en kardoeshulzen. De munitie waar de verdediging naar verwijst betreft patronen die weliswaar niet geschikt zijn voor gebruik maar wel onderdelen bevatten die geschikt zijn om munitie van te maken. Op basis van het dossier stelt de militaire kamer vast dat geen sprake is van alleen lege hulzen, zodat een beroep op de vrijstelling uit artikel 18 onder f RWM niet slaagt. Hierbij merkt de militaire kamer nog op dat voor een verzamelaar van munitie (niet zijnde lege hulzen) strenge eisen gelden. Deze zijn nader uitgewerkt in het bijzondere deel van de Circulaire Wapens en Munitie, paragraaf B 3.2. namelijk: Voor particuliere verzamelaars van munitie gelden dezelfde regels als voor verzamelaars van vuurwapens, namelijk: het aanleggen en onderhouden van verzamelingen van vuurwapens is alleen toegestaan als dit het algemeen wetenschappelijk of historische belang dient, en de verzamelaar in georganiseerd verband daarvan een studie maakt. Vooral dit laatste is van belang. In de praktijk moet de verzamelaar lid zijn van een door het Ministerie van Justitie en Veiligheid erkende vereniging van wapenverzamelaars. Alleen dan komt hij voor een verlof of ontheffing in aanmerking. Personen die niet in enig georganiseerd verband wapens- of munitie verzamelen, maar die wel een gedegen studie van toe- of afvoermechanismen maken en die bevoegd zijn (wapens of) munitie (waarvoor de patroonmagazijnen bestemd zijn) voorhanden te hebben, vallen eveneens onder de werking van deze vrijstellingsregeling. De verzamelaar zal zich wel moeten specialiseren en de verzameling dient nauwkeurig en op overzichtelijke wijze te worden gecatalogiseerd en beschreven. Uit het procesdossier is niet gebleken noch is door de verdediging onderbouwd dat verdachte aan deze eisen voldoet. De militaire kamer is dan ook van oordeel dat de voornoemde patronen vallen onder munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III WWM en artikel 2 lid 2 categorie II onder 3 WWM. Met dien verstande dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken ten aanzien van de drie clips. Patroonband met 42 patronen De verdediging heeft bepleit dat wat betreft de patroonband van 42 stuks patronen kaliber 792 eveneens artikel 18 lid 1 onder f RWM van toepassing is. De 42 onderzochte patronen zijn kogelpatronen, in het kaliber 7,92x57 mm, ook wel bekend als 8 Mauser. De patronen zitten geschakeld op een patroonband bestemd voor machinegeweren van onder andere het type MG42. Het betreft patronen die bij het verschieten een projectiel verschieten. Derhalve zijn deze kogelpatronen munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 WWM. De patronen zijn van diverse fabrikanten en hebben een verscheidenheid aan hulsbodemstempels. Bij een van de patronen is het projectiel messingkleurig met een zwarte punt. Dit betreft een pantser doorborend projectiel. Alle 42 patronen zijn voorzien van een geboord gat in het lichaam. Aangezien de hulzen zijn voorzien van een geboord gat, zijn de patronen niet geschikt om verschoten te worden. De patronen bevatten echter wel onderdelen van munitie om munitie van te maken, te weten 42 projectielen en 40 intacte slaghoedjes, derhalve is dit munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 jo. artikel 3 lid 2 WWM. De schakels waarmee de afzonderlijke patronen aan elkaar verbonden zijn vallen niet onder de bepalingen van de WWM. De militaire kamer is van oordeel dat de onderzochte kogelpatronen vallen onder de werking Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat de militaire kamer rekening dient te houden met het feit dat het gaat om een relatief oud feit en verdachte een taakstraf te geven van maximaal 40 uur, al dan niet in onvoorwaardelijke vorm dan wel hem ter zake van het overige een geldboete te geven. De beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte is een verzamelaar en voorzitter van meerdere (internationale) re-enactment groepen die zich bezig houden met WOII. De militaire kamer verwacht van verdachte – zeker ook gezien zijn functie bij Defensie – extra zorgvuldigheid bij de afweging welke wapens en munitie hij wel en welke hij niet voorhanden mag hebben en dat hij zich ervan vergewist dat de wapens en munitie voldoen aan de geldende regelgeving. Dit temeer nu verdachte in 2020 ook is veroordeeld voor eenzelfde feit. Verdachte heeft niet aan die eisen voldaan en heeft zich zo schuldig gemaakt aan het strafbaar voorhanden hebben van diverse wapens en munitie. De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie in Nederland ernstige strafbare feiten betreft. Binnen onze samenleving leidt de aanwezigheid van wapens en munitie tot gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte wordt verondersteld zich daarvan bewust te zijn. Van een militair mag verwacht worden dat hij begrijpt dat strikte naleving van de regelgeving ten aanzien van wapens en munitie niet zonder reden is. De militaire kamer houdt rekening met het strafblad en met het gegeven dat verdachte zijn carrière bij Defensie graag wil voortzetten. Alles afwegende is de militaire kamer van oordeel dat een taakstraf passend is van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De militaire kamer ziet aanleiding om een (deels) onvoorwaardelijke straf op te leggen omdat dit niet de eerste keer is dat verdachte voor een soortgelijk feit wordt veroordeeld. Het voorwaardelijke gedeelte dient om verdachte aan te sporen zich steeds te vergewissen dat het voorhanden hebben van wapens en munitie gepaard gaat met het correct naleven van de regelgeving hieromtrent. De militaire kamer komt tot een lagere strafoplegging dan de eis van de officier van justitie, nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 1 en feit 3 tenlastegelegde. 8 De beoordeling van het beslag De rechtbank zal beslissen dat de in beslag genomen voorwerpen – zoals hieronder opgesomd – met betrekking tot welke feit 2 is begaan worden onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. 1 STK Wapen (omschrijving: [nummer], 22LR Anschults); 10 STK Munitie (omschrijving: [nummer], verpakt in doosje, doorboorde huls, goud); 1 STK Wapen (omschrijving: [nummer], patroonband, kop van de patroon is intact, slaghoedje is intact) ( excl. patroonband ); 1 STK Munitie (omschrijving: [nummer], 8 munitie 30.06) ( excl. 3 clips ); 2 STK Munitie (omschrijving: [nummer], los aangetroffen, goud); 2 STK Wapen (omschrijving: [nummer], zwart); 1 STK Geweer (omschrijving: [nummer], onklaar gemaakt, Mosin-nagant); 1 STK Pistool (omschrijving: [nummer], zwart, merk: Walther); 1 STK Munitie (omschrijving: [nummer], scherp 30.06, goud); 4 STK Munitie (omschrijving: [nummer], in een doosje); 1 STK Munitie (omschrijving: [nummer], scherp patroon); 1 STK Huls (omschrijving: [nummer], beschadigd); 1 STK Munitie (omschrijving: [nummer], scherp patroon); 6 STK Patroon (omschrijving: [nummer]); 2 STK Munitie (omschrijving: [nummer]); 1 STK Patroon (omschrijving: [nummer]); 2 STK Munitie (omschrijving: [nummer]); 1 STK Munitie (omschrijving: [nummer]); 1 STK Munitie (omschrijving: [nummer], scherpe