Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-06-25
ECLI:NL:RBGEL:2025:7454
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,262 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/452046 / HA ZA 25-218
Vonnis van 25 juni 2025
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
ELECTRONIC-SHOP S.À.R.L.,
gevestigd te Niederanven, Luxemburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Electronic-Shop,
advocaat: mr. J.K.A. van Loo te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1. RPH B.V.,
gevestigd te Overbetuwe,2. [gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: RPH c.s.,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen;
- het tegen RPH c.s. verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Electronic-Shop heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.2.
Electronic-Shop is gevestigd in Luxemburg. Dat betekent dat de zaak een internationaal karakter draagt. Gelet hierop ligt allereerst de vraag voor of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het geschil is een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012. De rechtsmacht moet dus aan de hand van deze verordening worden beoordeeld. Ingevolge artikel 4 lid 1 van deze verordening moeten zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Dit betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Deze rechtbank is ingevolge het bepaalde in het Wetboek van rechtsvordering absoluut en relatief bevoegd.
2.3.
De vorderingen van Electronic-Shop zijn gegrond op een overeenkomst van (ver)koop en levering van roerende zaken. Op grond van het bepaalde in het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (het Weens Koopverdrag) en het bepaalde in Verordening (EU) Nr. 593/2008 is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is.
Beoordeling
2.4.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.5.
RPH c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Electronic-Shop worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,47
- griffierecht
€
2.995,00
- salaris advocaat
€
786,00
(1 punt × € 786,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.103,47.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt RPH c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, om aan Electronic-Shop te betalen een bedrag van € 27.999,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 26.925,00, met ingang van 4 mei 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt RPH c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten van € 4.103,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als RPH c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 25 juni 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. I.W.M. Olthof.