Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-05-26
ECLI:NL:RBGEL:2025:6774
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,256 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/450088 / KG ZA 25-106
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 26 mei 2025
in de zaak van
1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [gezamenlijke eisers] ,
advocaat: mr. K.W.A. Wools,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
verschenen in persoon.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Arnhem.
De zaak wordt behandeld door mr. D.T. Boks, voorzieningenrechter, en [naam] als griffier.
Aanwezig zijn:
- [gezamenlijke eisers] , bijgestaan door mr. Wools voornoemd,
- [gedaagde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1De gronden van de beslissing
1.1.
Partijen zijn buren van elkaar. [gezamenlijke eisers] zijn eigenaar van het
perceel met daarop een woning op het adres [adres] . [gedaagde] is eigenaar van het perceel met daarop een woning op het adres [adres 2] . Aan de achtergevel in de punt van het dak van de woning van [gedaagde] hangt een 360-graden-draaibare camera. Op 9 februari 2025 heeft [gedaagde] de achtertuin van [gezamenlijke eisers] betreden.
1.2.
[gezamenlijke eisers] vorderen in dit kort geding -samengevat- veroordeling van [gedaagde] tot verwijdering van de camera aan de achtergevel van zijn woning en een verbod om zonder toestemming van [gezamenlijke eisers] het perceel van [gezamenlijke eisers] te betreden, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
De camera
1.3.
Uitgangspunt is dat de eigenaar van een perceel in beginsel camera’s mag plaatsen ter beveiliging van zijn woning en perceel. Dit recht is echter niet onbegrensd. Met camera’s die zicht verschaffen op het perceel van de buren wordt in beginsel een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van die buren. Dat is onrechtmatig, behalve als daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. Of er een rechtvaardigingsgrond is, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval en onder afweging van de ernst van de inbreuk enerzijds en de belangen die met de inbreuk makende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend anderzijds.
1.4.
Niet betwist is dat er een 360-camera aan de achtergevel van de woning van [gedaagde] hangt en voldoende aannemelijk is geworden dat met die camera een deel van de achtertuin van [gezamenlijke eisers] in beeld kán worden gebracht. Dat volgt uit de door [gezamenlijke eisers] overgelegde foto’s. [gedaagde] stelt dat het wellicht één keer is gebeurd dat de camera is gedraaid richting het perceel van [gezamenlijke eisers] , maar dat doet er niet toe. Het doet er ook niet toe of dit door de wind is gebeurd of door een (ander) persoon. Waar het om gaat is dat de technische mogelijkheden van de camera zo zijn dat daarmee inbreuk kan worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [gezamenlijke eisers] [gedaagde] heeft nog gewezen op een laurierstruik die zou maken dat er geen zicht is op het perceel van [gezamenlijke eisers] maar nog daargelaten dat die laurierstruik geen duurzame oplossing biedt, heeft hij deze stelling verder ook niet onderbouwd. Hij heeft ook niet meegewerkt aan een onderzoek van een deurwaarder, zoals verzocht door [gezamenlijke eisers] Een en ander leidt tot de conclusie dat uitgangspunt is dat [gezamenlijke eisers] worden gestoord in hun recht om onbespied in hun eigen tuin te verblijven.
1.5.
Dit levert in beginsel een onrechtmatige daad op. Als rechtvaardiging heeft [gedaagde] nog aangevoerd dat hij de camera’s gebruikt om zijn eigen schuur te bewaken. Deze rechtvaardigingsgrond ziet echter alleen op zijn eigen perceel en biedt geen rechtvaardiging om ook een camera te richten op het perceel van de buren. Bovendien zijn er andere manieren om het perceel te bewaken, bijvoorbeeld door het gebruik van een camera met een vast beeld op een andere, lagere positie. Dat [gedaagde] hiervoor kabels moet verleggen maakt dit niet anders. In het verleden is ook nog gesproken over het plaatsen van een kapje over de 360-camera maar de realiteit is dat dit geen afdoende oplossing is gebleken. Gelet op het voorgaande zal de vordering tot verwijdering van de camera worden toegewezen.
De toegang tot het perceel van [gezamenlijke eisers]
1.6.
Ingevolge artikel 5:22 BW mogen [gezamenlijke eisers] eenieder verbieden om zich zonder hun toestemming op hun perceel te verbieden, mits dit op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. Niet betwist is dat [gedaagde] recentelijk meerdere keren het perceel van [gezamenlijke eisers] heeft betreden terwijl door [gezamenlijke eisers] duidelijk is aangegeven dat zij daar hem daar niet wensen. [gedaagde] voert aan dat toegang nodig was om een brief te bezorgen maar daar zijn ook andere methodes voor. Hij had ervoor kunnen kiezen om de brief aangetekend te versturen als hij bang was dat post in de brievenbus niet bij de buren zou aankomen. Verder heeft hij zelf erkend dat hij recentelijk op het perceel van de buren is geweest om camerabeelden uit te lokken en dat hij daarbij bewust planten heeft vertrapt. Gelet op deze incidenten en de verder volkomen verstoorde verhouding tussen partijen is er voldoende grond om [gedaagde] te verbieden het perceel van [gezamenlijke eisers] te betreden.
1.7.
Beide veroordelingen zullen op de hierna te vermelden wijze worden versterkt met een dwangsom.
Eigen vorderingen [gedaagde]
1.8.
Uit het door [gedaagde] overgelegde stuk blijkt dat hij eigen vorderingen wenst in te stellen jegens [gezamenlijke eisers] alsmede tegen (het kantoor van) mr. Wools. [gedaagde] is in persoon in dit geding verschenen. Op grond van artikel 6.1. van het Procesreglement
kort gedingen rechtbanken kan in familiezaken en in handelszaken een tegenvordering alleen worden ingesteld door een partij die bij advocaat is verschenen. Dat betekent dat [gedaagde] in deze procedure geen eigen vorderingen kan instellen. Dit brengt met zich dat de vorderingen van [gedaagde] verder geen bespreking meer behoeven. Nog afgezien van het voorgaande is mr. Wools geen partij in deze procedure, zodat [gedaagde] ook om die reden geen vorderingen tegen mr. Wools kan richten.
Proceskosten
1.9.
[gedaagde] krijgt ongelijk. Hij moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gezamenlijke eisers] betalen.
Dictum
De voorzieningenrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen een week na betekening van dit vonnis de camera aan de achterzijde van zijn woning aan de [adres 2] te verwijderen en verwijderd te houden,
2.2.
verbiedt [gedaagde] om zonder voorafgaande toestemming van [gezamenlijke eisers] het perceel van [gezamenlijke eisers] aan de [adres] te betreden,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [gezamenlijke eisers] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordelingen onder 2.1 en 2.2 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
2.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.761,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
2.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
2.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.