Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-07-11
ECLI:NL:RBGEL:2025:5913
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,376 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 10960948 \ CV EXPL 24-761
Vonnis van 11 juli 2025
in de zaak van
[eiser in conv]
,
te [woonplaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conv],
gemachtigde: mr. D. Procé,
tegen
DIYON B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: Diyon,
vertegenwoordigd door de [naam 1].
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 april 2025;
- akte uitlaten van de kant van [eiser in conv] van 9 mei 2025;
1.2.
Omdat Diyon op 6 juni 2025 niet heeft gereageerd, is opnieuw vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
in conventie
2.1.
De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 11 april 2025. Bij dit tussenvonnis is aan [eiser in conv] de gelegenheid geboden de kosten die gepaard gaan met het herstel van de zonnepanelen installatie te benoemen en te onderbouwen. Voorts mag [eiser in conv] zich uitlaten over de hoogte van de hoofdsom waarover hij de buitengerechtelijke incassokosten heeft berekend. [eiser in conv] heeft zich hierover bij akte van 9 mei 2025 uitgelaten.
Nieuwe zonnepanelen installatie
2.2.
Bij akte heeft [eiser in conv] een nadere toelichting gegeven op zijn vordering tot betaling van een vervangende schadevergoeding. Hij baseert zich daarbij op het rapport van [bedrijf 1]. Aan [bedrijf 1] zou destijds zijn gevraagd wat de kosten zouden zijn om alsnog een zonnepanelen installatie te leveren en te plaatsen conform hetgeen met Diyon is overeengekomen. [bedrijf 1] heeft deze kosten begroot op € 9.350,00. Hieronder valt het volledig demonteren en afvoeren van de bestaande installatie en het leveren en plaatsen van de overeengekomen panelen, aldus [eiser in conv]. Met de brieven van 22 december 2023 en 15 januari 2024 heeft (de gemachtigde van) [eiser in conv] dit ook bedoeld.
2.3.
Diyon heeft hierop niet meer gereageerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het voorgaande. De kantonrechter zal dan ook een bedrag van € 9.350,00 toewijzen.
2.4.
[eiser in conv] vordert ook de wettelijke rente over de vervangende schadevergoeding. [eiser in conv] heeft Diyon in zijn brief van 15 januari 2024 gesommeerd tot betaling van de vervangende schadevergoeding binnen veertien dagen. De betaling is uitgebleven. Diyon is daarom de wettelijke rente over de vervangende schadevergoeding verschuldigd met ingang van 29 januari 2024 (zijnde de datum met ingang waarvan zij inzake de betaling van de vervangende schadevergoeding in verzuim verkeren) tot de voldoening.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.5.
[eiser in conv] heeft bij akte een nadere toelichting gegeven over de buitengerechtelijke incassokosten. [eiser in conv] heeft deze kosten in eerste instantie berekend over de optelsom van € 9.350,00, € 381,15 en € 577,38. Vooruitlopend op de afwijzing van het bedrag van € 381,15, baseert [eiser in conv] de incassokosten alleen op het totaal van € 9.350,00 en € 577,38. Dit komt neer op een bedrag van € 1.054,36 inclusief btw. Dit bedrag is conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en wordt geacht redelijk te zijn. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
2.6.
Diyon is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser in conv] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
135,97
- griffierecht
€
248,00
- salaris gemachtigde
€
1.218,00
(3 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
€
1.736,97
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
2.8.
De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 11 april 2025 en wijst de vorderingen in reconventie af.
2.9.
Diyon moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser in conv] worden begroot op € 339,00 (2 punten × factor 0,5 × € 339,00) aan salaris gemachtigde.
2.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
3.1.
veroordeelt Diyon om aan [eiser in conv] te betalen een bedrag van € 9.350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 29 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt Diyon om aan [eiser in conv] te betalen een bedrag van € 577,38, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 12 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt Diyon om aan [eiser in conv] te betalen een bedrag van € 1.054,36 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 12 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt Diyon in de proceskosten van € 1.736,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Diyon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
veroordeelt Diyon tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
3.8.
wijst de vorderingen van Diyon af,
3.9.
veroordeelt Diyon in de proceskosten van € 339,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Diyon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.10.
veroordeelt Diyon tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.11.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op
11 juli 2025.
44356 / 61525