Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-01-23
ECLI:NL:RBGEL:2025:549
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,015 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:549 text/xml public 2026-03-23T16:14:53 2025-01-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-01-23 05.133986.24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zutphen Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:549 text/html public 2026-03-23T15:35:47 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:549 Rechtbank Gelderland , 23-01-2025 / 05.133986.24 Veroordeling 6WVW. Hardloper aangereden ondanks reflecterende kleding met lichtjes. Aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag. Niet bewezen dat telefoongebruik aan ongeval heeft bijgedragen, nu wel is gebleken dat veroordeelde voorafgaand aan de aanrijding de telefoon gebruikte, maar niet op het moment van de aanrijding. Werkstraf 120 uur en 6 maanden OBM. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/133986-24 Datum uitspraak : 23 januari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats], wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats]. raadsman: mr. J.W.M. Soentjens, advocaat in ’s-Heerenberg. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 19 december 2023 te Netterden in de gemeente Oude IJsselstreek, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Gendringen, gaande in de richting van Netterden, daarmede heeft gereden over de Netterdensestraat, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl zij ter plaatse bekend was en/of terwijl het donker was en/of terwijl het voorwaartse zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd en/of die weg (de Netterdenseweg), voorafgaand aan de plaats van het ongeval, een lang recht verloop heeft en/of terwijl een voetganger/persoon voor haar, verdachte, op die weg (de Netterdenseweg) liep/rende en/of terwijl die voetganger/persoon een reflecterend harnas met verlichting en/of knipperende, reflecterende banden om haar beide armen droeg en/of (aldus) goed zichtbaar was en/of terwijl die voetganger/persoon over een langere afstand en/of gedurende een langere tijd voor verdachte zichtbaar was, tijdens het besturen van dit voertuig en/of kort voor het ongeval een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft gebruikt en/of bediend en/of haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op de (verkeers)situatie ter plaatse en/of het overige verkeer heeft gericht en/of niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op de (verkeers)situatie ter plaatse en/of de/het direct voor haar gelegen weggedeelte(n) van die weg en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door haar bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, die voetganger/persoon, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: IJsselstreek, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Gendringen, gaande in de richting van Netterden, daarmede heeft gereden over de Netterdensestraat, terwijl zij ter plaatse bekend was en/of terwijl het donker was en/of terwijl het voorwaartse zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd en/of die weg (de Netterdenseweg), voorafgaand aan de plaats van het ongeval, een lang recht verloop heeft en/of terwijl een voetganger/persoon voor haar, verdachte, op die weg (de Netterdenseweg) liep/rende en/of terwijl die voetganger/persoon een reflecterend harnas met verlichting en/of knipperende, reflecterende banden om haar beide armen droeg en/of (aldus) goed zichtbaar was en/of terwijl die voetganger/persoon over een langere afstand en/of gedurende een langere tijd voor verdachte zichtbaar was, tijdens het besturen van dit voertuig en/of kort voor het ongeval een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft gebruikt en/of bediend en/of haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op de (verkeers)situatie ter plaatse en/of het overige verkeer heeft gericht en/of niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op de (verkeers)situatie ter plaatse en/of de/het direct voor haar gelegen weggedeelte(n) van die weg en/of het zich daarop bevindende verkeer en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door haar bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, die voetganger/persoon, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: zij op of omstreeks 19 december 2023 te Netterden, gemeente Oude IJsselstreek als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Netterdensestraat, haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was om haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is zij gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voetganger/persoon; 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 19 december 2023 was [slachtoffer] in Netterden op de Netterdenseweg ’s ochtends vroeg in het donker aan het hardlopen. Zij droeg witte verlichting voor en rode verlichting achter op een reflecterend harnas. Ook had zij om beide armen rood-knipperende reflecterende lichtbanden. Terwijl zij vanuit de richting Gendringen in de richting van Netterden aan de rechterkant van de weg rende, is zij van achteren aangereden door een personenauto, bestuurd door verdachte. De Netterdensestraat bestaat uit één rijbaan met aan beide zijden van de rijbaan een fietssuggestiestrook. Op het gedeelte voorafgaand aan de plaats van het ongeluk is het een lange rechte weg en verdachtes zicht naar voren werd niet belemmerd. Verdachte was bekend met de weg ter plaatse. Een getuige vond [slachtoffer] even later. Ze lag bewusteloos op haar zij, een klein stukje in het gras naast de bermblokken. De getuige zag dat ze een veiligheidshesje aan had met knipperende gekleurde lampjes. Als gevolg van het ongeluk heeft [slachtoffer] meerdere breuken opgelopen in haar gezicht en een breuk in haar gehoorgang. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, met dien verstande dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden. De officier van justitie neemt daarbij mede in aanmerking dat verdachte tijdens het rijden haar telefoon heeft bediend. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, omdat verdachte tijdens het ongeval niet haar telefoon bediende.
Volledig
De raadsman heeft geen verweer gevoerd tegen bewezenverklaring van het subsidiair of meer subsidiair ten laste gelegde. Beoordeling door de rechtbank Het letsel van [slachtoffer] moet naar het oordeel van de rechtbank naar zijn aard worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij moet gekeken worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de WVW. De politie heeft zowel de telefoon van verdachte als de Garmin activiteitentracker (sporthorloge) van [slachtoffer] onderzocht. Onder meer volgt uit dit onderzoek dat [slachtoffer] was begonnen met hardlopen om 06:37:23 uur. Om 06:38.51 was de Garmin nog in beweging, om 06:38.59 niet meer, zodat de aanrijding moet zijn gebeurd tussen die laatste twee tijdstippen. Verdachte reed toen al op de Netterdensestraat. [slachtoffer] was dus al ruim een minuut aan het hardlopen toen zij door verdachte van achteren werd aangereden. Daaruit volgt dat verdachte al geruime tijd heeft kunnen zien dat er recht voor haar iemand hardliep, zeker nu die persoon reflecterende kleding met knipperende lichtjes droeg. Desondanks heeft zij [slachtoffer] niet gezien, zelfs niet toen zij haar aanreed. De conclusie daaruit is dat verdachte onvoldoende heeft gelet of is blijven letten op de weg die voor haar lag. Dit terwijl een provinciale weg als de Netterdensestraat, met maar één rijstrook voor verkeer uit beide richtingen en met aan beide zijden fietssuggestiestroken, bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid van weggebruikers vraagt. De rechtbank kwalificeert dit als aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag van dien aard dat zij het primair tenlastegelegde bewezen acht. De rechtbank acht niet bewezen dat het telefoongebruik van verdachte heeft bijgedragen aan de aanrijding. Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt dat zij tijdens de aanrijding haar telefoon niet heeft bediend. Dat heeft zij wel voorafgaand aan de aanrijding gedaan, tijdens het rijden, maar uit het onderzoek volgt dat verdachtes telefoon werd vergrendeld om 06.38.45. Dat is dus tussen de 6 en 14 seconden vóór de aanrijding. Dat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om een rechtstreeks verband met de aanrijding te kunnen vaststellen. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: zij op of omstreeks 19 december 2023 te Netterden in de gemeente Oude IJsselstreek, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurster van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Gendringen, gaande in de richting van Netterden, daarmede heeft gereden over de Netterdensestraat, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl zij ter plaatse bekend was en /of terwijl het donker was en /of terwijl het voorwaartse zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd en /of die weg (de Netterdenseweg), voorafgaand aan de plaats van het ongeval, een lang recht verloop heeft en /of terwijl een voetganger/ persoon voor haar, verdachte, op die weg (de Netterdenseweg) liep/ rende en /of terwijl die voetganger/ persoon een reflecterend harnas met verlichting en /of knipperende, reflecterende banden om haar beide armen droeg en /of (aldus) goed zichtbaar was en /of terwijl die voetganger/ persoon over een langere afstand en /of gedurende een langere tijd voor verdachte zichtbaar was, tijdens het besturen van dit voertuig en/of kort voor het ongeval een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft gebruikt en/of bediend en/of haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op de (verkeers)situatie ter plaatse en /of het overige verkeer heeft gericht en /of niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op de (verkeers)situatie ter plaatse en /of de/ het direct voor haar gelegen weggedeelte (n) van die weg en /of het zich daarop bevindende verkeer en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door haar bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, die voetganger/ persoon, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht. dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: primair: Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van zes (6) maanden, met een proeftijd van twee (2) jaar. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat in geval van een veroordeling voor het primair ten laste gelegde aan verdachte een lagere straf wordt opgelegd, mede gelet op het tijdsverloop. Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat een eventuele rijontzegging voorwaardelijk wordt opgelegd. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig gereden, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het ongeluk heeft grote gevolgen gehad voor het slachtoffer, zoals ook blijkt uit het op de zitting uitgeoefende spreekrecht. Naar het oordeel van de rechtbank zijn voor dit feit een werkstraf en een onvoorwaardelijke rijontzegging op zijn plaats. Voor wat betreft de hoogte en de duur ervan neemt de rechtbank de LOVS-oriëntatiepunten tot uitgangspunt. Die komen overeen met de eis van de officier van justitie. De rechtbank ziet in het dossier,het verhandelde ter zitting en het tijdsverloop geen aanleiding om van het uitgangspunt af te wijken en zal een straf opleggen conform de eis van de officier van justitie. 8 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: - 9, 22 c en 22d van het Wetboek van Strafrecht; - 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.