Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-07-01
ECLI:NL:RBGEL:2025:5255
Civiel recht
Verschoning
961 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/453417 / KG RK 25-523
Dictum
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer C/05/440123 / HA ZA 24-436 tussen [eisende partij] als eisende partij en [gedaagde partij] als gedaagde partij.
Procesverloop
De rechter heeft op 26 juni 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.
2Het verschoningsverzoek
De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat hij in het verleden (tot 1998) compagnon is geweest in dezelfde maatschap als mr. C.J. van Dijk, de advocaat van gedaagde partij [gedaagde partij]., en dat zij sindsdien bevriend zijn.
Beoordeling
3.1.
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
3.2.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, te weten als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend (de objectieve toets).
3.3.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
3.4.
Het door de rechter aangevoerde feit dat hij bevriend is met de advocaat van één van de partijen, kan echter wel de schijn van partijdigheid van de rechter in voornoemde procedure in het leven roepen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.
Dictum
De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. O. Nijhuis toe, en verstaat dat in de zaak met procedurenummer C/05/440123 / HA ZA 24-436 een andere rechter zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.P.T. Blokhuis, voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en mr. F.M.C. Boesberg, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 1 juli 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.