Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-05-01
ECLI:NL:RBGEL:2025:3947
Civiel recht
Verschoning
989 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/450928 / KG RK 25-374
Dictum
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. M.C. van der Mei,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
in haar hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer 437424 HA ZA 24-325 tussen [partij 1] , [partij 2] en [partij 3] tegen [partij 4] [partij 5] en [partij 6] .
Procesverloop
De rechter heeft op 29 april 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.
2Het verschoningsverzoek
De rechter heeft aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd – kort gezegd – dat bij haar bij de voorbereiding van de mondelinge behandeling van de zaak het vermoeden is ontstaan dat een van de procespartijen een cliënt is van [… 1] , die werkzaam is als [… 2] . Concreet is dit vermoeden ontstaan tijdens het lezen van de producties. Bij navraag aan [… 1] bleek dit vermoeden juist te zijn, zodat de rechter zich niet vrij voelt staan om deze zaak te behandelen.
Beoordeling
3.1.
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
3.2.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, te weten als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend (de objectieve toets).
3.3.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat zij van oordeel is dat zij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
3.4.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen.
De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.
Dictum
De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. M.C. van der Mei toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. L.M. Vogel en mr. A.F. Germs-de Goede, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.