Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-01-21
ECLI:NL:RBGEL:2025:389
Strafrecht
Beschikking
4,034 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:389 text/xml public 2026-03-23T13:23:53 2025-01-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-01-21 05.003044.20 Uitspraak Beschikking NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:389 text/html public 2026-03-23T13:21:19 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:389 Rechtbank Gelderland , 21-01-2025 / 05.003044.20 Jeugdstrafrecht. Afwijzing van de vordering er verlenging van de PIJ-maatregel met 12 maanden. Er is sprake van een vastgelopen behandelrelatie. De verlenging van de PIJ-maatregel zal niet leiden tot een positieve ontwikkeling van betrokkene. Er is bovendien geen concreet plan voorhanden. RECHTBANK GELDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Arnhem parketnummer : 05-003044-20 datum uitspraak: 21 januari 2025 Beslissing op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken (ex artikel 6:2:22 jo 6:6:31 Wetboek van Strafvordering) in de strafzaak tegen de verdachte: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (Somalië), , nu gedetineerd in [FC] . Raadsvrouw mr. J.M. Buchel, advocaat in Zandvoort. De procedure De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij vonnis van 7 juli 2020 aan betrokkene de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) opgelegd. Betrokkene is bij dit vonnis veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep, belediging van een politieambtenaar, twee bedreigingen waarvan één met een mes, twee vernielingen, een woninginbraak en een inbraak in een auto en een poging tot afpersing met geweld. De termijn van de maatregel is ingegaan op 21 juli 2020. Bij beschikking van deze rechtbank van 19 augustus 2022 is de PIJ-maatregel verlengd voor de duur van twee jaar. Bij beschikking van deze rechtbank van 23 juli 2024 is de PIJ-maatregel opnieuw verlengd, ditmaal voor de duur van zes maanden. De officier van justitie heeft op 21 november 2024 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met twaalf maanden. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder: - het PIJ-verlengingsadvies van [FC] van 24 oktober 2024; - het elfde perspectiefplan van 19 november 2024; - de e-mail van mr. J.M. Buchel van 2 januari 2025, met bijlagen; - de brief van de heer M. Haveman, [functie] van [FC] , van 6 januari 2025; - een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene. Tijdens de zitting van 7 januari 2025 zijn gehoord: - betrokkene; - zijn raadsvrouw; - de deskundige de heer M. Haveman ( [FC] ); - de deskundige de heer N. Leunissen ( [FC] ); - de deskundige de heer R. Keijzers (Reclassering Nederland); - de officier van justitie. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd. De vorige beschikking van de rechtbank was weliswaar duidelijk maar gaf ook aan dat een half jaar later de balans moest worden opgemaakt. De officier van justitie is van mening dat behandeling nog steeds noodzakelijk is. Betrokkene heeft zich tot dusver onvoldoende bereid getoond om behandeling aan te gaan. Ook is er nog altijd een groot gevaar op herhaling van geweld. Onder druk wordt duidelijk dat betrokkene nog onvoldoende goede copingsvaardigheden heeft. De officier van justitie ziet binnen de maatregel voldoende perspectief voor betrokkene om zich positief te ontwikkelen. Het standpunt van betrokkene Betrokkene geeft aan dat hij al wel dacht dat het zo zou gaan en dat er een spel met hem is gespeeld. Dat het tijdens de observatie wel goed ging, komt omdat daar echt naar hem werd geluisterd. Namens betrokkene is de rechtbank verzocht om de PIJ-maatregel per direct voorwaardelijk te beëindigen. Betrokkene heeft wel degelijk goed gedrag laten zien maar is telkens repressief benaderd. Door het ontbreken van perspectief is betrokkene gedemoraliseerd en gedemotiveerd geraakt. De JJI is behandelonmachtig gebleken en het is niet aan betrokkene te wijten dat het traject is gestagneerd. Er is geen reden om aan te nemen dat dit bij een verlenging van de maatregel nog gaat veranderen. Verlenging van de PIJ-maatregel is daarom niet in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. Het is mogelijk om de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen, zonder Scholings- en Trainingsprogramma (STP) en zonder het gewenste verloftraject (ECLI:NL:RBNHO:2024:9584). Betrokkene kan wonen in de woning van zijn vader. Hij heeft dagbesteding gevonden in de vorm van vrijwilligerswerk bij de dierenambulance. Betrokkene neemt consequent zijn medicijnen voor ADHD en is gestopt met blowen. Gezien de aard van de delicten, de lange duur van de maatregel en de ontwikkelingen van de afgelopen maanden is een verlenging bovendien strijdig met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Het advies van de deskundigen [FC] Uit het PIJ-verlengingsadvies volgt dat het risico van gewelddadige recidive op basis van de systematiek van de SAVRY als hoog wordt gezien. De kernproblematiek van betrokkene bestaat erin dat hij sterke negatieve overtuigingen kent, waarbij hij de intenties van anderen negatief interpreteert en zich snel benadeeld voelt. Indien deze overtuigingen geactiveerd worden, wordt betrokkene snel boos en heeft hij onvoldoende adequate copingsvaardigheden om hiermee om te gaan. Betrokkene is geneigd om op dergelijke momenten te reageren met verbale dan wel fysieke agressie. Hierbij draagt de impulsiviteit die voorkomt uit de zeer aanwezige ADHD bij aan de reactieve agressie. Betrokkene heeft daarnaast onvoldoende probleembesef en externaliseert de oorzaken van zijn gedrag. Betrokkene heeft gedurende de PIJ-maatregel nog onvoldoende weten te profiteren van behandeling van zijn kernproblematiek, waardoor het risico van gewelddadige recidive onverminderd hoog is. De gestagneerde PIJ-behandeling dient te worden herstart om te werken aan de vermindering van risicofactoren. Het advies luidt om de PIJ-maatregel met de maximaal mogelijke duur van 19 maanden te verlengen. Uit het elfde perspectiefplan van 19 november 2024 volgt dat bij betrokkene in classificerende zin sprake van ADHD overwegend hyperactief-impulsieve type, ernstig, een stoornis in het gebruik van cannabis, ernst onbekend, in vroege remissie in gecontroleerde omstandigheden en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale kenmerken. Betrokkene is in het [FC] gestart op de groep [afdeling 1] . Na enige tijd ging betrokkene meer zelfbepalend gedrag vertonen en stelde hij zich dwingend, dreigend of agressief op. Het heeft geleid tot meerdere impulsieve uitbarstingen. Op 16 juli 2024 is betrokkene overgeplaatst naar langverblijfafdeling [afdeling 2] . Het zelfbepalende, drukke en soms dreigende gedrag nam op deze afdeling toe. De begeleiding van betrokkene werd als zeer intensief ervaren. Er zijn verschillende incidenten geweest, waaronder een fysiek conflict met een groepsgenoot op 24 augustus 2024 waarbij betrokkene zich ook fysiek en verbaal heeft verzet tegen de begeleiders. Betrokkene is naar aanleiding van dit incident twee weken ter correctie op basisafdeling [afdeling 1] (terug)geplaatst. Vanwege onvoldoende draagkracht van de begeleiding van beide afdelingen [afdeling 1] en [afdeling 2] verblijft betrokkene sinds 22 september 2024 op kortverblijfgroep [afdeling 3] . Betrokkene heeft deze plaatsing als onterecht ervaren en stelt dat [FC] zich niet houdt aan het advies vanuit de observatierapportage. Betrokkene kan het niet goed verdragen dat hij opnieuw langere tijd geen duidelijkheid heeft over zijn perspectief. Hierdoor is sprake van oplopende spanning, maar het lukt betrokkene om de spanning te beperken tot (intense) verbale interactie. Betrokkene laat op [afdeling 3] over het algemeen positief gedrag zien richting groepsgenoten en groepsleiding. De samenwerking tussen de groepsleiding en betrokkene is intens, maar wordt door beide kanten als positief ervaren.
Volledig
In vergelijking met de verblijven op voorgaande groepen is het gedrag van betrokkene verbeterd in die zin dat hij minder voor fysiek agressieve gedragsalternatieven kiest, maar de negatieve kerncognities komen bij spanning op de voorgrond te staan. Op momenten van spanning (vooral wanneer het perspectief betreft) lukt het hem niet om adequate copingvaardigheden in te zetten. Deze dynamiek is voor hem lastig om te onderkennen, omdat hij zich slachtoffer voelt en de verantwoordelijkheid buiten zichzelf legt. Na verloop van tijd komt een mogelijke Individuele Traject Afdeling (ITA)-indicatie in beeld. Een plaatsing op een ITA is voor betrokkene onbespreekbaar, wat hij uit door zich verbaal agressief te gedragen tegen de begeleiding. Uit de aanvullende brief van 6 januari 2025 van de heer Haveman volgt dat het niet mogelijk wordt geacht om op korte termijn op verantwoorde wijze een resocialisatie traject op te starten. Omdat plaatsing op een reguliere afdeling niet houdbaar werd geacht met het oog op de veiligheid van zowel groepsgenoten als begeleiding, is betrokkene sinds 2 december 2024 geplaatst op de ITA. Het verblijf binnen de ITA kan volgens Haveman het best worden omschreven als een constante crisisplaatsing. Betrokkene gaat contact met het merendeel van de medewerkers van de afdeling uit de weg en verblijft veelal op zijn kamer, waardoor met hem geen samenwerkingsrelatie kan worden opgebouwd. Er is sprake van terugkerende incidenten, die zowel verbaal als fysiek van aard zijn en een opbouw in ernst kennen. Het huidige gedragsbeeld gaat gepaard met grote risico’s op recidive en inmiddels is duidelijk geworden dat medicatietrouw zijn onvoldoende is om het gedrag van betrokkene beheersbaar te houden. Op basis van de huidige ervaringen is de indruk dat het behandeltraject van betrokkene nog geruime tijd in beslag zal nemen en dat het restant op de maatregel nodig zal zijn om op een verantwoorde manier de gang naar buiten te bewerkstelligen. De toelichting van de deskundigen tijdens de zitting Namens [FC] is door de heer Haveman naar voren gebracht dat [FC] zich heeft in gespannen om zo goed mogelijk uitvoering te geven aan de beslissing van de rechtbank van 23 juli 2024. Hij heeft daarbij de kanttekening geplaatst dat het (op voorhand) niet realistisch was om binnen een termijn van zes maanden een verloftraject te doorlopen en te starten met een STP. Desondanks is betrokkene met voorrang op een reguliere afdeling geplaatst. Er is daarbij rekening gehouden met het adviesrapport van de Forensische Observatieafdeling (ForCa) van [FC] , waaruit volgt dat betrokkene in tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen niet licht verstandelijke beperkt is. Nog voordat de kennismakingsperiode was afgerond is sprake geweest van opeenstapelende incidenten, waardoor de behandeling vanaf het begin geen vorm heeft kunnen krijgen. De heer Haveman benadrukt dat een vastgelopen maatregel per definitie niet in het belang is van betrokkene. Maar naar buiten gaan onder de huidige omstandigheden is niet goed. De pathologie van betrokkene wordt zichtbaar onder druk. Zijn – niet constructieve – copingstijl blijft het zorgwekkende punt. De heer Leunissen van [FC] heeft benadrukt dat de plaatsing op de ITA gezien moet worden als een constante crisisplaatsing. Het dagprogramma is niet haalbaar voor betrokkene. Hij heeft de afgelopen periode meerdere malen in isolatie verbleven. Betrokkene is sinds september medicatietrouw. De heer Leunissen heeft aangegeven dat er altijd mogelijkheden zijn om het traject verder vorm te geven. Volgens hem moeten die mogelijkheden in dit geval nog worden onderzocht en zal het uitdagend en complex zijn om die mogelijkheden te vinden. De beoordeling door de rechtbank Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat: de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen; de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist; de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. De rechtbank constateert dat aan de eerste twee wettelijke vereisten voor de verlenging van de PIJ-maatregel is voldaan. De maatregel is (onder meer) opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Er is sprake van een hoog recidiverisico op geweldsdelicten. Uit de vorige beslissing van de rechtbank van 23 juli 2024 volgt dat het recidiverisico deels gerelateerd is aan de gesloten groepsgerichte setting van de JJI en wordt verhoogd wanneer betrokkene bij gebrek aan perspectief gedemoraliseerd en gedemotiveerd raakt (adviesrapport van de ForCa van [FC] van 24 juni 2024). De rechtbank constateert dat deze bevindingen van de onderzoekers van de ForCa de afgelopen zes maanden in het traject van betrokkene onderbelicht zijn gebleven. Sinds de vorige beslissing van de rechtbank heeft betrokkene grotendeels op een gesloten groepsafdeling verbleven. De herstart van de PIJ-behandeling is sindsdien nog niet van de grond gekomen, waardoor het perspectief voor betrokkene ontbroken heeft. Sterker nog, er is een neerwaartse spiraal ontstaan met als resultaat dat betrokkene al langere tijd (ondanks negatief advies) op de ITA verblijft waarbij geen enkele vorm van samenwerking meer bestaat. De rechtbank onderschrijft daarbij dat de gebrekkige manier van coping van betrokkene bij oplopende spanning leidt tot dwingend gedrag dat anderen irriteert en in het slechtste geval bij betrokkene leidt tot (verbale) agressie. Ook tijdens de mondelinge behandeling was dit merkbaar. De sterke positieve kanten die betrokkene heeft, lijken op dat moment volledig onzichtbaar en voor betrokkene niet inzetbaar. Uit hetgeen dat ter terechtzitting door de deskundigen en betrokkene naar voren is gebracht concludeert de rechtbank dat deze dynamiek binnen de inmiddels langdurende maatregel niet doorbroken kon worden. Er is sprake van een vastgelopen behandelrelatie. Gelet op de dynamiek tussen betrokkene en de JJI zoals die zich de afgelopen tijd heeft gemanifesteerd, verwacht de rechtbank niet dat voortzetting van de PIJ-maatregel zal leiden tot een positieve ontwikkeling van betrokkene. Daarbij komt dat een concreet plan van aanpak hoe de herstart van de PIJ-behandeling vorm zou moeten krijgen complex wordt genoemd en vooralsnog ontbreekt. De samenwerkingsrelatie is verstoord, zo niet volledig verdwenen, en er is geen zicht op hoe deze kan worden hersteld. De rechtbank vindt dan ook dat een verlenging van de PIJ-maatregel niet langer in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de betrokkene waarbij de rechtbank rekening houdt met de inmiddels lange duur van de maatregel en het feit dat de mogelijkheden om tot verandering te komen uitgeput lijken te zijn. Zij zal de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel overeenkomstig het verzoek van de raadsvrouw afwijzen, zodat de voorwaardelijke beëindiging ingaat als bedoeld in artikel 77s, zevende lid, van het Wetboek van strafrecht (Sr). Naast de van rechtswege geldende algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 77t, eerste lid, Sr zal de rechtbank bijzondere voorwaarden die het gedrag van de betrokkene betreffen aan de beëindiging verbinden. De rechtbank erkent dat het recidiverisico op geweldsdelicten in de huidige setting hoog is en stelt vast dat het verlof-traject niet is doorlopen en het STP niet is gestart. Zij verwacht dat risico’s door het stellen van bijzondere voorwaarden kunnen worden beperkt. Daarnaast is waarschijnlijk helpend dat betrokkene in een omgeving kan gaan verblijven waar hij minder getriggerd wordt en perspectief en vertrouwen krijgt zodat hij zijn positieve eigenschappen meer kan gaan aanspreken. Ook is betrokkene zich ervan bewust dat het niet naleven van de voorwaarden of het plegen van nieuwe strafbare feiten een omzetting van maatregel kan betekenen waardoor hij weer terug bij af is.