Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-05-06
ECLI:NL:RBGEL:2025:3609
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
13,640 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/197824-24
Datum uitspraak : 6 mei 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,
wonend aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsvrouw: mr. R.M. Bissumbhar, advocaat in Barneveld.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met [slachtoffer] ,
van wie hij, verdachte, en/of zijn mededader wist(en) dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,
dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,
een of meer handelingen heeft gepleegd,
die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van
die [slachtoffer] , te weten
het betasten van de tepels en/of borsten van die [slachtoffer] en/of
het slaan en/of bewegen en/of houden van zijn/hun penis tegen het gezicht en/of lippen
van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
het betasten van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die
[slachtoffer] en/of
het betasten van de vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
het (trachten te) brengen van zijn/hun penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]
en/of
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die
bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] te weten
het betasten van de tepels en/of borsten van die [slachtoffer] en/of
het slaan en/of bewegen en/of houden van zijn/hun penis tegen het gezicht en/of lippen
van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
het betasten van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die
[slachtoffer] en/of
het betasten van de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
het (trachten te) brengen van zijn/hun penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]
waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan dat
verdachte en/of zijn mededader
(terwijl die [slachtoffer] kenbaar onder invloed was van alcohol, althans in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde,) die [slachtoffer] heeft/hebben meegenomen en/of geduwd naar een afgelegen plek en/of
(terwijl die [slachtoffer] niet bij kennis was en/of sliep, althans in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, althans zich in slapende en/of ontwakende toestand, althans in niet alerte toestand bevond en/of nadat die [slachtoffer] wakker was geworden maar zich slapende hield)
de bovenkleding van die [slachtoffer] uit en/of omhoog heeft/hebben getrokken/geduwd en/of
(met kracht) de mond van die [slachtoffer] open heeft/hebben getrokken/geduwd en/of
die [slachtoffer] op haar buik heeft/hebben gedraaid en/of
de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] uit en/of omlaag en/of opzij heeft/hebben getrokken en/of
de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of
heeft gespuugd, althans zijn speeksel heeft laten vallen op/tussen de anus en/of billen en/of vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
hij/zij (aldus) voornoemde handelingen (onverhoeds) heeft/hebben verricht zonder dat die [slachtoffer] dit kon verhinderen en/of hiertegen verzet en/of weerstand tegen kon bieden en/of
meermalen voorbij is/zijn gegaan aan de non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of misbruik heeft gemaakt van zijn/hun (fysieke) overwicht op die [slachtoffer] en/of (aldus) een voor die [slachtoffer] bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;
2.
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met [slachtoffer] ,
van wie hij, verdachte, en/of zijn mededader wist(en) dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap
leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
het betasten van de tepels en/of borsten van die [slachtoffer] en/of
het slaan en/of bewegen en/of houden van zijn/hun penis tegen het gezicht en/of lippen van die [slachtoffer] en/of
het betasten van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
het betasten van de vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
het (trachten te) brengen van zijn/hun penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]
en/of
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige
handelingen, te weten
het betasten van de tepels en/of borsten van die [slachtoffer] en/of
het slaan en/of bewegen en/of houden van zijn/hun penis tegen het gezicht en/of lippen van die [slachtoffer] en/of
het betasten van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
het betasten van de vagina
Feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
In de nacht van 13 op 14 april 2024 om ongeveer 01:00 uur was verdachte (hierna: [verdachte] ) met (onder meer) medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) en aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) in het [park] in [plaats] . [verdachte] en [medeverdachte] zagen dat [slachtoffer] heel veel alcohol had gedronken, omdat ze steeds wegviel. [verdachte] vroeg of hij de borsten van [slachtoffer] mocht aanraken, waarna hij haar borsten over haar kleding aanraakte. [slachtoffer] viel. [verdachte] en [medeverdachte] droegen haar naar een plek in het gras. [slachtoffer] kwam weer bij. [verdachte] hield zijn geslachtsdeel tegen de wang en lippen van [slachtoffer] aan. Zijn plan was dat [slachtoffer] hem zou pijpen. [slachtoffer] zat eerst nog rechtop, maar toen het geslachtsdeel van [verdachte] tegen haar lippen was viel ze weer achterover. [medeverdachte] heeft ook de borsten van [slachtoffer] betast en zijn piemel 7 tot 10 keer tegen haar gezicht geslagen. Ook heeft [medeverdachte] zijn geslachtsdeel tegen het geslachtsdeel van [slachtoffer] gewreven.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Zij heeft daarbij verwezen naar de verklaringen van [slachtoffer] , [verdachte] , [medeverdachte] en [naam 2] en de resultaten van het DNA-onderzoek.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair een integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft aangevoerd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting of seksueel binnendringen van een bewusteloze. Ook kan niet wettig worden bewezen dat sprake is van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, omdat [slachtoffer] bij bewustzijn zelf is overgegaan tot seksuele handelingen en uit het dossier niet is gebleken dat zij verbale of non-verbale signalen heeft afgegeven waaruit bleek dat zij geen seks wilde met [verdachte] .
Subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht de tweede vraag van artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering (de vraag of de verdachte strafbaar is) met ‘nee’ te beantwoorden. In het kader van dit standpunt heeft zij aangevoerd dat het leeftijdsverschil tussen [verdachte] en [slachtoffer] net 8 maanden is. De verdediging meent daarom dat de strafuitsluitingsgrond van artikel 248 lid 3 jo artikel 247 lid 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) toepasselijk is.
Beoordeling
De handelingen
De rechtbank bespreekt hieronder de handelingen in de volgorde zoals zij op de tenlastelegging staan. Omdat de rechtbank ook moet oordelen over het medeplegen wordt in de vonnissen van zowel [verdachte] als [medeverdachte] ook aangegeven welke handelingen door wie zijn begaan.
- slaan/bewegen/houden van penis tegen gezicht en/of lippen
De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] dit heeft gedaan op basis van zijn verklaring dat hij zijn geslachtsdeel tegen de wang en lippen van [slachtoffer] heeft gehouden. De rechtbank noemt hierbij als aanvullend bewijsmiddel dat [slachtoffer] heeft verklaard dat [verdachte] met zijn geslachtsdeel tegen haar gezicht sloeg.
Uit de vaststaande feiten volgt dat bewezen is dat ook [medeverdachte] met zijn penis tegen het gezicht van [slachtoffer] heeft geslagen.
- betasten borsten, tepels en billen, knijpen in billen
Uit de vaststaande feiten volgt ook dat bewezen is dat [medeverdachte] en [verdachte] de borsten van [slachtoffer] hebben betast, waaruit volgt dat ook de tepels zijn betast. De rechtbank vindt daarnaast bewezen dat [medeverdachte] de billen van [slachtoffer] heeft betast en in haar billen heeft geknepen en noemt hierbij als aanvullend bewijsmiddel dat [slachtoffer] in het informatief gesprek zeden heeft verklaard dat zij in haar billen is geknepen.
- brengen van penis in de mond
De rechtbank acht deze handeling door zowel [medeverdachte] als [verdachte] bewezen en overweegt hierover het volgende.
[slachtoffer] heeft die avond toen de politie ter plaatse kwam direct gezegd dat zij buiten bewustzijn raakte door de alcohol en dat toen ze bij kwam, ze voelde dat er een penis in haar mond werd gestopt. Uit angst deed ze alsof ze nog niet bij bewustzijn was. [slachtoffer] heeft dit herhaald en gedetailleerder verklaard in het informatief gesprek zeden. In het verhoor bij de politie heeft zij verklaard dat ze kort ‘out’ was en dat zij toen weer wakker werd. [verdachte] trok haar mond open met zijn duimen. Ze wist dat het [verdachte] was omdat hij aan het praten was en zei dat het niet lukte. [slachtoffer] voelde het geslachtsdeel van [verdachte] in haar mond gaan. Hij ging heen en weer. [verdachte] haalde zijn geslachtsdeel uit haar mond en zei dat hij hem niet stijf kreeg. Toen wou [medeverdachte] het proberen. Hij deed zijn geslachtsdeel in haar mond, ging twee keer heen en weer en was er toen klaar mee.
De rechtbank overweegt dat [slachtoffer] direct na het incident en vervolgens nog meerdere keren heeft verklaard over de seksuele handelingen die [medeverdachte] en [verdachte] bij haar hebben verricht. De verklaringen van [slachtoffer] zijn consistent en gedetailleerd op dit punt. Daarnaast is het zo dat de uitslag van het DNA-onderzoek volledig aansluit bij de verklaring van [slachtoffer] over wat er verder die avond nog is gebeurd. Dit alles brengt bij de rechtbank de overtuiging dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is.
In de verklaring van [verdachte] waaruit blijkt dat het zijn intentie was dat [slachtoffer] hem zou pijpen in het park ziet de rechtbank bovendien voldoende concreet steunbewijs om te komen tot een bewezenverklaring van het brengen van de penis in de mond van [slachtoffer] door beide jongens.
- geslachtsdeel tussen de schaamlippen van [slachtoffer]
De rechtbank is ook van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [medeverdachte] zijn geslachtsdeel tussen de schaamlippen van [slachtoffer] heeft gebracht.
[medeverdachte] heeft namelijk zelf verklaard dat hij met zijn geslachtsdeel in contact is gekomen met het geslachtsdeel van [slachtoffer] . Het tussen de schaamlippen brengen zelf heeft hij ontkend maar op dit punt wordt de verklaring van [slachtoffer] ondersteund door de resultaten van het DNA-onderzoek van het NFI. Uit dit onderzoek blijkt dat DNA van [slachtoffer] (vaginale cellen en/of menstruele secretie) is aangetroffen op de penishuid van [medeverdachte] . Dit past bij de verklaring van [slachtoffer] dat [medeverdachte] probeerde zijn geslachtsdeel in haar te forceren en dat zij voelde dat er tegen haar vagina werd aangedrukt en dat hij dat best wel lang probeerde.
De rechtbank heeft daarnaast zojuist al benoemd dat zij de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar vindt. Deze is gedetailleerd en het verloop van de gebeurtenis die zij beschrijft (zij wordt op haar buik gelegd, haar broek wordt uitgedaan, zij voelt het spuug tussen billen en vagina en voelt dan het geslachtsdeel), wordt door [medeverdachte] bevestigd in zijn tweede verhoor nadat hij geconfronteerd wordt met de DNA-resultaten.
brengen vingers in vagina, tussen schaamlippen
betasten vagina, schaamlippen, schaamstreek
De rechtbank vindt deze handelingen niet bewezen. Deze handelingen worden wel op enig moment benoemd door [slachtoffer] maar hierop is onvoldoende doorgevraagd in de aangifte en in de politieverhoren om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen dat dit is gebeurd.
Verkrachting
Van verkrachting (artikel 242 oud van het Wetboek van Strafrecht) is sprake als iemand door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid wordt gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
A. seksueel binnendringen
Door de Hoge Raad is bepaald dat elke vorm van binnendringen in het lichaam met een seksuele strekking onder de reikwijdte van artikel 242 oud Sr valt. Volgens de Hoge Raad dwingt de wetsgeschiedenis tot de opvatting dat de wetgever voor de toepassing van dit artikel geen beperking heeft willen aanbrengen in de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen. Dat strookt met de bedoeling van de bepaling, namelijk het beschermen van de (seksuele) integriteit van het lichaam. Ook ogenschijnlijk minder ernstige vormen van binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking kunnen als ingrijpende aantasting van de lichamelijke integriteit worden ervaren en kunnen even kwetsend zijn als gedwongen geslachtsgemeenschap. Ook volgt uit rechtspraak van de Hoge Raad dat sprake is van het seksueel binnendringen van het lichaam als de buitenste schaamlippen worden gepasseerd. Voor een bewezenverklaring van seksueel binnendringen is dus niet vereist dat de penis een stukje of volledig in de vagina is geweest.
De rechtbank komt tot de conclusie dat [medeverdachte] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . Zoals hiervoor is overwogen, vindt de rechtbank immers bewezen dat [medeverdachte] en [verdachte] allebei hun penis in de mond van [slachtoffer] hebben gebracht. Bovendien is bewezen dat [medeverdachte] met zijn geslachtsdeel tussen de schaamlippen van [slachtoffer] is geweest.
dwang
De rechtbank spreekt [verdachte] (en ook [medeverdachte] ) vrij van de verkrachting en licht dit als volgt toe.
Voor een verkrachting (onder artikel 242 Sr oud) is nodig dat de seksuele handelingen onder dwang plaatsvonden. Een dwangmiddel bestaat uit geweld, dreiging met geweld of een andere feitelijkheid dat gericht is op het breken van het verzet of de weerstand van het slachtoffer.
De handelingen die [medeverdachte] en [verdachte] hebben verricht (zoals het openmaken van de mond, het omdraaien van [slachtoffer] en het uitdoen van de broek) waren kennelijk gericht op het mogelijk maken van de seksuele handelingen. Het is niet gebleken dat dit met zodanige kracht is uitgevoerd dat gesproken kan worden van gewelddadige handelingen of een gewelddadige intentie die gericht was op het breken van het verzet of de weerstand van het slachtoffer. Evenmin was sprake van een dreiging met geweld.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] samen met een ander ( [medeverdachte] ) (ontuchtige) handelingen heeft verricht, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , terwijl hij wist dat zij in een staat van bewusteloosheid en verminderd bewustzijn verkeerde, zoals alternatief ten laste is gelegd onder 1 en 2.
3De bewezenverklaring
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met op 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met [slachtoffer] ,
van wie hij, verdachte, en/of zijn mededader wist(en) dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,
dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,
een of meer handelingen heeft gepleegd,
die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van
die [slachtoffer] , te weten
het betasten van de tepels en/of borsten van die [slachtoffer] en/of
het slaan en/of bewegen en/of houden van zijn/hun penis tegen het gezicht en/of lippen
van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
het betasten van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die
[slachtoffer] en/of
het betasten van de vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
het (trachten te) brengen van zijn/hun de penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]
en/of
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die
bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] te weten
het betasten van de tepels en/of borsten van die [slachtoffer] en/of
het slaan en/of bewegen en/of houden van zijn/hun penis tegen het gezicht en/of lippen
van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
het betasten van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
het brengen van zijn/hun vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die
[slachtoffer] en/of
het betasten van de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
het (trachten te) brengen van zijn/hun penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]
waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan dat
verdachte en/of zijn mededader
(terwijl die [slachtoffer] kenbaar onder invloed was van alcohol, althans in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde,) die [slachtoffer] heeft/hebben meegenomen en/of geduwd naar een afgelegen plek en/of
(terwijl die [slachtoffer] niet bij kennis was en/of sliep, althans in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, althans zich in slapende en/of ontwakende toestand, althans in niet alerte toestand bevond en/of nadat die [slachtoffer] wakker was geworden maar zich slapende hield)
de bovenkleding van die [slachtoffer] uit en/of omhoog heeft/hebben getrokken/geduwd en/of
(met kracht) de mond van die [slachtoffer] open heeft/hebben getrokken/geduwd en/of
die [slachtoffer] op haar buik heeft/hebben gedraaid en/of
de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] uit en/of omlaag en/of opzij heeft/hebben getrokken en/of
de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of
heeft gespuugd, althans zijn speeksel heeft laten vallen op/tussen de anus en/of billen en/of vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
hij/zij (aldus) voornoemde handelingen (onverhoeds) heeft/hebben verricht zonder dat die [slachtoffer] dit kon verhinderen en/of hiertegen verzet en/of weerstand tegen kon bieden en/of
meermalen voorbij is/zijn gegaan aan de non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of misbruik heeft gemaakt van zijn/hun (fysieke) overwicht op die [slachtoffer] en/of (aldus) een voor die [slachtoffer] bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;
2.
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met op 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met [slachtoffer] ,
van wie hij, verdachte, en/of zijn mededader wist(en) dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap
leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
het betasten van de tepels en/of borsten van die [slachtoffer] en/of
het slaan en/of bewegen en/of houden van zijn/hun penis tegen het gezicht en/of lippen van die [slachtoffer] en/of
het betasten van en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
het betasten van de vagina en/of schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
het (trachten te) brengen van zijn/hun de penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer]
en/of
hij in of omstreeks de periode van 13 april 2024 tot en met 14 april 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid
[slac
Feiten
de eendaadse samenloop van
met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
en
met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid en/of verminderd bewustzijn verkeert ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
.
5De strafbaarheid van de feiten
Feiten
6. De strafbaarheid van de verdachte
Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.
Gezien de bewezenverklaring behoeft het verweer van de raadsvrouw dat vanwege het leeftijdsverschil sprake is van een strafuitsluitingsgrond, geen verdere bespreking.
Motivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot de leerstraf Tools4U Verlengd en een jeugddetentie van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. De officier van justitie eist bij de voorwaardelijke jeugddetentie een proeftijd van 2 jaar onder de algemene voorwaarde dat [verdachte] geen strafbare feiten pleegt. De tijd die [medeverdachte] in verzekering heeft doorgebracht, moet van de jeugddetentie worden afgetrokken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank gevraagd om bij het bepalen van de strafmaat aansluiting te zoeken bij het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
Beoordeling
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
het uittreksel justitiële documentatie van 11 maart 2025 (het strafblad),
het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)
van 27 februari 2025.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
[medeverdachte] heeft zich samen met [verdachte] schuldig gemaakt aan het plegen van diverse seksuele handelingen bij [slachtoffer] , terwijl [slachtoffer] fors onder invloed van alcohol was en zelfs voor korte tijd buiten bewustzijn is geweest. Dit vond plaats in de nacht in een park in [plaats] .
Beide jongens hebben de borsten betast van [slachtoffer] en hebben met hun geslachtsdeel meermalen tegen haar gezicht geslagen. [medeverdachte] heeft ook de billen van [slachtoffer] betast.
Bij het plegen van de seksuele handelingen is ook sprake geweest van het binnendringen van het lichaam. Beide jongens hebben hun geslachtsdeel in de mond van [slachtoffer] gedaan en [medeverdachte] is met zijn geslachtsdeel tussen de binnenste schaamlippen van [slachtoffer] geweest. Hij heeft haar daarvoor eerst op haar buik gedraaid, haar broek naar beneden gedaan en zijn spuug op haar vagina en billen laten lopen.
[medeverdachte] en [verdachte] wisten dat [slachtoffer] erg dronken was. Hoewel [medeverdachte] en [verdachte] hebben verklaard dat zij zich zorgen maakten om de toestand van [slachtoffer] hebben zij in plaats van [slachtoffer] veilig naar huis te brengen, op een grove manier misbruik van haar gemaakt. Zij hebben bovendien geen moment bij stilgestaan bij het effect van hun handelen op [slachtoffer] en haar gevoelens.
[medeverdachte] en [verdachte] hebben door hun handelen de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] ernstig geschonden. Hierdoor is een normale en gezonde seksuele ontwikkeling waar ieder meisje recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat feiten als deze langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke gezondheid van een slachtoffer. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer] blijkt ook dat het handelen van [medeverdachte] en [verdachte] veel impact op haar heeft gehad, zowel fysiek als mentaal. Haar vertrouwen in andere mensen is erg geschaad en wel door twee jongens van wie ze dacht dat het haar vrienden waren. Het handelen van [medeverdachte] en [verdachte] zorgt bovendien voor grote gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent dit [medeverdachte] en [verdachte] zwaar aan.
De rechtbank benadrukt hierbij dat het onjuist is dat een aanleiding voor wat er is gebeurd wordt gezocht in het handelen van [slachtoffer] in de periode voor 14 april 2024 en de mogelijke boodschap die zij toen heeft afgegeven over haar bereidheid tot seksuele handelingen. Duidelijk moet zijn dat [slachtoffer] niet om deze situatie heeft gevraagd en dat door beide jongens misbruik is gemaakt van het feit dat [slachtoffer] fors onder invloed van alcohol was en zelfs voor korte tijd buiten bewustzijn was. Het blijft het voor de rechtbank onbegrijpelijk hoe [verdachte] en [medeverdachte] hebben kunnen denken dat [slachtoffer] het goed zou vinden om deze ingrijpende en onterende seksuele handelingen midden in de nacht in een parkje te ondergaan.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Volgens deze oriëntatiepunten wordt voor een feit als dit in beginsel een jeugddetentie van zes maanden opgelegd. De rechtbank neemt deze zes maanden als uitgangspunt en vindt een onvoorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats.
De rechtbank realiseert zich dat de Raad een ander advies heeft gegeven, namelijk een minimale jeugddetentie (in voorwaardelijke vorm) en daarnaast een onvoorwaardelijke werkstraf. Deze straf wordt door de Raad in pedagogische zin het meest passend gevonden. Ook realiseert de rechtbank zich de ingrijpende gevolgen van een jeugddetentie voor [verdachte] .
De rechtbank vindt het feit echter te ernstig voor een volledig voorwaardelijke straf. Daarbij komt dat het strafrecht ook de algemene preventie als strafdoel heeft. Het signaal naar de samenleving moet zijn dat wie deze feiten pleegt een detentie kan verwachten. De rechtbank heeft onvoldoende aanleiding om hiervan af te wijken in het voordeel van [verdachte] .
Naast de ernst van het feit houdt de rechtbank er bij het bepalen van de straf rekening mee dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Daarnaast heeft [verdachte] tijdens de zitting verklaard dat hij is geschrokken van wat er is gebeurd, dat hij ervan heeft geleerd, dat hij nu weet dat seks alleen akkoord is als degenen die erbij betrokken zijn aangeven het ook echt te willen en dat je niet zomaar kunt aannemen dat iemand wel akkoord zal zijn.
Dit maakt dat de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie van de volledige zes maanden te zwaar vindt. Daarnaast komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde vormen van verkrachting, zoals wel was geëist door de officier van justitie.
Alles afwegende vindt de rechtbank dat van de zes maanden jeugddetentie drie maanden voorwaardelijk moet worden opgelegd met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank vindt medeplegen bewezen en weegt de rol van [verdachte] even zwaar als die van [medeverdachte] . Daarom komt de rechtbank bij [verdachte] tot dezelfde straf als [medeverdachte] , ook al was het niet [verdachte] die met zijn geslachtsdeel tussen de binnenste schaamlippen van [slachtoffer] is gekomen.
Naast de deels voorwaardelijke jeugddetentie vindt de rechtbank het in het belang van [verdachte] dat hij de leerstraf Tools4U Verlengd Plus (met ouders) uitvoert, zoals is geadviseerd door de Raad en geëist door de officier van justitie. De rechtbank vindt dit passend omdat ook tijdens de zitting [verdachte] nog niet heeft laten zien volledig te snappen dat de ontstane situatie zijn eigen verantwoordelijkheid is geweest en niet aan [slachtoffer] te wijten was. Ook vindt de rechtbank het beeld dat in het rapport van de Raad is geschetst over de schoolgang van [verdachte] erg zorgelijk.
Door deze leerstraf leert [verdachte] sociale en cognitieve vaardigheden om recidive te voorkomen, zoals het vergroten van zijn weerbaarheid door het aangeven en leren herkennen van grenzen en het verkleinen van zijn beïnvloedbaarheid. De rechtbank vindt het van belang dat de ouders van [verdachte] worden betrokken bij deze leerstraf.
Beoordeling
Namens de benadeelde partij [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) heeft mevrouw [naam 3] in verband de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vordert € 11.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering in verband met de bepleite vrijspraak. Voor het geval de rechtbank toch tot een veroordeling komt, heeft de raadsvrouw verzocht de vordering integraal af te wijzen, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.
Beoordeling
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat tijdens de zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door het handelen van [medeverdachte] en [verdachte] is [slachtoffer] op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is mede aan [medeverdachte] toe te rekenen.
De raadsvrouw heeft bij gebrek aan onderbouwing het causaal verband tussen de ten laste gelegde feiten en de door [slachtoffer] geleden schade betwist. De rechtbank passeert dit verweer. Zij verwijst hierbij naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit volgt dat niet in alle gevallen waarin een benadeelde partij zich beroept op een aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ deze aantasting met concrete gegevens hoeft te worden onderbouwd. Een onderbouwing is niet noodzakelijk als de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie in het geval van [slachtoffer] aan de orde is.
De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 5.500,- vaststellen. De rechtbank komt daarmee tot toewijzing van een lager bedrag dan namens [slachtoffer] is gevorderd, omdat zij van oordeel is dat de in de vordering aangehaalde jurisprudentie niet vergelijkbaar is met de ten laste gelegde feiten in deze strafzaak.
Wettelijke rente
[medeverdachte] is wettelijke rente verschuldigd vanaf 14 april 2024.
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat [medeverdachte] en [verdachte] ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [medeverdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover [verdachte] de schade heeft vergoed.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door [medeverdachte] wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel alleen ziet op het toegewezen bedrag. In verband met de leeftijd van [medeverdachte] bij het begaan van de feiten zal geen gijzeling worden opgelegd.
9De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 243, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 alternatief ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:
A. een jeugddetentie voor de duur van 6 (zes) maanden;
bepaalt dat van die jeugddetentie 3 (drie) maanden niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;
een leerstraf van 35 (vijfendertig) uur, te weten Tools4U Verlengd Plus (met ouders), met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 18 (achttien) dagen;
veroordeelt verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 5.500,-(vijfduizend vijfhonderd euro) aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 april 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 5.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 april 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 (nul) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter en kinderrechter), mr. I.D. Jacobs en mr. Y. Yildiz, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. I.C.G.M. van Lammeren-van Dijck, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2025.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, dienst regionale recherche opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRBC24427, dossiernummer PL0600-2024169452, gesloten op 7 juni 2024 (persoonsdossiers), 13 juni 2024 (zaaksdossier), en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
De verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 15 april 2025 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 81, 83 en 87.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 6 november 2024 (aanvullend procesdossier).
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 126.
Het proces-verbaal informatief gesprek zeden, p. 115.
Het proces-verbaal van bevindingen, p. 106.
Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 114 e.v.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 125 en 126.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , aanvullend procesdossier p. 2.
NFI-rapport DNA onderzoek zeden d.d. 3 september 2024, p. 8.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 123 en p. 125-127.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 123 en 125.
De verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 15 april 2025.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 123 en 124, het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 81, het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 31 en de verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 15 april 2025.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 81 en 87 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 31.
HR 7 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1832, NJ 2022/5
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 123, 126 en 127.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 4 (aanvullend procesdossier).
Beoordeling
Ook was geen sprake van dwingen door een andere feitelijkheid of door bedreiging met een andere feitelijkheid. Voor het oordeel over de vraag of sprake is geweest van dwang door een andere feitelijkheid of bedreiging met een andere feitelijkheid in de zin van artikel 242 (oud) Sr verwijst de rechtbank naar jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:865) waarin is overwogen dat, om tot bewezenverklaring van een andere feitelijkheid te kunnen komen, moet worden vastgesteld dat verdachte zodanige psychische druk op het slachtoffer heeft uitgeoefend, dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten of dat verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of die dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
De rechtbank overweegt in dit verband dat [medeverdachte] in de veronderstelling was dat [slachtoffer] buiten bewustzijn was toen [medeverdachte] en [verdachte] de seksuele handelingen bij haar verrichtten. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij kort buiten bewustzijn was. Toen zij bijkwam, heeft zij zich slapende gehouden. Uit haar verklaring blijkt dat [slachtoffer] zich niet durfde te bewegen omdat zij bang was dat [medeverdachte] en [verdachte] haar pijn zouden doen of met geweld door zouden gaan met aan haar zitten en dingen in haar stoppen. Hoewel deze (passieve) reactie van [slachtoffer] ontstond door het handelen van beide verdachten, is dit onvoldoende om te kunnen spreken van het uitoefenen van een psychische druk. Ook is niet gebleken dat [slachtoffer] door [medeverdachte] en [verdachte] onder druk is gezet om alcohol te drinken waardoor zij door hun toedoen in een staat van onmacht of bewusteloosheid terecht kwam.
De rechtbank kan daarom uit de bewijsmiddelen niet afleiden dat de gedragingen van [medeverdachte] en [verdachte] waren gericht op het breken van enige vorm van verzet van [slachtoffer] of dat zij zijn voorbijgegaan aan (non-verbale) gedragingen van [slachtoffer] waaruit verzet of weerstand bleek. De rechtbank zal [medeverdachte] en [verdachte] daarom vrijspreken van de ten laste gelegde verkrachting.
Het bewustzijn van [slachtoffer]
Voor de vraag of sprake is geweest van, kort gezegd, het seksueel binnendringen en ontucht met een onmachtige, moet worden beoordeeld of [slachtoffer] ten tijde van de seksuele handelingen in een staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn verkeerde en of [medeverdachte] en [verdachte] dit wisten.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever met het opnemen van het bestanddeel verminderd bewustzijn in artikel 243 Sr heeft beoogd strafbaar te stellen het plegen van seksuele handelingen, waaronder het seksueel binnendringen, met iemand die verkeert tussen ‘waakzaamheid’ en ‘geheel van de wereld zijn’, waarbij van degene die verminderd bewust is in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij of zij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander. Bij de invulling van dit begrip kan men ook denken aan een situatie waarin een persoon zich in een roes bevindt als gevolg van het drinken van alcohol.
Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat zij erg dronken was in de nacht van 13 op 14 april 2024 en dat zij vlak voordat zij ‘out’ ging al niet meer recht kon lopen. [medeverdachte] en [verdachte] hebben verklaard dat zij wisten dat [slachtoffer] erg dronken was. Zoals hiervoor vermeld, was [slachtoffer] als gevolg van het drinken van teveel alcohol een korte tijd ‘out’ of in slaap. [medeverdachte] en [verdachte] hebben haar toen aan de enkels en polsen opgetild en op het gras gelegd. Toen zij weer bij bewustzijn kwam, voelde zij dat haar trui omhoog getrokken was. [medeverdachte] en [verdachte] zaten aan haar borsten. Daarna volgden de andere seksuele handelingen.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] op het moment dat seksuele handelingen bij haar werden verricht korte tijd buiten bewustzijn is geweest. Toen zij weer bijkwam was zij in een staat van verminderd bewustzijn door de hoeveelheid alcohol die zij had gedronken.
Het moge duidelijk zijn dat de beide jongens dit wisten. [medeverdachte] en [verdachte] hebben verklaard dat zij wisten dat [slachtoffer] erg dronken was. [verdachte] heeft hierover zelfs verklaard dat [slachtoffer] helemaal weg was. Ze had zoveel gedronken dat ze steeds wegviel. [verdachte] heeft er nog over gedacht om een ambulance te bellen, omdat hij het niet goed vond.
Gelet op de verklaring van [slachtoffer] acht de rechtbank het overigens waarschijnlijk dat bij [slachtoffer] ook sprake was van de zogenaamde ‘freeze-reactie’ die volgens het Centrum Seksueel Geweld voorkomt bij 70% van de slachtoffers van seksueel misbruik.
De rechtbank merkt daarbij op dat niet hoeft te worden vastgesteld dat het verminderd bewustzijn tot gevolg had dat [slachtoffer] minder goed in staat was om haar wil te bepalen of kenbaar te maken.
Gelet op de bewusteloosheid en het verminderde bewustzijn van [slachtoffer] op het moment dat de seksuele handelingen door [medeverdachte] en [verdachte] werden gepleegd, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van zowel het onder 1 ten laste gelegde seksueel binnendringen van een onmachtige als het onder 2 ten laste gelegde plegen van ontuchtige handelingen met een onmachtige.
Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende over de ‘vrijwilligheid’.
[medeverdachte] heeft verklaard dat het niet zijn intentie was om [slachtoffer] kwaad te doen. Door zijn handelen heeft hij echter misbruik gemaakt van haar toestand en haar wel kwaad gedaan en dat had hij kunnen en moeten weten.
[verdachte] heeft verklaard dat [slachtoffer] bij bewustzijn was en dat zij toen ‘dronkerig’ instemde met het betasten van haar borsten. Ook zou zij zelf de broek van [verdachte] hebben opengemaakt en zijn piemel hebben vastgepakt. De rechtbank acht dit niet geloofwaardig. [slachtoffer] was zo dronken dat zij nauwelijks rechtop kon staan, laat staan om – zittend op het gras en steunend op één arm - een motorisch ingewikkelde handeling uit te voeren als het openmaken van een knoop van een broek. Ook is [verdachte] de enige die dit verklaart en wordt dit niet bevestigd door [medeverdachte] of [slachtoffer] .
Gezien de zeer dronken toestand van [slachtoffer] was van welke vorm van instemming dan ook geen sprake. Het blijft voor de rechtbank onbegrijpelijk hoe [verdachte] en [medeverdachte] hebben kunnen denken dat [slachtoffer] in deze toestand het goed zou vinden om deze ingrijpende en onterende seksuele handelingen midden in de nacht in een parkje te ondergaan. Dit wordt ook niet anders doordat [slachtoffer] mogelijk in de periode die voorafging aan 15 april een bereidheid heeft getoond tot seksuele handelingen of deze al eerder (met één van de beide jongens) had gedaan.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat bij [medeverdachte] en [verdachte] sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot het begaan van de hiervoor genoemde feiten, waardoor van medeplegen kan worden gesproken. Zij overweegt hierover het volgende.
[slachtoffer] heeft verklaard dat [verdachte] aan haar vroeg of hij aan haar tiet mocht zitten. [slachtoffer] zei: ‘What the fuck’. [verdachte] vroeg het nog een keer, maar [slachtoffer] reageerde niet. [medeverdachte] zei: ‘Doe het gewoon’. Toen deed [verdachte] dat. [medeverdachte] zei dat hij dan ook wilde en zat vervolgens aan de borsten van [slachtoffer] . [medeverdachte] en [verdachte] zeiden: ‘Kom mee, we gaan ergens heen’. [slachtoffer] zette een stap en dan werd ze (niet met geweld) geduwd.