Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-01-24
ECLI:NL:RBGEL:2025:3056
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
1,753 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rekestnummer: C/05/443785 / KG RK 24-821
Beschikking van 24 januari 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
OBVION N.V.,
gevestigd te Eindhoven,
verzoekster,
advocaat mr. A.J.H. Peters te Rosmalen,
tegen
1 [verweerder 1] ,
hierna: [verweerder 1] ,
wonende op een geheim adres,
2. [verweerder 2],
hierna: [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KERNSTEEN B.V.,
hierna: Kernsteen,
gevestigd te Amsterdam,
belanghebbenden.
1Het verzoek, de procedure en de beoordeling
1.1.
Verzoekster heeft verzocht om, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
de door haar voorgelegde koopovereenkomst goed te keuren en te bepalen dat de verkoop van het onderpand onderhands zal geschieden bij deze koopovereenkomst;
- primair voor recht te verklaren althans te overwegen dat de hypotheekgever en de zijnen op grond van de in dezen te wijzen beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv;
- subsidiair de hypotheekgever te veroordelen het onderpand te ontruimen en met al de zijnen en het zijne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster, althans de kopers, op het moment van inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW, alsmede te bepalen dat de rechten uit de in dezen te wijzen beschikking op dit punt overgaan op de kopers.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 5 november 2024, met 8 producties, strekkende tot goedkeuring onderhandse verkoop ex artikel 3:268 lid 2 BW;
de oproepbrieven van 11 december 2024;
de mondelinge behandeling van 10 januari 2025, waar zijn verschenen:
mr. Peters namens verzoekster;
[verweerder 1] ;
[verweerder 2] ;
[naam 1] , directeur-grootaandeelhouder, namens Kernsteen.
1.3.
Ter zitting zijn tevens [naam 2] (hierna: [naam 2] ) en [naam 3] (hierna: [naam 3] ) verschenen. [naam 2] en [naam 3] zijn verschenen naar aanleiding van de door de griffier verzonden oproepbrieven van 11 december 2024. Deze oproepbrieven zijn verzonden aan de in productie 1 bij het verzoekschrift genoemde personen. Deze productie is een op 4 november 2024 door mr. R.J.M. van Heeswijk, notaris te Rotterdam, opgemaakte lijst van belanghebbenden als bedoeld in artikel 544 Rv met betrekking tot de veiling van het woonhuis met ondergrond, erf, tuin, pad en verder toebehoren, gelegen te [adres 1] , kadastraal bekend [kadastrale aanduiding 1] , met inbegrip van de verpande roerende zaken als bedoeld in artikel 3:254 BW (hierna: het onderpand). Ter zitting is tegen de verschijning van [naam 2] en [naam 3] door verzoekster bezwaar gemaakt, omdat [naam 2] en [naam 3] volgens verzoekster - anders dan in de eerdere procedure, die betrekking had op de inroeping van het huurbeding ter zake van het onderpand - in deze procedure geen belanghebbenden zijn. [naam 2] en [naam 3] hebben daarop aangevoerd dat zij volgens de hiervoor genoemde notaris belanghebbende zijn, op grond van artikel 3:264 lid 7 BW. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat [naam 2] en [naam 3] , ondanks dat zij zijn opgeroepen, in deze procedure geen belanghebbenden zijn. Vervolgens hebben [naam 2] en [naam 3] de zitting verlaten. Een en ander laat de strekking van artikel 3:264 lid 7 BW onverlet.
1.4.
Tegen het verzoek is geen verweer gevoerd.
1.5.
Tenslotte is beschikking bepaald.
1.6.
Het verzoek onder 1. is toewijsbaar, nu het door verzoekster geaccepteerde bod het hoogste bod van drie biedingen betreft en aan de wettelijke vereisten is voldaan.
1.7.
De onder 2. verzochte verklaring voor recht is niet toewijsbaar, omdat daarvoor in een verzoekschriftprocedure geen plaats is.
1.8.
Ten aanzien van artikel 525 lid 3 Rv overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De vraag die in dit verband van belang is, is of dit artikel ook een ontruimingstitel geeft indien sprake is van een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW. Artikel 525 lid 3 Rv is opgenomen in Boek II, Titel 3, afdeling 2. Deze afdeling ziet op de executoriale verkoop van onroerende zaken. In de onderhavige zaak is sprake van de uitoefening van het recht van parate executie door een hypotheekhouder. Een dergelijke executoriale verkoop dient in beginsel in het openbaar plaats te vinden, maar kan met goedkeuring van de voorzieningenrechter ook onderhands geschieden. Een dergelijke onderhandse verkoop betreft dus ook een executoriale verkoop. De executieleer brengt mee dat de verplichting van de geëxecuteerde het goed ter beschikking te stellen evenzeer inherent aan de executie is als de bevoegdheid van de executant tot juridische levering. Het begrip executie impliceert automatisch het recht van de koper ontruiming af te dwingen krachtens de titel waarbij hem het goed wordt toegewezen. Bij een onderhandse verkoop is die titel de beschikking van de rechtbank waarin wordt bepaald dat de verkoop onderhands zal geschieden en waarbij goedkeuring wordt verleend aan de koopovereenkomst. In de plaats van ‘proces-verbaal’ in artikel 525 Rv mag dan ook naar het oordeel van de voorzieningenrechter naar analogie ‘de beschikking van de rechtbank ex artikel 3:268 lid 2 BW’ worden gelezen. De hypotheekgevers en de hunnen kunnen derhalve op grond van onderhavige beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv. In zoverre is het onder 2. verzochte toewijsbaar, waarbij geldt dat de noodzaak tot ontruiming niet eerder dan na inschrijving op de voet van artikel 3:89 BW zal ontstaan.
Dictum
De voorzieningenrechter
2.1.
bepaalt dat de verkoop van het onderpand onderhands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht,
2.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
2.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2025.