Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-04-08
ECLI:NL:RBGEL:2025:2747
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
23,050 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/026768-23
Datum uitspraak : 25 maart 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officieren van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum 1] 1984 in [geboorteplaats] ( [plaats 7] ),
ingeschreven aan [adres 1] ,
thans zonder vaste woon- en/of verblijfplaats hier ten lande/ vertrokken met onbekende bestemming.
Raadsman: mr. S. Schuurman, advocaat in Breukelen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
Inhoudsopgave
1. De inhoud van de tenlastelegging 4
Overwegingen
2.1 Aanleiding van onderzoek Murray 5
2.2 Het standpunt van de officieren van justitie 5
2.3 Het standpunt van de verdediging 6
2.4 Beoordeling door de rechtbank 6
2.4.1 De bewijsmiddelen 6
2.4.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs 7
2.4.2.1 Algemeen 7
2.4.2.2 Algemene opmerking inhoud gesprekken 8
2.4.2.3 Identificatie gebruikers PGP-accounts 8
2.4.2.4 Identificatie [naam 1] en GrKop 12
2.4.2.5 OVC-opnames autogarage [naam 2] 14
2.4.2.6 Boekhouding groep [naam 1] 14
2.4.2.7 De rol van [naam 2] 14
2.4.2.8 Feit 1 (cocaïne transacties) 15
2.4.2.8.1 een (grote) hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 3: Sardinië; transport 26 augustus t/m 1 september 2021) 15
2.4.2.8.2 10 kg cocaïne, (zaaksdossier 04: Saint Tropez; transport 14-15 september 2020) 15
2.4.2.8.3 een (grote) hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 04: Gassin; transport 28-30 januari 2023) 16
2.4.2.8.4 18 kilogram cocaïne (zaaksdossier 05: Verenigd Koninkrijk; transport 19 september t/m 20 oktober 2020) 16
2.4.2.8.5 Eén kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 11 september 2020) 17
2.4.2.8.6 Conclusie feit 1 18
2.4.2.9 Feit 2 (witwassen) 18
2.4.2.9.1 € 30.800,- 18
2.4.2.9.2 € 1.147.915 18
2.4.2.9.3 Meerdere geldbedragen: 250.000, 275.000, 260.000 en 275.000 19
2.4.2.9.4 Beoordelingskader witwassen 20
2.4.2.9.5 Toepassing van het beoordelingskader witwassen 20
2.4.2.9.6 Opzet 21
2.4.2.9.7 Medeplegen 21
2.4.2.9.8 Gewoontewitwassen 22
2.4.2.9.9 Conclusie feit 2 22
3 De bewezenverklaring 22
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde 23
5 De strafbaarheid van de feiten 23
6 De strafbaarheid van de verdachte 24
Overwegingen
7.1 Het standpunt van de officieren van justitie 24
7.2 Het standpunt van de verdediging 24
7.3 De beoordeling door de rechtbank 24
Beoordeling
8.1 Het standpunt van de officieren van justitie: 26
8.2 Het standpunt van de verdediging 26
8.3 De beoordeling door de rechtbank 26
9 De toegepaste wettelijke bepalingen 27
Dictum
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2020 tot en met 30 januari 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland en/of Italië en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD03 Sardinië, transport 26 augustus t/m 1 september 2021, hoofdstuk 14] en/of
(ongeveer) 10 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Saint Tropez, transport 14-15 september 2020, hoofdstuk 5.2 en ZD02, paragraaf 24] en/of
een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Gassin, transport 28-30 januari 2023, hoofdstuk 5.4] en/of
ongeveer) 18 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD05 Verenigd Koninkrijk, transport 19 september t/m 20 oktober 2020, hoofdstuk 5.2] en/of
(ongeveer) 1 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 11 september 2020, paragraaf 27],
in elk geval (telkens) (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2020 tot en met 14 september 2020 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland, althans in Nederland, en/of het Verenigd Koninkrijk, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (contante) geldbedragen waaronder:
een geldbedrag van (ongeveer) € 30.800, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 3], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 1.147.915, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 12], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 250.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 8], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 275.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 8], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 260.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 8], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 275.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH649],
(sub a)
(telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) was, en/of verborgen en/of verhuld wie dat/die geldbedrag(en) voorhanden had,
en/of
(sub b)
(telkens) verworven en/of overgedragen,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat die voornoemde (contante) geldbedrag(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
Overwegingen
2.1
Aanleiding van onderzoek Murray
In Frankrijk werd door de Franse autoriteiten een onderzoek gedaan naar de handel in verdovende middelen. Dit onderzoek werd uitgevoerd onder de naam Rossygnol. De Franse autoriteiten onderzochten daarbij een organisatie die voornamelijk bestaat uit Nederlanders, die zich bezig houden met het vervoer en verkopen van verdovende middelen en het vervoeren van geld. In onderzoek Rossygnol is [naam 14] als verdachte van (onder andere) het koerieren van geld en/of drugs aangemerkt. Naar aanleiding van dit onderzoek in Frankrijk werd door de autoriteiten van Nederland en Frankrijk een Joint Investigation Team geformeerd, waarvan de overeenkomst eind maart 2022 werd ondertekend. Naar aanleiding van informatie die Nederland vervolgens ontving uit Frankrijk, TCI-informatie en restinformatie uit het onderzoek Hemel werd onderzoek Murray opgestart, met onder andere [naam 2] als verdachte van de handel in verdovende middelen en het witwassen van de daaruit verkregen gelden. Omdat [naam 2] ook onderwerp van onderzoek was in het FIOD-onderzoek Clifford is informatie uitgewisseld met dat onderzoek.
Het onderzoeksteam Murray heeft onderzoek gedaan naar het netwerk rond [naam 2] . Dit netwerk wordt in het onderzoek aangeduid als ‘groep [naam 1] ’ of ‘groep [naam 2] ’. [naam 2] werd in het onderzoek aangemerkt als de centrale figuur van dit netwerk. De autogarage van [naam 2] , gevestigd op zijn woonadres aan de [adres 2] in [plaats 1] , werd in het onderzoek gezien als de plaats waarvandaan de in-, door- en uitvoer van verdovende middelen en geld naar nationale en internationale bestemmingen zou plaatsvinden. Naast [naam 2] werden in onderzoek Murray (voor zover hier van belang) [naam 5] (hierna: [naam 5] ), [naam 6] (hierna: [naam 6] ), [naam 7] (hierna: [naam 7] ) en [naam 8] (hierna: [naam 8] ) als verdachte aangemerkt. Het onderzoek Murray heeft zich toegelegd op de vermoedelijke strafbare feiten die zijn gepleegd in de periode van 1 januari 2020 tot en met 28 maart 2023.
2.2
Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de feiten op de tenlastelegging wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Zij achten voor het bewijs voor [naam 8] redengevend dat ‘groep [naam 1] ’ gebruik maakte van drie SkyECC-accounts en een EncroChat-account. Uit de inhoud van de gesprekken blijkt dat [naam 2] zelf nooit ‘achter de knoppen’ van de cryptotelefoons zit, maar dat leden van groep [naam 1] (waaronder verdachten [naam 8] en [naam 6] ) wisselend gebruik maken van deze accounts, waarbij [naam 2] degene is die over zaken beslist of goedkeuring geeft, bijvoorbeeld over de vraag of een tas met verdovende middelen wel mag worden geleverd als pas later kan worden betaald door de afnemer. Het bewijs voor de strafbare feiten volgt uit de inhoud van de chats van deze ‘groep [naam 1] ’-accounts in combinatie met de individuele accounts van medeverdachten [naam 5] , [naam 7] en [naam 8] en (onder meer) die van de in het buitenland vervolgde koeriers [naam 14] , [naam 12] , [naam 15] en [naam 16] . Naast deze chats via SkyECC en EncroChat, zijn er door middel van de plaatsing van OVC-apparatuur door de Fransen in de auto van [naam 14] gesprekken opgenomen tijdens zijn transporten voor [naam 2] en zijn door middel van OVC gesprekken opgenomen in de autogarage van [naam 2] aan de Kerkesteeg in [plaats 1] . Voor sommige transporten worden deze cryptochats of OVC-gesprekken ondersteund door peilbakengegevens, mastgegevens, vluchtgegevens of camerabeelden van de verschillende verdachten. Tijdens de doorzoeking in de woning van [naam 2] is een groot geldbedrag aangetroffen, van meer dan een miljoen euro. Ook zijn bij verschillende medeverdachten grote geldbedragen.
2.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integraal vrijspraak bepleit. De verdediging heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat [naam 8] (als enige) de gebruiker van [account nummer 1] was. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd:
dat het identificatieproces-verbaal van het account [account nummer 1] in onvoldoende mate werkelijk concrete, onderscheidende bewijsmiddelen bevat, die het gebruik van [naam 8] in de tenlastegelegde periode ondersteunen;
dat het lastig te rijmen is dat in de periode dat [naam 8] gebruik zou maken van [account nummer 1] er ook met [account nummer 5] 380 berichten worden verstuurd, waarvan [naam 8] geïdentificeerd is als de gebruiker;
dat de identificerende aanwijzingen niet vallen binnen een van de periodes die onder de gedachtestreepjes in de tenlastelegging zijn opgenomen;
dat [naam 8] stond ingeschreven in [plaats 2] en niet kan worden vastgesteld dat hij in [plaats 3] verbleef en (dus) niet verantwoordelijk kan zijn voor de in [plaats 3] aangestraalde zendmasten;
dat de overeenkomst in wachtwoorden van [account nummer 5] en [account nummer 1] geen onderscheidende bevinding is omdat niet kan worden vastgesteld wanneer welk wachtwoord actief is.
De verdediging heeft ten aanzien van de feiten in zijn algemeenheid aangevoerd dat er geen drugs of geldbedragen zijn aangetroffen en dat er geen concrete observaties in het kader van de ten laste gelegde feiten hebben plaatsgevonden. Met het gebruik van bewijs uit één bron (in dit geval SkyECC) dient zeer terughoudend te worden omgegaan. Ten aanzien van alle ten laste gelegde geld- en drugstransporten is de verdediging van mening dat niet of onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Zij concludeert dan ook tot vrijspraak.
2.4
Beoordeling
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen op basis van de gebezigde bewijsmiddelen. De rechtbank is echter van oordeel dat een aantal onderdelen van de tenlastelegging niet kunnen worden bewezen. Ten aanzien van die onderdelen zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken. De rechtbank overweegt als volgt.
2.4.1
De bewijsmiddelen
Met het oog op de leesbaarheid van het vonnis zijn de bewijsmiddelen niet op deze plaats opgenomen, maar als bijlage I aangehecht. De bewijsmiddelen dienen op deze plaats als ingelast te worden beschouwd.
Ten aanzien van de bewijsmiddelen geldt dat zij steeds worden gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.
2.4.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
2.4.2.1 Algemeen
In maart 2023 hebben politie en het openbaar miniserie onderzoek Murray zogenaamd ‘laten klappen’. Op de internationale actiedag op 28 maart 2023 vonden er in onderzoek Murray en Rossygnol in Nederland, Frankrijk, Spanje en Roemenië meerdere aanhoudingen plaats en werden er doorzoekingen verricht in woningen, bedrijfspanden en voertuigen. De bevindingen zijn voor zover relevant opgenomen in de bewijsmiddelen. De rechtbank concludeert hieruit het volgende.
Op meerdere locaties zijn zeer grote contante geldbedragen aangetroffen: in een verborgen ruimte in de auto van [naam 14] , ongeveer € 675.000); in een afgesloten salontafel in een door [naam 2] gehuurd appartement aan de [adres 3] in [plaats 1] , € 1.067.600,-; en in het appartement van [naam 5] in Roemenië, € 75.000,-.
In meerdere voertuigen zijn verborgen ruimtes aangetroffen, namelijk in de auto’s van [naam 14] en [naam 7] en in meerdere aangetroffen auto’s aan de [adres 2] in [plaats 1] (een Mercedes Sprinter op naam van [naam 9] met kenteken [kenteken 1] ), een Mercedes E-classe op naam van [naam 10] én een Mercedes Vito op naam van [bedrijf] ( [kenteken 2] ). De verborgen ruimtes zijn volgens de verbalisanten achteraf en zeer professioneel ingebouwd.
Het geld in de auto van [naam 14] en het geld in de salontafel aan de [adres 3] in [plaats 1] bevonden zich in sporttassen. Deze sporttassen zijn soortgelijk. [naam 2] en [naam 8] worden tijdens observaties op meerdere momenten gezien met sporttassen lopend van de [adres 3] naar [adres 2] in [plaats 1] .
In de kofferbak van de auto waarvan [naam 14] gebruik maakte toen hij op 27 maart 2023 aangehouden, zat een Google-telefoon waarop hij berichten ontving voor zijn illegale werk (de rechtbank begrijpt: PGP-berichten). Bij [naam 8] in de auto is tijdens een verkeerscontrole op 1 februari 2021 een PGP-telefoon aangetroffen. Hierna zal worden vastgesteld dat de verdachten van onderzoek Murray gebruik maakten van versleutelde communicatiediensten, waarvoor PGP-telefoons worden gebruikt. Uit de verklaring van [naam 14] volgt dat hij van ‘de organisatie’ een PGP-telefoon heeft ontvangen om met hen te communiceren over de door hem uit te voeren transporten. Het is een feit van algemene bekendheid dat PGP-telefoons (een telefoon waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd) veelvuldig worden gebruikt in het criminele milieu.
Het geld in de salontafel aan de [adres 3] in [plaats 1] , gehuurd door [naam 2] , bestond - naast bundels geldpakketten in sporttassen - uit 1 Euromunten verpakt in plastic zakjes. Een vingerafdruk op een van de plastic zakjes komt overeen met een vingerafdruk van [naam 5] .
In meerdere woningen – namelijk van [naam 8] in [plaats 2] , van [naam 5] in Roemenië en van [naam 12] in Spanje – zijn kaartjes aangetroffen met daarop een boekhouding (kasboeknotities). De namen en bedragen op de kaartjes komen overeen met de inhoud van verstuurde PGP-berichten. In de woning van [naam 8] aan de [adres 4] in [plaats 2] verbleef [naam 5] als zij in Nederland was. Ook in de auto van [naam 8] zijn op 1 februari 2021 soortgelijke kaartjes met daarop een boekhouding aangetroffen, tezamen met de hiervoor genoemde PGP-telefoon.
In de woning van [naam 2] in [plaats 1] en de woning van [naam 8] in [plaats 2] zijn geldtelmachines aangetroffen. Het serienummer van de geldtelmachine aangetroffen in de woning van [naam 2] komt terug in chats van [account nummer 1] , dat hierna zal worden geïdentificeerd als het account van de groep [naam 1] . Een van de geldtelmachines in de woning van [naam 8] komt overeen qua merk en type met de machine aangetroffen in de woning van [naam 2] .
De rechtbank acht verder het volgende, hetgeen zij uit de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage I afleidt, van belang.
- Uit de verklaring van [naam 14] volgt dat ‘de organisatie’ waar hij voor werkte, al 6 à 7 jaar in bedrijf is, dat hij de in zijn auto aangetroffen vier sporttassen (met Engelse ponden) moest (af)leveren en dat er bij de levering van tassen werd gewerkt met zogenaamde tokens.
[naam 2] en [naam 5] hebben al meer dan 10 jaar een liefdesrelatie.
[naam 5] verblijft in Nederland in een woning in eigendom van [naam 8] gelegen aan de [adres 5] in [plaats 2] .
[naam 6] is de schoonzoon van [naam 2] .
[naam 8] is sinds 1 september 2020 in dienst van [bedrijf]
[naam 8] wordt ‘ [naam 8] ’ genoemd en heeft verder de volgende bijnamen: ‘Tally’/ ‘Taalli’ en ‘Rasta’.
Mirko [naam 12] wordt ‘Scooter’ genoemd.
[naam 14] wordt ‘Franse pik’ genoemd.
[naam 7] heeft de bijnaam ‘Jottum’.
2.4.2.2 Algemene opmerking inhoud gesprekken
In het dossier bevindt zich een groot aantal chatgesprekken die zijn gevoerd door de verdachten (zoals hierna zal worden vastgesteld). De rechtbank is zich bewust van het feit dat deze chats niet volledig zijn. Een groot aantal van de berichten is eenzijdig ontsleuteld. Bovendien ontbreken er chats. Het is niet bekend hoeveel chats er ontbreken. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat behoedzaamheid moet worden betracht bij het duiden van de betekenis en strekking van de inhoud van de gesprekken. De onvolledigheid betekent echter niet dat op basis van de chats in zijn geheel geen vaststellingen kunnen worden gedaan. Voor zover de rechtbank op basis van de chats bepaalde feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, zal zij dit bij de hierna te bespreken feiten uiteen zetten.
2.4.2.3 Identificatie gebruikers PGP-accounts
Aan verdachten van onderzoek Murray worden een of meerde accounts van EncroChat en SkyECC door de politie toegeschreven in zogenaamde identificatie-processenverbaal en aanvullingen daarop. De identificaties volgen onder meer uit de inhoud van de chatberichten, maar ook uit aangestraalde zendmasten, vluchtgegevens, observaties, OVC-opnames, taps, verkregen gegevens uit privételefoons, een verkeerscontrole en andere identificerende gegevens.
De rechtbank hecht er belang aan op te merken dat het bij een identificatie van een bepaald account niet noodzakelijk is dat iedere identificerende omstandigheid op zichzelf dusdanig redengevend is dat op basis hiervan identificatie plaats kan vinden.
Conclusie
Gelet op het voorgaande heeft groep [naam 1] in elk geval 5 stuks cocaïne verkocht aan Captain en deze vanuit Nederland geleverd aan Captain in Frankrijk. De rechtbank acht dus bewezen dat er een grote hoeveelheid cocaïne is verkocht, vervoerd en uitgevoerd van Nederland naar St. Tropez (Frankrijk). De rol van [naam 8] volgt uit het feit dat hij als tussenpersoon heeft opgetreden tussen [naam 14] en [naam 2] en tussen Captain en [naam 2] . De rol van [naam 2] volgt uit het feit dat hij de reisplanning van [naam 14] bepaalt en akkoord geeft voor het afleveren van de tas met cocaïne zonder dat door [naam 14] direct de gehele betaling werd ontvangen. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 2] , [naam 14] en [naam 8] .
2.4.2.8.3 een (grote) hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 04: Gassin; transport 28-30 januari 2023)
Naar het oordeel van de rechtbank zit er onvoldoende bewijs in het dossier om vast te kunnen stellen dat er bij dit transport cocaïne is vervoerd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het vervoeren van cocaïne naar Gassin tussen 28 en 30 januari 2023.
18 kilogram cocaïne (zaaksdossier 05: Verenigd Koninkrijk; transport 19 september t/m 20 oktober 2020)
De rechtbank leidt uit de berichten het volgende af. Op verzoek van [acco] laat [naam 8] (die op die dag [account nummer 1] in gebruik heeft) op 19 september 2020 weten dat ze nieuwe voorraad hebben van de stempel ‘Schorpioen’ voor ‘33’. Het gaat om ‘perfect colo’. Uit de berichten van 19 september 2020 volgt verder dat [acco] 54 stuks wil hebben, maar dat [naam 8] eerst 18 stuks zal leveren en daarna 36.
Uit het bericht “U may aswell grab the first 18+1 extra for bonjo on Monday wen u see farmer!!??!!? That ur plan” van 20 september 2020 van [acco] aan [account nummer 16] en het bericht “The 33,500€ is 1 of the 19 from today,,, it was for bonjo u see” van 21 september 2020 van [acco] aan [naam 6] (die op dat moment [account nummer 1] in gebruik heeft, omdat [naam 8] dan in [plaats 6] is), leidt de rechtbank af dat er op maandag 21 september 2020 door groep [naam 1] 18 stuks zijn geleverd aan [acco] .
Uit de berichten van 30 september 2020 tussen [acco] en FXT3XQ leidt de rechtbank af dat er door [naam 2] instructies zijn gegeven naar aanleiding van de levering van de 18 stuks: “farm msg'ed him saying other have said the things are light so to check the 18 and if any light take them back and swap”.
Gelet op de berichten van 5 oktober 2020 tussen FXT3XQ en [naam 8] (die op dat moment weer [account nummer 1] in gebruik heeft) en tussen FXT3XQ en [acco] zijn de 18 stuks op 5 oktober 2020 omstreeks 17 uur omgewisseld. De rechtbank gaat ervan uit dat de omwisseling heeft plaatsgevonden bij [naam 2] aan de [adres 2] in [plaats 1] , gezien de aangestraalde zendmasten met dekkingsgebied op de [adres 2] in [plaats 1] door de telefoon met account [account nummer 1] op 5 oktober 2020 vanaf half 1 en het bericht van FXT3XQ “Swapped up with farm lad”.
Uit de berichten van 20 oktober 2020 leidt de rechtbank af dat [acco] de aankoop van de overige 36 stuks wil annuleren en [acco] raadt [naam 8] (die dan nog steeds [account nummer 1] in gebruik heeft) aan om ze te verkopen als hij dat kan.
Gelet op vorenstaande stelt de rechtbank vast dat er een grote hoeveelheid (18 stuks) cocaïne is verkocht en afgeleverd door groep [naam 1] tussen 19 september en 5 oktober 2020.
De berichten van 19 september 2020 en 5 en 20 oktober 2020 betreffen de verkoop van de 18 stuks en de omwisseling en zijn verzonden door [naam 8] . Op 21 september 2021 wordt door [naam 6] de (af)rekening aan [acco] gestuurd, hetgeen ziet op betalingen en schulden van [acco] bij groep [naam 1] . Ook dan komen de 18 stuks ter sprake:“And stand 18 bits now”.
Uit de genoemde termen “we” en “we do”, volgt dat [naam 8] praat namens de organisatie. De rol van [naam 8] bestaat dan ook uit het communiceren met de partij waarmee groep [naam 1] zaken doet (in dit geval de gebruiker van [acco] ). [naam 6] vervangt [naam 8] tijdens zijn afwezigheid, waarbij de communicatie met de tegenpartij wordt overgenomen zonder dat dit aan de tegenpartij wordt vermeld. [naam 6] is op de hoogte van het feit dat er 18 stuks door [acco] zijn afgenomen. De rol van [naam 2] bij deze transactie volgt niet alleen uit het feit dat hij de leider is van die organisatie maar tevens uit de berichten waaruit blijkt dat hij instructies geeft ten aanzien van de geleverde cocaïne. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 2] , [naam 6] en [naam 8] .
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen 18 stuks cocaïne heeft verkocht en afgeleverd. Anders dan de officieren van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat de 18 stuks (in opdracht van [naam 2] of voor/door groep [naam 1] ) zijn uitgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk, nu de rechtbank dit op basis van het dossier niet kan vaststellen.
2.4.2.8.5 Eén kilogram cocaïne (zaaksdossier 02: transactie 11 september 2020)
Uit de toegestuurde foto met daarop een blok en de letters ‘TNT’ en de berichten van 10 september 2020 van [account nummer 19] (aan [account nummer 18] ) over “mooie colo” en “Kan je op 32.750 werken?”, leidt de rechtbank af dat [account nummer 19] cocaïne met stempel TNT aanbiedt voor € 32.750,-. De rechtbank leidt daaruit af dat met “TNT” en “32.250 is laatste prijs” in de berichten van 11 september 2020 van [account nummer 19] aan [naam 8] (die op dat moment [account nummer 1] in gebruikt heeft) gesproken wordt over cocaïne met de stempel ‘TNT’.
Uit de berichten van 11 september 2020 leidt de rechtbank vervolgens af dat er om 18:20 uur ‘één voorbeeld’ (afkomstig van [account nummer 19] en in opdracht van [account nummer 20] ) zal worden afgegeven bij groep [naam 1] . Het bericht wordt namelijk gestuurd naar de telefoon met het account van groep [naam 1] , dat op dat moment bij [naam 8] in gebruik is en deze telefoon straalt de masten door met dekkingsgebied van [adres 2] in [plaats 1] aan. De rechtbank gaat er daarmee van uit dat de [adres 2] te [plaats 1] de afleverlocatie is van het voorbeeld. Uit de berichten van 11 september 2020 maakt de rechtbank verder op dat [account nummer 19] namens [account nummer 20] verdere afspraken met [naam 1] , zijnde [naam 2] , kan maken als het voorbeeld naar wens is (‘je kan alles bespreken met [naam 1] ook als ik even niet bereikbaar ben’).
Uit de berichten van 17 en 21 september 2020 van [account nummer 20] aan [naam 8] leidt de rechtbank af dat het voorbeeld (een blok) cocaïne betrof met de stempel ‘TNT’.
Gezien het voorgaande hebben [naam 2] en [naam 8] naar het oordeel van de rechtbank samen opzettelijk één blok cocaïne aanwezig gehad.
2.4.2.8.6 Conclusie feit 1
De rechtbank concludeert dat verdachte samen met anderen meerdere grote hoeveelheden cocaïne (totaal 24 stuks/blokken cocaïne) hebben verkocht en/of vervoerd en/of afgeleverd en/of voorhanden gehad in een periode van ongeveer 5 weken. De rechtbank acht dan ook feit 1 wettig en overtuigend bewezen.
2.4.2.9 Feit 2 (witwassen)
Verdachte wordt onder feit 2 verweten dat hij samen met anderen geldbedragen heeft witgewassen en daar een gewoonte van heeft gemaakt.
Feiten
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Overwegingen
7.1
Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de eis van de officieren van justitie aan de hoge kant is gelet op de tenlastegelegde hoeveelheden en bedragen. De raadsman acht een gevangenisstraf van 4 jaren passender.
7.3
Beoordeling
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de internationale handel in harddrugs. In een periode van ongeveer vijf weken is een totale hoeveelheid van 24 stuks/blokken cocaïne verkocht, vervoerd, uitgevoerd en/of aanwezig geweest. Doorgaans is een blok cocaïne ongeveer één kilogram. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat er ongeveer 24 kilogram cocaïne is verhandeld.
Door het handelen van verdachte wordt de handel in verdovende middelen in stand gehouden en kan hij medeverantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Daarbij is van belang dat cocaïne zwaar verslavend is en schadelijk voor de volksgezondheid van de gebruikers van deze drug.
Van de georganiseerde drugshandel gaat in toenemende mate een ondermijnend en corrumperend effect uit. Boven- en onderwereld raken steeds meer met elkaar vermengd. Niet alleen worden grote sommen crimineel geld geïnvesteerd in legale activiteiten en goederen maar worden ook medewerkers van bijvoorbeeld op zichzelf bonafide bedrijven en zelfs van opsporingsinstanties omgekocht en ingezet voor de handel in drugs. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan die georganiseerde drugshandel en de geschetste schadelijke effecten van die handel, waardoor deze mede in stand blijft.
Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen gedurende ruim een maand schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van een bedrag van € 1.147.915 en een bedrag van 1.090.800,- met een onbekende valuta.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan ondergronds bankieren. Criminelen konden hun contante geld bij de organisatie waar verdachte toe behoorde brengen. De organisatie zorgde vervolgens voor het vervoer van die contante bedragen naar andere plekken en landen, waar het vervolgens weer kon worden opgehaald. In sommige gevallen werden valuta omgewisseld in andere valuta. De organisatie kreeg vervolgens een provisie per transactie. Door deze manier van witwassen kunnen ook andere vormen van zeer ernstige criminaliteit zoals (georganiseerde) drugshandel, wapenhandel, corruptie, fraude en terrorisme worden gefinancierd. Dit maakt dat de criminele wereld in stand wordt gehouden en andere stafbare feiten mogelijk worden gemaakt. Verdachte dient zich bewust te zijn dat zijn handelen veel verder reikt dan alleen het verplaatsen van geld. Witwassen op deze enorme schaal vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende en corrumperende werking op de samenleving.
Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten. Deze feiten zijn door verdachte gepleegd in georganiseerd verband, waarbij verdachte een belangrijke uitvoerende rol vervulde. Zijn rol in het geheel was cruciaal, omdat hij onder andere de PGP-telefoons van de organisatie beheerde. Daarmee was hij degene die namens de organisatie contacten onderhield met andere criminele groeperingen. Hij was van de gehele gang van zaken binnen de organisatie op de hoogte en hield door zijn handelen het plegen van de strafbare feiten in stand. Er was sprake van een hoge organisatiegraad bij de internationale drugshandel en geldtransacties en -transporten.
Verdachte heeft zich van alle hiervoor genoemde negatieve effecten niets aangetrokken. Hij heeft zich - naar mag worden aangenomen - enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin.
Feiten
Landelijke Oriëntatiepunten Straftoemeting
Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) wordt voor het verkopen en vervoeren van harddrugs vanaf 20 kilogram een gevangenisstraf van 50 maanden en meer als uitgangspunt genomen. Indien dit feit wordt gepleegd in georganiseerd verband wordt een gevangenisstraf van 72 maanden en hoger als uitgangspunt genomen.
Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS wordt voor het uitvoeren van 5 kilogram harddrugs een gevangenisstraf van 38 maanden als uitgangspunt genomen. Indien dit feit wordt gepleegd in georganiseerd verband wordt een gevangenisstraf van 45 maanden als uitgangspunt genomen.
Hoewel hier geen sprake is van witwassen in een frauduleuze context, ziet de rechtbank ook voor het witwassen aanleiding om aan te sluiten bij de LOVS-oriëntatiepunten. Verdachte en zijn mededaders hebben met het witwassen op grote schaal criminele activiteiten gefaciliteerd. In het geval van verdachte gaat het om witwassen van een groot geldbedrag. Op basis van de LOVS-oriëntatiepunten zou ook voor het witwassen een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn. Bij een bedrag van € 1.000.000 of hoger geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van ten minste 24 maanden.
De op te leggen straf
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank niet alleen gekeken naar de voor de verschillende verdachten bewezenverklaarde hoeveelheden cocaïne en witgewassen geldbedragen, maar ook naar wat ieders rol is geweest binnen de organisatie. Uit het dossier volgt dat [naam 8] in opdracht van [naam 2] de handel en transporten in cocaïne en geld organiseerde. Hij verzorgde daarnaast namens de groep [naam 1] de communicatie met andere partijen. De rechtbank heeft verder gekeken naar straffen die worden opgelegd in vergelijkbare zaken. Tot slot heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf gekeken naar de zaken van de medeverdachten. Daarbij komt de rechtbank tot de conclusie dat de [naam 8] in de organisatie een kleinere rol had dan [naam 2] , dat zijn rol vergelijkbaar was met die van [naam 6] en dat zijn rol groter was dan die van [naam 5] en [naam 7] . De rechtbank legt aan verdachte een lagere straf op dan aan [naam 6] , omdat hij bij veel minder transacties betrokken is geweest. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren dient te worden opgelegd.
Tenuitvoerlegging
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Gevangenneming
De bewezenverklaarde feiten betreffen feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Op het onder 1 bewezenverklaarde feit staat een gevangenisstraf van 12 jaren, gelet op de grote omvang van de internationale handel in cocaïne en de organisatiegraad is naar het oordeel van de rechtbank tevens sprake van een geschokte rechtsorde. Verdachte is bovendien al jaren voortvluchtig. De rechtbank ziet daarin reden de gevangenneming van verdachte te bevelen.
Beoordeling
Er rust strafvorderlijk beslag op de volgende voorwerpen:
een Mercedes met het kenteken [kenteken 3] ;
drie geldvorderingen (€ 41.730,98, € 32.055,68 en € 39,69);
een witte iPhone.
8.1
Het standpunt van de officieren van justitie:
De officieren van justitie hebben gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen (te weten een Mercedes met het kenteken [kenteken 3] ; drie geldvorderingen (€ 41.730,98, € 32.055,68 en € 39,69); en een witte IPhone) worden geretourneerd aan de beslagene, omdat er niet langer een strafvorderlijk belang is bij de voortduring van het beslag.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
8.3
Beoordeling
De rechtbank zal de teruggave van de volgende voorwerpen gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet:
een Mercedes met het kenteken [kenteken 3] ;
drie geldvorderingen (€ 41730,98, € 32.055,68 en € 39,69);
een witte iPhone.
Omdat op deze goederen, met uitzondering van de iPhone, tevens conservatoir beslag ligt, zullen de goederen feitelijk niet worden teruggegeven aan verdachte.
9De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
2 en 10 van de Opiumwet.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren;
beveelt de gevangenneming van verdachte;
ten aanzien van het beslag:
gelast de teruggave van de volgende voorwerpen aan de rechthebbende:
o een Mercedes met het kenteken [kenteken 3] ;
o drie geldvorderingen (€ 41.730,98, € 32.055,68 en € 39,69);
o een witte iPhone.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer (voorzitter), mr. M.J. Wasmann en mr. M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 april 2025.
mr. M.J. Wasmann en mr. M.G.E. ter Hart zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.
Pretty Good Privacy
Beoordeling
De identificerende feiten en omstandigheden dienen in onderling verband en samenhang te worden bezien. Op basis daarvan, stelt de rechtbank de identificatie van de gebruikers (voor zover relevant) van de EncroChat- en SkyECC-accounts in de desbetreffende periode(s) vast zoals weergegeven in verderop ingevoegde tabel. De rechtbank vult hierop het volgende aan ten aanzien van de accounts die aan de groep [naam 1] worden toegeschreven en die deels bij verdachte in gebruik zijn geweest.
De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen over de identificatie van de accounts [account nummer 1] en [account nummer 3] en [account nummer 4] af dat deze accounts in gebruik zijn bij ‘groep [naam 1] ’, dat over [naam 1] in de derde persoon werd gesproken en dat het dus niet anders kan dan dat de accounts door een ander dan ‘ [naam 1] ’ werden bediend. De politie heeft nader onderzoek gedaan naar degene die het account bediende (hierna de gebruiker). Daarvoor is gekeken naar de gebruikte wachtwoorden, de aangestraalde zendmasten in de nacht en overdag en identificerende gegevens van de gebruiker. Deze gegevens zijn vergeleken met identificerende gegevens van [naam 6] en [naam 8] .
De rechtbank leidt allereerst uit de OVC-opname van 15 februari 2023 af dat [naam 6] op enig moment na het klappen van EncroChat van [naam 2] moest stoppen (aan de zijlijn moest gaan staan) omdat het risico bestond dat anders ‘die twee wijven’ (de rechtbank begrijpt: de vrouw en de dochter van [naam 2] (de laatste tevens de partner van [naam 6] )), alleen achter zouden blijven.
Op 1 september 2020 is [naam 8] in dienst gekomen bij het autobedrijf van [naam 2] . [naam 6] heeft op 9 november 2020 een WhatsApp-bericht verstuurd waarin staat dat [naam 8] zijn plek in de garage heeft overgenomen. [naam 6] kwam wel in de garage maar was ook druk met zijn eigen bedrijf en stond niet op de loonlijst van [naam 2] . Op grond hiervan neemt de rechtbank aan dat [naam 6] op enig moment voor 9 november 2020 is ‘vervangen’ door [verdachte] in verband met het risico op ontdekking door de politie.
[naam 6] is naar het oordeel van de rechtbank de gebruiker geweest van het account Skewedcrocodile. [naam 8] is naar het oordeel van de rechtbank de gebruiker geweest van het account [account nummer 5] .
Uit het gebruik van de wachtwoorden leidt de rechtbank af dat [account nummer 1] gebruik maakte van dezelfde of vergelijkbare wachtwoorden die Skewedcrocodile ( [naam 6] ) gebruikte en van dezelfde of vergelijkbare wachtwoorden die [account nummer 5] ( [naam 8] ) gebruikte. Ook leidt de rechtbank uit de wachtwoorden af dat [account nummer 3] gebruik maakte van dezelfde of vergelijkbare wachtwoorden die [account nummer 5] ( [naam 8] ) gebruikte.
Uit de inhoud van de chatberichten blijkt dat de gebruiker van [account nummer 1] de schoonzoon van [naam 1] is. De rechtbank zal hierna vaststellen dat [naam 1] [naam 2] is. [naam 6] is zijn schoonzoon.
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank verder af dat [account nummer 3] het opvolgend account van [account nummer 1] is in december 2020. Het gebruikte wachtwoord voor [account nummer 3] komt overeen met een wachtwoord in gebruik bij [account nummer 1] .
Uit de aangestraalde zendmasten overdag van [account nummer 1] en gegevens uit de telefoon van [naam 6] leidt de rechtbank af dat [naam 6] en de telefoon met het account [account nummer 1] zich in ieder geval in elkaars nabijheid bevonden van 16 t/m 19 juni 2020 en op 21, 24 en 25 augustus 2020. Verder leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen af dat [account nummer 1] en [naam 6] gelijktijdig in Spanje zijn tussen 31 juli en 15 augustus 2020.
De rechtbank leidt vervolgens uit de aangestraalde nachtelijke Nederlandse zendmasten van het account [account nummer 1] af dat er vanaf 2 september 2020 een verandering te zien is en dat dit overeenkomt met de indiensttreding van [naam 8] bij [bedrijf] op 1 september 2020. Tot en met 1 september 2020 werden ’s nachts de masten aangestraald in [plaats 4] (de woonplaats van [naam 6] ), Nieuwaal en Vuren. Vanaf 2 september 2020 worden in de nacht masten aangestraald in [plaats 3] . Uit de aangestraalde zendmasten overdag van [account nummer 1] volgt dat er na 1 september 2020 op meerdere dagen reisbewegingen zichtbaar waren van [plaats 3] naar [plaats 4] .
Ook het account [account nummer 5] straalde 159 van de 193 nachten in Nederland een mast aan (op [plaats 5] ) in [plaats 3] . Uit onderzoek van de banktransacties van [verdachte] te weten uitgaven van persoonlijke aard en levensonderhoud in de omgeving van [plaats 5] in [plaats 3] , leidt de rechtbank af dat [naam 8] in [plaats 3] verbleef in de periode van 1 juni 2020 t/m 17 maart 2022.
Verder leidt de rechtbank uit de aangestraalde nachtelijke Nederlandse zendmasten van het account [account nummer 1] af dat er tussen 20 en 29 september 2020 een ander beeld te zien is wat de locatie van het account betreft, dan tussen 1 en 19 september en na 29 september 2020. In de periode van 20 september 2020 tot en met 29 september 2020 straalt de gebruiker van [account nummer 1] in de nachtelijke uren de telefoonmast aan in [plaats 4] (de woonplaats van [naam 6] ). In dezelfde periode reist [naam 8] naar [plaats 6] (zie de bewijsmiddelen onder [account nummer 5] ).
Uit de inhoud van de chatberichten van 8 maart 2021 blijkt dat de gebruiker van [account nummer 3] [naam 8] is: hij is een ‘Paak’ (de rechtbank begrijpt een Pakistaan) en heeft ook Sky-account [account nummer 5] in gebruik. Dit vindt bevestiging in de omstandigheid dat bij [naam 8] op 1 februari 2021 een PGP-telefoon is aangetroffen tijdens een verkeerscontrole waarop te zien was dat er een SkyECC bericht was binnengekomen.
[naam 8] reist tussen 28 december 2020 en 20 januari 2021 naar [plaats 6] en [plaats 7] . [account nummer 3] blijft dan in Nederland. In de periode is [account nummer 3] dus bij een ander in gebruik geweest. Uit de aangestraalde nachtelijke masten door [account nummer 3] volgt eenzelfde beeld als bij [account nummer 1] . Er worden vanaf 27 december 2020 tot en met 19 januari 2021 ’s nachts masten in [plaats 4] (de woonplaats van [naam 6] ) aangestraald. De periode daarvoor en daarna straalt de gebruiker van het account ’s nachts masten aan in [plaats 3] (de verblijfplaats van [naam 8] ). Uit de op 30 december 2020 en 14 januari 2021 overdag aangestraalde zendmasten [account nummer 3] in combinatie met WhatsApp-berichten van [naam 6] leidt de rechtbank af dat [naam 6] en [account nummer 3] op die dagen overdag in elkaars nabijheid waren.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de accounts [account nummer 1] (na 1 september 2020) en [account nummer 3] (beiden toegeschreven aan de ‘groep [naam 1] ’ primair beheerd werden door [verdachte] maar dat [naam 6] de accounts tijdelijk overnam in de periodes dat [naam 8] in [plaats 6] en [plaats 7] verbleef.
Aanvullende overweging
De raadsman heeft aangevoerd dat het lastig te rijmen is dat in de periode dat [naam 8] de gebruiker zou zijn van het account [account nummer 1] , hij als gebruiker van het account [account nummer 5] ook veelvuldig berichten verstuurde met dat account. De rechtbank overweegt dat het account [account nummer 1] wordt toegeschreven aan groep [naam 1] en dat [naam 8] dat account beheerde in de periode van 2 tot en met 19 september 2020 en van 29 september tot en met 22 december 2020.
Conclusie
De rechtbank zal eerst de betrokkenheid van verdachte per geldtransactie bespreken en daarna ingaan op de vraag of sprake is van (gewoonte)witwassen.
€ 30.800,-
Op basis van de berichten kan het volgende worden vastgesteld. Op 25 juni 2020 laat het account [account nummer 4] dat in gebruik is bij groep [naam 1] om 21.44 uur aan [naam 8] weten dat er een tas is afgegeven met 25k (de rechtbank begrijpt: 25.000) en 5.800. Gelijktijdig laat [account nummer 21] (smurf) aan [naam 8] weten dat hij 25.000 en 5.800 heeft ontvangen. [account nummer 21] (smurf) is op dat moment bij [naam 1] . De rechtbank leidt hieruit af dat er bij groep [naam 1] een contant geldbedrag van 30.800 (25.000 + 58000) door [account nummer 21] (smurf) is opgehaald. Uit de berichten leidt de rechtbank ook af dat [account nummer 21] (smurf) optreedt als koerier van de organisatie en daarvoor aan [naam 8] verantwoording aflegt. [naam 8] is onderdeel van groep [naam 1] . De rol van [naam 8] bestaat -als tussenpersoon- uit het instrueren van de koerier (smurf) namens de organisatie. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er gebruik werd gemaakt van een koerier van de organisatie (groep [naam 1] ). De rechtbank heeft in haar algemene overwegingen reeds vastgesteld dat de koeriers van deze organisatie gebruik maakten van verborgen ruimtes voor het vervoeren van geld. Voor de communicatie onderling werd gebruik gemaakt van PGP-telefoons.
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat [naam 8] samen met anderen op 25 juni 2020 een contant geldbedrag van 30.800,- van een onbekende valuta voorhanden heeft gehad en dat dit bedrag is overgedragen aan [account nummer 21] (smurf). Omdat uit de berichten niet blijkt om welke valuta het gaat, zal de rechtbank een groot geldbedrag bewezen verklaren.
€ 1.147.915
Uit de berichten leidt de rechtbank het volgende af. PG09OG bericht dat er op 11 juli 2020 een tas (met 1.15) zal worden afgeleverd bij [naam 1] . [naam 12] laat aan [naam 8] weten dat hij met [naam 1] ( [naam 2] ) is. Dit past bij het feit dat [naam 2] op 9 juli 2020 naar Marbella is gevlogen. [naam 12] vraagt of [naam 8] kan regelen dat ‘smurf’ op 10 juli een tas kan laten aanpakken ‘bij [naam 1] ’ en vraagt om een token. [naam 8] verstuurt vervolgens de token aan [naam 12] en aan [account nummer 21] . [account nummer 21] is kennelijk ‘smurf’. [naam 12] laat [naam 8] weten dat ‘smurf’ de tas moet meenemen en een telling moet doen. De rechtbank concludeert hieruit dat [naam 2] via [naam 12] instructies geeft aan [naam 8] .
GMBUKG (smurf) laat aan [verdachte] onder andere weten dat de tas is aangenomen en veilig in het ‘safehouse’ terecht is gekomen. Uit de berichten van 12 juli 2020 blijkt dat er een telling heeft plaatsgevonden van de inhoud van de tas en dat het gaat om een bedrag van 1.147.915. Deze telling wordt door PG09OG aan [naam 12] doorgegeven. Op 14 juli 2020 vraagt [naam 8] aan [naam 6] (op dat moment de gebruiker van [account nummer 1] namens groep [naam 1] ) of ‘smurf’ de tas met ‘die 1 m+’ kan afgooien. [naam 6] laat weten dat hij dat op 15 juli 2020 kan doen. [naam 2] die vanaf 9 juli 2020 in Spanje is geweest, vloog op 14 juli 2020 weer terug vanaf Marbella naar Nederland. Op 15 juli 2020 bericht [account nummer 21] (smurf) aan [naam 8] : “afgegeven aan [naam 1] ”. De rechtbank concludeert daaruit dat [naam 2] het geld heeft aangenomen.
De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat groep [naam 1] op 15 juli 2020 een bedrag van 1.147.915 heeft ontvangen en aanwezig gehad. De rechtbank kan niet vaststellen uit welke valuta’s het geldbedrag bestaat. Zij acht daarom bewezen dat een groot geldbedrag is verworven en voorhanden gehad.
De rol van [account nummer 21] (smurf) bestaat uit het vervoeren van het geld voor de organisatie. De rol van [naam 12] bestaat uit het doorgeven van instructies namens [naam 2] . De rol van [naam 8] bestaat uit het onderhouden van contact met de koerier en het uitvoeren van opdrachten van en het afleggen van verantwoording aan [naam 2] , die bij [naam 12] is. [naam 2] is vanaf 14 juli 2020 weer in Nederland en dat is tevens het moment dat [naam 8] aan [naam 6] vraagt of de tas met geld kan worden afgegeven. [naam 6] geeft aan [naam 8] door wanneer en hoe laat de tas kan worden afgegeven. De rol van [naam 2] bestaat uit het geven van instructies aan [naam 8] en uit het aannemen van het geld. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 2] , [naam 6] , [naam 8] en de gebruiker van [account nummer 21] (smurf).
De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met anderen een contant geldbedrag van € 1.147.915,- heeft verworven en voorhanden gehad.
2.4.2.9.3 Meerdere geldbedragen: 250.000, 275.000, 260.000 en 275.000
De rechtbank zal de ten laste gelegde transporten betreffende € 250.000, € 275.000, € 260.000 en € 275.000 gezamenlijk bespreken.
Uit de chatberichten tussen [naam 8] en [naam 6] (die op dat moment de gebruiker was van het account van groep [naam 1] ) volgt dat ‘bolt’ meerdere keren met iets geladen wordt door [naam 8] :
op 08 juli 2020 met 250k;
op 17 juli 2020 met 275.000;
op 25 juli 2020 met 260k;
op 31 juli 2020 met 275k.
De rechtbank leidt uit de berichten van 18 juli 2020 van [naam 6] af, dat het om geld gaat: “bol truck aan gepakt. Maat telling klopt”. Uit de berichten van 8 juli 2020 leidt de rechtbank af dat [naam 8] het geld had verborgen: “dit lag bij me zus (…) had overal weggelegd om veilig te houden”. Uit de berichten van 31 juli 2020 volgt bovendien dat [naam 8] zich niet in Nederland bevindt: “5de naar nl (…)”. Uit het bericht van 20 juli 2020 van [naam 6] blijkt dat [naam 8] in het Verenigd Koninkrijk is: “Hoeveel heb je nog in uk liggen” en Er wordt dus geld vervoerd vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland en afgeleverd bij groep [naam 1] . De rechtbank kan niet vaststellen om welke valuta’s het gaat en gaat daarom uit van meerdere grote contante geldbedragen.
De rol van het [naam 8] bij deze transporten bestaat uit het aannemen/verkrijgen van, het bewaren van het geld voor de organisatie en het meegeven van het geld met de chauffeur voor het vervoer naar Nederland. De rol van [naam 6] bestaat uit het bedienen van het account [account nummer 1] , dat op dat moment bij hem in gebruik was en het (door)geven van instructies aan en informeren van [naam 8] over (het vervoer van) de geldbedragen. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 6] en [naam 8] .
De rechtbank gelet op vorenstaande bewezen dat verdachte samen met anderen in juli 2020 meerdere grote geldbedragen van een onbekende valuta (te weten: 250.000, 275.000, 260.000 en 275.000) heeft verworven en voorhanden heeft gehad in juli 2020.
2.4.2.9.4 Beoordelingskader witwassen
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij geldtransacties van grote contante geldbedragen, dient zij de vraag te beantwoorden of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen.
Om te komen tot een bewezenverklaring van het in de tenlastelegging opgenomen onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ moet vaststaan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp middellijk of onmiddellijk afkomstig is uit enig misdrijf.
Beoordeling
Naar het oordeel van de rechtbank is het niet gek dat [naam 8] daarnaast ook gebruik maakte van een eigen account.
EncroChat
Account
Bijnaam
Gebruiker
Periode
Skewedcrocodile
[naam 1]
Grkop
Farmer
Garage
Werker [naam 1] Donjuan
[naam 1] schn.zoon Farmer new Schoonzoon 2
linkerhand [naam 1]
wsl holland
tractor
Groep [naam 1]
[naam 6]
27 januari 2020 t/m 4 maart 2020 en 8 maart 2020 t/m 8 juni 2020
Livelytoast
Livelytoast, jottumke, jottum new, wisselar, jottum, jottum wissel, wissel nl
[naam 7]
27 maart 2020 t/m 28 april 2020
Bossi-bitchi
Bossi-bitchi, Partner, Rumena, bossibitchi
[naam 5]
8 april 2020 t/m 3 juni 2020
Woeii
Lazylovecub, woeii, talli, tali, tally n
[naam 8]
Prinsbernard
(…)moneyexchange (…)
[naam 12]
25-03-2020 t/m
12-06-2020
Caninefern
caninefern, manaco, fr pik,
french pik newnew, partner,
franseleuterfr
[naam 14]
15-01-2020 t/m 15-07-2020
SkyECC
Account
Bijnaam
Gebruiker
Periode
[account nummer 1]
Farmer, Farmer new, [account nummer 3] ,
[account nummer 1]
Groep [naam 1]
[naam 6]
[naam 8]
14 juni t/m 1 september 2020 en 20 t/m 29 september 2020
1 t/m 19 september 2020 en 29 september t/m 22 december 2020
[account nummer 3]
Faf, Fnb, Farmer
Groep [naam 1]
[naam 6]
[naam 8]
28 december 2020 t/m 20 januari 2021
22 december 2020 t/m 26 december 2020
20 januari 2021 t/m 8 maart 2021
[account nummer 4]
Kkk, Tarzan, [naam 1]
Groep [naam 1]
Gebruiker is niet nader geïdentificeerd.
13 juni 2020 t/m 8 juli 2020
[account nummer 6]
Jottum Wissel nl
[naam 7]
16 juni 2020 t/m 5 oktober 2020
[account nummer 5]
Taally, Taalli, Pinto- [plaats 7] [plaats 3] .
[naam 8]
2 maart 2020 t/m 9 maart 2021
[account nummer 7]
Crispymate
[naam 5]
13 juni 2020 t/m 19 augustus 2020
[account nummer 8]
123, Sky, Sonia
[naam 5]
9 juli 2020 t/m 13 november 2020
[account nummer 9]
Scooter??MoneyExchange, Scooter@oneyExchange@Marbella, Nw Sky [account nummer 10] , Exchange NO1BC711491
[n
Conclusie
Uit de bewijsmiddelen hoeft echter niet te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan.
Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden. Wanneer door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als echter zo’n verklaring van verdachte uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs.
Als de verdachte zo’n verklaring wel geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
2.4.2.9.5 Toepassing van het beoordelingskader witwassen
De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de geldbedragen van € 1.147.915,-, 30.800,- en 250.000, 275.000, 260.000 en 275.000 sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat zij afkomstig zijn uit misdrijf en neemt daarbij het volgende in aanmerking:
- uit de chatberichten blijkt dat, ondanks dat het om een groot geldbedrag ging, dan wel bij de pakketten geld om grote geldbedragen moet zijn gegaan, er geen gebruik werd gemaakt van het normale gangbare financiële (girale) verkeer door verdachten;
hierdoor en door de wijze van vervoer van dit soort grote contante geldbedragen, werden ongebruikelijke en hoge veiligheidsrisico’s gelopen;
de contante geldbedragen werden vervoerd in (sport)tassen of plastic zakken;
de verdachten waren in het bezit van PGP-telefoons, waarmee afspraken werden gemaakt over de overdrachten;
er werd gebruik gemaakt van gecodeerde aanduidingen/afkortingen en bijnamen van klanten en medeverdachten;
de transacties zijn summier geadministreerd, waarbij met bijnamen van klanten werd gewerkt;
er werd geld overgedragen door koeriers; en
er werd veelvuldig gebruik gemaakt van een verborgen ruimte in een voertuig.
Nu de verdachte niet heeft verklaard over de herkomst van de geldbedragen kan het niet anders dan dat deze geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf.
2.4.2.9.6 Opzet
Uit de redengevende feiten en omstandigheden - die volgen uit de bewijsmiddelen zoals opgenomen in bijlage I - in onderling verband en samenhang bezien, blijkt van een modus operandi van groep [naam 1] (waaronder verdachte) die steeds bestond uit:
het gebruik van PGP-telefoons door verdachten om te communiceren met tegenpartijen (leveranciers/klanten), waarbij verdachten zich onbespied waanden door te communiceren via versleutelde communicatie;
het summier en anoniem administreren van transacties door gebruik te maken van bijnamen en afkortingen;
het verwerven, voorhanden hebben en verplaatsen van omvangrijke geldbedragen;
het gebruiken van verborgen ruimtes, zoals aangetroffen in de auto’s van de koeriers [naam 7] en [naam 14] .
Gezien de vergaande betrokkenheid van verdachte bij de geldverplaatsingen (het als tussenpersoon instrueren van de koeriers, het onderhouden van contacten en het aannemen van het geld) is uitgesloten dat verdachte niet van de criminele herkomst heeft geweten.
2.4.2.9.7 Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat bij voorgaande witwastransacties die de rechtbank bewezen acht, steeds sprake is geweest van de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Er is sprake geweest van witwassen in een georganiseerd verband, namelijk door ‘groep [naam 1] ’. Iedere verdachte had daarin zijn eigen rol die al dan niet inwisselbaar was. [naam 6] en [naam 8] waren degene die de telefoons van de groep bedienden. Zij waren het aanspreekpunt voor de contacten van groep [naam 1] . Zij communiceerden dus met andere criminele groepen. [naam 14] en [naam 7] waren koeriers van groep [naam 1] . [naam 5] hield de administratie van groep [naam 1] bij en was dus de boekhoudster van de organisatie. Zij was daarnaast ook bij een aantal transporten betrokken als koerier en fungeerde als aanspreekpunt voor [naam 2] als hij bij haar was. Uit verschillende berichten volgt dat er toestemming moest worden gevraagd aan [naam 2] voor het brengen of ophalen van geld. Uit opgenomen OVC-gesprekken volgt dat [naam 6] en [naam 8] aanwezig waren bij het inladen van het geld. Uit OVC-gesprekken volgt ook dat [naam 2] zelf herhaaldelijk aanwezig was op momenten dat er werd ingeladen of uitgeladen.
Beoordeling
aam 12]
4 december 2019 t/m 14 januari 2021
[account nummer 10]
Cupertino, Scooter,
ScooterMoneyExchange
[naam 12]
11-12-2020 t/m 08-03-
2021
2.4.2.4 Identificatie [naam 1] en GrKop
Identificatie ‘ [naam 1] ’
De SkyECC-accounts [account nummer 1] , [account nummer 11] en [account nummer 4] worden, zoals bij de bespreking van de feiten zal blijken, gebruikt voor het plegen van criminele activiteiten. Het account [account nummer 4] is een contact van [account nummer 1] . De accounts [account nummer 1] en [account nummer 4] zijn een korte periode in juni/juli 2020 gelijktijdig in gebruik geweest. De accounts [account nummer 1] , [account nummer 11] en [account nummer 4] maken gebruik van dezelfde bijnamen, namelijk ‘ [naam 1] ’ en/of ‘Farmer’. In de chatberichten wordt ‘ [naam 1] ’ door derden wisselaar genoemd. ‘ [naam 1] ’ is een wisselaar en je kan bij hem ‘papieren’ droppen. ‘ [naam 1] ’ is een machtige man (een ‘man met power’).
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de accounts [account nummer 1] , [account nummer 11] en [account nummer 4] geen vaste gebruiker hadden, maar in gebruik waren bij een of meerdere personen behorende tot een crimineel netwerk (groep [naam 1] ) waarvan ‘ [naam 1] ’ op de achtergrond de bepalende persoon is die de leiding heeft. Er wordt door de accounts gesproken over ‘ons’ of ‘we’, hetgeen duidt op gebruik door een groep. [naam 1] is echter degene die steeds beslist/goedkeuring geeft. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat ‘ [naam 1] ’ zelf geen actieve gebruiker is (geweest) van de accounts.
De rechtbank dient de vraagt te beantwoorden wie met ‘ [naam 1] ’ wordt bedoeld. Zij neemt daarbij het volgende in aanmerking. De cryptotelefoons worden een groot deel van de periode dat de accounts actief zijn, gebruikt in de omgeving van de [adres 2] in [plaats 1] . Dit betreft het woonadres van [naam 2] en tevens is daar zijn autogarage gevestigd. Uit de aangestraalde zendmasten volgt dat de gebruiker(s) zich hebben opgehouden in de directe omgeving van het bedrijf (en woonhuis) van [naam 2] aan de [adres 2] in [plaats 1] . De hiervoor geïdentificeerde gebruikers [naam 6] en [naam 8] zijn directe vertrouwelingen van [naam 2] , [naam 6] is zijn schoonzoon en [naam 8] staat op de loonlijst van zijn autogarage. [account nummer 1] was de hele periode in Nederland met uitzondering van 31 juli 2020 t/m 15 augustus 2020. In die periode straalde de telefoon aan in Spanje. In diezelfde periode zaten volgens de vluchtgegevens [naam 2] en [naam 6] met hun partners in Spanje. Verder neemt de rechtbank identificerende gegevens uit de chatberichten het volgende in aanmerking.
‘ [naam 1] ’ is woonachtig op de [adres 2] in [plaats 1] . [naam 2] is de enige man die op dat adres staat ingeschreven.
De woning van ‘ [naam 1] ’ wordt met foto’s gedeeld. De woning op de foto komt overeen met de woning van [naam 2] .
‘ [naam 1] ’ woont in een kleine boerderij met een kleine garage er tegen aan. De autogarage van [naam 2] is naast de woning gevestigd.
‘ [naam 1] ’ is een Hollandse man. [naam 2] is Nederlands.
‘ [naam 1] ’ is oude man 60+. [naam 2] is geboren op [geboortedatum 2] 1959 en dus ten tijde van het bericht op 25 augustus 2020 ouder dan 60 jaar.
Op 6 oktober 2020 stuurt [account nummer 1] dat [naam 1] zelf weg is, maar dat hij iets heeft klaar liggen voor het tegencontact dat kan worden opgehaald. [naam 2] bevindt zich volgens de vluchtgegevens op dat moment in (de omgeving van) Malaga (Spanje).
De rechtbank concludeert dat ‘ [naam 1] ’ [naam 2] is.
Dat in de Nederlandse vertaling van het verzoek tot verlenging van de voorlopige hechtenis van [naam 17] , zoals overgelegd door de verdediging, de zinsnede “Daarnaast was er [naam 1] , «Hailosprey », een Nederlander waarschijnlijk van Arabische afkomst die vanaf Nederland toezicht hield op de leveringen van verdovende middelen, evenals op het overdragen van geld.”, staat opgenomen, maakt vorenstaande conclusie niet anders. Gelet op de overige inhoud van het overlegde stuk en de overige informatie uit het onderzoek Rossygnol beschouwt de rechtbank deze opmerking als abusievelijk onjuist getrokken conclusie door de degene die het verzoek tot verlenging van de voorlopige hechtenis van [naam 17] heeft opgemaakt.
Identificatie ‘GrKop’
De rechtbank stelt op grond van de volgende feiten en omstandigheden vast dat ‘GrKop’ [naam 2] is.
[naam 11] kreeg regelmatig opdracht van Reuvers om geld op te halen bij of weg te brengen naar ‘GrKop’. Uit de bakengegevens van zijn auto volgt dat [naam 11] vervolgens naar het adres [adres 2] te [plaats 1] reed.
Er is een peilbaken geplaatst onder de auto waarin [naam 11] reed. Uit de bakengegevens volgt dat [naam 11] meerdere malen een ‘fix’ had in de directe omgeving van dan wel op het adres [adres 2] te [plaats 1] .
Reuvers had meermalen contact met het EncroChat-account Skewedcrocodile. Uit de metadata van EncroChat volgt dat Skewedcrocodile onder andere de nickname ‘GrKop’ had.
In de Exclu-berichten worden volgens de verbalisant de volgende details over ‘GrKop’ gedeeld:
o ‘GrKop’ werd soms ook ‘ [naam 1] ’ genoemd.
o Rond 2 november 2022 zou de jongste dochter van ‘GrKop’ een zwaar ongeluk hebben gehad, vermoedelijk in Spanje. Deze dochter zou in coma hebben gelegen. Uit een tapgesprek van 1 november 2022 volgt volgens de politie dat een dochter van [naam 2] een zwaar motorongeluk in Spanje heeft gehad en op de IC ligt.
o ‘GrKop’ zou vanaf 1 december 2022 een week weg zijn geweest. Uit vluchtgegevens volgt dat [naam 2] van 1 tot en met 7 december 2022 met [naam 5] naar Malaga is gevlogen.
2.4.2.5 OVC-opnames autogarage [naam 2]
De rechtbank neemt het algemene beeld over dat verbalisanten hebben afgeleid uit de OVC-gesprekken, tevens opgenomen in de bewijsbijlage, welke gesprekken zijn opgenomen in het garagebedrijf van [naam 2] aan de [adres 2] in [plaats 1] , te weten dat er met en door [naam 2] regelmatig werd gesproken over de handel in drugs en over ondergronds bankieren. In de bewijsbijlage zijn meerdere gesprekken opgenomen, waaruit dit beeld naar voren is gekomen.
2.4.2.6 Boekhouding groep [naam 1]
In het voorgaande is vastgesteld dat [naam 5] de gebruiker van de accounts bossi-bitchi, [account nummer 7] en Q86R1l is geweest. Uit de bewijsmiddelen volgt dat in de woningen/appartementen waar [naam 5] verbleef (Roemenië, Marbella (Spanje) en in [plaats 2] ), administratiekaartjes zijn aangetroffen die overeenkomen dan wel soortgelijk zijn aan de kaartjes die zijn verzonden door de accounts in gebruik bij [naam 5] . De rechtbank gaat er gelet op de inhoud van de kaartjes en de inhoud van de PGP-berichten vanuit dat op de kaartjes werd bijgehouden welke bedragen zijn afgegeven en van wie deze afkomstig zijn.
Conclusie
2.4.2.9.8 Gewoontewitwassen
Gelet op de omvangrijke hoeveelheid contant geld, kan naar het oordeel van de rechtbank ook worden bewezen dat de verdachten van witwassen een gewoonte hebben gemaakt.
2.4.2.9.9 Conclusie feit 2
De rechtbank komt gelet op dat wat hiervoor is besproken tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 25 juni 2020 tot en met 31 juli 2020, nu verdachte samen met anderen opzettelijk meerdere grote geldbedragen (totaal: € 1.147.915 en een bedrag van 1.090.800,- met een onbekende valuta) heeft verworven en voorhanden gehad terwijl zij wist(en) dat dit van misdrijf afkomstig was (sub b) en daarnaast dat zij de herkomst, de vindplaats, de verplaatsing en de rechthebbende op die geldbedragen hebben verborgen/verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie die geldbedragen voorhanden had (sub a).
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2020 tot en met 30 januari 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland en/of Italië en/of Frankrijk en/of het Verenigd Koninkrijk, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD03 Sardinië, transport 26 augustus t/m 1 september 2021, hoofdstuk 14] en/of
(ongeveer) 10 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Saint Tropez, transport 14-15 september 2020, hoofdstuk 5.2 en ZD02, paragraaf 24] en/of
een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD04 Gassin, transport 28-30 januari 2023, hoofdstuk 5.4] en/of
(ongeveer) 18 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD05 Verenigd Koninkrijk, transport 19 september t/m 20 oktober 2020, hoofdstuk 5.2] en/of
(ongeveer) 1 kilogram cocaïne, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne [ZD02, transactie 11 september 2020, paragraaf 27],
in elk geval (telkens) (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2020 tot en met 14 september 2020 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland, althans in Nederland, en/of het Verenigd Koninkrijk, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (contante) geldbedragen waaronder:
een geldbedrag van (ongeveer) € 30.800, althans een of meer (grote) groot geldbedrag(en) [AH161, bijlage 3], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 1.147.915, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 12], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 250.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 8], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 275.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 8], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 260.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH161, bijlage 8], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 275.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH649],
(sub a)
(telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) was, en/of verborgen en/of verhuld wie dat/die geldbedrag(en) voorhanden had,
en/of
(sub b)
(telkens) verworven en/of overgedragen,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat die voornoemde (contante) geldbedrag(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de in artikel 2 onder A, B en C van de Opiumwet gegeven verboden, meermalen gepleegd;
feit 2:
medeplegen van gewoontewitwassen.
5De strafbaarheid van de feiten
Beoordeling
Het bevat een beginsaldo van contant geld, (veelal) vermeerderd met de contanten die koeriers afleveren, verminderd met de afdracht van contante gelden aan klanten en dat resulteert in een nieuw saldo van de voorraad geld. De kaartjes werden gedeeld met [naam 12] , die zich in Spanje bevond, en met ‘groep [naam 1] ’, die zich in Nederland bevond. De rechtbank gaat ervan uit dat de kaartjes een administratie van de voorraad contant geld in Spanje zijn en dat met “SPP” ‘Spaanse pot’ wordt aangeduid, die beheerd wordt door [naam 12] .
2.4.2.7 De rol van [naam 2]
De rechtbank leidt uit de volgende feiten en omstandigheden en onder verwijzing naar bewijsmiddelen zoals opgenomen in de bijlage af dat [naam 2] aan de leiding stond van een organisatie die aangeduid werd als de ‘groep [naam 1] ’ en dat hij degene was die de besluiten nam.
De autogarage van [naam 2] was de centrale plek waarvandaan de handel in verdovende middelen en geldtransporten werden uitgevoerd.
De PGP-accounts die in gebruik zijn bij de organisatie hebben als bijnaam ‘ [naam 1] ’ of ‘farmer’. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, wordt met [naam 1] [naam 2] bedoeld.
Uit de verschillende berichten leidt de rechtbank af dat aan ‘ [naam 1] ’, ofwel [naam 2] , vaak toestemming moet wordt gevraagd voor het verrichten van een geldtransactie of een transactie met betrekking tot de handel in cocaïne. Zie onder andere de SkyECC-berichten van 11 juli 2020 van [naam 12] aan het account van groep [naam 1] ‘ik zie [naam 1] zo maat en vraag ik of dat goed of is al accoord’. En tussen dezelfde accounts op 14 juli 2020 ‘laat je straks weten als [naam 1] er is maat’. En op 3 september 2020 tussen [naam 14] en het account van groep [naam 1] ‘doe maar via scooter, [naam 1] is met scooter’.
Ook zijn er EncroChat-berichten waaruit volgt dat [naam 1] degene is die de beslissingen neemt. Een voorbeeld zijn de berichten van 19 mei 2020 tussen [naam 5] en [naam 18] waarin [naam 18] vraagt ‘kun je de [naam 1] vragen wanneer ik het geld van mijn schoonzoon kan ophalen’. En de berichten van 26 mei 2020 tussen Skewedcrocodile (het account van groep [naam 1] ) en Hailosprey, waarin Skewedcrocodile schrijft ‘ik zal het morgenmiddag gelijk doorgeven aan [naam 1] ’ en de volgende middag ‘ [naam 1] zegt ook ok’.
In berichten tussen anderen waarin wordt gesproken over [naam 1] , wordt hij de wisselaar genoemd en op 22 mei 2020 zegt gebruiker van [account nummer 12] tegen gebruiker [account nummer 13] over hem ‘hoe power die man is en hoe eerlijk’.
- In het OVC-gesprek op 9 februari 2023 tussen [naam 2] en een onbekende man vraagt de onbekende man aan [naam 2] hoe je handel moet opbouwen. [naam 2] legt vervolgens uitgebreid uit hoe je vanaf het begin de handel moet opbouwen. [naam 2] benoemt daar onder andere dat hij het eerste en het laatste woord heeft en beschrijft de handel telkens in de ‘ik’-vorm. Dat doet hij in meer gesprekken, bijvoorbeeld ook in de OVC-gesprekken tussen [naam 13] en [naam 2] op 21 maart 2023. In dat gesprek beschrijft [naam 2] ook hoeveel ‘hij’ aan de handel over houdt.
2.4.2.8 Feit 1 (cocaïne transacties)
Verdachte wordt onder feit 1 kort gezegd verweten dat hij samen met anderen telkens een bepaalde hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd en/of verkocht dan wel aanwezig heeft gehad. De rechtbank zal in het navolgende de ten laste gelegde transporten bespreken.
2.4.2.8.1 een (grote) hoeveelheid cocaïne (zaaksdossier 3: Sardinië; transport 26 augustus t/m 1 september 2021)
Op basis van het dossier kan de rechtbank vaststellen dat er bij dit transport iets in de auto van [naam 14] wordt ingeladen en alhoewel er aanwijzingen in het dossier te vinden zijn dat het om drugs gaat, staat onvoldoende vast dat dit cocaïne is. Het enkele geluid van doffe klappen dan wel de door de officieren van justitie veronderstelde gang van zaken dat er cocaïne naar Italië werd geleverd en geld terug werd vervoerd, is naar het oordeel van de rechtbank daarvoor onvoldoende. Ook het gebruik van tape, handschoenen en plastic maakt dat niet anders. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het vervoeren van een (grote) hoeveelheid cocaïne naar Sardinië in de periode 26 augustus t/m 1 september 2021.
10 kg cocaïne, (zaaksdossier 04: Saint Tropez; transport 14-15 september 2020)
Uit de chatberichten leidt de rechtbank het volgende af.
Berichten over reisschema [naam 14]
Op 2 september 2020 bespreken [naam 14] en [verdachte] die op dat moment [account nummer 1] in gebruik heeft, waar naar toe en wanneer [naam 14] reist. [naam 14] is op dat moment in Frankrijk en [naam 8] bevindt zich bij of in de omgeving van de [adres 2] in [plaats 1] . Op 3 september 2020 is [naam 2] in de ochtend naar Malaga, Spanje, gevlogen. Als [naam 14] aan [naam 8] op 3 september 2020 in de middag zijn reisschema stuurt en vraagt of [naam 2] de planning in orde vindt, moet [naam 14] dat van [naam 8] aan Scooter vragen, omdat [naam 1] bij Scooter is. [naam 14] stuurt vervolgens zijn reisschema door naar [naam 12] . De door de telefoon in gebruik bij [naam 14] aangestraalde masten bevestigen het afgesproken reisschema, waaronder dat hij op 14 september 2020 in Nederland is en op 15 september in St. Tropez.
Berichten over transactie
SkyECC-gebruiker [account nummer 14] laat op 11 september 2020 weten aan [naam 8] dat hij maar 5 in plaats van 10 stuks kan afnemen. Het gaat om Colombiaanse cocaïne, zo volgt uit de berichten van 14 september 2020 tussen [account nummer 14] en [naam 8] . Uit de berichten van 14 en 15 september 2020 volgt dat [account nummer 14] (Captain) niet het gehele geldbedrag kan overhandigen op 15 september 2020 als [naam 14] in St. Tropez is om de tas af te leveren. [naam 14] vraagt [naam 8] akkoord om de tas te geven. [naam 2] geeft akkoord, zo maakt de rechtbank op uit het berichten van [naam 8] om 9.42 uur: “Ik ben straks bij [naam 1] ” en om 12.14 uur: “Je mag geven geen probleem”. Verder volgt uit de berichten van 15 september 2020 dat door Captain 10.000 is meegegeven en dat [naam 14] nog 250k zal ontvangen op 17 september 2020. [naam 14] laat dit aan [naam 8] weten. Op 17 september 2020 is de rest betaald, zo volgt uit het bericht van [account nummer 15] (Captain) aan [naam 8] : “I gave french 264k and 10k other day”. De rechtbank gaat er vanuit dat met french [naam 14] wordt bedoeld. Vervolgens laat [naam 8] weten dat [naam 14] het geld niet mee naar Nederland hoeft te nemen als hij het thuis kan laten liggen: “Kom leeg naar nl”. [naam 14] stuurt vervolgens twee afbeeldingen met pakken met Eurobiljetten.