Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-04-08
ECLI:NL:RBGEL:2025:2746
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
15,890 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/030229-23
Datum uitspraak : 25 maart 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officieren van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1980 in [plaats 1] ,
wonende aan de [adres] in ( [adres] ) [woonplaats] .
Raadsman: mr. M. Hoevers, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
Inhoudsopgave
1. De inhoud van de tenlastelegging 3
Overwegingen
2.1.1 De bewijsmiddelen 4
2.1.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs 4
2.1.2.1 Algemeen 4
2.1.2.2 Algemene opmerking inhoud gesprekken 6
2.1.2.3 Identificatie gebruikers PGP-accounts 6
2.1.2.4 Identificatie [naam 1] en GrKop 8
2.1.2.5 OVC-opnames autogarage [naam 2] 10
2.1.2.6 Boekhouding groep [naam 1] 10
2.1.2.7 De rol van [naam 2] 10
2.1.2.8 Ten laste gelegde feit (witwassen) 11
2.1.2.8.1 € 103.000,- en/ of € 89.200,- 11
2.1.2.8.2 € 119.320,- en/of € 175.215,- 12
2.1.2.8.3 € 4.086.575,- 13
2.1.2.8.4 € 550.000,- 14
2.1.2.8.5 Beoordelingskader witwassen 14
2.1.2.8.6 Toepassing van het beoordelingskader witwassen 15
2.1.2.8.7 Opzet 15
2.1.2.8.8 Medeplegen 16
2.1.2.8.9 Gewoontewitwassen 16
2.1.2.8.10 Conclusie ten laste gelegde feit 16
3 De bewezenverklaring 16
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde 17
5 De strafbaarheid van het feit 17
6 De strafbaarheid van de verdachte 17
Overwegingen
7.1 Het standpunt van de officieren van justitie 17
7.2 Het standpunt van de verdediging 18
7.3 De beoordeling door de rechtbank 18
Dictum
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 april 2020 tot en met 8 maart 2021, te [plaats 2] en/of [woonplaats] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of ander(en), althans alleen,
(telkens) (contante) geldbedrag(en), waaronder:
een geldbedrag van (ongeveer) € 119.320 en/of € 175.215, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH140], en/of
een geldbedrag van in totaal (ongeveer) € 4.086.575, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH127], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 550.000, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH127], en/of
een geldbedrag van (ongeveer) € 103.000 en/of € 89.200, althans een of meer (grote) geldbedrag(en) [AH177],
(sub a)
(telkens) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die
geldbedrag(en) was, en/of verborgen en/of verhuld wie dat/die geldbedrag(en) voorhanden had,
en/of
(sub b)
(telkens) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat die voornoemde (contante) geldbedrag(en) (telkens) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
Overwegingen
2.1
Aanleiding van onderzoek Murray
In Frankrijk werd door de Franse autoriteiten een onderzoek gedaan naar de handel in verdovende middelen. Dit onderzoek werd uitgevoerd onder de naam Rossygnol. De Franse autoriteiten onderzochten daarbij een organisatie die voornamelijk bestaat uit Nederlanders, die zich bezig houden met het vervoer en verkopen van verdovende middelen en het vervoeren van geld. In onderzoek Rossygnol is [verdachte 2] als verdachte van (onder andere) het koerieren van geld en/of drugs aangemerkt. Naar aanleiding van dit onderzoek in Frankrijk werd door de autoriteiten van Nederland en Frankrijk een Joint Investigation Team geformeerd, waarvan de overeenkomst eind maart 2022 werd ondertekend. Naar aanleiding van informatie die Nederland vervolgens ontving uit Frankrijk, TCI-informatie en restinformatie uit het onderzoek Hemel werd onderzoek Murray opgestart, met onder andere [naam 2] als verdachte van de handel in verdovende middelen en het witwassen van de daaruit verkregen gelden. Omdat [naam 2] ook onderwerp van onderzoek was in het FIOD-onderzoek Clifford is informatie uitgewisseld met dat onderzoek.
Het onderzoeksteam Murray heeft onderzoek gedaan naar het netwerk rond [naam 2] . Dit netwerk wordt in het onderzoek aangeduid als ‘groep [naam 1] ’ of ‘groep [naam 2] ’. [naam 2] werd in het onderzoek aangemerkt als de centrale figuur van dit netwerk. De autogarage van [naam 2] , gevestigd op zijn woonadres aan de [adres 2] in [plaats 2] , werd in het onderzoek gezien als de plaats waarvandaan de in-, door- en uitvoer van verdovende middelen en geld naar nationale en internationale bestemmingen zou plaatsvinden. Naast [naam 2] werden in onderzoek Murray (voor zover hier van belang) [naam 3] (hierna: [naam 3] ), [naam 4] (hierna: [naam 4] ), [naam 5] (hierna: [naam 5] ) en [naam 6] (hierna: [naam 6] ) als verdachte aangemerkt. Het onderzoek Murray heeft zich toegelegd op de vermoedelijke strafbare feiten die zijn gepleegd in de periode van 1 januari 2020 tot en met 28 maart 2023.
2.2
Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Samengevat volgt het bewijs volgens hen uit de inhoud van de chats van het EncroChat-account en het SkyECC-account van verdachte. Daarnaast zijn de chats van het account van de in het buitenland vervolgde verdachte [naam 9] en het account [accountnaam 1] redengeven voor het bewijs in combinatie met de bevindingen van het observatieteam op 8 maart 2021.
2.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe voert zij aan dat het bewijs enkel bestaat uit berichten in chats en dat is onvoldoende. Er is geen ondersteunend bewijsmateriaal in het dossier aanwezig waaruit volgt dat verdachte op enig moment geld afkomstig uit misdrijf voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen. Subsidiair voert de verdediging aan dat de gebruiker van het account dat aan verdachte wordt toegeschreven slechts een kortere periode is ingezet als geldkoerier, te weten tussen 4 april 2020 en 14 september 2020.
2.4
Beoordeling
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten bewezen op basis van de gebezigde bewijsmiddelen. De rechtbank is echter van oordeel dat een aantal onderdelen van de tenlastelegging niet kunnen worden bewezen. Ten aanzien van die onderdelen zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken. De rechtbank overweegt als volgt.
2.4.1
De bewijsmiddelen
Met het oog op de leesbaarheid van het vonnis zijn de bewijsmiddelen niet op deze plaats opgenomen, maar als bijlage I aangehecht. De bewijsmiddelen dienen op deze plaats als ingelast te worden beschouwd.
Ten aanzien van de bewijsmiddelen geldt dat zij steeds worden gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.
2.4.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
2.4.2.1 Algemeen
In maart 2023 hebben politie en het openbaar miniserie onderzoek Murray zogenaamd ‘laten klappen’. Op de internationale actiedag op 28 maart 2023 vonden er in onderzoek Murray en Rossygnol in Nederland, Frankrijk, Spanje en Roemenië meerdere aanhoudingen plaats en werden er doorzoekingen verricht in woningen, bedrijfspanden en voertuigen. De bevindingen zijn voor zover relevant opgenomen in de bewijsmiddelen. De rechtbank concludeert hieruit het volgende.
Op meerdere locaties zijn zeer grote contante geldbedragen aangetroffen: in een verborgen ruimte in de auto van [verdachte 2] , ongeveer € 675.000); in een afgesloten salontafel in een door [naam 2] gehuurd appartement aan de [adres 3] in [plaats 2] , € 1.067.600,-; en in het appartement van [naam 3] in Roemenië, € 75.000,-.
In meerdere voertuigen zijn verborgen ruimtes aangetroffen, namelijk in de auto’s van [verdachte 2] en [naam 5] en in meerdere aangetroffen auto’s aan de [adres 2] in [plaats 2] (een Mercedes Sprinter op naam van [naam 7] met kenteken [kenteken 1] ), een Mercedes E-klasse op naam van [naam 8] én een Mercedes Vito op naam van [bedrijf 2] ( [kenteken 2] ). De verborgen ruimtes zijn volgens de verbalisanten achteraf en zeer professioneel ingebouwd.
Het geld in de auto van [verdachte 2] en het geld in de salontafel aan de [adres 3] in [plaats 2] bevonden zich in sporttassen. Deze sporttassen zijn soortgelijk. [naam 2] en [naam 6] worden tijdens observaties op meerdere momenten gezien met sporttassen lopend van de [adres 3] naar [adres 2] in [plaats 2] .
In de kofferbak van de auto waarvan [verdachte 2] gebruik maakte toen hij op 27 maart 2023 aangehouden, zat een Google-telefoon waarop hij berichten ontving voor zijn illegale werk (de rechtbank begrijpt: PGP-berichten). Bij [naam 6] in de auto is tijdens een verkeerscontrole op 1 februari 2021 een PGP-telefoon aangetroffen. Hierna zal worden vastgesteld dat de verdachten van onderzoek Murray gebruik maakten van versleutelde communicatiediensten, waarvoor PGP-telefoons worden gebruikt. Uit de verklaring van [verdachte 2] volgt dat hij van ‘de organisatie’ een PGP-telefoon heeft ontvangen om met hen te communiceren over de door hem uit te voeren transporten. Het is een feit van algemene bekendheid dat PGP-telefoons (een telefoon waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd) veelvuldig worden gebruikt in het criminele milieu.
Het geld in de salontafel aan de [adres 3] in [plaats 2] , gehuurd door [naam 2] , bestond - naast bundels geldpakketten in sporttassen - uit 1 Euromunten verpakt in plastic zakjes. Een vingerafdruk op een van de plastic zakjes komt overeen met een vingerafdruk van [naam 3] .
In meerdere woningen – namelijk van [naam 6] in [plaats 3] , van [naam 3] in Roemenië en van [naam 9] in Spanje – zijn kaartjes aangetroffen met daarop een boekhouding (kasboeknotities). De namen en bedragen op de kaartjes komen overeen met de inhoud van verstuurde PGP-berichten. In de woning van [naam 6] aan de [adres 5] in [plaats 3] verbleef [naam 3] als zij in Nederland was. Ook in de auto van [naam 6] zijn op 1 februari 2021 soortgelijke kaartjes met daarop een boekhouding aangetroffen, tezamen met de hiervoor genoemde PGP-telefoon.
In de woning van [naam 2] in [plaats 2] en de woning van [naam 6] in [plaats 3] zijn geldtelmachines aangetroffen. Het serienummer van de geldtelmachine aangetroffen in de woning van [naam 2] komt terug in chats van [account nummer 1] , dat hierna zal worden geëdentificeerd als het account van de groep [naam 1] . Een van de geldtelmachines in de woning van [naam 6] komt overeen qua merk en type met de machine aangetroffen in de woning van [naam 2] .
De rechtbank acht verder het volgende, hetgeen zij uit de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage I afleidt, van belang.
- Uit de verklaring van [verdachte 2] volgt dat ‘de organisatie’ waar hij voor werkte, al 6 à 7 jaar in bedrijf is, dat hij de in zijn auto aangetroffen vier sporttassen (met Engelse ponden) moest (af)leveren en dat er bij de levering van tassen werd gewerkt met zogenaamde tokens.
[naam 2] en [naam 3] hebben al meer dan 10 jaar een liefdesrelatie.
[naam 3] verblijft in Nederland in een woning in eigendom van [naam 6] gelegen aan de [adres 6] [adres 4] in [plaats 3] .
[naam 4] is de schoonzoon van [naam 2] .
[naam 6] is sinds 1 september 2020 in dienst van [bedrijf 2]
[naam 6] wordt ‘ [naam 6] ’ genoemd en heeft verder de volgende bijnamen: ‘Tally’/ ‘Taalli’ en ‘Rasta’.
[naam 17] [naam 9] wordt ‘Scooter’ genoemd.
[verdachte 2] wordt ‘Franse pik’ genoemd.
[naam 5] heeft de bijnaam ‘ [naam 13] ’.
2.4.2.2 Algemene opmerking inhoud gesprekken
In het dossier bevindt zich een groot aantal chatgesprekken die zijn gevoerd door de verdachten (zoals hierna zal worden vastgesteld). De rechtbank is zich bewust van het feit dat deze chats niet volledig zijn. Een groot aantal van de berichten is eenzijdig ontsleuteld. Bovendien ontbreken er chats. Het is niet bekend hoeveel chats er ontbreken. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat behoedzaamheid moet worden betracht bij het duiden van de betekenis en strekking van de inhoud van de gesprekken. De onvolledigheid betekent echter niet dat op basis van de chats in zijn geheel geen vaststellingen kunnen worden gedaan. Voor zover de rechtbank op basis van de chats bepaalde feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, zal zij dit bij de hierna te bespreken feiten uiteen zetten.
2.4.2.3 Identificatie gebruikers PGP-accounts
Aan verdachten van onderzoek Murray worden een of meerde accounts van EncroChat en SkyECC door de politie toegeschreven in zogenaamde identificatie-processenverbaal en aanvullingen daarop. De identificaties volgen onder meer uit de inhoud van de chatberichten, maar ook uit aangestraalde zendmasten, vluchtgegevens, observaties, OVC-opnames, taps, verkregen gegevens uit privételefoons, een verkeerscontrole en andere identificerende gegevens.
Overwegingen
7.1
Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de voorlopige hechtenis heeft de verdediging primair opheffing en subsidiair schorsing daarvan bepleit. Hij heeft ten aanzien van het verzoek tot schorsing aangevoerd dat strafvorderlijke belangen kunnen worden ondervangen door middel van voorwaarden. Het belang van verdachte is evident: hij heeft werk, een gezin en een woning. Meest subsidiair heeft de raadsman verzocht om het reclasseringstoezicht als schorsingsvoorwaarde te schrappen, nu dat enkel nog bestaat uit een wekelijks belmoment.
7.3
Beoordeling
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft zich in een periode van een jaar schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen. Het gaat om een zeer groot geldbedrag dat over een relatief korte periode is witgewassen: € 5.123.310,-. Verdachte vervulde hierbij een uitvoerende rol, namelijk die van koerier van het geld voor de organisatie.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan ondergronds bankieren. Criminelen konden hun contante geld bij de organisatie waar verdachte toe behoorde brengen. De organisatie zorgde vervolgens voor het vervoer van die contante bedragen naar andere plekken en landen, waar het vervolgens weer kon worden opgehaald. In sommige gevallen werden valuta omgewisseld in andere valuta. De organisatie kreeg vervolgens een provisie per transactie. Door deze manier van witwassen kunnen ook andere vormen van zeer ernstige criminaliteit zoals (georganiseerde) drugshandel, wapenhandel, corruptie, fraude en terrorisme worden gefinancierd. Dit maakt dat de criminele wereld in stand wordt gehouden en andere stafbare feiten mogelijk worden gemaakt. Verdachte dient zich bewust te zijn dat zijn handelen veel verder reikt dan alleen het verplaatsen van geld. Witwassen op deze enorme schaal vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende en corrumperende werking op de samenleving.
Het feit rechtvaardigt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur.
Landelijke Oriëntatiepunten Straftoemeting
Hoewel hier geen sprake is van witwassen in een frauduleuze context, ziet de rechtbank ook voor het witwassen aanleiding om aan te sluiten bij de LOVS-oriëntatiepunten. Verdachte en zijn mededaders hebben met het witwassen op grote schaal criminele activiteiten gefaciliteerd. In het geval van verdachte gaat het om witwassen van een groot geldbedrag. Op basis van de LOVS-oriëntatiepunten zou ook voor het witwassen een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn. Bij een bedrag van € 1.000.000,- of hoger geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van ten minste 24 maanden. De LOVS-oriëntatiepunten geven geen verdere specificatie geven voor een bedrag van meer dan € 1.000.000,-.
De op te leggen straf
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank ook gekeken naar wat ieders rol is geweest binnen de organisatie. Ook heeft zij gekeken naar straffen die worden opgelegd in vergelijkbare zaken en in de zaken van de medeverdachten. Verdachte heeft van alle verdachten die terechtstaan in het onderzoek Murray de minst grote rol. Hij is niet betrokken bij de handel in cocaïne en hij is enkel als koerier werkzaam geweest. Daarom zal de rechtbank aan hem een lagere straf opleggen dan opgelegd aan de andere verdachten. Alles overwegende, legt de rechtbank een gevangenisstraf op voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest.
Tenuitvoerlegging
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank is van oordeel dat de grond die tot het bevel van de voorlopige hechtenis heeft geleid nog steeds aanwezig is. Het verzoek van de verdediging om het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, wordt daarom afgewezen. Het bevel tot voorlopige hechtenis is op 1 december 2023 voor onbepaalde tijd geschorst. De rechtbank ziet geen aanleiding de schorsing op te heffen omdat in de onderhavige zaak de grond die tot het bevel tot voorlopige hechtenis heeft geleid, kan worden ondervangen middels voorwaarden. Ook brengt in deze zaak het veroordelend vonnis geen andere uitkomst met zich mee in de belangenafweging tussen het strafvorderlijk belang en het persoonlijk belang van verdachte, zoals dat wel is beslist in de zaken van [naam 2] , [naam 4] en [naam 3] . De rechtbank zal de schorsingsvoorwaarden wijzigen in die zin dat het reclasseringstoezicht zal komen te vervallen. Dat betekent dat alleen de algemene voorwaarden in stand blijven. Deze beslissing zal apart op schrift worden gesteld.
Beoordeling
De officieren van justitie hebben verzocht om de - reeds vernietigde - Mercedes Vito met kenteken [kenteken 3] , verbeurd te verklaren, nu het feit is begaan met behulp van dit voorwerp. In de Mercedes Vito bevond zich een verborgen ruimte waarin geld werd verborgen en vervoerd.
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
De rechtbank zal het voorwerp, een Mercedes Vito met kenteken [kenteken 3] , met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid, verbeurd verklaren.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
9De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
ten aanzien van het beslag:
verklaart verbeurd het volgende voorwerp: een Mercedes Vito, kenteken [kenteken 4] .
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer (voorzitter), mr. M.J. Wasmann en mr. M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 april 2025.
mr. M.J. Wasmann en mr. M.G.E. ter Hart zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.
Pretty Good Privacy
Beoordeling
De rechtbank hecht er belang aan op te merken dat het bij een identificatie van een bepaald account niet noodzakelijk is dat iedere identificerende omstandigheid op zichzelf dusdanig redengevend is dat op basis hiervan identificatie plaats kan vinden. De identificerende feiten en omstandigheden dienen in onderling verband en samenhang te worden bezien. Op basis daarvan, stelt de rechtbank de identificatie van de gebruikers (voor zover relevant) van de EncroChat- en SkyECC-accounts in de desbetreffende periode(s) als volgt vast:
EncroChat
Account
Bijnaam
Gebruiker
Periode
Skewedcrocodile
[naam 1]
Grkop
Farmer
Garage
Werker [naam 1] Donjuan
[naam 1] schn.zoon Farmer new Schoonzoon 2
linkerhand [naam 1]
wsl holland
tractor
Groep [naam 1]
[naam 4]
27 januari 2020 t/m 4 maart 2020 en 8 maart 2020 t/m 8 juni 2020
Livelytoast
Livelytoast, jottumke, [naam 13] new, wisselar, [naam 13] , [naam 13] wissel, wissel nl
[naam 5]
27 maart 2020 t/m 28 april 2020
Bossi-bitchi
Bossi-bitchi, Partner, Rumena, bossibitchi
[naam 3]
8 april 2020 t/m 3 juni 2020
Woeii
Lazylovecub, woeii, talli, tali, tally n
[naam 6]
Prinsbernard
(…)moneyexchange (…)
[naam 9]
25-03-2020 t/m
12-06-2020
Caninefern
caninefern, manaco, fr pik,
french pik newnew, partner,
franseleuterfr
[verdachte 2]
15-01-2020 t/m 15-07-2020
SkyECC
Account
Bijnaam
Gebruiker
Periode
[account nummer 1]
Farmer, Farmer new, [account nummer 2] ,
[account nummer 1]
Groep [naam 1]
[naam 4]
[naam 6]
14 juni t/m 1 september 2020 en 20 t/m 29 september 2020
1 t/m 19 september 2020 en 29 september t/m 22 december 2020
[account nummer 2]
Faf, Fnb, Farmer
Groep [naam 1]
[naam 4]
[naam 6]
28 december 2020 t/m 20 januari 2021
22 december 2020 t/m 26 december 2020
20 januari 2021 t/m 8 maart 2021
[account nummer 3]
Kkk, Tarzan, [naam 1]
Groep [naam 1]
Gebruiker is niet nader geïdentificeerd.
13 juni 2020 t/m 8 juli 2020
[account nummer 4]
[naam 13] Wissel nl
[naam 5]
16 juni 2020 t/m 5 oktober 2020
[account nummer 5]
Taally, Taalli, Pinto-Pakistan amsterdam.
[naam 6]
2 maart 2020 t/m 9 maart 2021
[account nummer 6]
Crispymate
[naam 3]
13 juni 2020 t/m 19 augustus 2020
[account nummer 7]
123, Sky, Sonia
Beoordeling
[naam 3]
9 juli 2020 t/m 13 november 2020
[account nummer 8]
Scooter??MoneyExchange, Scooter@oneyExchange@Marbella, Nw Sky [account nummer 9] , Exchange NO1BC711491
[naam 9]
4 december 2019 t/m 14 januari 2021
[account nummer 9]
Cupertino, Scooter,
ScooterMoneyExchange
[naam 9]
11-12-2020 t/m 08-03-
2021
2.4.2.4 Identificatie [naam 1] en GrKop
Identificatie ‘ [naam 1] ’
De SkyECC-accounts [account nummer 1] , [account nummer 10] en [account nummer 3] worden, zoals bij de bespreking van de feiten zal blijken, gebruikt voor het plegen van criminele activiteiten. Het account [account nummer 3] is een contact van [account nummer 1] . De accounts [account nummer 1] en [account nummer 3] zijn een korte periode in juni/juli 2020 gelijktijdig in gebruik geweest. De accounts [account nummer 1] , [account nummer 10] en [account nummer 3] maken gebruik van dezelfde bijnamen, namelijk ‘ [naam 1] ’ en/of ‘Farmer’. In de chatberichten wordt ‘ [naam 1] ’ door derden wisselaar genoemd. ‘ [naam 1] ’ is een wisselaar en je kan bij hem ‘papieren’ droppen. ‘ [naam 1] ’ is een machtige man (een ‘man met power’).
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de accounts [account nummer 1] , [account nummer 10] en [account nummer 3] geen vaste gebruiker hadden, maar in gebruik waren bij een of meerdere personen behorende tot een crimineel netwerk (groep [naam 1] ) waarvan ‘ [naam 1] ’ op de achtergrond de bepalende persoon is die de leiding heeft. Er wordt door de accounts gesproken over ‘ons’ of ‘we’, hetgeen duidt op gebruik door een groep. [naam 1] is echter degene die steeds beslist/goedkeuring geeft. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat ‘ [naam 1] ’ zelf geen actieve gebruiker is (geweest) van de accounts.
De rechtbank dient de vraagt te beantwoorden wie met ‘ [naam 1] ’ wordt bedoeld. Zij neemt daarbij het volgende in aanmerking. De cryptotelefoons worden een groot deel van de periode dat de accounts actief zijn, gebruikt in de omgeving van de [adres 2] in [plaats 2] . Dit betreft het woonadres van [naam 2] en tevens is daar zijn autogarage gevestigd. Uit de aangestraalde zendmasten volgt dat de gebruiker(s) zich hebben opgehouden in de directe omgeving van het bedrijf (en woonhuis) van [naam 2] aan de [adres 2] in [plaats 2] . De hiervoor geïdentificeerde gebruikers [naam 4] en [naam 6] zijn directe vertrouwelingen van [naam 2] , [naam 4] is zijn schoonzoon en [naam 6] staat op de loonlijst van zijn autogarage. [account nummer 1] was de hele periode in Nederland met uitzondering van 31 juli 2020 t/m 15 augustus 2020. In die periode straalde de telefoon aan in Spanje. In diezelfde periode zaten volgens de vluchtgegevens [naam 2] en [naam 4] met hun partners in Spanje. Verder neemt de rechtbank identificerende gegevens uit de chatberichten het volgende in aanmerking.
‘ [naam 1] ’ is woonachtig op de [adres 2] in [plaats 2] . [naam 2] is de enige man die op dat adres staat ingeschreven.
De woning van ‘ [naam 1] ’ wordt met foto’s gedeeld. De woning op de foto komt overeen met de woning van [naam 2] .
‘ [naam 1] ’ woont in een kleine boerderij met een kleine garage er tegen aan. De autogarage van [naam 2] is naast de woning gevestigd.
‘ [naam 1] ’ is een Hollandse man. [naam 2] is Nederlands.
‘ [naam 1] ’ is oude man 60+. [naam 2] is geboren op 27 juni 1959 en dus ten tijde van het bericht op 25 augustus 2020 ouder dan 60 jaar.
Op 6 oktober 2020 stuurt [account nummer 1] dat [naam 1] zelf weg is, maar dat hij iets heeft klaar liggen voor het tegencontact dat kan worden opgehaald. [naam 2] bevindt zich volgens de vluchtgegevens op dat moment in (de omgeving van) Malaga (Spanje).
De rechtbank concludeert dat ‘ [naam 1] ’ [naam 2] is.
Dat in de Nederlandse vertaling van het verzoek tot verlenging van de voorlopige hechtenis van [naam 18] , zoals overgelegd door de verdediging, de zinsnede “Daarnaast was er [naam 1] , «Hailosprey », een Nederlander waarschijnlijk van Arabische afkomst die vanaf Nederland toezicht hield op de leveringen van verdovende middelen, evenals op het overdragen van geld.”, staat opgenomen, maakt vorenstaande conclusie niet anders. Gelet op de overige inhoud van het overlegde stuk en de overige informatie uit het onderzoek Rossygnol beschouwt de rechtbank deze opmerking als abusievelijk onjuist getrokken conclusie door de degene die het verzoek tot verlenging van de voorlopige hechtenis van [naam 18] heeft opgemaakt.
Identificatie ‘GrKop’
De rechtbank stelt op grond van de volgende feiten en omstandigheden vast dat ‘GrKop’ [naam 2] is.
[naam 15] kreeg regelmatig opdracht van Reuvers om geld op te halen bij of weg te brengen naar ‘GrKop’. Uit de bakengegevens van zijn auto volgt dat [naam 15] vervolgens naar het adres [adres 2] te [plaats 2] reed.
Er is een peilbaken geplaatst onder de auto waarin [naam 15] reed. Uit de bakengegevens volgt dat [naam 15] meerdere malen een ‘fix’ had in de directe omgeving van dan wel op het adres [adres 2] te [plaats 2] .
Reuvers had meermalen contact met het EncroChat-account Skewedcrocodile. Uit de metadata van EncroChat volgt dat Skewedcrocodile onder andere de nickname ‘GrKop’ had.
In de Exclu-berichten worden volgens de verbalisant de volgende details over ‘GrKop’ gedeeld:
o ‘GrKop’ werd soms ook ‘ [naam 1] ’ genoemd.
o Rond 2 november 2022 zou de jongste dochter van ‘GrKop’ een zwaar ongeluk hebben gehad, vermoedelijk in Spanje. Deze dochter zou in coma hebben gelegen. Uit een tapgesprek van 1 november 2022 volgt volgens de politie dat een dochter van [naam 2] een zwaar motorongeluk in Spanje heeft gehad en op de IC ligt.
o ‘GrKop’ zou vanaf 1 december 2022 een week weg zijn geweest. Uit vluchtgegevens volgt dat [naam 2] van 1 tot en met 7 december 2022 met [naam 3] naar Malaga is gevlogen.
2.4.2.5 OVC-opnames autogarage [naam 2]
De rechtbank neemt het algemene beeld over dat verbalisanten hebben afgeleid uit de OVC-gesprekken, tevens opgenomen in de bewijsbijlage, welke gesprekken zijn opgenomen in het garagebedrijf van [naam 2] aan de [adres 2] in [plaats 2] , te weten dat er met en door [naam 2] regelmatig werd gesproken over de handel in drugs en over ondergronds bankieren. In de bewijsbijlage zijn meerdere gesprekken opgenomen, waaruit dit beeld naar voren is gekomen.
2.4.2.6 Boekhouding groep [naam 1]
In het voorgaande is vastgesteld dat [naam 3] de gebruiker van de accounts bossi-bitchi, [account nummer 6] en Q86R1l is geweest.
Beoordeling
Uit de bewijsmiddelen volgt dat in de woningen/appartementen waar [naam 3] verbleef (Roemenië, Marbella (Spanje) en in [plaats 3] ), administratiekaartjes zijn aangetroffen die overeenkomen dan wel soortgelijk zijn aan de kaartjes die zijn verzonden door de accounts in gebruik bij [naam 3] . De rechtbank gaat er gelet op de inhoud van de kaartjes en de inhoud van de PGP-berichten vanuit dat op de kaartjes werd bijgehouden welke bedragen zijn afgegeven en van wie deze afkomstig zijn. Het bevat een beginsaldo van contant geld, (veelal) vermeerderd met de contanten die koeriers afleveren, verminderd met de afdracht van contante gelden aan klanten en dat resulteert in een nieuw saldo van de voorraad geld. De kaartjes werden gedeeld met [naam 9] , die zich in Spanje bevond, en met ‘groep [naam 1] ’, die zich in Nederland bevond. De rechtbank gaat ervan uit dat de kaartjes een administratie van de voorraad contant geld in Spanje zijn en dat met “SPP” ‘Spaanse pot’ wordt aangeduid, die beheerd wordt door [naam 9] .
2.4.2.7 De rol van [naam 2]
De rechtbank leidt uit de volgende feiten en omstandigheden en onder verwijzing naar bewijsmiddelen zoals opgenomen in de bijlage af dat [naam 2] aan de leiding stond van een organisatie die aangeduid werd als de ‘groep [naam 1] ’ en dat hij degene was die de besluiten nam.
De autogarage van [naam 2] was de centrale plek waarvandaan de handel in verdovende middelen en geldtransporten werden uitgevoerd.
De PGP-accounts die in gebruik zijn bij de organisatie hebben als bijnaam ‘ [naam 1] ’ of ‘farmer’. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, wordt met [naam 1] [naam 2] bedoeld.
Uit de verschillende berichten leidt de rechtbank af dat aan ‘ [naam 1] ’, ofwel [naam 2] , vaak toestemming moet wordt gevraagd voor het verrichten van een geldtransactie of een transactie met betrekking tot de handel in cocaïne. Zie onder andere de SkyECC-berichten van 11 juli 2020 van [naam 9] aan het account van groep [naam 1] ‘ik zie [naam 1] zo maat en vraag ik of dat goed of is al accoord’. En tussen dezelfde accounts op 14 juli 2020 ‘laat je straks weten als [naam 1] er is maat’. En op 3 september 2020 tussen [verdachte 2] en het account van groep [naam 1] ‘doe maar via scooter, [naam 1] is met scooter’.
Ook zijn er EncroChat-berichten waaruit volgt dat [naam 1] degene is die de beslissingen neemt. Een voorbeeld zijn de berichten van 19 mei 2020 tussen [naam 3] en [naam 11] waarin [naam 11] vraagt ‘kun je de [naam 1] vragen wanneer ik het geld van mijn schoonzoon kan ophalen’. En de berichten van 26 mei 2020 tussen Skewedcrocodile (het account van groep [naam 1] ) en Hailosprey, waarin Skewedcrocodile schrijft ‘ik zal het morgenmiddag gelijk doorgeven aan [naam 1] ’ en de volgende middag ‘ [naam 1] zegt ook ok’.
In berichten tussen anderen waarin wordt gesproken over [naam 1] , wordt hij de wisselaar genoemd en op 22 mei 2020 zegt gebruiker van [account nummer 14] tegen gebruiker [account nummer 12] over hem ‘hoe power die man is en hoe eerlijk’.
- In het OVC-gesprek op 9 februari 2023 tussen [naam 2] en een onbekende man vraagt de onbekende man aan [naam 2] hoe je handel moet opbouwen. [naam 2] legt vervolgens uitgebreid uit hoe je vanaf het begin de handel moet opbouwen. [naam 2] benoemt daar onder andere dat hij het eerste en het laatste woord heeft en beschrijft de handel telkens in de ‘ik’-vorm. Dat doet hij in meer gesprekken, bijvoorbeeld ook in de OVC-gesprekken tussen [naam 12] en [naam 2] op 21 maart 2023. In dat gesprek beschrijft [naam 2] ook hoeveel ‘hij’ aan de handel over houdt.
2.4.2.8 Ten laste gelegde feit (witwassen)
Verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen geldbedragen heeft witgewassen en daar een gewoonte van heeft gemaakt. De rechtbank zal eerst de betrokkenheid van verdachte per ten laste gelegd geldbedrag bespreken en daarna ingaan op de vraag of sprake is van (gewoonte)witwassen.
2.4.2.8.1 € 103.000,- € 103.000,- en/ of € 89.200,-
Geldoverdracht en observatie 8 maart 2021, € 89.200
Tussen 6 en 8 maart 2021 worden er berichten gestuurd tussen [naam 9] en [account nummer 13] (onbekende gebruiker) over een geldoverdracht. Het geld moet naar [naam 1] . [naam 9] laat weten dat [naam 13] het geld kan aannemen. De overdracht gaat plaatsvinden aan de achterkant van de [bedrijf 3] in [woonplaats] op 8 maart 2021 rond 17:00 uur. [naam 13] komt met een zwart Mercedes Vito busje. De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat [naam 13] de bijnaam is van [naam 5] . Aldus leidt de rechtbank uit de berichten af dat [naam 5] voor [naam 1] in opdracht van [naam 9] het geld komt aannemen. Dit komt overeen met de observatie van de politie op 8 maart 2021. Dan wordt [naam 5] namelijk gezien aan de achterkant van de [bedrijf 3] met een zwarte Mercedes Vito bus met het kenteken [kenteken 3] . Dit voertuig stond toen en sinds 17 april 2014 op naam van [naam 5] . Onder het voertuig is op 15 september 2022 een peilbaken geplaatst. Daaruit blijkt dat het voertuig tot 25 november 2022 vier keer bij de [adres 2] in [plaats 2] is geweest. Daarnaast werd in het voertuig na inbeslagname op 28 maart 2023 een verborgen ruimte gevonden. Gelet op het vorenstaande, is naar het oordeel van de rechtbank bewezen dat [naam 5] als koerier voor de groep [naam 1] bij de [bedrijf 3] geld heeft opgehaald op 8 maart 2021.
In de berichten tussen [naam 9] en de gebruiker van [account nummer 13] is te lezen: “€ 86.280 for here in Spain he told me... so he pass you € 89.300 in NL today … 3.5% is € 3.020”. Na de overdracht op 8 maart 2021 vraagt [account nummer 13] of de berekening klopt. [account nummer 9] stuurt na de telling: “89200, 100e te weinig (…)”. De rechtbank concludeert hieruit dat het om een bedrag van € 89.200,- ging.
€ 103.000
Uit de berichten tussen [accountnaam 1] (onbekende gebruiker) en [naam 9] van 4 t/m 6 maart 2021 blijkt dat er in die dagen ook een geldoverdracht heeft plaatsgevonden bij de [bedrijf 3] in [woonplaats] . [accountnaam 1] wil de volgende dag (6 maart 2021) ‘100k’ (de rechtbank begrijpt 100.000) in Marbella hebben en vraagt of hij dat bedrag + 3% (de rechtbank begrijpt de provisie voor groep [naam 1] ) nog diezelfde dag, 5 maart 2021, kan brengen. [naam 9] bevestigt dat het geld bij de [bedrijf 3] in [woonplaats] kan worden afgeleverd met de code ‘ [naam 13] ’, de bijnaam voor [naam 5] . Degene die het geld komt halen komt met een zwarte Vito. [naam 5] is, zoals reeds vastgesteld, op dat moment in het bezit van een zwarte Mercedes Vito bus en zijn bijnaam is [naam 13] . Uit de berichten volgt dat rond 17:00 uur de overdracht heeft plaatsgevonden. [accountnaam 1] stuurt namelijk dat het gelukt is. Ook uit de berichten die daarop volgen, kan blijken dat de overdracht heeft plaatsgevonden. [accountnaam 1] stuurt een token (een foto van een deel van een vijf Eurobiljet) voor de overdracht de volgende dag, vermoedelijk in Marbella.
Beoordeling
Uit deze feiten en omstandigheden, in samenhang met die hiervoor onder de transactie van het bedrag van € 89.200,- staan beschreven, acht de rechtbank bewezen dat [naam 5] als koerier voor de groep [naam 1] bij de [bedrijf 3] een bedrag van € 103.000,- heeft opgehaald op 2 maart 2021.
Tussenconclusie
Gelet op vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat [naam 5] samen met anderen een bedrag van € 103.000,- en € 89.200,- heeft verworven en voorhanden gehad.
2.4.2.8.2 € 119.320,- € 119.320,- en/of € 175.215,-
Op 4, 8 en 9 april 2020 vindt er communicatie plaats tussen [naam 5] en [naam 9] en tussen [naam 5] en [naam 4] (die op dat moment het account Skewedcrocodile van groep [naam 1] in gebruik heeft). De rechtbank leidt uit de berichten af dat sprake is van geldoverdrachten. In twee dezelfde berichten van 4 april 2020 noemt [naam 5] een bedrag van 119.320 met de toevoeging ‘ontv’ (de rechtbank begrijpt: ontvangen) en een (bij)naam. Op 9 april 2020 noemt [naam 5] het bedrag 176.215 met de opmerking ‘is het’ en in een tweede bericht ‘Ontv maat. (…) Is allemaal paars. Klein taske.’ [naam 5] geeft in die berichten dus telkens aan [naam 9] én aan groep [naam 1] door wat hij heeft ontvangen. Die berichten worden steeds door [naam 9] en groep [naam 1] ‘bevestigd’ met woorden als ‘ok’, ‘toppie’ of ‘perfect’. Uit de communicatie die [naam 9] voert met ‘shortmint’ op 9 april 2020 volgt dat ‘ [naam 13] ’ voor het ophalen van het geld ‘500’ krijgt en dat [naam 9] pas verantwoordelijkheid neemt over het geld vanaf het moment dat het geld bij [naam 1] ( [naam 2] ) is aangekomen. Dat het om Euro’s gaat, volgt uit het bericht: “is allemaal paars. Klein taske”. De rechtbank leidt daar namelijk uit af dat er in de tas (paarsgekleurde) 500 Eurobiljetten zitten. Voor de ontvangen bedragen op 9 april 2020, maar ook voor het ontvangen bedrag op 4 april, zal de rechtbank dan ook uitgaan van bedragen in Euro’s. De rechtbank stelt vast dat [naam 5] op 4 april 2020 een bedrag van € 119.320,- in ontvangst heeft genomen en op 9 april 2020 een bedrag van € 176.215,-.
Voor het vervoer van dit geld maakte [naam 5] gebruik van een verborgen ruimte in zijn auto. Voor de communicatie onderling werd gebruik gemaakt van PGP-telefoons. In de communicatie werd gebruik gemaakt van bijnamen: ‘ [naam 13] ’, ‘botser’ en ‘roodkapje’. De bijnaam roodkapje is ook terug te zien in de financiële verantwoording van groep [naam 1] op de administratiekaartjes. Op 4 april 2020 stuurt [naam 9] aan [naam 3] : “Sp p -117.000 roodkapje rex p”. Op 9 apr. 2020 om 14.49:41 UTC stuurt [naam 3] aan [naam 4] een administratiekaartje (opgenomen als afbeelding 2 onder het kopje boekhouding in de bewijsbijlage) en daarop staat dat “117.000” onder vermelding van “Rood K. R.” op het saldo in mindering wordt gebracht.
Uit de berichten van 9 april 2020 kan verder nog worden afgeleid dat [naam 9] (met groep [naam 1] ) 2% verdient voor ‘het verplaatsen’ van het bedrag. Dat wil zeggen, mede gelet op hetgeen de rechtbank onder het kopje ‘boekhouding’ heeft vastgesteld: ontvangen in Nederland bij groep [naam 1] / [naam 2] en uitbetaald in Spanje, alwaar [naam 9] woonachtig is. Het verschil tussen 119.320 en 117.000 is (nagenoeg) 2 %. De berichten tussen [naam 9] en [naam 5] en shortmint passen dus bij de boekhouding van groep [naam 1] .
De rol van [naam 5] bestaat hier uit het ontvangen/vervoeren van geld voor groep [naam 1] . Hij handelt daarbij in opdracht van [naam 9] en legt verantwoording af aan [naam 9] én groep [naam 1] . De rol van [naam 9] bestaat uit contact met de klant (in dit geval shortmint) over het verplaatsen van geld tegen een provisie en het instrueren van de koerier (in dit geval [naam 5] ). Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.
Tussenconclusie
Gelet op vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met anderen op 4 april 2020 een contant geldbedrag van € 119.320,- heeft verworven en voorhanden gehad en op 9 april 2020 een contant geldbedrag van in elk geval € 175.215,-.
€ 4.086.575,-
Geldoverdrachten juni t/m september 2020
Gelet op hetgeen besproken in paragraaf 2.1.2.8.2 gaat de rechtbank ervan uit dat [naam 5] gedurende een langere periode, maar in ieder geval vanaf april 2020, voor groep [naam 1] werkzaam is geweest als koerier.
In de berichten van juni tot en met september 2020 verstuurd door [account nummer 4] – op dat moment in gebruik bij [naam 5] – wordt er telkens op dezelfde wijze als in april 2020 aan het account van de groep [naam 1] ) en/of aan [naam 9] gecommuniceerd wat hij ( [naam 5] ) heeft ontvangen (‘ontv’). In totaal heeft hij een contant geldbedrag van 4.086.575,- ontvangen. In deze berichten legt [naam 5] naar het oordeel van de rechtbank verantwoording af aan groep [naam 1] .
Bedragen te herleiden naar de boekhouding van groep [naam 1]
De genoemde bijnamen in de berichten en de bedragen (exclusief de provisie), zijn (ook voor deze periode) (deels) terug te vinden op de administratiekaartjes van groep [naam 1] .
Op 1 augustus 2020 stuurt [naam 5] : “433.680 ontv abi”. Door [naam 3] is op 15 augustus 2020 een administratiekaartje (opgenomen onder boekhouding in de bewijsbijlage) verzonden aan het account van groep [naam 1] . Hierop staat vermeld dat op het saldo een bedrag van 420.670 in mindering is gebracht onder vermelding van “ABI R”.
Op 3 augustus 2020 stuurt [naam 5] : “398.565 ontv [naam 14] ”. Op 4 augustus 2020 stuurt [naam 5] : “300.000 ontv [naam 14] ”. Totaal heeft hij 698.565 ontvangen. Door [naam 3] is op 15 augustus 2020 een administratiekaartje verzonden aan het account van groep [naam 1] . Hierop staat vermeld dat op het saldo een bedrag van 677.610 in mindering is gebracht onder vermelding van “ [naam 14] R ”.
Op 5 augustus 2020 stuurt [naam 5] : “51.400 ontv [naam 14] ”. Door [naam 3] is op 15 augustus 2020 een administratiekaartje verzonden aan het account van de groep [naam 1] . Hierop staat vermeld dat op het saldo een bedrag van 49.858 in mindering is gebracht onder vermelding van “ [naam 14] R ”.
Op 12 augustus 2020 stuurt [naam 5] : “207.170 ont maat kleine ice”. Door [naam 3] is op 15 augustus 2020 een administratiekaartje (opgenomen onder boekhouding in de bewijsbijlage) verzonden aan het account van de groep [naam 1] . Hierop staat vermeld dat een bedrag van 200.955 in mindering is gebracht onder vermelding van “KL ICE R”.
Eurobedragen
Ook op 22 juli 2020 is er een administratiekaartje verzonden door [naam 3] . Hierin is verwerkt dat het saldo van 452.951 verhoogd is met 1.000.000 naar 1.452.951. Achter dit miljoen staat “Fr pik” vermeld. Met ‘Fr pik’ wordt [verdachte 2] bedoeld. Uit de berichten tussen [naam 9] en het account van de groep [naam 1] , tussen [verdachte 2] en het account van de groep [naam 1] en tussen [naam 9] en [verdachte 2] van 15, 20 en 21 juli, waaronder het bericht “ga fr pik 1m euro (…) meegeven”, leidt de rechtbank af dat [verdachte 2] op 20 juli 2020 in Nederland € 1.000.000,- heeft opgehaald en heeft vervoerd naar Spanje en dit bij [naam 9] heeft afgeleverd. Aangezien dit exacte bedrag terugkomt op het administratiekaartje dat [naam 3] heeft verstuurd op 22 juli 2020, gaat de rechtbank ervan uit dat de bedragen op de administratiekaartjes in Euro’s zijn.
Beoordeling
Tussenconclusie
Gelet op vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat [naam 5] samen met anderen in totaal een bedrag van € 4.086.575,- heeft verworven en voorhanden gehad.
€ 550.000,-
Uit de berichten van 6 en 7 augustus 2020 tussen [naam 5] en het account van de groep [naam 1] blijkt dat er 500.000 door [naam 5] is afgegeven aan ‘robot’. Uit het bericht van 2 september 2020 van [naam 5] aan het account van de groep [naam 1] blijkt dat er 50.000 is afgegeven aan ‘ [naam 16] ’. De rechtbank gaat ervan uit dat de bedragen Euro’s betreffen, nu nergens uit blijkt dat een andere valuta is weggebracht.
De rol van [naam 5] bestaat aldus uit het vervoeren van het geld namens groep [naam 1] . Hij legt daarbij verantwoording aan groep [naam 1] in de berichten. In zijn auto is een verborgen ruimte aangetroffen. Als koerier heeft [naam 5] een cruciale en onmisbare rol bij het overdragen van het geld. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.
Tussenconclusie
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat [naam 5] samen met anderen in totaal een bedrag van € 550.000,- voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen.
2.4.2.8.5 Beoordelingskader witwassen
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij geldtransacties van grote contante geldbedragen, dient zij de vraag te beantwoorden of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen.
Om te komen tot een bewezenverklaring van het in de tenlastelegging opgenomen onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ moet vaststaan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp middellijk of onmiddellijk afkomstig is uit enig misdrijf. Uit de bewijsmiddelen hoeft echter niet te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan.
Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden.
Wanneer door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als echter zo’n verklaring van verdachte uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs.
Als de verdachte zo’n verklaring wel geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
2.4.2.8.6 Toepassing van het beoordelingskader witwassen
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat de geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf en neemt daarbij het volgende in aanmerking:
- uit de chatberichten blijkt dat, ondanks dat het om grote geldbedragen gaat, er geen gebruik werd gemaakt van het normale gangbare financiële (girale) verkeer door verdachten;
hierdoor en door de wijze van vervoer werden ongebruikelijke en hoge veiligheidsrisico’s gelopen;
uit de chats en observaties blijkt dat de overdracht regelmatig plaatsvond op openbare locaties;
de chats tonen dat er gebruik werd gemaakt van tokens bij de geldoverdrachten, zowel in de vorm van afbeeldingen/codes van geldbriefjes als in de vorm van codewoorden;
de contante geldbedragen werden in (sport)tassen of plastic zakken vervoerd;
de verdachten waren in het bezit van PGP-telefoons, waarmee afspraken werden gemaakt over de overdrachten;
er werd gebruik gemaakt van gecodeerde aanduidingen/afkortingen en bijnamen van klanten en medeverdachten;
de transacties zijn summier geadministreerd, waarbij met bijnamen van klanten werd gewerkt (eerst doorgegeven door [naam 5] per chat en vervolgens vastgelegd op kaartjes door [naam 3] );
er werd geld overgedragen door koeriers, waaronder [naam 5] ; en
er werd veelvuldig gebruik gemaakt van een verborgen ruimte in een voertuig.
Nu de verdachte niet heeft verklaard over de herkomst van de geldbedragen kan het niet anders dan dat deze voorwerpen afkomstig zijn uit enig misdrijf.
2.4.2.8.7 Opzet
Uit de redengevende feiten en omstandigheden - die volgen uit de bewijsmiddelen zoals opgenomen in bijlage I - in onderling verband en samenhang bezien, blijkt van een modus operandi van groep [naam 1] (waaronder verdachte) die steeds bestond uit:
het gebruik van PGP-telefoons door verdachten om te communiceren met tegenpartijen (leveranciers/klanten), waarbij verdachten zich onbespied waanden door te communiceren via versleutelde communicatie;
het summier en anoniem administreren van transacties door gebruik te maken van bijnamen en afkortingen;
het verwerven, voorhanden hebben en verplaatsen van omvangrijke geldbedragen;
het gebruiken van verborgen ruimtes, zoals aangetroffen in de auto’s van de koeriers [naam 5] en [verdachte 2] .
Gezien de vergaande betrokkenheid van verdachte bij de geldverplaatsingen (geld aannemen, als koerier optreden, verantwoording afleggen) is uitgesloten dat verdachte niet van de criminele herkomst heeft geweten.
Verdachte heeft hiermee, naar het oordeel van de rechtbank, telkens willens en wetens de criminele herkomst, de verplaatsing en de rechthebbenden op de geldbedragen verhuld en deze voorwerpen daarnaast willens en wetens verworven en voorhanden gehad.
2.4.2.8.8 Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat bij voorgaande witwastransacties die de rechtbank bewezen acht, steeds sprake is geweest van de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Er is sprake geweest van witwassen in een georganiseerd verband, namelijk door ‘groep [naam 1] ’. Iedere verdachte had daarin zijn eigen rol die al dan niet inwisselbaar was. [naam 4] en [naam 6] waren degene die de telefoons van de groep bedienden. Zij waren het aanspreekpunt voor de contacten van groep [naam 1] . Zij communiceerden dus met andere criminele groepen. [verdachte 2] en [naam 5] waren koeriers van groep [naam 1] . [naam 3] hield de administratie van groep [naam 1] bij. Maar zij was ook bij een aantal transporten betrokken als koerier en fungeerde als aanspreekpunt voor [naam 2] als hij bij haar was.