Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-03-18
ECLI:NL:RBGEL:2025:2636
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,379 tokens
Dictum
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] ,
wonend aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] ,
Raadsvrouw: mr. F. Tosun, advocaat in Zaandam.
Procesverloop
De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij vonnis van 9 maart 2021 aan betrokkene
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel)
opgelegd. Betrokkene is bij dit vonnis veroordeeld voor poging tot doodslag, mishandeling,
diefstal en opzetheling. Het vonnis is op 26 oktober 2021 door het Gerechtshof te Arnhem bevestigd.
De termijn van de maatregel is ingegaan op 4 december 2021.
Bij beslissing van deze rechtbank van 19 december 2023 is de PIJ-maatregel van betrokkene verlengd met 15 maanden.
De officier van justitie heeft op 8 januari 2025 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met 3 maanden.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:
- het PIJ-verlengingsadvies van Pluryn JJI Lelystad van 20 december 2024;
- het advies van Reclassering Nederland van 27 januari 2025;
- een aanvulling op het PIJ-verlengingsadvies van Pluryn JJI Lelystad van 5 maart 2025;
- een aanvulling op het advies van Reclassering Nederland van 5 maart 2025;
- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene.
Tijdens de zitting van 18 maart 2025 zijn gehoord:
- mr. Tosun (via videoverbinding);
- mevrouw M. Grimberg van Pluryn JJI Lelystad (via videoverbinding);
- mevrouw R. van den Hurk van Reclassering Nederland;
- de officier van justitie.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd.
Het advies van Pluryn JJI Lelystad
PIJ-verlengingsadvies van 20 december 2024
Uit het PIJ-verlengingsadvies van 20 december 2024 komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Betrokkene is gediagnosticeerd met een licht verstandelijke beperking, een normoverschrijdende gedragsstoornis, een lichte stoornis in het cannabisgebruik die langdurig in remissie is in een gereguleerde omgeving en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale trekken. De gestelde normoverschrijdende gedragsstoornis en bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling lijken zich vooralsnog niet te hebben doorgezet tot het ontwikkelen van een persoonlijkheidsstoornis.
Sinds de laatste verlengingszitting op 5 december 2023, is er sprake van meerdere ontwikkelingen in de behandeling van betrokkene. Deze ontwikkelingen hebben met name plaatsgevonden op het gebied van sociaal-contextuele factoren en de domeinen van resocialisatie en netwerk. Betrokkene heeft met name baat gehad bij de LVB-benadering en behandeling op de groep waar hij verbleef. Vanaf september 2023 volgen betrokkene en zijn gezin Multidimensionele familietherapie (MDFT) in verband met de wens van betrokkene om weer thuis bij zijn ouders te wonen. Per 4 oktober 2024 is betrokkene gestart met zijn scholings- en trainingsprogramma (STP). Hij woont sindsdien bij zijn ouders en zusje. Het STP verloopt overwegend positief. Betrokkene werkt 4 à 5 dagen per week, heeft dagelijks contact met zijn buddycoach, komt afspraken op tijd na en werkt mee aan huisbezoeken. Op 23/24 november 2024 is betrokkene van zijn fiets gevallen en heeft hij een vinger gebroken, waardoor hij is ziekgemeld op zijn werk. Betrokkene staat op de wachtlijst voor een behandeling bij De Waag gericht op zijn negatieve kerncognities en denkfouten. De verwachting is dat de behandeling bij De Waag in januari 2025 kan starten.
Met de huidige kaders en begeleiding binnen het STP wordt het recidiverisico ingeschat als laag tot matig. Zonder de huidige kaders en begeleiding wordt het risico als matig ingeschat. Kijkend naar de afgelopen periode zijn de kaders van de PIJ-maatregel en het STP nog noodzakelijk voor een passend risicomanagement om zo het STP positief voort te zetten en toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging. Geadviseerd wordt om de PIJ-maatregel te verlengen met 3 maanden, ten behoeve van een STP van ten minste 6 maanden en zorgvuldige voorbereiding op de voorwaardelijke beëindiging.
Het advies van Reclassering Nederland
Reclasseringsadvies van 27 januari 2025
Uit het reclasseringsadvies van 27 januari 2025 komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Het gaat goed met betrokkene. Hij houdt zich goed aan de voorwaarden van het STP en hij laat een positieve ontwikkeling zien. Uit de intake bij De Waag kwam naar voren dat een ambulante behandeling niet nodig is om het recidiverisico verder te verlagen. De reclassering ziet niet het door de JJI beschreven gedrag van betrokkene waarvoor behandeling nodig zou zijn. Er zijn daarom geen actuele aanknopingspunten in het gedrag van betrokkene om behandeling van De Waag of een soortgelijke instelling te adviseren. Daarnaast wordt gelet op het risico op overvraging geen ambulante behandeling geadviseerd. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag-gemiddeld.
De reclassering staat positief tegenover een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel van betrokkene en ziet geen noodzaak om het STP te verlengen. Betrokkene is volgens de reclassering klaar voor de volgende stap in zijn traject. De reclassering adviseert daarom de PIJ-maatregel niet te verlengen, maar de maatregel te beëindigen onder de voorwaarden dat betrokkene meewerkt aan reclasseringstoezicht, niet naar het buitenland gaat, meewerkt aan ambulante begeleiding door Buddycoach & Co of een soortgelijke instelling, meewerkt aan een zinvolle dagbesteding van minimaal 26 uur per week en meewerkt aan middelencontrole die ziet op alcohol en drugs.
Op 17 februari 2025 is betrokkene wegens een verdenking van het plegen van een strafbaar feit aangehouden in België. Naar aanleiding hiervan hebben Pluryn JJI Lelystad en Reclassering Nederland een aanvulling op bovenstaande adviezen uitgebracht.
Het aanvullend advies van Pluryn JJI Lelystad
Aanvulling op het PIJ-verlengingsadvies van 5 maart 2025
Uit de aanvulling op het PIJ-verlengingsadvies van 5 maart 2025 komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Indien betrokkene schuldig wordt bevonden in België is er bij terugkeer in Nederland tijd nodig om met betrokkene te bekijken wat nodig is om hem op verantwoorde wijze uit zijn PIJ-traject te laten stromen. Indien de zaak op andere wijze wordt afgedaan is er tijd nodig om te onderzoeken of herstart van het STP mogelijk is. Een verlenging van de maatregel is daarom noodzakelijk. Het is niet mogelijk om een advies uit te brengen over de verlengingstermijn.
Het aanvullend advies van Reclassering Nederland
Aanvullend reclasseringsadvies van 5 maart 2025
Uit het aanvullend reclasseringsadvies van 5 maart 2025 komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
In de nacht van 16 op 17 februari 2025 is betrokkene aangehouden in de haven van Antwerpen wegens het illegaal op het haventerrein zijn. Op 20 februari 2025 is het STP door de Divisie Individuele Zaken (DIZ) ingetrokken. De reclassering adviseert negatief over de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De voorwaarden die zijn ingezet tijdens het STP hebben niet geleid tot goed gedrag. Het risico op recidive en onttrekken aan de voorwaarden wordt ingeschat als hoog. Het krachtenveld van risicofactoren op het gebied van sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en financiën is sterker aanwezig dan voorheen ingeschat en hiermee liggen de risico’s hoger dan aanvankelijk gedacht. Betrokkene is naar het buitenland gegaan, is in aanraking gekomen met politie en justitie en is niet open geweest in het contact met de reclassering. Daarmee heeft betrokkene meerdere voorwaarden overtreden.
Beoordeling
Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat:
de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen;
de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;
de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.
Op basis van het verlengingsadvies, het reclasseringsadvies en de aanvullingen op deze adviezen, als ook de toelichting van de deskundigen ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan de vereisten is voldaan en dat verlenging van de PIJ-maatregel is geïndiceerd. Aan de eerste voorwaarde is gelet op de veroordeling van verdachte voldaan. Het risico op recidive (en onttrekking) worden door Reclassering Nederland sinds de aanhouding in België als hoog ingeschat, waardoor ook aan het tweede vereiste is voldaan. De aanhouding in België laat zien dat betrokkene nog een en ander te leren heeft. De kaders die de PIJ-maatregel kan bieden moeten (mogelijk) worden aangepast voor een verantwoorde uitstroming uit het PIJ-traject en voor een (eventuele) herstart van het STP. Een verlenging van de maatregel is dan ook in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.
De rechtbank heeft deze zaak afgedaan zonder betrokkene te horen.
Het hoorrecht is een belangrijk recht dat de rechtbank niet eenvoudig passeert.
Om betrokkene in de gelegenheid te stellen gehoord te worden, moet de zaak echter worden aangehouden. Dit scenario heeft echter een onduidelijk verloop. Het is onzeker hoe de zaak in België zal verlopen en wanneer betrokkene daar op vrije voeten komt. Een concrete aanhoudingstermijn is daarom niet te bepalen. Dit scenario levert in de praktijk bovendien mogelijk een langere termijn van verlenging van de PIJ-maatregel op dan als de rechtbank een beslissing neemt tot een korte verlenging. De PIJ-maatregel blijft immers lopen zo lang de rechtbank nog niet heeft beslist op de vordering. Daarbij komt dat de zaak op 18 februari 2025 vanwege de detentie van betrokkene in België al is aangehouden tot de zitting van vandaag (18 maart 2025). Het is onduidelijk wanneer betrokkene wél gehoord zou kunnen worden. De rechtbank heeft daarom voorrang gegeven aan het belang om de zaak af te doen en betrokkene voor nu duidelijkheid te geven boven het belang om betrokkene te horen alvorens te beslissen.
Zodra betrokkene in België vrij komt en de PIJ-maatregel herleeft, zal betrokkene teruggaan naar de JJI in Nederland. Op dit moment zijn er geen actuele inhoudelijke adviezen. De deskundigen hebben aangegeven dat er tijd nodig is om in overleg met en in aanwezigheid van betrokkene nieuwe inhoudelijke adviezen op te stellen. Door de PIJ-maatregel met drie maanden te verlengen kunnen deze adviezen worden opgesteld, althans kan met het opstellen van deze adviezen een begin worden gemaakt.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de PIJ-maatregel conform de vordering moet worden verlengd met een termijn van drie maanden.
Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 4 december 2021 en eindigt na een eerdere verlenging bij beschikking van 19 december 2023 met vijftien maanden zonder verlenging voorwaardelijk op 16 februari 2025. De rechtbank verlengt de maatregel nu met drie maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd eindigt de maatregel voorwaardelijk op 16 mei 2025 en onvoorwaardelijk op 16 mei 2026. Hierbij is nog geen rekening gehouden met situaties waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet, zoals de - nu nog onbekende - duur van de huidige detentie in België. De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.
De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.
Dictum
De rechtbank:
verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene] , voornoemd, voor een periode van drie maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.J. Post, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. M. Rietveld en mr. E.J. Davids, als kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2025.
mr. M. Rietveld en de griffer zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.