Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-03-04
ECLI:NL:RBGEL:2025:2306
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
13,017 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-160192-24
Datum uitspraak : 4 maart 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende aan het [adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. Almelo.
Raadsman: mr. A. Boumanjal, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer 1] (in een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] ) een pistool in de mond te doen en/of hem op zijn hoofd te slaan en/of zijn kleren (deels) uit te trekken en/of af te pakken en/of hem te dwingen op de grond te gaan liggen en/of hem met duct tape vast te plakken en/of (vervolgens) in een bestelbus mee te nemen en/of te vervoeren naar/in de richting van [plaats 2] ;
subsidiair;
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer 1] (in de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] ) een pistool in de mond te doen en/of hem op zijn hoofd te slaan en/of zijn kleren (deels) uit te trekken en/of af te pakken en/of hem te dwingen op de grond te gaan liggen en/of hem met duct tape vast te plakken en/of (vervolgens) in een bestelbus mee te nemen en/of te vervoeren naar/in de richting van [plaats 2] ,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door als (vaste/bestendige) chauffeur van die [medeverdachte 1] op te treden en/of contacten te leggen/onderhouden met de bewoner van die woning aan de [adres 2] en/of aldaar met die [medeverdachte 1] , die [medeverdachte 2] , die [medeverdachte 3] , die [medeverdachte 4] en/of die andere perso(o)n(en) samen te komen en/of, nadat die [slachtoffer 1] die woning was binnengekomen, zich te begeven/plaatsen om die [slachtoffer 1] en/of (aldus) door een getalsmatig overwicht een dreigende/weerloze situatie voor die [slachtoffer 1] te creëren en/of (vervolgens) als chauffeur van een auto (Mercedes stationwagen met kenteken [kenteken] , in gebruik bij verdachte) waarin die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] had(den) plaatsgenomen naar/in de richting van [plaats 2] te rijden en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] daarheen te vervoeren en/of (aldus) de bestelbus, waarin die [slachtoffer 1] —tegen zijn wil- was geplaatst, op weg naar/in de richting van [plaats 2] , te volgen en/of te begeleiden;
2.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (doorgesneden pees/pezen van de handen) heeft toegebracht door met een mes, althans een scherp voorwerp, een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer 1] door te snijden;
Subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (doorgesneden pees/pezen van de handen) hebben/heeft toegebracht door met een mes, althans een scherp voorwerp, een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer 1] door te snijden,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door als (vaste/bestendige) chauffeur van die [medeverdachte 1] op te treden en/of contacten te leggen/onderhouden met de bewoner van die woning aan de [adres 2] en/of aldaar met die [medeverdachte 1] , die [medeverdachte 2] , die [medeverdachte 3] , die [medeverdachte 4] en/of die andere perso(o)n(en) samen te komen en/of, nadat die [slachtoffer 1] die woning was binnengekomen, zich te begeven/plaatsen om die [slachtoffer 1] en/of (aldus) door een getalsmatig overwicht een dreigende/weerloze situatie voor die [slachtoffer 1] te creëren;
meer subsidiair:
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp voorwerp, in de handen van die [slachtoffer 1] heeft gestoken/gesneden en/of een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer 1] heeft doorgesneden en/of (met een voorwerp) met kracht tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meest subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp voorwerp, in de handen van die [slachtoffer 1] hebben/heeft gestoken/gesneden en/of een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer 1] hebben/heeft doorgesneden en/of (met een voorwerp) met kracht tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door als (vaste/bestendige) chauffeur van die [medeverdachte 1] op te treden en/of contacten te leggen/onderhouden met de bewoner va
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 primair en 2 primair.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat verdachte ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de geweldshandelingen geen enkele uitvoeringshandeling heeft gepleegd. Zijn intellectuele en/of materiële bijdrage aan de delicten is niet van voldoende gewicht om te kunnen spreken van medeplegen en het enkele feit dat verdachte aanwezig is geweest en zich niet heeft gedistantieerd is evenmin voldoende om medeplegen aan te nemen. De raadsman heeft verder betoogd dat verdachtes aanwezigheid in de woning niet kan worden gezien als medeplichtigheidshandeling nu die niet daadwerkelijk bevorderlijk is geweest voor zware mishandeling. Datzelfde geldt voor het enkele vervoeren van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar [plaats 2] .
Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad op de gronddelicten. Uit de bewijsmiddelen kan eerder worden afgeleid dat hij daarvan geen weet heeft gehad. Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid is in dit geval vereist dat verdachte bekend was met het plan of het doel van de bijeenkomst in de woning aan de [adres 2] . Een dergelijk bewijsmiddel ontbreekt. Het vervoer naar [plaats 2] staat weliswaar in verband met het gronddelict, maar niet zodanig dat daaruit (voorwaardelijk) opzet kan worden gedestilleerd. De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 verder naar voren gebracht dat verdachte niet met voorbedachte raad heeft gehandeld. Hij heeft nooit het besluit genomen om [slachtoffer 1] enig letsel toe te brengen, laat staan zwaar lichamelijk letsel. Het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ kan daarom niet worden bewezen. Dat moet leiden tot vrijspraak van feit 2 nu aan verdachte is ten laste gelegd ‘opzettelijk en met voorbedachten rade’.
Beoordeling
Verweer bewijsuitsluiting verklaringen [slachtoffer 1]
De raadsman heeft verder betoogd dat de verdediging de verklaringen van [slachtoffer 1] niet heeft kunnen toetsen. Waar het gaat om de onderdelen van de verklaringen van [slachtoffer 1] die door verdachte worden betwist en waarvoor geen krachtige steun is te vinden in het overige bewijsmateriaal, kunnen deze niet worden gebruikt als bewijs. De raadsman meent dat er overigens onvoldoende moeite is gedaan om [slachtoffer 1] te horen. Ook [naam 1] heeft hij niet kunnen horen. Hij persisteert bij het voorwaardelijk verzoek tot het horen van beide getuigen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer 1] , ondanks het feit dat voor de verdediging de mogelijkheid tot diens ondervraging heeft ontbroken, voor het bewijs kunnen worden gebruikt zonder in strijd te komen met de eisen van een eerlijk proces. In de visie van de officier van justitie is daarbij van belang dat de redenen van [slachtoffer 1] om niet naar het verhoor te gaan waarheidsgetrouw overkomen. Daarnaast is het bewijs niet in beslissende mate op zijn verklaringen gebaseerd, maar vindt het voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Zijn verklaringen zijn volgens de officier van justitie voldoende betrouwbaar te achten. Als compenserende factoren had de verdediging de audiobestanden van de verhoren van [slachtoffer 1] kunnen bestuderen en kunnen verzoeken om het benoemen van een deskundige om de verklaringen te onderzoeken op betrouwbaarheid. De verdediging heeft dat niet gedaan. De verdediging is verder in staat gesteld verweer te voeren en wensen te formuleren. De officier van justitie meent dan ook dat het proces eerlijk is verlopen.
De rechtbank overweegt dat de raadsman tijdens een eerdere zitting heeft verzocht om [slachtoffer 1] als getuige te horen. Dat verzoek is ter terechtzitting van 9 oktober 2024 door de rechtbank toegewezen, waarna zij de zaak heeft verwezen naar de rechter-commissaris. Uit het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 6 februari 2025 komt naar voren dat [slachtoffer 1] niet is verschenen op de geplande verhoren op 7 januari 2025, 3 februari 2025 en 6 februari 2025. In het proces-verbaal is beschreven welke handelingen zijn verricht om [slachtoffer 1] uit te nodigen op de betreffende data te verschijnen dan wel anderszins via de politie met [slachtoffer 1] in contact te komen. Uit de gemeentelijke basisadministratie, de rechtbank begrijpt de Basisregistratie Personen, is gebleken dat [slachtoffer 1] geen vaste woon- of verblijfplaats meer heeft in Nederland en de status RNI (registratie niet-ingezetene) heeft. Uit het proces-verbaal van 30 januari 2025, opgemaakt door de politie, blijkt welke pogingen de politie heeft ondernomen om met [slachtoffer 1] in contact te komen of te blijven. In het proces-verbaal is beschreven dat [slachtoffer 1] niet naar de verhoren is gegaan omdat hij bang is voor represailles voor hem en zijn familie en omdat hij zich niet veilig voelt.
Gezien het vorenstaande heeft de rechtbank ter zitting als haar oordeel uitgesproken dat het onaannemelijk is dat [slachtoffer 1] binnen een aanvaardbare termijn alsnog door de rechter-commissaris kan worden gehoord. De raadsman heeft overigens ook niet gevraagd om een hernieuwde oproeping. De zaak is vervolgens door de rechtbank inhoudelijk behandeld, zonder dat [slachtoffer 1] als getuige door de rechter-commissaris is gehoord.
Ingevolge de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zullen er in gevallen als deze waarin de verdediging niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen, drie stappen moeten worden doorlopen bij de beoordeling of desondanks het proces in zijn geheel eerlijk als gewaarborgd in artikel 6 EVRM is verlopen. Van belang hierbij zijn (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. Deze beoordelingsfactoren moeten daarbij in onderling verband worden beschouwd. Naarmate het gewicht van de verklaring groter is, is het – wil de verklaring voor het bewijs kunnen worden gebruikt – des te meer van belang dat een goede reden bestaat voor het niet bieden van een ondervragingsgelegenheid en dat compenserende factoren bestaan.
Ad (i)
De reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend is dat [slachtoffer 1] uit angst voor represailles niet wil worden gehoord en zich heeft uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen. De rechtbank is van oordeel dat er – mede gelet op de voormelde processen-verbaal van de rechter-commissaris en de politie – voldoende inspanningen zijn verricht om [slachtoffer 1] te vinden en te bewegen naar de rechtbank te gaan. Nu van hem geen woon- of verblijfplaats bekend is en hij niet reageert op berichten die via het bij de politie bekende telefoonnummer zijn gestuurd, bestond er een goede reden dat de raadsman het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen.
Ad (ii)
[slachtoffer 1] is verschillende keren bij de politie als getuige gehoord. Een eventuele bewezenverklaring berust niet alleen op de verklaringen van [slachtoffer 1] . Zijn verklaringen vinden steun in verschillende andere bewijsmiddelen, zoals de verwondingen van [slachtoffer 1] , de camerabeelden op diverse plaatsen, de locatiegegevens uit de telefoon van [slachtoffer 1] , de locatie-informatie van zijn auto en de resultaten van DNA-onderzoek. Er is dus geen sprake van een situatie waarin de door [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen als ‘sole or decisive’ bewijs hebben te gelden.
Ad (iii)
De rechtbank stelt vast dat de raadsman niet heeft verzocht om de auditieve bestanden van de verhoren van [slachtoffer 1] uit te luisteren. Evenmin is verzocht om zijn verklaringen door deskundigen op betrouwbaarheid te laten toetsen. In zoverre was een zekere compenserende factor voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid aanwezig, maar is daarvan geen gebruikgemaakt.
De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting gesteld dat [slachtoffer 1] in zijn algemeenheid niet belastend over verdachte heeft verklaard. Het enige dat uit diens verklaring volgt is dat verdachte in de woning aanwezig is geweest.Verdachte heeft daarnaast ook zelf de gelegenheid gehad om zich ter terechtzitting te verweren tegen de verklaringen die door [slachtoffer 1] zijn afgelegd. Verdachte heeft dat gedaan door zijn betrokkenheid bij de strafbare feiten te ontkennen. Hij heeft verklaard dat die ouwe hem heeft gevraagd naar [plaats 1] te komen en hij ook naar [plaats 1] is gegaan omdat zijn naam rondging over de diefstal van de drugs. Als hij niet zou komen, dan zou hij zelf daarvan verdacht worden.
De rechtbank is alles overziende van oordeel dat ook bij gebruikmaking van de verklaringen van [slachtoffer 1] , de procedure in zijn geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces en ziet daarom geen aanleiding om de betreffende verklaringen uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 1] bovendien ook betrouwbaar. Na het afleggen van zijn verklaringen heeft de politie uitvoerig onderzoek gedaan. De resultaten van dat onderzoek ondersteunen op alle punten de verklaring van [slachtoffer 1] : mastgegevens van telefoons, locatiegegevens van auto’s, camerabeelden van de loods in [plaats 3] en de woning in [plaats 1] en DNA-profielen.
De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman dat de verklaringen van [slachtoffer 1] van het bewijs moeten worden uitgesloten.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, voor zover de rechtbank mocht komen tot een bewezenverklaring, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepleit die gelijk is aan het voorarrest. Volgens de raadsman moet rekening worden gehouden met de beperkte rol die verdachte heeft gehad. Subsidiair meent de raadsman dat een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk volstaat. Hij meent dat afstraffing met een gevangenisstraf van lange duur geen redelijk doel dient. Verdachte is kwetsbaar en heeft zich laten misbruiken. Hij heeft belang bij de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
Beoordeling
Verdachte is behulpzaam geweest bij een wederrechtelijke vrijheidsberoving. Dit incident is terug te voeren tot het criminele milieu. De aanleiding was een partij hasj die bij [slachtoffer 1] stond opgeslagen en die uit zijn loods door onbekend gebleven personen is weggehaald. Medeverdachten hebben [slachtoffer 1] van zijn vrijheid beroofd om hem te dwingen informatie te geven waar de partij drugs was gebleven dan wel wie voor het wegnemen van de drugs verantwoordelijk kon worden gehouden. Door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar [plaats 2] te brengen en de bus waarin [slachtoffer 1] werd ontvoerd te volgen of te begeleiden, is verdachte behulpzaam geweest bij het plegen van de ontvoering.
De ontvoering, die vooraf werd gegaan door geweld jegens hem, moet voor [slachtoffer 1] bijzonder beangstigend zijn geweest. Dat hij nog steeds voor geweld dan wel zijn leven vreest, volgt ook wel uit het feit dat hij heeft geweigerd naar het verhoor bij de rechter-commissaris te gaan. Hij heeft zich bij de gemeente uitgeschreven en is kennelijk ondergedoken om verdachte, de medeverdachten en eventuele derden te ontlopen. Verdachte is daar mede verantwoordelijk voor.
De rechtbank heeft in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld, maar voor het laatst op 29 juli 2021 was. Die veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.
De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het reclasseringsadvies van 22 januari 2025.
Vanwege de ontkennende proceshouding van verdachte, kan de reclassering ten aanzien van huidige verdenking geen criminogene factoren duiden. Gelet op de aard van de verdenking ziet de reclassering mogelijke risicofactoren gelegen in zijn sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding. Volgens de reclassering valt niet uit te sluiten dat verdachte zich in een crimineel netwerk bevindt, dat hem negatief beïnvloedt. Ook neemt hij, in het geval van een bewezenverklaring, geen verantwoordelijkheid ten aanzien van het delictgedrag. Dit staat mogelijk in relatie tot zijn persoonlijkheidsproblematiek. Uit de pro Justitia rapportage uit 2018 blijkt dat er bij verdachte onder andere mogelijk sprake is van antisociale en narcistische persoonlijkheidstrekken differentiaal diagnostisch een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en zwakbegaafdheid. Hoewel de uitkomst met voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd omdat het een verouderde diagnose betreft, heeft de reclassering aanwijzingen dat voornoemde problematiek nog aanwezig is. Uit het resultaat van de SCIL blijkt dat er vermoedelijk sprake is van een licht verstandelijke beperking.
De reclassering schat het risico op recidive in als gemiddeld-hoog en de risico’s op letsel en onttrekken aan de voorwaarden als gemiddeld. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting.
De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals ter terechtzitting van 11 februari 2025 naar voren gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en ernst van het feit een gevangenisstraf passend is. Rekening houdend met het feit dat verdachte alleen als medeplichtige betrokken is geweest bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] en gelet op de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 24 maanden. De rechtbank zal daarvan een deel, te weten 9 maanden, voorwaardelijk opleggen om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Daarnaast zal de rechtbank zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd, omdat die in het belang van verdachte zijn.
8De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 48 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
wijst af het voorwaardelijke verzoek om [slachtoffer 1] en [naam 1] alsnog als getuigen te horen;
spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en 2 primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 9 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
verdachte zich diagnostisch laat onderzoeken door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte conformeert zich aan een daaruit voortvloeiende behandeling. Diagnostiek start zo spoedig mogelijk. De (eventuele) behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener voor de behandeling geeft. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen als de zorgverlener dat nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. L.J. Saarloos en
mr. A.A.M. Bögemann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 maart 2025.
De griffier is buiten staat dit vonnis
mede te ondertekenen
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20240826, onderzoek Arkansas / ONRAB24004, gesloten op 4 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , p. 637, 645.
Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , p. 638, 643.
Processen-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , p. 638-639, 648, 685-687.
Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , p. 730.
Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , p. 640, 645
Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 389-394.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1062-1063.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1008-1011, 1013-1018.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1019-1023.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1024-1025.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1032.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1039-1043.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1044-1046, 1048, 1050.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1051-1053.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 963-965.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1075.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1072.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1006.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1066-1067.
Processen-verbaal van bevindingen, p. 888, 956-957.
Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, p. 1585.
NFI-rapport, p. 1681-1682.
NFI-rapport, p. 1681-1682.
Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 392.
Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 389.
Beoordeling
De rechtbank ziet ook geen reden het (voorwaardelijk) verzoek van de raadsman toe te wijzen.
De rechtbank overweegt verder dat [naam 1] geen voor verdachte belastende verklaring heeft afgelegd en dat zijn verklaring zoals uit het onderstaande zal blijken ook niet voor het bewijs wordt gebruikt. De rechtbank zal ook dit voorwaardelijke verzoek afwijzen.
Feit 2
De rechtbank zal eerst feit 2 beoordelen omdat dit feit in tijd vooraf gaat aan feit 1.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte betrokken is geweest bij de geweldpleging jegens [slachtoffer 1] . Niet blijkt dat hij op enige wijze betrokken of op hoogte is geweest van het plan om [slachtoffer 1] met geweld onder druk te zetten om te vertellen waar de gestolen drugs was gebleven of wie voor de diefstal verantwoordelijk was.
Evenmin blijkt dat verdachte zelf geweld heeft gepleegd. Het enkele feit dat verdachte in de woning aanwezig was en zich niet heeft gedistantieerd, acht de rechtbank onvoldoende om een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het gepleegde geweld aan te nemen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van feit 2 primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair.
Feit 1
De rechtbank zal verdachte en de medeverdachte(n) bij de beoordeling van dit feit steeds bij hun achternaam noemen.
Verklaringen
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat er gedurende 8 weken een partij drugs, hasj, in zijn loods stond. De drugs was verpakt in kiloblokken en stond achterin zijn loods onder een stelling. Toen hij op een donderdagmorgen in de zaak kwam, zag hij dat de cilinder van het slot was uitgeboord en dat de drugs weg was.
Op maandag heeft hij bij de Mc Donalds in Amersfoort gesproken met “de oude”. De oude is de lichte persoon die bij de aanhouding in zijn auto zat. De oude heeft gezegd dat ze op dinsdag allemaal naar [plaats 1] moesten komen. Hij is alleen naar [plaats 1] gereden. [medeverdachte 3] , naar de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ), had hem een ander adres doorgegeven. Op dat adres trof [slachtoffer 1] [medeverdachte 3] , waarna ze samen naar de woning zijn gegaan. Ze waren daar rond middernacht, ongeveer om 24 uur, en moesten een trap oplopen. In de woonkamer waren de bewoner en een Marokkaanse jongen die [naam 2] of [naam 3] wordt genoemd. Er was een trap naar boven. Op een gegeven moment kwam die oude man eraan. Er kwamen twee donkere jongens van boven en twee van beneden. [naam 3] is tussendoor weggegaan of met [medeverdachte 3] weggelopen. De Marokkaan heeft met de telefoon van [slachtoffer 1] rondgelopen. Volgens [slachtoffer 1] hebben ze hem achter in zijn bus gegooid en met duct tape vastgeplakt. Ze zijn richting [plaats 2] gereden. Een donkere jongen reed in zijn bus. Die oude zat in een andere auto. Een zilver- of goudkleurige Mercedes station is achter de bus aan gereden. In de buurt van [plaats 2] zijn ze op een parkeerplaats gestopt en is hij uit de bus getrokken.
Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij op een gegeven moment werd gebeld door die ouwe. Hij moest van die ouwe naar [plaats 1] komen. Hij is naar [plaats 1] gereden en heeft geparkeerd voor de deur van het huis van zijn vriend [naam 1] , naar de rechtbank begrijpt: [naam 1] , aan de [adres 2] . Hij reed in een Mercedes C180. Hij is alleen de woning van [naam 1] binnengegaan. [medeverdachte 3] en [slachtoffer 1] , naar de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] en [slachtoffer 1] , waren in de woning en er kwamen nog twee donkere jongens vanuit de slaapkamer van de derde verdieping. Die ouwe was er ook en [naam 1] , de eigenaar van het huis. [verdachte] dacht dat iedereen daar zou worden verhoord in verband met de gestolen partij drugs. Op een gegeven moment zei die ouwe dat hij en [medeverdachte 3] weg konden gaan. [verdachte] kreeg de telefoon van [slachtoffer 1] in zijn handen gedrukt. Die ouwe zei dat de telefoon weg moest in verband met zendmasten. [verdachte] is met [medeverdachte 3] een rondje gaan rijden in diens auto, een blauwe Ford Focus station. Hij moest terug naar de woning omdat zijn eigen autosleutels daar nog lagen. Toen hij binnen was, zag hij dat [slachtoffer 1] op de bank zat. Hij had een andere trui aan en een zwarte hoody. Hij zag veel bloed op de grond en een theedoek om een hand van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] had een blauw oog. [slachtoffer 1] liep met die donkere jongens naar beneden. Die ouwe zei tegen [verdachte] dat hij hem (die ouwe) naar [plaats 2] moest brengen. Hij heeft dat gedaan. Die ouwe zat op de passagiersplaats en achterin zat een donkere jongen. Die ouwe zei dat [verdachte] een busje moest volgen. Onderweg zijn ze bij de Shell gestopt om te tanken. Hij heeft het busje toen niet gezien. Die ouwe zei dat hij de parkeerplaats op moest rijden. Daar zag hij het busje weer. Ze zijn daarna verder gereden naar een parkeerplaats in [plaats 2] . Daar heeft hij die ouwe en de jongen die achterin zat afgezet.
Camerabeelden
Op camerabeelden van de [adres 2] in [plaats 1] van 23 april 2024 heeft verbalisant [verbalisant 1] [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) herkend. Zij heeft [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in dit onderzoek Arkansas twee keer gehoord.
Op de camerabeelden van de [adres 2] is te zien dat op 23 april 2024 vanaf 23:01:15 uur een vermoedelijk blauwe Ford Focus in de omgeving van de [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in [plaats 1] rijdt. De bijrijder (rechts voorin) lijkt een persoon met vermoedelijk een blanke huidskleur te zijn. Om 23:02:19 uur staat de auto stil schuin voor perceel [nummer] op de [adres 2] . [medeverdachte 1] verschijnt in beeld op het trottoir van de [adres 2] . Om 23:03:11 uur loopt [medeverdachte 1] in de richting van de ingang van de woning van [naam 1] , waarna hij uit beeld verdwijnt. Na een halve minuut verschijnt hij weer in beeld. Hij loopt langzaam in de richting van de vermoedelijk blauwe Ford Focus en vervolgens weer richting de woning van [naam 1] . [medeverdachte 2] en NNM1 stappen uit de vermoedelijk blauwe Ford Focus. NNM1 en [medeverdachte 2] lopen achter [medeverdachte 1] aan in de richting van de ingang van de woning. De vermoedelijk blauwe Ford Focus rijdt weg in de richting van het [plein] in [plaats 1] . [naam 1] verlaat zijn woning. Hij loopt de trap af en als hij de trap weer oploopt, loopt [medeverdachte 1] achter hem aan. NNM1 en [medeverdachte 2] lopen ook de trap op. [naam 1] gaat door de deur zijn woning in, gevolgd door [medeverdachte 1] , NNM1 en als laatste [medeverdachte 2] .
Om 23:37:56 uur komt er een lichtkleurige/grijze Mercedes aanrijden vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in de richting van de woning van [naam 1] . De bestuurder parkeert het voertuig in de parkeerhaven aan de rechterkant op de Parallelweg van de [adres 2] . NNM3 stapt uit en loopt in de richting van het [plein] . Om 23:40:05 uur komt hij weer in beeld en loopt naar de ingang van de woning van [naam 1] . [naam 1] loopt de trap af en komt daarna terug met NNM3 achter zich.
Om 23:59:31 uur komen [slachtoffer 1] en NNM2 aanlopen vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . Om 00:00:53 uur loopt [naam 1] de trap op met achter hem NNM2 en [slachtoffer 1] . Ze gaan de woning in.
Om 00:33:20 uur komen NNM2 en NNM3 de woning uit. NNM3 heeft twee telefoons in zijn handen. Ze gaan naar beneden en verdwijnen uit beeld.
Het lijkt of de blauwe vermoedelijke Ford Focus (gezien kleur voertuig) om 00:58:36 uur aan komt rijden aan de overkant van de weg ( [adres 2] ) vanaf de kant [plein] in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . De auto stopt, de binnenverlichting gaat aan weer uit en vervolgens rijdt de auto weg.
Beoordeling
Direct daarna verschijnt NNM3 in beeld. Hij steekt de weg, [adres 2] , over en loopt naar de ingang van de woning. [naam 1] verlaat zijn woning, loopt de trap af en als hij de trap weer oploopt, loopt NNM3 achter hem. NNM3 heeft twee telefoons in zijn hand. Ze lopen de woning van [naam 1] in.
Om 01:45:10 uur komen [medeverdachte 2] en NNM1 samen uit de woning van [naam 1] . [medeverdachte 2] en NNM1 verdwijnen uit beeld en lopen in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . Om 01:46:37 uur komt [slachtoffer 1] uit de woning van [naam 1] . Hij heeft zichtbare zwellingen en bloed rondom zijn ogen en gezicht. Daarnaast lijkt er ook bloed rondom zijn handen te zitten en houdt hij zijn handen in een soort doek. [slachtoffer 1] heeft andere kleding aan, in vergelijking met de aankomst. [naam 1] loopt achter hem aan. Ze lopen in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . [medeverdachte 2] en NNM1 lopen voor hen. Om 01:48:08 uur verlaat [medeverdachte 1] de woning. NNM3 stapt als bestuurder in de lichtkleurige/grijze Mercedes. [medeverdachte 1] stapt in als bijrijder in de Mercedes.
Er komt om 01:53:30 uur een donkerkleurige bestelbus met lichte ‘sidebar’, aan rijden vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . De bestelbus stopt aan de linkerkant op de parallelweg van de [adres 2] . [medeverdachte 1] stapt uit de Mercedes en loopt in de richting van het trottoir. Er komen twee personen, vermoedelijk [naam 1] en [medeverdachte 2] , aanlopen vanuit de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in de richting van de Mercedes. De drie personen staan vervolgens bij elkaar achter de Mercedes. Er loopt tevens een persoon, vermoedelijk NNM1, achter de bestelbus langs die zich vervolgens aansluit bij de drie personen achter de Mercedes. NNM1 loopt terug in de richting van de bestelbus, waarna hij voorbij de voorkant van het voertuig loopt. [medeverdachte 1] en vermoedelijk [medeverdachte 2] stappen in als bijrijder in de Mercedes. De Mercedes rijdt weg in de richting van het [plein] . De bestelbus met de ‘sidebar’ rijdt achter de Mercedes aan.
Op camerabeelden van tankstation/parkeerplaats Hackelaar is te zien dat omstreeks 02:53:26 uur drie voertuigen vanaf de snelweg A1 de afslag richting terrein Hackelaar nemen. De eerste twee voertuigen (vrachtwagen en bestelauto) rijden via de parallelweg naast het tankstation. De donkerkleurige bestelauto vertoont grote overeenkomsten met een Ford Transit Custom. Het derde voertuig rijdt het terrein van het tankstation Shell op. Dit betreft een lichtkleurige Mercedes met het kenteken [kenteken] . De bestuurder stapt uit en gaat tanken. Verbalisant ziet dat de bijrijder in de auto zich diverse malen met zijn hoofd/bovenlichaam omdraait naar de achterbank. Als de camera inzoomt op het kenteken van de Mercedes komt het hoofd van de bijrijder in beeld kwam. De bijrijder vertoont volgens verbalisant sterke overeenkomsten met [medeverdachte 1] . Ook verbalisant [verbalisant 1] heeft de beelden bekeken en daarop [medeverdachte 1] herkend. Omstreeks 02:58:03 uur verschijnt de lichtkleurige Mercedes op de camerapositie ‘Achterzijde’. De Mercedes rijdt in de richting van de parkeerplaats. Omstreeks 02:59:13 uur rijden een lichtkleurige Mercedes met vlak hierachter een donkerkleurige bestelauto gelijkend op een Ford Transit Custom vanaf het parkeerterrein de oprit naar de snelweg A1 op.
Herkenning NNM1, NNM2 en NNM3
Foto’s van NNM1 zijn gebruikt voor een aandachtsvestiging met de titel “Gijzeling/Marteling”. Verbalisant [verbalisant 2] heeft medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) ambtshalve op deze aandachtsvestiging herkend.
NNM2 wordt geïdentificeerd als [medeverdachte 3] . [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 3] , naar later bleek [medeverdachte 3] , naar de woning aan de [adres 2] is gegaan. In de politiesystemen is een SKDB-foto van [medeverdachte 3] gevonden van 3 november 2022. In de telefoon van [slachtoffer 1] is een foto aangetroffen die sterke gelijkenissen vertoond met de SKDB-foto van [medeverdachte 3] .
NNM3 heeft strak zwart achterovergekamd haar waarvan de zijkant opgeschoren, draagt een groen vest met daaronder een donkerkleurig shirt van het merk ‘Under Armour’, een groene broek van het merk ‘Under Armour’, zwarte schoenen met lichtkleurig/wit merk en strepen en heeft een pleister/verband om zijn linker duim.
NNM3 wordt geïdentificeerd als zijnde [verdachte] . Op 7 april 2024 om 15:46 uur is [verdachte] geverbaliseerd voor het vasthouden van een mobiele telefoon in Vinkeveen. Hij reed op dat moment in een Mercedes voorzien van kenteken [kenteken] . Op 23 april 2023 om 23:25 uur heeft hij gemeld dat er een autobrand gaande was aan de [straatnaam 3] in [plaats 1] . [verdachte] reed over de [straatnaam 4] , die overgaat in de [straatnaam 5] , die weer overgaat in de [adres 2] in [plaats 1] . [verdachte] gaf bij deze melding op dat hij gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit opgevraagde ciot gegevens is gebleken dat dit telefoonnummer een abonnement-aansluiting betreft op naam van [verdachte] , [adres 1] , [postcode 2] in [plaats 3] . Bij vergelijking van de foto van het rijbewijs met de afbeeldingen van de voornoemde camerabeelden, stelde verbalisant vast dat [verdachte] de NNM3 persoon in het groene joggingpak is.
GPS-locaties
Uit onderzoek van de GPS-coördinaten van de iPhone 12 van [slachtoffer 1] blijkt dat de iPhone op dinsdag 23 april 2024 rond 23:34 uur bewoog van de [straatnaam 6] naar [plaats 1] . Omstreeks 23:55 uur bevond de iPhone zich in de omgeving van de [straatnaam 2] . Hier verbleef hij enkele minuten om vervolgens te bewegen richting de [adres 2] in [plaats 1] . Tussen 00:33 en 00:58 uur bewoog de iPhone door [plaats 1] en rond 00:58 uur kwam de iPhone weer terug bij de [adres 2] . Omstreeks 01:47 uur bewoog de gebruiker vanaf de [adres 2] naar de [straatnaam 2] om vervolgens hiervandaan naar de hoofdrijbaan van de [adres 2] te bewegen. Vanaf 01:55 uur bewoog de iPhone richting de snelweg A50. Tussen 02:58 en 02:59 uur leek de iPhone kort in de buurt te zijn geweest van de Mc Donalds of het [café] bij Muiden. Omstreeks 03:00 uur leek de telefoon ter hoogte van een parkeerplaats op de Langbroekdreef/ Langbroekpad en/of op de Meerkerkdreef in [plaats 2] aan te komen. Omstreeks 03:15 uur vertrok het toestel en bewoog dit terug in de richting van [plaats 3] .
Forensisch onderzoek
In de laadbak van de Ford Transit lag rondvormige duct tape die vermoedelijk om de polsen van [slachtoffer 1] had gezeten. Daarop zat een op bloed lijkende substantie (Sin: [Sin] ).
- Het DNA dat in [Sin] #01 is aangetroffen, kan afkomstig zijn van één persoon, te weten [slachtoffer 1] . DNA profiel [Sin] #0l is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [slachtoffer 1] , dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon.
- Het DNA dat in [Sin] #05 is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal twee personen, te weten van [medeverdachte 2] en van minimaal één andere persoon. DNA-meng profiel [Sin] #05 is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [medeverdachte 2] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
Overweging rechtbank
De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen het volgende vast.
Op 18 april 2024 is een partij hasj weggenomen uit de loods van [slachtoffer 1] .
Op camerabeelden van de [adres 2] in [plaats 1] van 23 april 2024 is te zien dat een blauwe Ford Focus omstreeks 23:01 uur in de buurt van de [adres 2] reed en daar stopte.
Beoordeling
De passagiers zijn uit de auto gestapt en de woning aan de [adres 2] binnengegaan. Ook de bestuurder van een lichtkleurige Mercedes en, enige tijd later, [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] zijn bij deze woning aangekomen en naar binnengegaan.
[slachtoffer 1] en [verdachte] hebben beiden verklaard wie er in de woning aan de [adres 2] aanwezig waren. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat in de woonkamer de bewoner en een Marokkaanse jongen die [naam 2] of [naam 3] werd genoemd waren, dat de oude eraan kwam, twee donkere jongens die van de trap in de woonkamer afkwamen en twee donkere jongens die van beneden kwamen. [verdachte] heeft verklaard dat er verschillende personen waren: [medeverdachte 3] en [slachtoffer 1] , twee donkere jongens die vanuit de slaapkamer kwamen, die ouwe en [naam 1] , de eigenaar van het huis.
Op de camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 3] en [verdachte] , om 00:33:20 uur de woning verlaten. [verdachte] had toen twee telefoons in zijn handen, waaronder de telefoon van [slachtoffer 1] . Om 00:58:36 uur is [verdachte] teruggegaan naar de woning aan de [adres 2] .
De personen die in de woning waren hebben omstreeks 01:45 uur de woning verlaten. [slachtoffer 1] heeft, zoals uit de camerabeelden blijkt zichtbaar gewond, de woning samen met [naam 1] verlaten. Zij zijn achter [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] aangelopen in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . Een aantal minuten later verscheen de donkerkleurige bestelbus van [slachtoffer 1] in beeld. [slachtoffer 1] heeft daarover verklaard dat hij achter in zijn bus is gegooid en dat zijn armen waren vastgebonden met duct tape. Dit vindt ondersteuning in de resultaten van het forensisch onderzoek, waarbij op duct tape dat in de laadbak van de Ford Transit lag, een DNA-mengprofiel is aangetroffen dat van [medeverdachte 2] en minimaal één andere persoon afkomstig is. Het is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [medeverdachte 2] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het in het DNA-mengprofiel DNA van [medeverdachte 2] aanwezig was.
De Ford Transit van [slachtoffer 1] en de Mercedes, waarin [verdachte] reed, zijn onderweg naar [plaats 2] gestopt bij tankstation Hackelaar, een tankstation langs de A1 bij Muiden, waar de bestuurder, [verdachte] , is gaan tanken. Daarna zijn beide auto’s doorgereden naar [plaats 2] . Op een parkeerplaats is de duct tape van de armen van [slachtoffer 1] losgemaakt en is hij vrijgelaten. [slachtoffer 1] is in zijn Ford Transit terug naar [plaats 3] gereden.
De rol van [verdachte]
De rechtbank moet beoordelen wat de rol van [verdachte] bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving is geweest.
[verdachte] heeft betrokkenheid bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving ontkend.
De rechtbank overweegt dat [verdachte] in opdracht of op verzoek van [medeverdachte 1] naar de woning aan de [adres 2] in [plaats 1] is gegaan naar aanleiding van de diefstal van de partij drugs uit de loods van [slachtoffer 1] . Zoals de rechtbank hiervoor al heeft overwogen, is er onvoldoende bewijs dat [verdachte] betrokken is geweest bij de geweldshandelingen jegens [slachtoffer 1] . De rechtbank is van oordeel dat de onder feit 1 opgenomen geweldshandelingen daarom niet kunnen worden bewezen en [verdachte] in zoverre daarvan moet worden vrijgesproken.
De rechtbank is verder van oordeel dat het dossier ook onvoldoende bewijsmiddelen bevat voor een bewezenverklaring van de wederrechtelijke vrijheidsberoving in de woning aan de [adres 2] . Niet blijkt dat [verdachte] op enigerlei wijze betrokken of op hoogte is geweest van het plan om [slachtoffer 1] (met geweld of dreiging met geweld) van zijn vrijheid te beroven en hem in de woning vast te houden. Ook blijkt niet dat hij uitvoeringshandelingen daartoe heeft verricht. De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat [verdachte] de telefoon van [slachtoffer 1] heeft gekregen en ermee naar buiten is gelopen, maar dat feit vindt de rechtbank niet in de tenlastelegging terug.
Het enkele feit dat verdachte in de woning aanwezig was en zich niet heeft gedistantieerd, acht de rechtbank onvoldoende om een nauwe en bewuste samenwerking aan te nemen. [verdachte] moet in zoverre van de wederrechtelijke vrijheidsberoving in de woning worden vrijgesproken.
Dat is anders voor zover dat betreft de wederrechtelijke vrijheidsberoving door [slachtoffer 1] achterin zijn bus te gooien en hem mee te nemen naar [plaats 2] .
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van voorwaardelijke opzet op de wederrechtelijke vrijheidsberoving. [verdachte] wist dat er een partij drugs was gestolen uit de loods van [slachtoffer 1] . [medeverdachte 1] wilde iedereen daarover horen in een woning aan de [adres 2] in [plaats 1] . [verdachte] is naar die woning gegaan. Hij heeft gezien dat [slachtoffer 1] op het hoofd is geslagen en hij heeft diens verwondingen gezien. [verdachte] wist dat [slachtoffer 1] een bus had. De rechtbank acht in dat verband redengevend dat [verdachte] , toen hij onderweg naar de woning aan de [adres 2] was, melding heeft gemaakt van een autobrand, waarvan hij dacht dat het de bus van [slachtoffer 1] was. [verdachte] moet daarnaast hebben gezien dat de bus van [slachtoffer 1] omstreeks 01:53:30 uur kwam aanrijden op de [adres 2] en dat deze niet werd bestuurd door [slachtoffer 1] . [verdachte] had er op dat moment rekening mee moeten houden dat er een aanmerkelijke kans was dat [slachtoffer 1] tegen zijn wil in de bus zou worden vervoerd. Dat is ook gebeurd, [verdachte] is vervolgens achter de bus aangereden naar [plaats 2] , waarbij onderweg is gestopt om te tanken. [verdachte] heeft daarbij de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] onvrijwillig naar [plaats 2] werd vervoerd. [verdachte] heeft niet zelf uitvoeringshandelingen verricht. De rechtbank acht plegen dan wel medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving daarom niet bewezen, maar wel medeplichtigheid daaraan. Hij wist dat [slachtoffer 1] was mishandeld en daarbij letsel had opgelopen. Niettemin heeft hij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar [plaats 2] vervoerd, waarbij hij met [medeverdachte 1] achter de bus van [slachtoffer 1] aan reed dan wel de bus begeleidde. Dat leidt tot een bewezenverklaring van feit 1 subsidiair.