Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-03-12
ECLI:NL:RBGEL:2025:2187
Civiel recht
Wraking
1,049 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/447726 KG RK 25-115
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van de rechter die is betrokken bij de behandeling van het verzoek van verzoeker tot opheffing van zijn bewind en mentorschap.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het schriftelijke wrakingsverzoek van 15 februari 2025;
de e-mail van 20 februari 2025 van de wrakingskamer aan verzoeker met het verzoek aan te geven of hij zijn wrakingsverzoek wenst te handhaven, omdat in de hoofdzaak reeds einduitspraak was gedaan. Verzoeker heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De wrakingskamer heeft bepaald dat zonder mondelinge behandeling op het wrakingsverzoek kan worden beslist.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Verzoeker heeft het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker heeft in juni 2024 bij de afdeling Toezicht van de rechtbank een verzoek ingediend om het bewind en het mentorschap op te heffen. Ondanks het verstrijken van een aanzienlijke periode is er tot het moment van het indienen van het wrakingsverzoek geen uitspraak gedaan. Op grond hiervan voelt verzoeker zich gedwongen te concluderen dat sprake is van vooringenomenheid van de behandelend rechter.
Beoordeling
3.1.
De wrakingskamer kan een wrakingsverzoek zonder zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren als het verzoek kennelijk ongegrond is. De wrakingskamer is van oordeel dat er sprake is van kennelijke ongegrondheid van het verzoek. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
3.2.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek op (zaterdag) 15 februari 2025 per e-mail bij de wrakingskamer ingediend. Op (maandag) 17 februari 2025 is het verzoek administratief verwerkt en op 18 februari 2025 is de betreffende afdeling geïnformeerd over het wrakingsverzoek. De wrakingskamer heeft daarop vernomen dat die dag (dus op 18 februari 2025) einduitspraak was gedaan in de hoofdzaak. De wrakingskamer constateert op grond van het voorgaande dat het wrakingsverzoek en de einduitspraak in de hoofdzaak elkaar hebben gekruist.
3.3.
Door de einduitspraak is de hoofdzaak afgerond. Het doel van het wrakingsverzoek, vervanging van de rechter in die hoofdzaak, is daarmee achterhaald. De wrakingskamer kan in een reeds geëindigde hoofdzaak ook geen wraking uitspreken. Om die reden kan het wrakingsverzoek hoe dan ook niet worden toegewezen. Van een behandeling van het verzoek ter terechtzitting wordt, gelet op het voorgaande, dan ook afgezien. Hierbij heeft de wrakingskamer mede rekening gehouden met de omstandigheid dat verzoeker is gevraagd of hij – gelet op de einduitspraak in de hoofdzaak – zijn wrakingsverzoek wenst te handhaven en verzoeker hierop niet heeft gereageerd.
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank:
- wijst het wrakingsverzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mrs. E. Schippers (voorzitter), G. Edelenbos en S.H. Keijzer (leden) in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.
de griffier is buiten staat te tekenen de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.