Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-03-04
ECLI:NL:RBGEL:2025:2025
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
19,717 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-143120-24
Datum uitspraak : 4 maart 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. S.V. Ramdihal, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een aanzienlijk geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorde(n), een pistool in de mond van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of hem op zijn hoofd heeft geslagen en/of zijn kleren (deels) heeft uitgetrokken en/of heeft afgepakt en/of hem heeft gedwongen op de grond te gaan liggen en/of zijn handen/armen met duct tape heeft vastgeplakt en/of in zijn handen heeft gesneden en/of gestoken en/of een of meer pezen in zijn handen heeft doorgesneden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer] (in een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] ) een pistool in de mond te doen en/of hem op zijn hoofd te slaan en/of zijn kleren (deels) uit te trekken en/of af te pakken en/of hem te dwingen op de grond te gaan liggen en/of hem met duct tape vast te plakken en/of (vervolgens) in een bestelbus mee te nemen en/of te vervoeren naar/in de richting van [plaats 2] ;
3.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (doorgesneden pees/pezen van de handen) heeft toegebracht door met een mes, althans een scherp voorwerp, een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer] door te snijden;
subsidiair:
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp voorwerp, in de handen van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden en/of een of meer pezen van de handen van die [slachtoffer] heeft doorgesneden en/of (met een voorwerp) met kracht tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op of omstreeks 25 en/of 26 april 2024 te [plaats 3] , [plaats 2] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door aan die [slachtoffer] een vuurwapen te tonen en/of hem te gebieden mee te rijden in een bestelbus (van die [slachtoffer] ), voortbouwend op de angst bij die [slachtoffer] die bij hem was ontstaan na eerdere geweldplegingen/bedreigingen tegen hem op 23 april en door geweldplegingen/bedreigingen tegen anderen op 26 april waar hij getuige van was, en/of met die [slachtoffer] samen in een busje te (blijven) rijden in de richting van [plaats 2] .
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1,2, 3 primair en 4.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat er onvoldoende bewijs is voor de ten laste gelegde feiten en dat verdachte dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daarvoor naar voren gebracht dat verdachte ontkent geweldshandelingen te hebben gepleegd en dat [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) dan wel de medeverdachten geen (specifiek) voor verdachte belastende verklaring hebben afgelegd. Dat DNA van verdachte is aangetroffen is op zichzelf niet veelzeggend, waarbij het daarnaast opmerkelijk is dat op het vuurwapen dat hij in de loods in zijn handen zou hebben gehouden, geen DNA van hem is aangetroffen. Op 25 april 2024 kreeg verdachte een lift naar [plaats 2] . Verdachte heeft geen dwang gebruikt dat aangever in de bus moest stappen. Het enkele aanwezig zijn van verdachte is onvoldoende om enige strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte als pleger of als medepleger aan te nemen.
Beoordeling
Verweer bewijsuitsluiting verklaringen [slachtoffer]
De raadsman heeft verder betoogd dat verdachte heeft ontkend dat hij enige geweldshandeling heeft gepleegd. Het meest verstrekkende belastende bewijs tegen verdachte zijn de verklaringen van [slachtoffer] . De raadsman heeft daarom gevraagd om [slachtoffer] als getuige te horen. De rechtbank heeft dat verzoek eerder ook toegewezen. Nu [slachtoffer] telkens niet bij de rechter-commissaris is verschenen, heeft de raadsman niet effectief de gelegenheid gehad om de verklaringen van [slachtoffer] te toetsen. Omdat er op geen enkele wijze enige compensatie is geweest en verdachte betrokkenheid bij de feiten ontkent, meent de raadsman dat de verklaringen van [slachtoffer] van het bewijs moeten worden uitgesloten.
Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer] behoorlijk wisselend en daardoor onbetrouwbaar zijn. Zijn verklaringen kunnen daarom niet zonder meer voor waar worden aangenomen. De raadsman heeft ter terechtzitting van 19 februari 2025 opnieuw verzocht [slachtoffer] als getuige te horen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer] , ondanks het feit dat voor de verdediging de mogelijkheid tot diens ondervraging heeft ontbroken, voor het bewijs kunnen worden gebruikt zonder in strijd te komen met de eisen van een eerlijk proces. In de visie van de officier van justitie is daarbij van belang dat de redenen van [slachtoffer] om niet naar het verhoor te gaan waarheidsgetrouw overkomen. Daarnaast is het bewijs niet in beslissende mate op zijn verklaringen gebaseerd, maar vindt het voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Zijn verklaringen zijn volgens de officier van justitie voldoende betrouwbaar te achten. Als compenserende factoren had de verdediging de audiobestanden van de verhoren van [slachtoffer] kunnen bestuderen en kunnen verzoeken om het benoemen van een deskundige om de verklaringen te onderzoeken op betrouwbaarheid. De verdediging heeft dat niet gedaan. De verdediging is verder in staat gesteld verweer te voeren en wensen te formuleren. De officier van justitie meent dan ook dat het proces eerlijk is verlopen.
De rechtbank overweegt dat de raadsman tijdens een eerdere zitting heeft verzocht om [slachtoffer] als getuige te horen. Dat verzoek is ter terechtzitting van 9 oktober 2024 door de rechtbank toegewezen, waarna zij de zaak heeft verwezen naar de rechter-commissaris. Uit het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 6 februari 2025 komt naar voren dat [slachtoffer] niet is verschenen op de geplande verhoren op 7 januari 2025, 3 februari 2025 en 6 februari 2025. In het proces-verbaal is beschreven welke handelingen zijn verricht om [slachtoffer] uit te nodigen op de betreffende data te verschijnen dan wel anderszins via de politie met [slachtoffer] in contact te komen. Uit de gemeentelijke basisadministratie, de rechtbank begrijpt de Basisregistratie Personen, is gebleken dat [slachtoffer] geen vaste woon- of verblijfplaats meer heeft in Nederland en de status RNI (registratie niet-ingezetene) heeft. Uit het proces-verbaal van 30 januari 2025, opgemaakt door de politie, blijkt welke pogingen de politie heeft ondernomen om met [slachtoffer] in contact te komen of te blijven. In het proces-verbaal is beschreven dat [slachtoffer] niet naar de verhoren is gegaan omdat hij bang is voor represailles voor hem en zijn familie en omdat hij zich niet veilig voelt.
Gezien het vorenstaande heeft de rechtbank ter zitting als haar oordeel uitgesproken dat het onaannemelijk is dat [slachtoffer] binnen een aanvaardbare termijn alsnog door de rechter-commissaris kan worden gehoord. De zaak is vervolgens door de rechtbank inhoudelijk behandeld, zonder dat [slachtoffer] als getuige is gehoord.
Ingevolge de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zullen er in gevallen als deze waarin de verdediging niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen, drie stappen moeten worden doorlopen bij de beoordeling of desondanks het proces in zijn geheel eerlijk als gewaarborgd in artikel 6 EVRM is verlopen. Van belang hierbij zijn (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. Deze beoordelingsfactoren moeten daarbij in onderling verband worden beschouwd. Naarmate het gewicht van de verklaring groter is, is het – wil de verklaring voor het bewijs kunnen worden gebruikt – des te meer van belang dat een goede reden bestaat voor het niet bieden van een ondervragingsgelegenheid en dat compenserende factoren bestaan.
Ad (i)
De reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend is dat [slachtoffer] uit angst voor represailles niet wil worden gehoord en zich heeft uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen. De rechtbank is van oordeel dat er – mede gelet op de voormelde processen-verbaal van de rechter-commissaris en de politie – voldoende inspanningen zijn verricht om [slachtoffer] te vinden en te bewegen naar de rechtbank te gaan. Nu van hem geen woon- of verblijfplaats bekend is en hij niet reageert op berichten die via het bij de politie bekende telefoonnummer zijn gestuurd, bestond er een goede reden dat de raadsman het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen.
Ad (ii)
[slachtoffer] is verschillende keren bij de politie als getuige gehoord. Een eventuele bewezenverklaring berust niet alleen op de verklaringen van [slachtoffer] . Zijn verklaringen vinden steun in verschillende andere bewijsmiddelen, zoals de verwondingen van [slachtoffer] , de camerabeelden op diverse plaatsen, de locatiegegevens uit de telefoon van [slachtoffer] , de locatie-informatie van zijn auto en de resultaten van DNA-onderzoek. Er is dus geen sprake van een situatie waarin de door [slachtoffer] afgelegde verklaringen als ‘sole or decisive’ bewijs hebben te gelden.
Ad (iii)
De rechtbank stelt vast dat de raadsman niet heeft verzocht om de auditieve bestanden van de verhoren van [slachtoffer] uit te luisteren. Evenmin is verzocht om zijn verklaringen door deskundigen op betrouwbaarheid te laten toetsen. In zoverre was een zekere compenserende factor voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid aanwezig, maar is daarvan geen gebruikgemaakt.
Verdachte heeft daarnaast de gelegenheid gehad om zich ter terechtzitting te verweren tegen de verklaringen die door [slachtoffer] zijn afgelegd. Verdachte heeft dat gedaan door zijn betrokkenheid bij de feiten te ontkennen. Verder heeft hij zich op zijn zwijgrecht beroepen. Zijn raadsman heeft ter terechtzitting gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer] wisselend en daardoor onbetrouwbaar zijn.
De rechtbank is alles overziende van oordeel dat ook bij gebruikmaking van de verklaringen van [slachtoffer] , de procedure in zijn geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces en ziet daarom geen aanleiding om de betreffende verklaringen uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer] bovendien ook betrouwbaar. Na het afleggen van zijn verklaringen heeft de politie uitvoerig onderzoek gedaan.
Feiten
De rechtbank zal de feiten 1, 2 en 3 tegelijk beoordelen gelet op hun nauwe onderlinge samenhang. Daarbij wordt ieder bewijsmiddel gebruikt voor het bewijs waarop het blijkens zijn inhoud ziet. De rechtbank zal verdachte, de medeverdachte(n) en eventuele getuigen daarbij steeds bij hun achternaam noemen.
Verklaringen
[slachtoffer] heeft verklaard dat er gedurende 8 weken een partij drugs, hasj, in zijn loods stond. De drugs was verpakt in kiloblokken en stond achterin zijn loods onder een stelling. Toen hij op een donderdagmorgen in de zaak kwam, zag hij dat de cilinder van het slot was uitgeboord en dat de drugs weg was.
Op maandag heeft hij bij de Mc Donalds in Amersfoort gesproken met “de oude”. De oude is de lichte persoon die bij de aanhouding in zijn auto zat.
De oude heeft gezegd dat ze op dinsdag allemaal naar [plaats 1] moesten komen. Hij is alleen naar [plaats 1] gereden. [medeverdachte 1] , naar de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), had hem een ander adres doorgegeven. Op dat adres trof [slachtoffer] [medeverdachte 1] , waarna ze samen naar de woning zijn gegaan. Ze waren daar rond middernacht, ongeveer om 24 uur, en moesten een trap oplopen. Toen ze de woonkamer binnenkwamen, is [slachtoffer] op de bank gaan zitten. In de woonkamer waren de bewoner en een Marokkaanse jongen die [naam 1] of [naam 2] wordt genoemd. Er was een trap naar boven. Op een gegeven moment kwam die oude man eraan. Er kwamen twee donkere jongens van boven en twee van beneden. Een donkere jongen deed gelijk een pistool/revolver in de mond van [slachtoffer] . Hij moest zijn broek uittrekken, op de grond gaan liggen en zijn handen neerleggen. Ze dreigden zijn snikkel eraf te snijden. Ze hebben hem tegen zijn hoofd geslagen. Met een keukenmes is over de bovenkant van zijn handen gesneden, over drie vingers. Er is verschillende keren in zijn handen gestoken en met het mes op zijn handen geslagen. Bij de middelvinger is het bot geraakt en ook de pezen. Ze vroegen waar de spullen waren, maar dat wist hij niet. De oude had de leiding. Hij zei wat er moest gebeuren. De donkere jongens vroegen steeds aan hem of ze moesten gaan snijden en deden wat hij zei. Op een gegeven moment hebben ze hem overeind gezet. Hij moest zich schoonmaken. Hij kreeg een ander shirtje en een rode broek om aan te trekken. Zijn eigen shirt heeft hij om zijn arm gedaan, omdat deze hard bloedde. Zijn gezicht bleef ook bloeden. Toen hebben ze hem achter in zijn bus gegooid en met duct tape vastgeplakt. De tape die om zijn armen is gedaan, was tape uit zijn bus. Ze zijn richting [plaats 2] gereden. Een donkere jongen reed in zijn bus. Die oude zat in een andere auto. Een zilver- of goudkleurige Mercedes station is achter de bus aan gereden. In de buurt van [plaats 2] zijn ze op een parkeerplaats gestopt en is hij uit de bus getrokken. Er werd gezegd dat hij nog één kans kreeg. Die oude zei dat hij geluk had gehad dat hij de jongens had tegengehouden. Anders was hij er niet meer geweest.
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij die dinsdag thuis is opgehaald. Hij moest met zijn auto en met een man naar [plaats 2] rijden. Er zijn daar toen bij een Mc Donalds twee voor hem onbekende mannen ingestapt die hij naar [plaats 1] heeft gebracht. [medeverdachte 1] moest ook mee naar [plaats 1] om te worden ondervraagd. Hij moest mee omdat hij er anders van verdacht zou worden te weten wie de spullen zouden hebben gestolen. Toen de mannen in [plaats 1] uit de auto waren gestapt, heeft [medeverdachte 1] contact gehad met [slachtoffer] . [slachtoffer] zei dat ze naar [plaats 1] moesten. [medeverdachte 1] heeft toen een rondje gereden en ergens geparkeerd. Hij is naar het huis gegaan. Er kwamen nog meer mensen toen zij binnen waren, ongeveer vier of vijf.
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op een gegeven moment werd gebeld door die ouwe. Hij moest van die ouwe naar [plaats 1] komen. Hij is naar [plaats 1] gereden en heeft geparkeerd voor de deur van het huis van zijn vriend [naam 3] , naar de rechtbank begrijpt: [naam 3] , aan de [adres 2] . Hij is alleen de woning van [naam 3] binnengegaan. [medeverdachte 1] en [slachtoffer] , naar de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] en [slachtoffer] , waren in de woning en er kwamen nog twee donkere jongens vanuit de slaapkamer van de derde verdieping. Die ouwe was er ook en [naam 3] , de eigenaar van het huis. [medeverdachte 2] dacht dat iedereen daar zou worden verhoord in verband met de gestolen partij drugs. Die ouwe had gezegd dat ze daar moesten komen. Die ouwe stuurde hem weg om de centrale toegangsdeur van de woning open te maken. Er kwamen toen nog twee of drie jongens binnen die hij niet kende. Iedereen moest op de bank zitten, die ouwe zat aan de overkant van de bank. [medeverdachte 2] heeft gezien dat [slachtoffer] werd geslagen door de donkere jongens. Hij kreeg een klap op zijn hoofd en een knietje. Hij moest namen noemen en zeggen waar de drugs waren. [medeverdachte 2] heeft ook gezien dat de broek van [slachtoffer] iets naar beneden was. Op een gegeven moment zei die ouwe dat hij en [medeverdachte 1] weg konden gaan. [medeverdachte 2] kreeg de telefoon van [slachtoffer] in zijn handen gedrukt. Die ouwe zei dat de telefoon weg moest in verband met zendmasten. [medeverdachte 2] is met [medeverdachte 1] een rondje gaan rijden in diens auto, een blauwe Ford Focus station. Hij moest terug naar de woning omdat zijn eigen autosleutels daar nog lagen. [medeverdachte 1] is weggegaan. Toen hij binnen was, zag hij dat [slachtoffer] op de bank zat. Hij had een andere trui aan en een zwarte hoody. Hij zag veel bloed op de grond en een theedoek om een hand van [slachtoffer] . [slachtoffer] had een blauw oog. [slachtoffer] liep met die donkere jongens naar beneden. Die ouwe zei tegen [medeverdachte 2] dat hij hem (die ouwe) naar [plaats 2] moest brengen. Hij heeft dat gedaan. Die ouwe zat op de passagiersplaats en achterin zat een donkere jongen. Die ouwe zei dat [medeverdachte 2] een busje moest volgen. Onderweg zijn ze bij de Shell gestopt om te tanken. Hij heeft het busje toen niet gezien. Die ouwe zei dat hij de parkeerplaats op moest rijden. Daar zag hij het busje weer. Ze zijn daarna verder gereden naar een parkeerplaats in [plaats 2] . Daar heeft hij die ouwe en de jongen die achterin zat afgezet.
Letsel
In het ziekenhuis is bij [slachtoffer] een bloeduitstorting in het aangezicht waargenomen. Op het plaatje is een cirkel getrokken rond beide ogen. Verder is sprake van een ruptuur van vingerpezen (ringvinger van beide handen), die tijdens een operatie zijn aangehecht. Ook heeft een heroperatie plaatsgevonden na wederom een ruptuur van het peesletsel. [slachtoffer] moest gedurende vier weken gips om beide onderarmen, waarna handtherapie was geïndiceerd.
In de onder [naam 3] in beslag genomen telefoon zijn foto’s aangetroffen van 24 april 2024 met daarop een gewonde man, die door verbalisant is herkend als [slachtoffer] . Verbalisant zag dat hij gewond was aan zijn handen en hoofd. Zijn handen en hoofd waren bebloed en rondom [slachtoffer] , die op de vloer zat, waren meerdere bloedvlekken op de vloer. Op de eerste foto’s was te zien dat het [slachtoffer] in eerste instantie was gekleed in een zwarte jas/trui en grijze spijkerbroek. Op de laatste foto was [slachtoffer] gekleed in een rode Adidas trainingsbroek en een zwart trainingsjack van het merk Adidas. Op beide foto’s zag verbalisant dat [slachtoffer] gewond was. De eerste foto was genomen op 24 april 2024 om 00:17:02 uur, de laatste op 24 april 2024 om 00:30:02 uur.
Camerabeelden
Op camerabeelden van de [adres 2] in [plaats 1] van 23 april 2024 heeft verbalisant [verbalisant 1] [medeverdachte 3] en verdachte [verdachte] herkend.
Feiten
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5,5 jaar met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd.
Beoordeling
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling en twee ontvoeringen. De geweldshandelingen en ontvoeringen zijn terug te voeren op het criminele milieu. De aanleiding was een partij hasj die bij [slachtoffer] stond opgeslagen en die uit zijn loods door onbekend gebleven personen is weggehaald. Verdachte heeft samen met anderen [slachtoffer] onder druk gezet om ervoor te zorgen dat de partij hasj werd teruggevonden dan wel om informatie te geven waar de partij hasj was gebleven. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft speciaal voor het toepassen van geweld twee personen uit [plaats 2] ingeschakeld, te weten verdachte en [medeverdachte 4] , die hij op dinsdag samen met een van de medeverdachten is gaan ophalen in [plaats 2] . Verdachte en ook [medeverdachte 4] waren op donderdag in de loods aanwezig. Tijdens de bijeenkomst in de woning in [plaats 1] had medeverdachte [medeverdachte 3] een leidende rol. Hij gaf verdachte en [medeverdachte 4] opdrachten en toestemming geweld toe te passen. [slachtoffer] is vernederd door hem zijn broek omlaag te laten trekken en bedreigd door te zeggen dat zijn snikkel zou worden afgesneden. Hem is een vuurwapen in zijn mond geduwd, hij is geslagen en met een mes in zijn handen gestoken en gesneden, waardoor hij letsel heeft opgelopen.
Ook bij de bijeenkomst in de loods was [verdachte] betrokken. Hij heeft een vuurwapen in de hand gehad en gezorgd voor een dreigende situatie. De bedreigingen en het toegepaste geweld moeten voor [slachtoffer] bijzonder beangstigend zijn geweest. Dat hij nog steeds voor geweld dan wel zijn leven vreest, volgt ook wel uit het feit dat hij heeft geweigerd naar het verhoor bij de rechter-commissaris te gaan. Hij heeft zich bij de gemeente uitgeschreven en is kennelijk ondergedoken om verdachte, de medeverdachten en eventuele derden te ontlopen. Verdachte is daar mede verantwoordelijk voor. Dat de ontvoeringen in de auto steeds van korte duur zijn geweest doet daar niet aan af. De rechtbank vindt het kwalijk dat verdachte zich kennelijk op verzoek en voor geld laat lenen voor het toepassen van geweld en dat hij daarvoor vervolgens niet zijn verantwoordelijkheid neemt.
De rechtbank heeft in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van mishandeling, bedreiging en drugsgerelateerde feiten. Die veroordelingen hebben er kennelijk niet voor kunnen zorgen dat verdachte zich opnieuw heeft bezig gehouden met het plegen van strafbare feiten.
De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover bekend.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van de feiten alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend is. Rekening houdend met het feit dat verdachte twee keer betrokken is geweest bij de ontvoering van [slachtoffer] , het geweld dat is gepleegd en de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 4 jaar. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 55, 57, 282 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 3 primair ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos (voorzitter), mr. A.A.M. Bögemann en
mr. J.S.W. Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 maart 2025.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant G.B. Harkema van de politie Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20240826, onderzoek Arkansas / ONRAB24004, gesloten op 4 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 637, 645.
Proces-verbaal van verhoor van getuige N.J.A, [slachtoffer] , p. 638, 643.
Processen-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 638-639, 648, 685-686.
Processen-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 639-640, 647, 688.
Processen-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 640, 645, 727.
Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte E.J. [medeverdachte 1] , p. 306, 307.
Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] , p. 389-394.
Geneeskundige verklaring, p. 658-659.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1082.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1062-1063.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1004-1005.
Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] , p. 730.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1008-1011, 1013-1018.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1019-1023.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1024-1025.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1028-1030.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1032.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1039-1043.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1044-1046, 1048, 1050.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1051-1053.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 963-965.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1203-1204.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1075-1076.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1005.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1072.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1066-1067.
Processen-verbaal van bevindingen, p. 888, 956-957.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1303, 1305-1306.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 577.
NFI-rapport, p. 1650-1651.
NFI-rapport, p. 1660, 1662.
Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, p. 1585.
NFI-rapport, p. 1681-1682.
NFI-rapport, p. 1681-1682.
Proces-verbaal forensisch onderzoek woning, p. 1531-1532.
NFI-rapport, p. 1659, 1662.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1367.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 576-577.
Processen-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] , p. 641-642, 644, 689-691, 695-698.
Proces-verbaal van bevindingen
Proces-verbaal van bevindingen, p. 800, 804-806.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 891-895.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 863, 865-866, 868-869.
NFI-rapport, p. 1687-1688.
Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf, p. 1431, 1438.
NFI-rapport, p. 1650-1651.
NFI-rapport, p. 1698-1699.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 1375-1376.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 577.
Feiten
Zij heeft [medeverdachte 3] en [verdachte] in dit onderzoek Arkansas twee keer gehoord.
[verdachte] heeft gemillimeterd zwart haar met strakke lijnen, een zwart baardje, een donkerkleurige/zwarte jas met capuchon, een donkerkleurig/zwart schoudertasje met lichtkleurige/zilveren vermoedelijke rits, een donkerkleurige/zwarte broek van het merk ‘Under Armour’ en zwarte schoenen.
[slachtoffer] wijst in zijn verhoor de persoon op foto’s 6, 7 en 8 aan als een van de degenen die hem hebben mishandeld en dit was degene die bij hem in de auto zat tijdens de aanhouding.
Ter zitting zijn de foto’s 6, 7 en 8 op bladzijden 741, 742 en 743 van het procesdossier aan verdachte getoond. De rechtbank heeft als eigen waarneming aan de verdachte voorgehouden dat hij op zijn minst erg lijkt op de persoon op de foto’s. Verdachte heeft niet heeft betwist dat hij op de beelden staat, maar heeft zich op dat punt op zijn zwijgrecht beroepen.
Op de camerabeelden van de [adres 2] is te zien dat op 23 april 2024 vanaf 23:01:15 uur een vermoedelijk blauwe Ford Focus in de omgeving van de [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in [plaats 1] rijdt. De bijrijder (rechts voorin) lijkt een persoon met vermoedelijk een blanke huidskleur te zijn. Om 23:02:19 uur staat de auto stil schuin voor perceel [huisnummer] op de [adres 2] . [medeverdachte 3] verschijnt in beeld op het trottoir van de [adres 2] . Om 23:03:11 uur loopt [medeverdachte 3] in de richting van de ingang van de woning van [naam 3] , waarna hij uit beeld verdwijnt. Na een halve minuut verschijnt hij weer in beeld. Hij loopt langzaam in de richting van de vermoedelijk blauwe Ford Focus en vervolgens weer richting de woning van [naam 3] . [verdachte] en NNM1 stappen uit de vermoedelijk blauwe Ford Focus. NNM1 en [verdachte] lopen achter [medeverdachte 3] aan in de richting van de ingang van de woning. De vermoedelijk blauwe Ford Focus rijdt weg in de richting van het [plein] in [plaats 1] . [naam 3] verlaat zijn woning. Hij loopt de trap af en als hij de trap weer oploopt, loopt [medeverdachte 3] achter hem aan. NNM1 en [verdachte] lopen ook de trap op. [naam 3] gaat door de deur zijn woning in, gevolgd door [medeverdachte 3] , NNM1 en als laatste [verdachte] .
Om 23:37:56 uur komt er een lichtkleurige/grijze Mercedes aanrijden vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in de richting van de woning van [naam 3] . De bestuurder parkeert het voertuig in de parkeerhaven aan de rechterkant op de Parallelweg van de [adres 2] . NNM3 stapt uit en loopt in de richting van het [plein] . Om 23:40:05 uur komt hij weer in beeld en loopt naar de ingang van de woning van [naam 3] . [naam 3] loopt de trap af en komt daarna terug met NNM3 achter zich.
Om 23:59:31 uur komen [slachtoffer] en NNM2 aanlopen vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . Om 00:00:53 uur loopt [naam 3] de trap op met achter hem NNM2 en [slachtoffer] . Ze gaan de woning in.
Om 00:17:51 uur komt er een wit voertuig aanrijden vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] , die parkeert in de parkeerhaven aan de rechterkant op de parallelweg van de [adres 2] . Er stappen drie onbekende mannen, NNM4, NNM5 en NNM6, uit het voertuig, die in de richting van de ingang van de woning van [naam 3] lopen. NNM4 lijkt handschoenen uit zijn jaszak te halen en aan te trekken. NNM3 verlaat om 00:19:25 uur de woning van [naam 3] en loopt de trap af. In zijn linkerhand heeft hij een telefoon. Als NNM3 de trap weer oploopt, lopen NNM4, NNM5 en NNM6 achter hem. Hij wijst naar de woning van [naam 3] , waarna ze naar binnen gaan.
Om 00:33:20 uur komen NNM2 en NNM3 de woning uit. NNM3 heeft twee telefoons in zijn handen. Ze gaan naar beneden en verdwijnen uit beeld.
Het lijkt of de blauwe vermoedelijke Ford Focus (gezien kleur voertuig) om 00:58:36 uur aan komt rijden aan de overkant van de weg ( [adres 2] ) vanaf de kant [plein] in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . De auto stopt, de binnenverlichting gaat aan weer uit en vervolgens rijdt de auto weg. Direct daarna verschijnt NNM3 in beeld. Hij steekt de weg, [adres 2] , over en loopt naar de ingang van de woning. [naam 3] verlaat zijn woning, loopt de trap af en als hij de trap weer oploopt, loopt NNM3 achter hem. NNM3 heeft twee telefoons in zijn hand. Ze lopen de woning van [naam 3] in.
Om 01:45:10 uur komen [verdachte] en NNM1 samen uit de woning van [naam 3] . NNM1 heeft donkerkleurige/zwarte handschoenen in zijn handen, die hij, net voordat hij uit beeld verdwijnt, lijkt aan te trekken. [verdachte] en NNM1 verdwijnen uit beeld en lopen in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . Om 01:46:37 uur komt [slachtoffer] uit de woning van [naam 3] . Hij heeft zichtbare zwellingen en bloed rondom zijn ogen en gezicht. Daarnaast lijkt er ook bloed rondom zijn handen te zitten en houdt hij zijn handen in een soort doek. [slachtoffer] heeft andere kleding aan, in vergelijking met de aankomst. [naam 3] loopt achter hem aan. Ze lopen in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . [verdachte] en NNM1 lopen voor hen. Om 01:48:08 uur verlaat [medeverdachte 3] de woning. NNM3 stapt als bestuurder in de lichtkleurige/grijze Mercedes. [medeverdachte 3] stapt in als bijrijder in de Mercedes.
Er komt om 01:53:30 uur een donkerkleurige bestelbus met lichte ‘sidebar’, aan rijden vanaf de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . De bestelbus stopt aan de linkerkant op de parallelweg van de [adres 2] . [medeverdachte 3] stapt uit de Mercedes en loopt in de richting van het trottoir. Er komen twee personen, vermoedelijk [naam 3] en [verdachte] , aanlopen vanuit de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] in de richting van de Mercedes. De drie personen staan vervolgens bij elkaar achter de Mercedes. Er loopt tevens een persoon, vermoedelijk NNM1, achter de bestelbus langs die zich vervolgens aansluit bij de drie personen achter de Mercedes. NNM1 loopt terug in de richting van de bestelbus, waarna hij voorbij de voorkant van het voertuig loopt. [medeverdachte 3] en vermoedelijk [verdachte] stappen in als bijrijder in de Mercedes. De Mercedes rijdt weg in de richting van het [plein] . De bestelbus met de ‘sidebar’ rijdt achter de Mercedes aan.
Op camerabeelden van tankstation/parkeerplaats Hackelaar is te zien dat omstreeks 02:53:26 uur drie voertuigen vanaf de snelweg A1 de afslag richting terrein Hackelaar nemen. De eerste twee voertuigen (vrachtwagen en bestelauto) rijden via de parallelweg naast het tankstation. De donkerkleurige bestelauto vertoont grote overeenkomsten met een Ford Transit Custom. Het derde voertuig rijdt het terrein van het tankstation Shell op. Dit betreft een lichtkleurige Mercedes met het kenteken [kenteken 1] . De bestuurder stapt uit en gaat tanken. Verbalisant ziet dat de bijrijder in de auto zich diverse malen met zijn hoofd/bovenlichaam omdraait naar de achterbank. Als de camera inzoomt op het kenteken van de Mercedes komt het hoofd van de bijrijder in beeld kwam. De bijrijder vertoont volgens verbalisant sterke overeenkomsten met [medeverdachte 3] . Ook verbalisant [verbalisant 1] heeft de beelden bekeken en daarop [medeverdachte 3] herkend. Omstreeks 02:58:03 uur verschijnt de lichtkleurige Mercedes op de camerapositie ‘Achterzijde’. De Mercedes rijdt in de richting van de parkeerplaats. Omstreeks 02:59:13 uur rijden een lichtkleurige Mercedes met vlak hierachter een donkerkleurige bestelauto gelijkend op een Ford Transit Custom vanaf het parkeerterrein de oprit naar de snelweg A1 op.
De blauwe Ford Focus
Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] een blauwe Ford Focus met kenteken [kenteken 2] heeft.
Feiten
Uit ANPR-gegevens is gebleken dat deze auto op 23 april 2024 in de periode 19:46 uur tot en met 20:24 uur een reisbeweging maakte vanaf omgeving [plaats 3] in de richting van [plaats 2] . Om 21:38 uur had het voertuig met kenteken [kenteken 2] een hit in [plaats 2] , om 22:30 uur in Driebergen en om 22:41 uur in Ede. In [plaats 1] stapte verdachte [verdachte] uit een vermoedelijk blauwe Ford Focus. [verdachte] staat ingeschreven in [plaats 2] .
Herkenning NNM1, NNM2 en NNM3
Foto’s van NNM1 zijn gebruikt voor een aandachtsvestiging met de titel “Gijzeling/Marteling”. Verbalisant [verbalisant 2] heeft medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) ambtshalve op deze aandachtsvestiging herkend. Op de foto zag hij een persoon met donkere huidskleur en een muts met een logo van het merk Asics. In zijn werkzaamheden in [plaats 2] -Zuidoost is hij [medeverdachte 4] diverse keren tegengekomen. In een ander lopend onderzoek waar [medeverdachte 4] bij betrokken is, is verbalisant in januari 2024 twee keer bij [medeverdachte 4] langs geweest in zijn woning. Hij heeft daarbij ongeveer twee keer een half uur met [medeverdachte 4] gesproken. Hij herkent [medeverdachte 4] aan de stand en vorm van zijn ogen, de vorm van zijn neus, gezichtsbeharing, zijn huidskleur, vorm van zijn gezicht en zijn postuur.
NNM2 heeft donkerblond achterover gekamd haar (licht kalend) waarvan de zijkant opgeschoren. Hij draagt een grijs vest met zwarte vlakken en oranje logo met daarboven tekst op de linkerborst, een spijkerbroek, zwarte schoenen met lichtkleurig/ wit merk en strepen en hij heeft een tatoeage op zijn rechterpols.
[slachtoffer] heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] , naar later bleek [medeverdachte 1] , naar de woning aan de [adres 2] is gegaan. In de politiesystemen is een SKDB-foto van [medeverdachte 1] gevonden van 3 november 2022. In de telefoon van [slachtoffer] is een foto aangetroffen die sterke gelijkenissen vertoond met de SKDB-foto van [medeverdachte 1] .
NNM3 wordt geïdentificeerd als zijnde [medeverdachte 2] . Op 7 april 2024 om 15:46 uur is [medeverdachte 2] geverbaliseerd voor het vasthouden van een mobiele telefoon in Vinkeveen. Hij reed op dat moment in een Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 1] . Op 23 april 2023 om 23:25 uur heeft hij gemeld dat er een autobrand gaande was aan de [straatnaam 3] in [plaats 1] . [medeverdachte 2] reed over de [straatnaam 4] , die overgaat in de [straatnaam 5] , die weer overgaat in de [adres 2] in [plaats 1] . [medeverdachte 2] gaf bij deze melding op dat hij gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Uit opgevraagde ciot gegevens is gebleken dat dit telefoonnummer een abonnement-aansluiting betreft op naam van [medeverdachte 2] , [adres 3] , [postcode 2] in [plaats 3] . Bij vergelijking van de foto van het rijbewijs met de afbeeldingen van de voornoemde camerabeelden, stelde verbalisant vast dat [medeverdachte 2] de NNM3 persoon in het groene joggingpak is.
GPS-locaties
Uit onderzoek van de GPS-coördinaten van de iPhone 12 van [slachtoffer] blijkt dat de iPhone op dinsdag 23 april 2024 rond 23:34 uur bewoog van de [straatnaam 6] naar [plaats 1] . Omstreeks 23:55 uur bevond de iPhone zich in de omgeving van de [straatnaam 2] . Hier verbleef hij enkele minuten om vervolgens te bewegen richting de [adres 2] in [plaats 1] . Omstreeks 01:47 uur bewoog de gebruiker vanaf de [adres 2] naar de [straatnaam 2] om vervolgens hiervandaan naar de hoofdrijbaan van de [adres 2] te bewegen. Vanaf 01:55 uur bewoog de iPhone richting de snelweg A50. Tussen 02:58 en 02:59 uur leek de iPhone kort in de buurt te zijn geweest van de Mc Donalds of het Mc Café Hackelaar bij Muiden. Omstreeks 03:00 uur leek de telefoon ter hoogte van een parkeerplaats op de [straatnaam 7] / [straatnaam 8] en/of op de [straatnaam 9] in [plaats 2] aan te komen. Omstreeks 03:15 uur vertrok het toestel en bewoog dit terug in de richting van [plaats 3] .
Telefoon [medeverdachte 4]
Onder [medeverdachte 4] is een iPhone in beslag genomen. Uit de telefoon blijkt dat er verschillende keren app-contact is geweest tussen nummer [telefoonnummer 2] van [verdachte] en het nummer van [medeverdachte 4] . Die contacten beginnen op 19 april 2024. Op 23 april 2024 worden de volgende berichten gestuurd door [verdachte] :
20.26.25 uur: “Spakler ?” (verbalisant merkt op dat misschien [straatnaam 10] in [plaats 2] wordt bedoeld)
20.31.49 uur: “Nog niet ik ga je barre als die waggie mij oppiky” (verbalisant heeft de indruk dat met ‘barre’ bellen wordt bedoeld. Waggie is een ander woord voor wagen/auto)
20.43. [nummer 8] uur: “Hij is er nu”
Op 24 april 2024 stuurt [verdachte] :
15:08:01: “Faka pa , heb je je blaadje gekregen voor gister ? (volgens verbalisant zu blaadje kunnen slaan op geld)
15.10.38 uur: “Hij zou 6/7 bar geven voor gister maar hij zij hij had niet meer bij zich , maar dacht hij had je ook 350 Gegeven”. (volgens verbalisant zou ‘bar’ een afkoring kunnen zijn voor barkie, een ander woord voor € 100,-).
Forensisch onderzoek
Bij de aanhouding van [slachtoffer] , [medeverdachte 3] en [verdachte] is in de Ford Transit een revolver aangetroffen. Van de revolver is onder meer bemonsterd:
- de buitenzijde van de loop van de revolver (Sin: [Sin 1] ). Het DNA dat daarin is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal drie personen, te weten [slachtoffer] en minimaal twee onbekende personen. DNA-meng profiel [Sin 1] #0l is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [slachtoffer] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van drie willekeurige onbekende personen;
- de binnenzijde van de loop van de revolver (Sin: [Sin 2] ). Het DNA dat daarin is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal vier personen, te weten [slachtoffer] , onbekende man A en minimaal twee onbekende personen. DNA-meng profiel [Sin 2] #0l is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [slachtoffer] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van vier willekeurige onbekende personen.
In de laadbak van de Ford Transit lag rondvormige duct tape die vermoedelijk om de polsen van [slachtoffer] had gezeten. Daarop zat een op bloed lijkende substantie (Sin: [Sin 3] ).
- Het DNA dat in [Sin 3] #01 is aangetroffen, kan afkomstig zijn van één persoon, te weten [slachtoffer] . DNA profiel [Sin 3] #0l is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [slachtoffer] , dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon.
- Het DNA dat in [Sin 3] #05 is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal twee personen, te weten van [verdachte] en van minimaal één andere persoon. DNA-meng profiel [Sin 3] #05 is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
In de woning aan de [adres 2] in [plaats 1] zijn verschillende bloedsporen aangetroffen die voornamelijk gecentreerd waren rondom de toegangsdeur en op de vloer circa in het midden van de woonkamer. Ook in de badkamer zijn bloedsporen aangetroffen. Bemonsterd werd:
een bloedspatje nabij een veeg midden in de woonkamer ( [Sin 4] ). Het DNA dat daarin is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal twee personen, te weten [slachtoffer] , en één onbekende persoon.
Feiten
DNA-meng profiel [Sin 4] #0l is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [slachtoffer] en één willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen;
bloed op de kraan in de badkamer ( [Sin 5] ). Het DNA dat daarin is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal twee personen, te weten een relatief grote hoeveelheid van [slachtoffer] en een relatief kleine hoeveelheid van minimaal één andere persoon. DNA-meng profiel [Sin 5] #0l is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [slachtoffer] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
Overweging rechtbank
De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen het volgende vast.
Op [nummer 8] april 2024 is een partij hasj weggenomen uit de loods van [slachtoffer] .
[medeverdachte 1] is op dinsdag 23 april 2024 opgehaald en hij moest naar [plaats 2] rijden. Daar zijn bij een Mc Donalds twee voor hem onbekende personen ingestapt. De verklaring van [medeverdachte 1] vindt steun in de ANPR-gegevens, waaruit blijkt dat de blauwe Ford Focus met het kenteken
[kenteken 2] , die bij [medeverdachte 1] in gebruik is, op 23 april 2024 een reisbeweging van [plaats 3] naar [plaats 2] heeft gemaakt. Om 21:38 uur had de auto een hit in [plaats 2] , om 22:30 uur in Driebergen en om 22:41 uur in Ede.
Op camerabeelden van de [adres 2] in [plaats 1] van 23 april 2024 is te zien dat de blauwe Ford Focus omstreeks 23:01 uur in de buurt van de [adres 2] reed en daar stopte. De passagiers zijn uit de auto gestapt en de woning aan de [adres 2] binnengegaan. Ook de bestuurder van een lichtkleurige Mercedes en, enige tijd later, [slachtoffer] en [medeverdachte 1] zijn bij deze woning aangekomen en naar binnengegaan. Omstreeks 00:19 uur is er nog een witte auto gearriveerd, waarvan drie inzittenden de woning zijn binnengegaan.
In de woning heeft volgens de verklaring van [slachtoffer] een aantal geweldshandelingen plaatsgevonden tegen hem.
Hij kreeg een revolver in zijn mond geduwd en hij is geslagen. Hij moest op de grond liggen met zijn armen uitgestrekt en hij is met een mes in zijn handen gestoken en/of gesneden. Daarbij heeft hij een ruptuur opgelopen aan de pezen van zijn ringvingers. Ook moest hij zijn broek omlaag doen en, nadat de mishandeling was geëindigd, zich schoonmaken en andere kleding aantrekken.
Deze verklaring vindt steun in:
de verklaring van [medeverdachte 2] , dat hij heeft gezien dat [slachtoffer] op zijn hoofd is geslagen en dat zijn broek deels omlaag was;
de geneeskundige informatie dat [slachtoffer] bloeduitstortingen had in zijn gezicht rondom zijn ogen en dat hij in zijn handen is gestoken en/of gesneden met een ruptuur van de pezen van zijn ringvingers tot gevolg;
de foto’s die zijn aangetroffen op de telefoon van [naam 3] ;
de resultaten van het forensisch onderzoek, waarbij een DNA-mengprofiel is aangetroffen aan de binnen- en aan de buitenzijde van de loop van de revolver met DNA, afkomstig van [slachtoffer] ;
de resultaten van het forensisch onderzoek waarbij is vastgesteld dat in het bloed dat in de woonkamer op de vloer en in de badkamer op de kraan is aangetroffen, een DNA-mengprofiel is aangetroffen met DNA, afkomstig van [slachtoffer] .
Ten aanzien van het DNA in de mengprofielen is het steeds meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer] en één of meer willekeurige andere persoon/personen, dan wanneer het DNA afkomstig is van één of meer willekeurige onbekende persoon/personen. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA steeds afkomstig is geweest van [slachtoffer] .
Op camerabeelden is te zien dat de personen die in de woning waren omstreeks 01:45 uur de woning hebben verlaten. [slachtoffer] heeft, zoals uit de camerabeelden blijkt zichtbaar gewond, de woning samen met [naam 3] verlaten. Zij zijn achter [verdachte] en [medeverdachte 4] aangelopen in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . Een aantal minuten later verscheen de donkerkleurige bestelbus van [slachtoffer] in beeld. [slachtoffer] heeft daarover verklaard dat hij achter in zijn bus is gegooid en dat zijn armen waren vastgebonden met duct tape. Dit vindt ondersteuning in de resultaten van het forensisch onderzoek, waarbij op duct tape dat in de laadbak van de Ford Transit lag, een DNA-mengprofiel is aangetroffen dat van [verdachte] en minimaal één andere persoon afkomstig is. Het is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het in het DNA-mengprofiel DNA van [verdachte] aanwezig was.
De Ford Transit van [slachtoffer] en de Mercedes, waarin [medeverdachte 2] reed, zijn onderweg naar [plaats 2] gestopt bij tankstation Hackelaar, een tankstation langs de A1 bij Muiden, waar de bestuurder, [medeverdachte 2] , is gaan tanken. Daarna zijn beide auto’s doorgereden naar [plaats 2] . Op een parkeerplaats is de duct tape van de armen van Hoegen Dijkof losgemaakt en is hij vrijgelaten. [slachtoffer] is in zijn Ford Transit terug naar [plaats 3] gereden.
De rol van [verdachte]
De rechtbank moet beoordelen wat de rol van [verdachte] in het geheel is geweest.
[verdachte] heeft betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten ontkend.
In het procesdossier wordt door de politie verschillende malen omschreven dat verdachte op beelden te zien is. Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen gaat de rechtbank ervan uit dat het inderdaad telkens verdachte is die op de door de politie beschreven beelden staat.
De rechtbank overweegt verder als volgt.
Uit de verklaringen van [slachtoffer] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat ze naar [plaats 1] moesten komen om te worden verhoord. Volgens [medeverdachte 1] is hij op 23 april 2024 thuis opgehaald en moest hij met zijn auto naar [plaats 2] rijden. Daar zijn twee voor hem onbekende personen in zijn auto gestapt. Op de camerabeelden van de [adres 2] is te zien dat [medeverdachte 3] , [verdachte] en NNM1, later geïdentificeerd als [medeverdachte 4] , uit de blauwe Ford Focus van [medeverdachte 1] stappen. Uit de camerabeelden blijkt ook dat [verdachte] in de woning is geweest van 23 april 2024 om 23:04:49 uur tot 24 april 2024 om 01:45:10 uur. De rechtbank stelt vast dat hij dus ruim 2,5 uur in de woning is geweest.
[slachtoffer] en [medeverdachte 2] hebben beiden verklaard wie er in de woning aan de [adres 2] aanwezig waren. [slachtoffer] heeft verklaard dat in de woonkamer de bewoner en een Marokkaanse jongen die [naam 1] of [naam 2] werd genoemd waren, dat de oude eraan kwam, twee donkere jongens die van de trap in de woonkamer afkwamen en twee donkere jongens die van beneden kwamen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat er verschillende personen waren: [medeverdachte 1] en [slachtoffer] , twee donkere jongens die vanuit de slaapkamer kwamen, die ouwe en [naam 3] , de eigenaar van het huis. Die ouwe stuurde hem weg om de centrale toegangsdeur van de woning open te maken, waarna er twee of drie voor hem onbekende jongens binnen kwamen.
Feiten
Op de camerabeelden was te zien dat NNM3, geïdentificeerd als [medeverdachte 2] , om 00:19:25 uur de trap afliep en terugkwam met NNM4, NNM5 en NNM6.
In de telefoon van [naam 3] zijn foto’s aangetroffen, waarop te zien is dat [slachtoffer] verwondingen had en dat er veel bloed op de vloer lag. De eerste foto is genomen op 24 april 2024 om 00:17:02 uur, de laatste op 24 april 2024 om 00:30:02 uur. Deze tijdsspanne ligt volledig in de periode waarbinnen [verdachte] in de woning is geweest. De rechtbank stelt vast dat de geweldshandelingen dus al zijn aangevangen vóór de aankomst van NNM4, NNM5 en NNM6.
[slachtoffer] heeft verklaard dat een donkere jongen die van boven kwam gelijk een pistool of revolver in zijn mond deed en dat de donkere jongens steeds aan de oude vroegen of ze moesten gaan snijden. Ze deden wat hij zei. Ook [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] is geslagen door donkere jongens. Nu op de foto op de telefoon van [naam 3] die om 00:17:02 uur is genomen al is te zien dat [slachtoffer] verwondingen had, [slachtoffer] en [medeverdachte 2] beiden hebben verklaard dat donkere jongens geweld hebben toegepast en NNM4, NNM5 en NNM6 op dat moment nog niet in de woning waren, kan het niet anders zijn dan dat [verdachte] en [medeverdachte 4] het geweld en de bedreiging met de revolver hebben gepleegd.
De armen van [slachtoffer] zijn vastgeplakt met duct tape. Dit is niet op de camerabeelden te zien. Wel is te zien dat [slachtoffer] en [naam 3] achter [verdachte] en [medeverdachte 4] aanlopen in de richting van de kruising [adres 2] / [straatnaam 1] / [straatnaam 2] . [verdachte] en [medeverdachte 4] lopen voor hen. [slachtoffer] komt niet meer op de camera in beeld. Wel komt zijn Ford Transit in beeld. Aannemelijk is dat het vastplakken van de armen van [slachtoffer] bij zijn auto is gebeurd nu daarbij duct tape uit zijn auto is gebruikt. Op de duct tape die in de laadruimte van de Ford Transit is aangetroffen zat DNA van [verdachte] . De rechtbank leidt daaruit af dat [verdachte] betrokken is geweest bij het vastplakken van [slachtoffer] dan wel bij het losmaken van de duct tape bij zijn vrijlating in [plaats 2] .
Op de camerabeelden van de [adres 2] is verder te zien dat [verdachte] in de Mercedes stapt en dat de Ford Transit achter de Mercedes aan wegrijdt. Uit de GPS-gegevens van de iPhone van [slachtoffer] blijkt dat de gebruiker omstreeks 03:08 uur stopt op de [straatnaam 9] / [straatnaam 11] in [plaats 2] en daar omstreeks 03:15 uur wegrijdt. Uit ANPR-informatie komt naar voren dat de Ford Transit van [slachtoffer] om 03:31 uur naar het noord-westen rijdt, volgens verbalisant in de richting van de woning van [verdachte] . Even later is te zien dat de telefoon van [verdachte] gebruik maakt van een Cell-ID nabij zijn huis. De telefoon van [verdachte] is de hele avond niet gebruikt, ook niet voor datasessies. De rechtbank leidt hieruit af dat [verdachte] zijn telefoon pas na terugkomst in [plaats 2] heeft ingeschakeld.
Uit de berichten die [verdachte] op 23 en 24 april 2024 naar [medeverdachte 4] stuurde, leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [medeverdachte 4] voor hun ‘diensten’ zouden worden betaald.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat [verdachte] betrokken is geweest bij de geweldspleging en ontvoering van [slachtoffer] en dat daarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. [verdachte] en [medeverdachte 4] pleegden in samenspraak met [medeverdachte 3] geweld, waarbij [medeverdachte 3] een leidende rol had.
Kwalificatie van de gebeurtenissen
De vraag die vervolgens aan de orde is, is hoe de bovenstaande gedragingen moeten worden gekwalificeerd.
De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het onder feit 1 ten laste gelegde medeplegen van poging tot afpersing. Niet blijkt dat [slachtoffer] werd gedwongen tot de afgifte van een aanzienlijk geldbedrag. Voor zover de steller van de tenlastelegging met “ander goed” de partij hasj bedoelt, merkt de rechtbank op dat deze niet aan [slachtoffer] toebehoorde. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat het geweld en de ontvoering(en) waren bedoeld om de weggenomen hasj terug te krijgen of om informatie te verkrijgen waar de partij hasj was gebleven. Verdachte zal daarom van feit 1 worden vrijgesproken.
De rechtbank acht ten aanzien van feit 2 kort gezegd medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving bewezen.
Ten aanzien van de geweldshandelingen onder feit 3 is de vraag aan de orde of sprake was van voorbedachte raad. Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte in zoverre daarvan vrijspreken.
De rechtbank ziet daarnaast onvoldoende bewijs om te kunnen spreken van zwaar lichamelijk letsel. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat sprake was van een ruptuur aan beide ringvingers die moest worden gehecht met een verwachte genezingsduur van vier weken, waarna handtherapie was geïndiceerd. Het dossier bevat evenwel geen informatie of de pezen volledig dan wel deels waren doorgesneden. Verder bevat het dossier geen informatie hoe lang [slachtoffer] last heeft gehad van het letsel, of hij al dan niet in staat was om te werken en hij restschade heeft. De rechtbank acht gelet hierop feit 3 primair niet bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken. Wel acht de rechtbank medeplegen van poging tot zware mishandeling bewezen. Algemeen bekend is dat de handen en vingers kwetsbare onderdelen van het lichaam zijn. Het toebrengen van snij- en steekletsel kan ertoe leiden dat er sprake is van blijvende schade van de handen in de vorm van functieverlies. Verdachte en de medeverdachten hebben met opzet deze verwondingen toegebracht. De rechtbank acht gelet op het voorgaande feit 3 subsidiair bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving in de woning sprake is van eendaadse samenloop. Voor zover het feit ziet op de wederrechtelijke vrijheidsberoving, waarbij [slachtoffer] in zijn bus is gegooid en naar [plaats 2] is vervoerd is van eendaadse samenloop geen sprake.
Feit 4
Op 25 april 2024 kreeg de politie omstreeks 23:50 uur de melding van een ontvoering op de snelweg A1 bij Kootwijk. Het slachtoffer zou in een bestelbus, een zwarte Ford Transit met het kenteken [kenteken 3] , gedwongen zijn. Verbalisanten ontvingen vervolgens een ANPR-hit van dit kenteken op de A1. Zij zagen de bus rijden, waarna de bestelbus is klemgereden. In de bus zaten drie personen, te weten [slachtoffer] als bestuurder, [medeverdachte 3] als bijrijder en [verdachte] als passagier achterin. In de auto is een op een revolver-gelijkend vuurwapen aangetroffen.
[slachtoffer] heeft verklaard dat hij de jongens die van de drugs wisten bij elkaar zou halen.
Die donderdag heeft hij de oude opgepikt. Die oude had gezegd dat hij naar de [café] , het café van zijn broer, moest komen. Ze stonden daar om de hoek bij Albert Heijn in de Mercedes met de chauffeur en twee donkere jongens. Die oude en de donkere jongens zijn bij hem ingestapt, waarna ze naar zijn box zijn gereden. Zijn neefje, [naam 4] en [naam 5] zijn ook naar de box gekomen. Daar zijn ze naar boven gegaan. De donkere jongen die is aangehouden had een revolver in zijn hand. Hij stond ook wel eens achter [naam 4] en legde dan zijn hand met pistool op diens schouder. De andere donkere jongen drentelde de hele tijd heen en weer. Er is een beetje gedreigd. Toen kwam toevallig zijn maat [naam 6] , naar de rechtbank begrijpt: [naam 6] (hierna: [naam 6] ), binnen. Er was nog een onbekende jongen die zijn neefje wilde helpen. Hij had een nepwapen bij zich dat is afgepakt, en hij heeft klappen gekregen. De sfeer werd grimmiger. Die oude wilde ook kijken in de loods van [naam 6] die een bouwbedrijf heeft. Hij en [naam 6] zijn naar beneden gegaan.
Feiten
Buiten bleek dat [naam 6] niet alleen was, maar dat er twee personen bij de auto op hem wachtten, onder wie [naam 7] . [naam 6] is toen gevlucht. Die oude kreeg toen het idee, dat [naam 6] en [naam 7] de spullen hadden weggehaald. [naam 8] , naar de rechtbank begrijpt: [naam 8] (hierna: [naam 8] ), kwam er net aan toen dit gebeurde. Hij is maar even geweest en hij heeft wel een of twee tikken op zijn gezicht gehad van zo’n donkere jongen, volgens [slachtoffer] de drentelaar. De oude was aan het bellen en liep te schreeuwen dat [slachtoffer] er wel mee te maken had. Hij zei dat ze naar [plaats 2] zouden gaan en dat dan de onderste steen wel boven kwam. De oude, de twee donkere jongens en zijn neefje [naam 9] zijn bij hem in de bus gaan zitten. Hij heeft zijn neefje afgezet bij [cafetaria] aan de [straatnaam 12] . Bij het [park] tegenover de sporthal is de drentelaar uitgestapt. [slachtoffer] moest mee naar [plaats 2] en heeft onderweg nog getankt bij de BP. In de auto onderweg naar [plaats 2] had de donkere jongen een revolver. In de loods had hij ook al daarmee rondgelopen. Hij drukte de revolver in de zij van [slachtoffer] .
[naam 6] heeft verklaard dat er in de loods twee negers met pistolen waren die zeiden dat ze uit [plaats 2] kwamen. Hij heeft onder meer twee vuurwapens gezien: een klein revolvertje met een bruin handvat en een zwart model. Er waren acht à negen mannen binnen in de loods van wie er vijf klappen hebben gekregen.
Camerabeelden
Er zijn camerabeelden van verschillende camera’s op de [straatnaam 13] in [plaats 3] , waar de loods van [slachtoffer] gelegen is, uitgekeken. Dit betreft de nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] van de [straatnaam 13] . Op de beelden is onder meer het volgende te zien:
Om 22:41:22 uur gaat de loodsdeur van loods [nummer 5] open. Een man komt naar buiten rennen en verdwijnt hard rennend links uit beeld. Er lopen verschillende personen rond de zwarte Ford Transit Custom. Het licht in de loods gaat uit en de loodsdeur gaat dicht. Hierna gaat de verlichting van de zwarte Ford Transit Custom aan. Er staan nog personen buiten bij deze zwarte Ford Transit Custom. Een persoon doet de schuifdeur aan de rechterzijde van de zwarte Ford Transit Custom open en stapt in. De bestuurder stapt ook in. De zwarte Ford Transit Custom rijdt weg en stopt bij de zwarte Volkswagen Golf 4. Er stappen nog meer mannen in de zwarte Ford Transit Custom. Als deze vertrekt zitten er vijf mensen in.
Op camerabeelden van tankstation [tankstation] is te zien dat omstreeks 23:22:30 uur een zwartkleurige bestelauto, merk Ford type Transit, nadert uit de richting van de snelweg A1 uit [plaats 3] . Het kenteken van de bestelauto blijkt [kenteken 4] te zijn. De bestuurder stapt uit en gaat tanken bij pomp 4. Op de passagiersstoel zijn bewegingen te zien. Tijdens het tanken buigt de bestuurder zich naar voren in de auto en reikt met zijn hand naar een inzittende van het voertuig. Omstreeks 23:24:43 uur stopt de bestuurder met tanken en loopt richting de ingang van de winkel van het benzinestation. Het lijkt erop dat hij in zijn rechterhand briefgeld heeft. Verbalisant herkent de bestuurder als [slachtoffer] . [slachtoffer] betaalt met een briefje van € 50,-. Op de bovenkant van zijn rechterhand zit een pleister/verband en om zijn rechterwijsvinger een pleister. Ook lijkt het of hij onder zijn linkeroog een verwonding heeft, dit is anders gekleurd. Nadat hij zijn wisselgeld terug heeft gekregen, loopt hij, met het geld in zijn rechterhand, naar de uitgang van de winkel. Hij stapt in en rijdt weg.
GPS-coördinaten
Uit de GPS-locaties van de Ford Transit blijkt dat De Ford Transit op 25 april 2024 van 20:05:54 uur tot 20:16:53 uur heeft stilgestaan op de [straatnaam 14] ter hoogte van de [locatie] . Op de [straatnaam 14] 12 in [plaats 3] is een [café] gevestigd. De Ford Transit is daar om 20:16:53 uur weggereden en vervolgens om 20:17:05 uur gestopt bij de kruising [straatnaam 14] en de [straatnaam 15] . De Ford Transit stond daar stil tot 20:40:25 uur en reed daarna verder naar de parkeerplaats van de Albert Heijn. Om 20:42:11 uur vertrok de Ford Transit, reed naar de [straatnaam 13] en kwam ter hoogte van nummer [nummer 6] om 20:48:30 uur tot stilstand.
De Ford Transit reed daar om 22:49:26 uur weg en stopte om 23.04.01 uur op de [straatnaam 16] ter hoogte van nummer [nummer 7] . Verbalisant zag dat op de [straatnaam 12] [nummer 8] , op de kruising met de [straatnaam 16] , een cafetaria Charly [straatnaam 12] is gevestigd. De Ford Transit reed daarna verder en stond vervolgens tussen 23:09:12 uur en 23:14:27 uur stil op de [straatnaam 17] ter hoogte van de parkeerplaats behorende bij Sporthal [park] . De Ford Transit reed daarna richting de snelweg en draaide om 23:17:50 uur de oprit van de A1 op. Om 23:21:41 uur werd de afslag bij tankstation [tankstation] , een BP-tankstation, genomen. Daar reed de Ford Transit om 23:28:15 uur weer weg.
Forensisch onderzoek
In de Ford Transit is op de vloer bij de achterbank een muts (Sin: [Sin 6] ) aangetroffen en op de vloer tussen de bestuurder en de bijrijder een dichtgeknoopt plastic zakje (Sin: [Sin 7] ) met twee kogelpatronen.
In de muts is een DNA-mengprofiel aangetroffen met DNA dat afkomstig kan zijn van minimaal twee personen, te weten een relatief grote hoeveelheid van [verdachte] en een relatief kleine hoeveelheid van minimaal één andere persoon. DNA-meng profiel [Sin 6] #01 is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
In de buitenkant van het boterhamzakje is een DNA-mengprofiel aangetroffen met DNA dat afkomstig kan zijn van minimaal drie personen, te weten een relatief grote hoeveelheid van [verdachte] en een relatief kleine hoeveelheid van minimaal twee andere personen. DNA-meng profiel [Sin 7] #01 is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van drie willekeurige onbekende personen.
In de loods op de [straatnaam 13] [nummer 5] in [plaats 3] is sporenonderzoek gedaan. Daarbij werd onder meer een op een vuurwapen lijkend voorwerp aangetroffen, te weten een Browning Gpda8. De Browning is onder meer bemonsterd:
om de loop (Sin: [Sin 8] ). Het DNA dat daarin is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal drie personen, te weten een relatief grote hoeveelheid van [naam 8] en een relatief kleine hoeveelheid van minimaal twee onbekende personen. DNA-meng profiel [Sin 8] #0l is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [naam 8] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van drie willekeurige onbekende personen;
in de loop ( [Sin 9] ). Het DNA dat daarin is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal één persoon, te weten [naam 8] . DNA profiel [Sin 9] #0l is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [naam 8] , dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon;
- kolf en trekker ( [Sin 10] ). Het DNA dat daarin is aangetroffen kan afkomstig zijn van minimaal vier personen, te weten [medeverdachte 4] , een onbekende man C en minimaal twee onbekende personen.
Feiten
Het is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [medeverdachte 4] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van vier willekeurige onbekende personen.
Op 26 april 2024 om 00:04 uur is een telefoongesprek getapt tussen [medeverdachte 3] en NNM6335, van wie de stem is herkend als zijnde [naam 8] . In het gesprek zegt [naam 8] : “Maar ze hebben mijn telefoons, mijn geld afgepakt, pik”; “Ik heb dingen in mijn mond gehad. Je weet toch, pik”.
Op 26 april 2024 om 01:21 uur is een telefoongesprek getapt tussen [medeverdachte 3] en NNM6335 ( [naam 8] ), waarin [naam 8] zegt: “Ja, maar waarom moest ik daarheen en krijg ik in één keer bam, bam, bam?”
Overweging rechtbank
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat [slachtoffer] iedereen die van de drugs wist bij elkaar wilde halen en dat hij daartoe een bijeenkomst heeft georganiseerd in zijn loods op donderdag 25 april 2024. Hij heeft die dag de oude opgepikt op de parkeerplaats bij Albert Heijn. Daar zijn ook twee donkere jongens bij hem ingestapt. [slachtoffer] is vervolgens naar zijn loods gereden. Volgens [slachtoffer] had de donkere jongen die was aangehouden (de rechtbank begrijpt gelet op haar eerdere overweging: [verdachte] ) een pistool in zijn hand en legde hij zijn hand met pistool op de schouder van [naam 4] . Een onbekende jongen en [naam 8] zijn geslagen. Volgens [naam 6] hadden beide negers pistolen en zeiden ze dat ze uit [plaats 2] kwamen. Hij heeft gezien dat verschillende personen zijn geslagen. Verder kan uit een tapgesprek tussen [medeverdachte 3] en [naam 8] worden afgeleid dat [naam 8] een pistool in zijn mond heeft gehad en dat hij is geslagen. Dat hij een pistool in zijn mond heeft gehad vindt ondersteuning in de resultaten van het forensisch onderzoek van de Browning waarbij een DNA-mengprofiel is aangetroffen aan de buitenzijde van de loop van de Browning met DNA dat afkomstig kan zijn van [naam 8] . Ook is aan de binnenzijde van de loop van de Browning DNA aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [naam 8] . Ten aanzien van het DNA in het mengprofiel is het meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [naam 8] en twee willekeurige andere personen, dan wanneer het DNA afkomstig is van drie willekeurige onbekende personen. Ten aanzien van het DNA aangetroffen in de loop is het meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [naam 8] , dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA in en om de loop van de Browning afkomstig is geweest van [naam 8] . Verder is een DNA-mengprofiel op de kolf en trekker van de Browning aangetroffen met DNA dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 4] . Het is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [medeverdachte 4] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van vier willekeurige onbekende personen. De rechtbank trekt daaruit de conclusie dat het DNA afkomstig is van [medeverdachte 4] .
[slachtoffer] heeft verder verklaard dat hij van de oude mee moest naar [plaats 2] . De donkere jongen in de auto had een revolver. Onderweg zijn ze gestopt bij een BP-tankstation. Uit de camerabeelden en de GPS-coördinaten van de Ford Transit blijkt dat de Ford Transit van [slachtoffer] omstreeks 22:49 uur is vertrokken vanaf de loods. De bus is twee keer gestopt, waarbij personen zijn uitgestapt en daarna is de bus naar de A1 gereden. Bij tankstation [tankstation] is getankt. Bij de aanhouding is in de Ford Transit een vuurwapen aangetroffen. Daarop is geen DNA van [verdachte] aangetroffen. Op een boterhamzakje met twee kogelpatronen is wel een DNA-mengprofiel aangetroffen met DNA dat afkomstig kan zijn van [verdachte] . Het is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van drie willekeurige onbekende personen. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA afkomstig is van [verdachte] .
De rol van [verdachte]
De rechtbank moet ook hier beoordelen wat de rol van [medeverdachte 3] is geweest.
De rechtbank is van oordeel dat er voldoende bewijsmiddelen zijn die de verklaring van [slachtoffer] ondersteunen. Uit de verklaring van [naam 6] komt naar voren dat er twee donkere jongens waren met vuurwapens en dat meerdere personen zijn geslagen. [slachtoffer] heeft verklaard dat de jongen die was aangehouden een pistool/revolver had en zijn hand met het vuurwapen op de schouder van [naam 4] had gelegd. Bij de aanhouding is in de Ford Transit een revolver aangetroffen. Dat daarop geen DNA van [verdachte] is aangetroffen, acht de rechtbank van ondergeschikt belang nu [verdachte] bij zijn aanhouding zwarte dunne stoffen handschoenen in zijn jaszak had. De rechtbank acht het niet uitgesloten dat [verdachte] deze handschoenen heeft gedragen toen hij het wapen in zijn hand(en) had. Op het plastic boterhamzakje, waarin twee kogelpatronen zaten, is wel DNA van [verdachte] aangetroffen. Niet valt in te zien waarom [verdachte] twee kogelpatronen bij zich zou hebben als hij alleen maar door [slachtoffer] (op vrijwillige basis) naar huis zou zijn gebracht.
Gelet op de bedreiging met de vuurwapens en de klappen die zijn gegeven acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [slachtoffer] vrijwillig is ingestapt om [medeverdachte 3] en [verdachte] naar [plaats 2] te brengen. Daarnaast is op [slachtoffer] , zoals uit de bewijsmiddelen van de feiten 2 en 3 subsidiair blijkt, het nodige aan geweldshandelingen toegepast, waardoor het niet anders kan zijn dan dat [slachtoffer] uit angst voor meer geweld in zijn bus is gestapt om met [medeverdachte 3] en [verdachte] naar [plaats 2] te gaan. [slachtoffer] verklaarde bij de politie dat de oude dreigend was en dat hij zich echt bedreigd voelde. Hij verklaarde dat hij dacht dat hij ten dode was opgeschreven.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van medeplegen van de ontvoering met een ander, te weten met [medeverdachte 3] .
Gelet hierop acht de rechtbank ook feit 4 bewezen.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
2.
hij op of omstreeks 23 en/of 24 april 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer] (in een woning aan de [adres 2] te [plaats 1] ) een pistool in de mond te doen en/of hem op zijn hoofd te slaan en/of zijn kleren (deels) uit te trekken en/of af te pakken en/of hem te dwingen op de grond te gaan liggen en/of hem met duct tape vast te plakken en/of (vervolgens) in een bestelbus mee te nemen en/of te vervoeren naar/in de richting van [plaats 2] ;
3.