Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-03-03
ECLI:NL:RBGEL:2025:1564
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,323 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/354656-24
Datum uitspraak : 3 maart 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Raadsman: mr. A. Boumanjal namens mr. F.M.R. Ilahibaks, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 6 november 2024 te [plaats] , gemeente Brummen, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een
woning stond, een woning gelegen aan [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn
mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),
enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk
om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te
nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,
verbreking, inklimming,
de (achter)deur van de woning en/of het kozijn van die deur heeft/hebben
geforceerd en/of beschadigd en/of vernield en/of het slot van het badkamerraam
heeft/hebben verbroken en/of geforceerd en/of de woning is/zijn ingeklommen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2
hij op of omstreeks 6 november 2024 te Leuvenheim, gemeente Brummen en/of
Duiven en/of Apeldoorn, althans in Nederland als bestuurder van een voertuig
(personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de
Arnhemsestraat en/of de Burgemeester de Bruinstraat en/of President Kennedylaan
en/of de A348 en/of A12 en/of de A50 en/of A1 en/of de Hoog Buurloseweg en/of de
Radioweg, in strijd met het in artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 gesteld
verbod zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige
mate werden geschonden door tijdens een achtervolging door de politie
- op de Arnhemsestraat zeer dicht op zijn voorganger is gereden en/of
- op de Burgemeester de Bruinstraat over een dubbele doorgetrokken streep en/of
tegen het verkeer in is gereden en/of
- op de A348 (bij knooppunt Velperbroek) een op rood staande verkeerslicht heeft
genegeerd en/of
- op de President Kennedylaan geen gevolg heeft gegeven aan een
politievoertuig(en) met gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de
woorden "stop politie" en/of
- op de A12 geen gevolg heeft gegeven aan een politievoertuig(en) met
gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de woorden "stop politie"
en/of een politievoertuig rechts heeft ingehaald en/of
- op de A12 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 120 km/h heeft gereden,
althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig
toegestane maximumsnelheid van 100 km/h, in elk geval met een (aanzienlijk)
hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- ( vervolgens) met die snelheid vanuit het voertuig een of meerdere
kledingstuk(ken) en/of (metalen) gereedschap(pen) heeft gegooid en/of
- op de A50 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 160 km/h heeft gereden,
althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig
toegestane maximumsnelheid van 100 km/h, in elk geval met een (aanzienlijk)
hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of
- ( vervolgens) met die snelheid abrupte stuurbeweging naar rechts heeft gemaakt
en/of op een puntstuk heeft gereden en/of
- op de A50 een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald en/of met een
(aanzienlijk) hoge snelheid van ongeveer (tenminste) 150 km/h op een vluchtstrook
heeft gereden en/of over een redresseerstrook heeft gereden waardoor overige
weggebruiker(s) moesten uitwijken en/of noodremmingen moesten maken en/of
- ( vervolgens) een of meerdere malen abrupte stuurbeweging(en) naar links heeft
gemaakt waardoor het politievoertuig een noodremming(en) moest maken en/of
- op de A1 een of meerdere malen schijnbeweging(en) heeft gemaakt en/of heeft
geslingerd tussen de rijstroken en/of een op rood staande verkeerslicht heeft
genegeerd en/of
- op de A1 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 140 km/h heeft gereden,
althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig
toegestane maximumsnelheid van 90 km/h heeft gereden, in elk geval met een
(aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden
was en/of
- op de Hoog Buurloseweg met een snelheid van ongeveer (tenminste) 140 km/h
heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor
dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 km/h, in elk geval met een
(aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden
was en/of
- met die snelheid op de Radioweg is gebotst tegen een roadbarrier,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 november 2024 te Leuvenheim, gemeente Brummen en/of
Duiven en/of Apeldoorn, althans in Nederland als bestuurder van een voertuig
(personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de
Arnhemsestraat en/of de Burgemeester de Bruinstraat en/of President Kennedylaan
en/of de A348 en/of A12 en/of de A50 en/of A1 en/of de Hoog Buurloseweg en/of de
Radioweg, door door tijdens een achtervolging door de politie
- op de Arnhemsestraat zeer dicht op zijn voorganger is gereden en/of
- op de Burgemeester de Bruinstraat over een dubbele doorgetrokken streep en/of
tegen het verkeer in is gereden en/of
- op de A348 (bij knooppunt Velperbroek) een op rood staande verkeerslicht heeft
genegeerd en/of
- op de President Kennedylaan geen gevolg heeft gegeven aan een
politievoertuig(en) met gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de
woorden "stop politie" en/of
- op de A12 geen gevolg heeft gegeven aan een politievoertuig(en) met
gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de woorden "stop politie"
en/of een politievoertuig rechts heeft ingehaald en/of
- op de A12 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 120 km/h heeft gereden,
althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig
toegestane maximumsnelheid van 100 km/h, in elk geval met een (aanzienlijk)
hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- ( vervolgens) met die snelheid vanuit het voertuig een of meerdere
kledingstuk(ken) en/of (metalen) gereedschap(pen) heeft gegooid en/of
- op de A50 met een snelheid van ongeveer (tenminste)
Beoordeling
Op 6 november 2024 heeft de bestuurder van een Ford Fiësta (met kenteken [kenteken] ) tijdens een achtervolging door de politie:
op de Arnhemsestraat (Leuvenheim, gemeente Brummen) zeer dicht op zijn voorganger gereden;
op de Burgemeester de Bruinstraat over een dubbele doorgetrokken streep en tegen het verkeer in gereden;
op de A348 (bij knooppunt Velperbroek) een op rood staande verkeerslicht genegeerd;
op de President Kennedylaan geen gevolg gegeven aan politievoertuigen met gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de woorden "stop politie”;
op de A12 geen gevolg gegeven aan politievoertuigen met gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de woorden "stop politie" en een politievoertuig via rechts ingehaald;
op de A12 ongeveer 120 km/h gereden, terwijl er meerdere kledingstukken en metalen voorwerpen uit het voertuig werden gegooid;
op de A50 ongeveer 160 km/h gereden en een abrupte stuurbeweging naar rechts gemaakt en op een puntstuk gereden;
op de A50 via rechts ingehaald, ongeveer 150 km/h op een vluchtstrook gereden en over een redresseerstrook gereden, waardoor overig verkeer moest uitwijken of noodremmingen moest maken;
een abrupte stuurbeweging naar links gemaakt, waardoor een politievoertuig een noodremming moest maken;
op de A1 schijnbewegingen gemaakt, geslingerd tussen de rijstroken en door rood gereden;
op de A1 ongeveer 140 km/h gereden;
op de Hoog Buurloseweg ongeveer 140 km/h gereden en is met die snelheid op de Radioweg tegen een roadbarrier gebotst.
Verdachte was de bestuurder van de Ford Fiësta.
De rechtbank moet in dit verband beoordelen of verdachte de verkeersregels heeft geschonden, of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, of hij dat opzettelijk heeft gedaan en of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
De verkeersregels
Verdachte wordt verweten dat hij de verkeersregels heeft geschonden. Daarbij gaat het volgens de tenlastelegging - onder meer - om het overschrijden van de ter plaatse toegestane snelheid, bumperkleven, het op een gevaarlijke manier passeren van andere voertuigen, inhalen via rechts en de vluchtstrook en het inrijden op meerdere voertuigen, dit terwijl hij vluchtte voor diverse politieauto’s. De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vast dat de verdachte, als bestuurder van de Ford Fiësta, die gedragingen heeft verricht. Deze gedragingen zijn naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als schenden van de verkeersregels zoals bedoeld in artikel 5a WVW.
In ernstige mate
Artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 heeft alleen betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Dat zal doorgaans niet zijn gelegen in de enkele schending van één verkeersregel. Volgens de wetgever gaat het bij ernstig verkeersgevaarlijk gedrag bijvoorbeeld om het meerdere keren of gedurende langere tijd schenden van een verkeersregel, of het schenden van meerdere verkeersregels. In deze zaak gaat het om gedurende langere tijd schenden van meerdere voor de verkeersveiligheid zeer belangrijke verkeersregels. De rechtbank is van oordeel dat verdachte de verkeersregels daarmee in ernstige mate heeft geschonden.
Opzettelijk
Volgens de wetgever moet het opzet van de verdachte zowel zijn gericht op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels. Bij het antwoord op de vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels moeten volgens de wetgever de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen. Daaruit moet kunnen worden afgeleid dat de gedragingen in samenhang bezien naar hun uiterlijke verschijningsvorm op opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels gericht zijn geweest. In deze zaak bestond het samenstel van gedragingen van verdachte erin dat verdachte - onder meer - diverse voertuigen op een gevaarlijke manier via rechts en/of de vluchtstrook heeft ingehaald, door rood is gereden, zich aan bumperkleven heeft schuldig gemaakt en tegen het verkeer in is gereden. Dit terwijl verdachte met een veel te hoge snelheid reed en, ondanks de inzet van meerdere politieauto’s, op de vlucht bleef. Het voertuig stopte pas nadat het was gecrasht. Naar het oordeel van de rechtbank zijn die gedragingen, in onderlinge samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op een opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels. Verdachte moet er zich vanaf het begin bewust van zijn geweest dat hij de verkeersregels in ernstige mate schond en heeft deze ernstige schending van de verkeersregels willens en wetens gecontinueerd. Dat verdachte zo reed en niet kon stoppen, omdat hij zodanig onder druk werd gezet door zijn passagiers, is zonder nadere onderbouwing niet aannemelijk geworden.
Gevaar te duchten
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest. Gezien de aard en ernst van de verkeersgedragingen in kwestie, wordt naar het oordeel van de rechtbank aan dit voorzienbaarheidsvereiste voldaan. Hierbij betrekt de rechtbank dat een van de achtervolgende politieauto de achtervolging heeft afgebroken vanuit veiligheidsoverwegingen, is waargenomen dat politieauto’s en overige weggebruikers voor het voertuig van verdachte moesten uitwijken of noodremmingen moesten maken om een aanrijding te voorkomen.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 en feit 2 primair zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast is een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging voor de duur van 6 maanden met aftrek gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijk gevangenisstraf bepleit.
Beoordeling
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5a WVW door – onder meer – over een langere afstand de maximaal toegestane snelheid aanzienlijk te overschrijden, tegen de verplichte rijrichting in te rijden, door rood te rijden, via de rechter rijbaan in te halen en te bumperkleven. Door aldus te handelen heeft verdachte laten zien lak te hebben aan de geldende gedragsnormen in het verkeer en van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. Verdachte heeft hiermee niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook de veiligheid van andere verkeersdeelnemers ernstig in gevaar gebracht.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank mede gelet op de landelijke
oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
Alles afwegende zal de rechtbank een taakstraf van 120 uur opleggen. Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 10 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs is ingehouden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar opleggen. Dit om verdachte er van te doordringen dat zijn gedrag onacceptabel is en om herhaling te voorkomen.
Beoordeling
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in verband met feit 1 in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.174,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De rechtbank zal de vordering afwijzen, nu verdachte van dit feit wordt vrijgesproken.
9De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 5 a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Dictum
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 1;
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
ontzegt verdachte daarnaast ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;
bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de rijontzegging;
wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 maart 2025.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024523781, gesloten op 16 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Processen-verbaal van bevindingen, p. 21-25 en p. 27-29.
De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 februari 2025.
Beoordeling
De rechtbank acht dus bewezen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was.
Gelet op de hiervoor beschreven verkeersgedragingen van verdachte en omstandigheden waaronder deze zijn verricht, komt de rechtbank tot het oordeel dat feit 2 primair wettig en overtuigend is bewezen
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 6 november 2024 te Leuvenheim, gemeente Brummen en/of
Duiven en/of Apeldoorn, althans in Nederland als bestuurder van een voertuig
(personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de
Arnhemsestraat en/of de Burgemeester de Bruinstraat en/of President Kennedylaan
en/of de A348 en/of A12 en/of de A50 en/of A1 en/of de Hoog Buurloseweg en/of de
Radioweg, in strijd met het in artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 gesteld
verbod zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige
mate werden geschonden door tijdens een achtervolging door de politie
- op de Arnhemsestraat zeer dicht op zijn voorganger is gereden en/of
- op de Burgemeester de Bruinstraat over een dubbele doorgetrokken streep en/of
tegen het verkeer in is gereden en/of
- op de A348 (bij knooppunt Velperbroek) een op rood staande verkeerslicht heeft
genegeerd en/of
- op de President Kennedylaan geen gevolg heeft gegeven aan een
politievoertuig(en) met gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de
woorden "stop politie" en/of
- op de A12 geen gevolg heeft gegeven aan een politievoertuig(en) met
gebruikmaking van optische en geluidssignalen met de woorden "stop politie"
en/of een politievoertuig rechts heeft ingehaald en/of
- op de A12 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 120 km/h heeft gereden,
althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig
toegestane maximumsnelheid van 100 km/h, in elk geval met een (aanzienlijk)
hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- (vervolgens) met die snelheid vanuit het voertuig een of meerdere
kledingstuk(ken) en/of (metalen) gereedschap(pen) heeft gegooid en/of
- op de A50 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 160 km/h heeft gereden,
althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig
toegestane maximumsnelheid van 100 km/h, in elk geval met een (aanzienlijk)
hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of
- (vervolgens) met die snelheid abrupte stuurbeweging naar rechts heeft gemaakt
en/of op een puntstuk heeft gereden en/of
- op de A50 een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald en/of met een
(aanzienlijk) hoge snelheid van ongeveer (tenminste) 150 km/h op een vluchtstrook
heeft gereden en/of over een redresseerstrook heeft gereden waardoor overige
weggebruiker(s) moesten uitwijken en/of noodremmingen moesten maken en/of
- (vervolgens) een of meerdere malen abrupte stuurbeweging(en) naar links heeft
gemaakt waardoor het politievoertuig een noodremming(en) moest maken en/of
- op de A1 een of meerdere malen schijnbeweging(en) heeft gemaakt en/of heeft
geslingerd tussen de rijstroken en/of een op rood staande verkeerslicht heeft
genegeerd en/of
- op de A1 met een snelheid van ongeveer (tenminste) 140 km/h heeft gereden,
althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig
toegestane maximumsnelheid van 90 km/h heeft gereden, in elk geval met een
(aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden
was en/of
- op de Hoog Buurloseweg met een snelheid van ongeveer (tenminste) 140 km/h
heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor
dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 60 km/h, in elk geval met een
(aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden
was en/of
- met die snelheid op de Radioweg is gebotst tegen een roadbarrier,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
5De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.