Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-02-19
ECLI:NL:RBGEL:2025:1353
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,870 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/436358 / HZ ZA 24-180
Vonnis van 19 februari 2025
in de zaak van
1 [eiser in conv 1] ,
te [woonplaats] ,2. [eiser in conv 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [eisers in conv] ,
advocaat: mr. J. Bisschop,
tegen
[gedaagde in conv]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conv] ,
advocaat: mr. J. Peute.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 januari 2025- het B16-formulier van [eisers in conv] van 4 februari 2025, waarbij hij aangeeft af te zien van het leveren van tegenbewijs en verzoekt om eindvonnis te wijzen
- het B16-formulier van [gedaagde in conv] van 4 februari 2025 waarin hij verzoekt om vonnis te wijzen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
in conventie en in reconventie
2.1.
De rechtbank neemt over en blijft bij hetgeen zij heeft overwogen en beslist in haar tussenvonnis van 15 januari 2025 (hierna: het tussenvonnis), tenzij in het navolgende uitdrukkelijk anders wordt overwogen en beslist.
2.2.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis geoordeeld dat erflater en [gedaagde in conv] een koopovereenkomst hebben gesloten waarbij [gedaagde in conv] de verzameling van erflater heeft gekocht voor een koopprijs van € 15.000,00. Daarbij heeft de rechtbank voorshands geoordeeld dat tot de verzameling van erflater alle brom- en motorfietsen, kentekenbewijzen, reclameobjecten en reclame-uitingen behoorden die [gedaagde in conv] onder zich heeft en die waarvan hij afgifte vordert, zoals weergegeven in de verklaring van [gedaagde in conv] (productie 4 bij conclusie van antwoord). [eisers in conv] is bij het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren tegen dit voorshandse oordeel. [eisers in conv] heeft afgezien van het leveren van tegenbewijs.
2.3.
Omdat [eisers in conv] heeft afgezien van het leveren van tegenbewijs staat vast dat tot de verzameling van erflater alle brom- en motorfietsen, kentekenbewijzen, reclameobjecten en reclame-uitingen behoorden die [gedaagde in conv] onder zich heeft en die waarvan hij afgifte vordert, zoals weergegeven in de verklaring van [gedaagde in conv] (productie 4 bij conclusie van antwoord). Deze verzameling is op 16 juli 2022 gekocht door [gedaagde in conv] .
2.4.
[gedaagde in conv] vordert afgifte van het gedeelte van de verzameling dat zich bevindt bij eiser sub 2, zoals omschreven in randnummer 38, 39 en 40 van de conclusie van antwoord. Partijen verschillen van mening over de vraag of en, zo ja, op welke wijze (dit gedeelte van) de verzameling aan [gedaagde in conv] is geleverd. Dit kan echter in het midden blijven. Zelfs indien zou komen vast te staan dat de verzameling (gedeeltelijk) nog niet is geleverd, kan [gedaagde in conv] immers aanspraak maken op aflevering daarvan. Op grond van artikel 7:9 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de verkoper namelijk verplicht de verkochte zaak met toebehoren in eigendom over te dragen en af te leveren (lid 1). Onder aflevering wordt verstaan het stellen van de zaak in het bezit van de koper (lid 2). De vorderingen van [gedaagde in conv] tot afgifte van het resterende deel van de verzameling zal derhalve worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen en gemaximeerd zoals in de beslissing is vermeld.
2.5.
De door [eisers in conv] gevorderde veroordeling van [gedaagde in conv] tot afgifte van de bromfietsen, motorfietsen en kentekenbewijzen zal gelet op het voorgaande worden afgewezen. De door [eisers in conv] gevorderde vergoeding van € 45.000,00 zal eveneens worden afgewezen, nu vaststaat dat [gedaagde in conv] de volledige verzameling van erflater heeft gekocht voor een bedrag van € 15.000,00. Ook de door [eisers in conv] gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.
2.6.
[eisers in conv] is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in conv] worden begroot op:
- griffierecht
€
1.325,00
- salaris advocaat
€
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
€
278,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.831,00
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1.
wijst de vorderingen van [eisers in conv] af,
3.2.
veroordeelt [eisers in conv] tot afgifte van de bromfietsen, motorfietsen, kentekenbewijzen, reclameobjecten en reclame-uitingen als gespecificeerd in randnummer 38, 39 en 40 van de conclusie van antwoord, zulks binnen zeven dagen na dit vonnis op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [eisers in conv] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,00,
3.3.
veroordeelt [eisers in conv] in de proceskosten van € 2.831,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers in conv] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt [eisers in conv] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2, 3,3 en 3,4 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.C. Boesberg en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025.
RG/FB