Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-12-01
ECLI:NL:RBGEL:2025:12060
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/070460-25 Datum uitspraak : 1 december 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. M.L. Koper, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 02 december 2024 in de gemeente Ermelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met een persoon, te weten [aangever] een of meer seksuele handelingen heeft/hebben verricht, te weten- het (over de kleding) meermalen, althans eenmaal, slaan en/of betasten en/of aanraken van de billen en/of de anus van die [aangever] en/of- het (over de kleding) aanraken en/of brengen van de vinger in/tegen de anus van die [aangever] en/of- het (over de kleding) betasten en/of aanraken en/of vastpakken en/of vastgrijpen van de penis van die [aangever] ,althans het betasten van het lichaam van die [aangever] , terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader, wisten, althans ernstige reden hadden om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- onverhoeds (over de kleding) de billen en/of de anus van die [aangever] te betasten en/of- onverhoeds (over de kleding) aanraken en/of brengen van de vinger in/tegen de anus van die [aangever] en/of- onverhoeds (over de kleding) betasten en/of aanraken en/of vastpakken en/of vastgrijpen van de penis van die [aangever] en/of- daarbij voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [aangever] en/of- door die [aangever] bij de schouder(s) en/of arm(en) vast te pakken en/of (vervolgens) tegen de muur te drukken en/of in een hoek te drijven en/of vast te houden en/of- (aldus) een bedreigende situatie voor die [aangever] te doen ontstaan; 2.hij, als militair, in de rang van soldaat 3, op of omstreeks 02 december 2024 in de gemeente Ermelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk [aangever] , die toen militair, in de rang van soldaat 3 was, althans die bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam was, feitelijk heeft bedreigd met geweld en/offeitelijk heeft aangerand door toen en daar opzettelijk - die [aangever] meermalen, althans eenmaal, op/tegen de billen te slaan en/of de billen en/of de anus van die [aangever] (over de kleding) te betasten en/of aan te raken en/of- (over de kleding) aanraken van en/of een vinger in/tegen de anus van die [aangever] te brengen en/of- de penis van die [aangever] (over de kleding) te betasten en/of aan te raken en/of vast te pakken en/of vast te grijpen en/of- die [aangever] bij de schouder(s) en/of arm(en) vast te pakken en/of (vervolgens) tegen de muur te drukken en/of in een hoek te drijven en/of vast te houden. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 primair vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van voldoende steunbewijs. Er zijn namelijk geen getuigen die de vermeende aanranding hebben waargenomen. Verder toonde aangever niet direct na het incident emoties. Bovendien zouden die emoties ook een gevolg kunnen zijn van pestgedrag. Datzelfde geldt voor de verklaring van getuige [getuige 3] dat verdachten aangever insloten en de verklaring van [getuige 1] dat verdachten aangever in een hoek hadden gedreven en dacht dat het om stoeien ging. Ook die kunnen dus niet worden gebruikt als Dit betekent dat – in een geval als dit, waarin wordt ontkend dat de handelingen zijn gepleegd, dan wel wordt aangevoerd dat de handelingen niet ontuchtig zijn, en er geen getuigen van de ten laste gelegde seksuele handelingen zijn – de militaire kamer eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van het vermeende slachtoffer moet beoordelen en daarnaast moet bepalen of voor de verklaringen van het vermeende slachtoffer voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. Dat steunbewijs hoeft, zo volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, bij zedenzaken niet per definitie te zien op de ontuchtige handelingen zelf. Het is afdoende wanneer de verklaring van de aangever op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Met andere woorden: de bewezenverklaring van onderdelen van de tenlastelegging kan wel op één enkele verklaring berusten. Dit steunbewijs kan onder andere worden gevormd door bewijsmiddelen over de emotie bij het slachtoffer na het delict. Het tijdsverloop is daarbij relevant, hoewel niet alleen emoties die kort na het incident zijn waargenomen voldoende steunbewijs kunnen opleveren (zie bijvoorbeeld de door de Hoge Raad gevolgde conclusie in ECLI:NL:PHR:2024:356 en ECLI:NL:PHR:2024:508 ). Verder is van belang dat de militaire kamer uit het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting onverminderd de overtuiging moet krijgen dat het feit is gepleegd zoals het de verdachte wordt verweten. Zeker als de bewijsmiddelen schaars zijn, moet de militaire kamer behoedzaamheid betrachten om, op grond van hetgeen overigens blijkt, aan te nemen dat het feit is gepleegd. In dit verband overweegt de militaire kamer het volgende. In tegenstelling tot de verdediging vindt de militaire kamer de verklaringen van aangever gedetailleerd en op hoofdlijnen consistent. Hij lijkt het incident en het aandeel van verdachten daarin niet groter te maken dan het was. Eventuele onduidelijkheden en inconsistenties tussen zijn verklaring tijdens het informatief gesprek zeden en zijn uiteindelijke verhoor wijt de militaire kamer aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen. Bovendien zien deze verschillen niet op elementaire onderdelen van het tenlastegelegde, maar op ondergeschikte punten. De militaire kamer acht de verklaring van aangever dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De verdediging heeft met betrekking tot het steunbewijs aangevoerd dat geen van de getuigen de vermeende handelingen heeft gezien of gehoord. Het klopt dat de ontuchtige handelingen niet door anderen zijn waargenomen. Dat geldt echter niet voor de dwingende, gewelddadige en/of bedreigende handelingen waarover aangever heeft verklaard. Zo heeft getuige [getuige 3] gezien dat verdachten [aangever] insloten en zag getuige [getuige 1] dat verdachten hem in een hoek dreven. Volgens de verdediging kan niet worden uitgesloten dat deze handelingen ook bij een stoeipartij zouden kunnen passen. De militaire kamer is echter van oordeel dat hun verklaringen op dit punt de lezing van dit incident door aangever ondersteunen, zeker omdat de verklaringen van deze getuigen totaal niet passen bij de verklaringen van verdachten. Volgens hen heeft dit incident namelijk in het geheel niet plaatsgevonden. Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij enkel de schouder van aangever heeft aangeraakt toen hij een sarcastische opmerking maakte, terwijl verdachte [medeverdachte] heeft verklaard over een stoeipartij op de kamer van aangever, waarover verder geen enkele getuige heeft verklaard. Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 3] over de handelingen van verdachten die zij hebben waargenomen, kunnen worden gebruikt als steunbewijs. Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de emoties van aangever niet als steunbewijs kunnen worden gebruikt, omdat deze pas in de loop van de gevoerde gesprekken op gang kwamen, en dit bovendien ook zou kunn Ze stonden om hem heen. [getuige 1] zag dat [aangever] niet recht overeind stond, maar meer voorover gebogen en deels tegen de muur gedrukt. De andere twee stonden een beetje voor hem. [getuige 1] ging zijn kamer binnen. [aangever] kwam vrijwel direct daarna ook de kamer binnen. Vrij rap daarna zei [aangever] dat hij net volledig was aangerand door die gasten . Hij zei dat hij in zijn ballen werd geknepen en dat ze met zijn vinger in zijn kont aan het porren waren. [aangever] klapte een beetje dicht. [getuige 1] had het idee dat hij niet wist wat hij ermee aan moest. Het duurde even voordat het kwartje was gevallen wat hem was overkomen. Ze zijn toen met een aantal lui aan tafel gaan zitten, waar [getuige 1] de details hoorde. [aangever] gaf aan dat ze ook niet stopten toen hij aangaf dat hij het niet fijn vond. Hoe langer [aangever] daar zat, hoe meer emotie er bij hem loskwam. Hij gaf aan dat hij nu begreep wat het voor meisjes betekent als hen dit overkomt. [getuige 3] heeft verklaard dat hij zag dat [verdachte] en [medeverdachte] [aangever] insloten in de hoek bij de deur. Achter [getuige 3] gebeurde iets, maar hij heeft niet precies mee gekregen wat. Vervolgens liepen [getuige 3] en [aangever] hun kamer in. [aangever] vertelde dat hij twee keer bij zijn ballen werd gegrepen en dat hij twee keer een vinger in zijn kont kreeg. Daar kwam hij zelf mee. Ze konden merken dat [aangever] van streek was. Hij was heel onrustig. Toen sergeant [getuige 2] op hun kamer kwam, brak [aangever] en hij begon te huilen. [getuige 4] heeft verklaard dat zij de kamer van [aangever] (de militaire kamer begrijpt: [aangever] ) inliep en zag dat [aangever] een beetje bedroefd en geschokt keek. Hij zei: ‘Er is net zoiets raars gebeurd’ en vertelde vervolgens dat hij gebukt stond in de gang. Vervolgens greep [medeverdachte] hem van achter. Daarna kwam [verdachte] aangelopen die hem van voren in zijn kruis greep. Toen [aangever] dit vertelde, kwam hij een beetje geschokt en in paniek op [getuige 4] over. Het leek alsof hij ieder moment in huilen kon uitbarsten, maar dat niet wilde, omdat er andere bij waren. [getuige 5] , de buddy van aangever [aangever] , heeft verklaard dat [aangever] na het gesprek met getuige [getuige 4] in de kamer van de dames meer vertelde. Ze hadden door dat hij echt van slag was. [getuige 5] zag dat hij heel erg zoekende was en niet zo goed wist wat er was gebeurd en waarom. Het leek een beetje op paniek in zijn ogen. Zo hadden ze hem nog niet eerder gezien in die weken. [getuige 5] merkte dat hij heel erg bij zichzelf ging zoeken of hij bepaalde signalen had gegeven. [getuige 2] , instructeur bij de SIVO, heeft verklaard dat hij op maandag rond 21:00 uur op de kamer kwam waar ook [aangever] lag. Toen [getuige 2] vroeg hoe het ging, antwoordde [aangever] dat het niet zo goed ging. Hij gaf aan dat hij aangeraakt was door anderen. [getuige 2] vroeg of [aangever] het serieus bedoelde en zag diens gezicht betrekken. [aangever] werd zichtbaar geëmotioneerd. [getuige 2] kon echt zien dat het hem wat deed. [aangever] vertelde dat hij op de gang in een hoekje was gedrukt en was aangeraakt bij zijn penis en billen en dat de twee die hem hadden aangeraakt, hadden gevraagd of de eerste 24 uur al voorbij waren. De tranen liepen over de wangen van soldaat [aangever] en aan zijn stem kon [getuige 2] horen dat het op dat moment iets met hem deed. De beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer merkt op voorhand op dat zij de door de verdediging gevoerde verweren slechts zal bespreken voor zover deze niet reeds worden weerlegd door de bewijsmiddelen en/of haar oordeel omtrent de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen. Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de militaire kamer vast dat verdachte [medeverdachte] op de billen van aangever [aangever] heeft geslagen, waarbij de vingers van [medeverdachte] tegen [aangever] ’s anus aanraakten. Verdachte [verdachte] greep vervolgens [aangever] ’s penis vast. Daarna p De militaire kamer acht daarom voor beide feiten ook bewezen dat sprake was van medeplegen. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1.hij op of omstreeks 02 december 2024 in de gemeente Ermelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander en, althans alleen met een persoon, te weten [aangever] een of meer seksuele handelingen heeft /hebben verricht, te weten- het ( over de kleding ) meermalen, althans eenmaal, slaan en /of betasten en /of aanraken van de billen en/of de anus van die [aangever] en /of - het ( over de kleding ) aanraken en /of brengen van de vinger in/ tegen de anus van die [aangever] en /of - het ( over de kleding ) betasten en/of aanraken en/of vastpakken en/of vastgrijpen van de penis van die [aangever] , althans het betasten van het lichaam van die [aangever] , terwijl hij, verdachte en /of zijn mededader, wisten , althans ernstige reden hadden om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd vooraf ge gaan door, vergezeld van en /of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- onverhoeds ( over de kleding ) de billen en/of de anus van die [aangever] te betasten en /of - onverhoeds ( over de kleding ) aanraken en /of brengen van de vinger in/ tegen de anus van die [aangever] en /of - onverhoeds ( over de kleding ) betasten en/of aanraken en/of vastpakken en/of vastgrijpen van de penis van die [aangever] en /of - daarbij voorbij te gaan aan de verbale en /of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [aangever] en /of - door die [aangever] bij de schouder (s) en /of arm (en) vast te pakken en /of (vervolgens) tegen de muur te drukken en /of in een hoek te drijven en /of vast te houden en /of - ( aldus ) een bedreigende situatie voor die [aangever] te doen ontstaan; 2.hij, als militair, in de rang van soldaat 3, op of omstreeks 02 december 2024 in de gemeente Ermelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander en, althans alleen, opzettelijk [aangever] , die toen militair, in de rang van soldaat 3 was, althans die bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam was, feitelijk heeft bedreigd met geweld en/of feitelijk heeft aangerand door toen en daar opzettelijk - die [aangever] meermalen, althans eenmaal, op/tegen de billen te slaan en /of de billen en/of de anus van die [aangever] ( over de kleding ) te betasten en /of aan te raken en /of - ( over de kleding ) aanraken van en /of een vinger in/ tegen de anus van die [aangever] te brengen en /of - de penis van die [aangever] ( over de kleding ) te betasten en/of aan te raken en/of vast te pakken en /of vast te grijpen en /of - die [aangever] bij de schouder (s) en /of arm (en) vast te pakken en /of (vervolgens) tegen de muur te drukken en /of in een hoek te drijven en /of vast te houden. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: eendaadse samenloop van feit 1: medeplegen van gekwalificeerde opzetaanranding en feit 2: medeplegen van als militair opzettelijk een andere militair feitelijk aanranden. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een week onvoorwaardelijke militaire detentie en een taakstraf van 50 uur, subsidiair 25 dagen hechte De militaire kamer is van oordeel dat, gelet op de gepleegde handelingen, het feit dat dit incident tijdens de opleiding is gepleegd en verdachten met zijn tweeën waren, enkel een militaire detentie een passende strafmodaliteit is als duidelijk signaal naar zowel verdachten als de buitenwereld dat dit soort handelingen volstrekt onacceptabel en grensoverschrijdend zijn en daarom hard worden afgestraft. Een taakstraf is daarvoor niet voldoende. Dat Defensie ook al gevolgen heeft verbonden aan het gedrag van verdachte, maakt dat niet anders, zeker omdat dit een geheel ander traject is dan onderhavige strafprocedure. De militaire kamer zal verdachte veroordelen tot twee weken militaire detentie, waarvan één week voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Hiermee krijgt verdachte een kans om te laten zien dat hij zich in de toekomst kan onthouden van dergelijk gedrag. Het voorwaardelijke strafdeel beoogt een stok achter de deur te zijn. Als hij weer in de fout gaat, kan de voorwaardelijke militaire detentie ten uitvoer worden gelegd, bovenop de straf die hij voor het nieuwe strafbaar feit zal krijgen. De militaire kamer constateert dat deze straf niet uitkomt boven de maxima van het VGB-beleid van Defensie, voor zover nog sprake is van harde maxima. Daarbij wordt opgemerkt dat de eventuele intrekking van de VGB van verdachte een eigen bestuursrechtelijke beoordeling vergt, waarbij rekening wordt gehouden met alle specifieke omstandigheden van het geval. 8 De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van 600 euro, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering vanwege de bepleite integrale vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat deze niet voldoende is onderbouwd. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden gematigd. De beoordeling door de militaire kamer Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de militaire kamer vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door de feiten is de benadeelde immers op andere wijze in de persoon aangetast, gelet op de bijzondere ernst van de normschendingen en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij. Deze feiten vormen namelijk een dusdanig ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit dat die in zichzelf als aantasting van de persoon op andere wijze dienen te worden beschouwd. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De militaire kamer houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 600,- vaststellen. De militaire kamer zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Wettelijke rente Verdachte is vanaf 2 december 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Schadevergoedingsmaatregel De militaire kamer ziet aanleiding om op grond van