Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-07-04
ECLI:NL:RBGEL:2025:12038
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,045 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:12038 text/xml public 2026-05-11T10:42:44 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-07-04 05/740305-15 TBS-maatregel verl. Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Beschikking NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12038 text/html public 2026-05-06T14:34:47 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:12038 Rechtbank Gelderland , 04-07-2025 / 05/740305-15 TBS-maatregel verl. TBS-maatregel met twee jaar verlengd. Betrokkene laat positieve veranderingen zien, maar traject van behandelonderdelen niet binnen één jaar afgerond. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.740305.15 Datum uitspraak: 4 juli 2025 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] , hierna: betrokkene, geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] , verblijvende in het FPC [kliniek] te [verblijfplaats] (hierna: de kliniek). Raadsman: mr. I.R. Rigter, advocaat te Amsterdam. Procedure Betrokkene is op 8 maart 2016 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld vanwege het misdrijf poging tot moord tot drie jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 9 juni 2017 en laatstelijk verlengd bij beslissing van de rechtbank van 30 juni 2023 met twee jaren. Bij vordering van 6 mei 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op dezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken: het advies van psychiater M.M. Sprock van 27 februari 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; het advies van psycholoog A.J. de Groot van 12 maart 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; het adviesrapport van de kliniek van 15 april 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; een afschrift van de wettelijke aantekeningen. Ter zitting van 20 juni 2025 zijn gehoord: - betrokkene; - zijn raadsman mr. I.R. Rigter, - deskundige L. van Dijk, GZ-psycholoog en hoofdbehandelaar, en - de officier van justitie, mr. G. Steeghs. De standpunten De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. De officier van justitie heeft gezien dat betrokkene grote veranderingen heeft doorgemaakt, maar vraagt zich af deze veranderingen zijn bewerkstelligd door life events , de betrokkenheid van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) of de dwangmedicatie. Dit dient de komende twee jaar verder te worden uitgezocht en getest door de kliniek. Het traject gaat om die reden nog een tijd duren, waardoor de officier van justitie een verlenging van twee jaren vordert. De raadsman van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De raadsman heeft daarbij opgemerkt dat betrokkene realistische verwachtingen heeft ten aanzien van het verdere verloop van het traject en de onderbouwing van de adviezen begrijpt. De raadsman heeft verder opgemerkt dat hoewel de belastbaarheid van betrokkene het afgelopen jaar is toegenomen, voor betrokkene niet vaststaat dat deze positieve lijn is bewerkstelligd door de dwangmedicatie. De raadsman heeft de deskundige van de kliniek verzocht om met betrokkene in gesprek te gaan over het mogelijk afbouwen van de dwangmedicatie, zoals door de psychiater is geopperd. De beoordeling Indexdelict De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot moord. De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd. Stoornis Uit de rapporten van de kliniek, de psycholoog en de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis en een (persisterende) depressieve stoornis (in remissie). De kliniek heeft in haar rapport toegevoegd dat hoewel zij in het verleden indicaties zag dat betrokkene leed aan een waanstoornis, de kliniek hier inmiddels geen aanwijzingen meer voor ziet, net zoals de psycholoog en de psychiater hebben geconstateerd. Deze diagnose is wat de kliniek betreft dan ook komen te vervallen. De stoornissen, te weten de autismespectrumstoornis en de (persisterende) depressieve stoornis (in remissie), zijn nog altijd aanwezig. Verloop van de maatregel Betrokkene verblijft sinds juni 2017 in [kliniek] . Betrokkene laat in de afgelopen periode een duidelijke verandering zien door opener te zijn in het contact en het laten zien van meer sociale vaardigheden. De vijandigheid is vrijwel geheel afgenomen en de communicatie en samenwerking met betrokkene zijn sterk verbeterd. Tevens is de draagkracht van betrokkene sterk toegenomen. Dit heeft opening gegeven om betrokkene te behandelen. Die verandering hangt samen met de start van de dwangmedicatie in augustus 2022 en het besluit om het CCE om advies te vragen. De adviesvraag zag op mogelijke behandelinterventies, verbetering van de samenwerking met betrokkene en de vraag hoe betrokkene kan leren om hulp te vragen en deze te accepteren. Dit traject is recent succesvol afgerond en heeft geleid tot veel verandering. Sinds de inzet van de dwangbehandeling, de toevoeging van Venlafaxine (een antidepressivum) in de zomer van 2024 en het CCE-traject is een duidelijke vooruitgang te zien in de samenwerking met betrokkene. Betrokkene heeft meegewerkt aan het opstellen van een risicosignalering en de delictanalyse, waardoor er nu zicht is op de risicofactoren en vroegsignalen. Ook volgt hij verschillende therapieën, waaronder een EMDR-behandeling, en rondde hij er een aantal af. Daarnaast wordt de huidige koers in de behandeling voortgezet. De raadsman en betrokkene hebben tijdens de zitting te kennen gegeven dat zij in gesprek wensen te gaan over de afbouw van de dwangmedicatie. De deskundige van de kliniek heeft toegezegd dat er een driegesprek zal volgen over de dwangmedicatie en de mogelijke afbouw hiervan. Inmiddels is betrokkene drie keer op verlof geweest na toestemming voor een opbouw van het begeleide verlof. Betrokkene heeft echter nog geen toestemming voor enkel begeleide verloven door een vrouwelijke medewerker. Wanneer betrokkene na een evaluatie in de fase van enkel begeleid verlof komt, zal hij worden aangemeld bij FPA [plaats] . Ter voorbereiding op plaatsing aldaar zal hij de fase onbegeleid verlof moeten doorlopen. Gezien het verloop van de afgelopen jaren en de fase van de behandeling vindt de kliniek het lastig om een prognose te geven. De verwachting is dat in de komende twee jaren stappen gezet kunnen worden in afschaling van het beveiligingsniveau. De psycholoog onderschrijft deze opvatting en merkt op dat het begeleid verlof functioneel kan zijn in de voorbereiding van een gecombineerde aanvraag onbegeleid en transmuraal verlof ten behoeve van overplaatsing naar de FPA [plaats] . De psychiater merkt op dat betrokkene nog een weg te gaan heeft in de noodzakelijke uitbreiding van zijn vrijheden alvorens uitstroom naar een FPA aan de orde kan zijn. Dit zal nog geruime tijd in beslag nemen, zodat niet te verwachten is dat over een jaar de fase van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aan de orde zal zijn. Gezien de huidige fase van de behandeling, de behandeldoelen en de te nemen stappen in de resocialisatie, wordt voortzetting van de maatregel noodzakelijk geacht, evenals het verblijf binnen een FPC. Recidivegevaar De psychiater merkt op dat het recidiverisico bij voortzetting van de maatregel wordt ingeschat als laag.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:12038 text/xml public 2026-05-11T10:42:44 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-07-04 05/740305-15 TBS-maatregel verl. Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Beschikking NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12038 text/html public 2026-05-06T14:34:47 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:12038 Rechtbank Gelderland , 04-07-2025 / 05/740305-15 TBS-maatregel verl. TBS-maatregel met twee jaar verlengd. Betrokkene laat positieve veranderingen zien, maar traject van behandelonderdelen niet binnen één jaar afgerond. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.740305.15 Datum uitspraak: 4 juli 2025 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] , hierna: betrokkene, geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] , verblijvende in het FPC [kliniek] te [verblijfplaats] (hierna: de kliniek). Raadsman: mr. I.R. Rigter, advocaat te Amsterdam. Procedure Betrokkene is op 8 maart 2016 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld vanwege het misdrijf poging tot moord tot drie jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 9 juni 2017 en laatstelijk verlengd bij beslissing van de rechtbank van 30 juni 2023 met twee jaren. Bij vordering van 6 mei 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op dezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken: het advies van psychiater M.M. Sprock van 27 februari 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; het advies van psycholoog A.J. de Groot van 12 maart 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; het adviesrapport van de kliniek van 15 april 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; een afschrift van de wettelijke aantekeningen. Ter zitting van 20 juni 2025 zijn gehoord: - betrokkene; - zijn raadsman mr. I.R. Rigter, - deskundige L. van Dijk, GZ-psycholoog en hoofdbehandelaar, en - de officier van justitie, mr. G. Steeghs. De standpunten De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. De officier van justitie heeft gezien dat betrokkene grote veranderingen heeft doorgemaakt, maar vraagt zich af deze veranderingen zijn bewerkstelligd door life events , de betrokkenheid van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) of de dwangmedicatie. Dit dient de komende twee jaar verder te worden uitgezocht en getest door de kliniek. Het traject gaat om die reden nog een tijd duren, waardoor de officier van justitie een verlenging van twee jaren vordert. De raadsman van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De raadsman heeft daarbij opgemerkt dat betrokkene realistische verwachtingen heeft ten aanzien van het verdere verloop van het traject en de onderbouwing van de adviezen begrijpt. De raadsman heeft verder opgemerkt dat hoewel de belastbaarheid van betrokkene het afgelopen jaar is toegenomen, voor betrokkene niet vaststaat dat deze positieve lijn is bewerkstelligd door de dwangmedicatie. De raadsman heeft de deskundige van de kliniek verzocht om met betrokkene in gesprek te gaan over het mogelijk afbouwen van de dwangmedicatie, zoals door de psychiater is geopperd. De beoordeling Indexdelict De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot moord. De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd. Stoornis Uit de rapporten van de kliniek, de psycholoog en de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis en een (persisterende) depressieve stoornis (in remissie). De kliniek heeft in haar rapport toegevoegd dat hoewel zij in het verleden indicaties zag dat betrokkene leed aan een waanstoornis, de kliniek hier inmiddels geen aanwijzingen meer voor ziet, net zoals de psycholoog en de psychiater hebben geconstateerd. Deze diagnose is wat de kliniek betreft dan ook komen te vervallen. De stoornissen, te weten de autismespectrumstoornis en de (persisterende) depressieve stoornis (in remissie), zijn nog altijd aanwezig. Verloop van de maatregel Betrokkene verblijft sinds juni 2017 in [kliniek] . Betrokkene laat in de afgelopen periode een duidelijke verandering zien door opener te zijn in het contact en het laten zien van meer sociale vaardigheden. De vijandigheid is vrijwel geheel afgenomen en de communicatie en samenwerking met betrokkene zijn sterk verbeterd. Tevens is de draagkracht van betrokkene sterk toegenomen. Dit heeft opening gegeven om betrokkene te behandelen. Die verandering hangt samen met de start van de dwangmedicatie in augustus 2022 en het besluit om het CCE om advies te vragen. De adviesvraag zag op mogelijke behandelinterventies, verbetering van de samenwerking met betrokkene en de vraag hoe betrokkene kan leren om hulp te vragen en deze te accepteren. Dit traject is recent succesvol afgerond en heeft geleid tot veel verandering. Sinds de inzet van de dwangbehandeling, de toevoeging van Venlafaxine (een antidepressivum) in de zomer van 2024 en het CCE-traject is een duidelijke vooruitgang te zien in de samenwerking met betrokkene. Betrokkene heeft meegewerkt aan het opstellen van een risicosignalering en de delictanalyse, waardoor er nu zicht is op de risicofactoren en vroegsignalen. Ook volgt hij verschillende therapieën, waaronder een EMDR-behandeling, en rondde hij er een aantal af. Daarnaast wordt de huidige koers in de behandeling voortgezet. De raadsman en betrokkene hebben tijdens de zitting te kennen gegeven dat zij in gesprek wensen te gaan over de afbouw van de dwangmedicatie. De deskundige van de kliniek heeft toegezegd dat er een driegesprek zal volgen over de dwangmedicatie en de mogelijke afbouw hiervan. Inmiddels is betrokkene drie keer op verlof geweest na toestemming voor een opbouw van het begeleide verlof. Betrokkene heeft echter nog geen toestemming voor enkel begeleide verloven door een vrouwelijke medewerker. Wanneer betrokkene na een evaluatie in de fase van enkel begeleid verlof komt, zal hij worden aangemeld bij FPA [plaats] . Ter voorbereiding op plaatsing aldaar zal hij de fase onbegeleid verlof moeten doorlopen. Gezien het verloop van de afgelopen jaren en de fase van de behandeling vindt de kliniek het lastig om een prognose te geven. De verwachting is dat in de komende twee jaren stappen gezet kunnen worden in afschaling van het beveiligingsniveau. De psycholoog onderschrijft deze opvatting en merkt op dat het begeleid verlof functioneel kan zijn in de voorbereiding van een gecombineerde aanvraag onbegeleid en transmuraal verlof ten behoeve van overplaatsing naar de FPA [plaats] . De psychiater merkt op dat betrokkene nog een weg te gaan heeft in de noodzakelijke uitbreiding van zijn vrijheden alvorens uitstroom naar een FPA aan de orde kan zijn. Dit zal nog geruime tijd in beslag nemen, zodat niet te verwachten is dat over een jaar de fase van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aan de orde zal zijn. Gezien de huidige fase van de behandeling, de behandeldoelen en de te nemen stappen in de resocialisatie, wordt voortzetting van de maatregel noodzakelijk geacht, evenals het verblijf binnen een FPC. Recidivegevaar De psychiater merkt op dat het recidiverisico bij voortzetting van de maatregel wordt ingeschat als laag.