Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-05-08
ECLI:NL:RBGEL:2025:12037
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
5,262 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:12037 text/xml public 2026-05-06T10:57:09 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-05-08 C/05/440926 / FA RK 24-2982 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Beschikking NL Arnhem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12037 text/html public 2026-05-06T10:56:00 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:12037 Rechtbank Gelderland , 08-05-2025 / C/05/440926 / FA RK 24-2982 Vervolg op beschikking van 24 januari 2025. Bodemprocedure. Voorlopige zorgregeling wordt niet uitgevoerd. Moeder beroept zich op huiselijk geweld/intieme terreur om niet terug te keren naar Nederland. De rechtbank verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek te doen en houdt de verzoeken aan. Moeder verzoekt onderzoek door middel van de MASIC-methode. De rechtbank gaat niet over de onderzoeksmethode van de Raad. De Raad moet zelf beoordelen welke methode het meest passend is. beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/440926 / FA RK 24-2982 Datum uitspraak: 8 mei 2025 beschikking over het hoofdverblijf, het gezag, de zorgregeling en de vervangende toestemming voor verhuizing in de zaak van [naam vader] (hierna: de vader), wonende te [woonplaats] , advocaat mr. R.A.H. Vullings te Nijmegen, tegen [naam moeder] (hierna: de moeder), wonende te [woonplaats] , advocaat mr. E. Gürcan te Arnhem. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het aanvullend verzoek tot wijziging gezag namens de vader, ingekomen bij de griffie op 7 januari 2025; - de beschikking van 24 januari 2025; - een bericht namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 17 februari 2025; - een aanvullend verzoek met bijlagen namens de vader, ingekomen bij de griffie op 20 maart 2025; - een verweerschrift en wijziging verzoeken met bijlagen namens de vader, ingekomen bij de griffie op 21 maart 2025; - een wijziging verzoek en aanvullende provisionele verzoeken met bijlagen namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 22 maart 2025; - een F9-formulier met bijlage namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 23 maart 2025; - een pleitnotitie namens de vader, overgelegd en voorgedragen tijdens de zitting op 27 maart 2025. 1.2. Voor het eerdere verloop van deze procedure wordt verwezen naar de beschikking van deze rechtbank van 24 januari 2025. De rechtbank heeft bij deze beschikking (in de provisionele voorziening), voor de duur van de bodemprocedure, een voorlopige zorgregeling vastgesteld, inhoudende: - dat [het kind] met ingang 3 januari 2025 bij de vader verblijft: in de ene week (week 1) van maandagochtend tot en met dinsdagavond 18.30 uur, van woensdagavond 18.30 uur tot donderdagavond 18.30 uur en vanaf zaterdagochtend 09.00 uur tot maandagochtend in week 2; in de andere week (week 2) van maandagochtend tot dinsdagavond 18.30 uur, van woensdagavond 18.30 uur tot donderdagavond 18.30 uur en vanaf zondagavond 18.30 uur tot maandagochtend in de daaropvolgende week (week 1); waarbij geldt dat de vader op deze dagen samen met [het kind] in zijn woning in [woonplaats] verblijft om voor haar te zorgen en de moeder elders verblijft; - dat [het kind] met ingang van 3 januari 2025 bij de moeder verblijft: in de ene week (week 1) van dinsdagavond 18.30 uur tot woensdagavond 18.30 uur en van donderdagavond 18.30 uur tot zaterdagochtend 09.00 uur; in de andere week (week 2) van dinsdagavond 18.30 uur tot woensdagavond 18.30 uur en van donderdagavond 18.30 uur tot zondagavond 18.30 uur; waarbij geldt dat de moeder op deze dagen samen met [het kind] in de woning van de vader in [woonplaats] verblijft om voor haar te zorgen en de vader elders verblijft; Ook hebben de ouders afspraken gemaakt over de kerstvakantie 2024. Daarnaast heeft de rechtbank bij deze beschikking (in de bodemprocedure) de vader vervangende toestemming verleend voor deelname van [het kind] aan het Rijksvaccinatieprogramma, voor zover het betreft de vaccinaties die aangeboden worden tot 24 maanden. De rechtbank heeft de beslissing over het hoofdverblijf, de zorgregeling, de vervangende toestemming voor verhuizing en het gezag aangehouden tot de zitting van 27 maart 2025. 1.3. De verzoeken over het hoofdverblijf, de zorgregeling, de vervangende toestemming voor verhuizing en het gezag zijn meervoudig behandeld op de zitting van 27 maart 2025. De aanvullende provisionele verzoeken van de moeder zijn gelijktijdig behandeld met de verzoeken in de bodemprocedure. Tijdens deze zitting zijn gehoord: - de vader, bijgestaan door mr. R.A.H. Vullings; - de advocaten van de moeder, mr. E. Gürcan en mr. M.T.N. Whiterod; - een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). 1.4. De moeder heeft in het bericht van 17 februari 2025 verzocht om digitaal deel te nemen aan de zitting van 27 maart 2025 omdat zij met [het kind] in Turkije verblijft. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. 1.5. De ouders hebben ook verzoeken ingediend over kinderalimentatie. Hierin loopt een verweertermijn. 1.6. De rechtbank heeft bij beschikking (met hetzelfde zaaknummer als deze procedure: C/05/440926 / FA RK 24-2982) van 10 april 2025 de aanvullende provisionele verzoeken van de moeder (om [het kind] voorlopig aan haar toe te vertrouwen en de moeder vervangende toestemming te verlenen om voor de duur van de procedure met [het kind] in Turkije te verblijven) afgewezen. 2 De gewijzigde/aanvullende verzoeken van de vader 2.1. De vader heeft zijn verzoeken in de bodemprocedure na de zitting van 20 december 2024 gewijzigd en aangevuld. De vader verzoekt de rechtbank thans, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, I. te bepalen dat [het kind] haar hoofdverblijf bij de vader zal hebben; II. primair: - te bepalen dat de vader voortaan alleen het gezag over [het kind] uitoefent; subsidiair: - de Raad te bevelen een onderzoek te doen naar de noodzaak van eenhoofdig gezag, dan wel de gezagsbeëindigende maatregel; III. te bepalen dat de moeder en [het kind] gerechtigd zijn tot begeleide omgang bij een professionele instantie, waarbij die instantie de frequentie en duur van het contact bepaalt. 2.2. De vader legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat de ouders tijdens de zitting op 20 december 2024 afspraken hebben gemaakt over de kerstvakantie 2024 en een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Hierbij zijn de ouders overeengekomen dat de moeder in de periode van 27 december 2024 tot 3 januari 2025 samen met [het kind] naar Turkije zal afreizen om bij haar ouders te verblijven. Daarna zou een birdnestingsregeling ingaan, waarbij de ouders om en om samen met [het kind] in de woning van de vader in [woonplaats] verblijven om voor haar te zorgen. Toen de moeder eenmaal in Turkije was, liet zij aan de vader weten dat zij niet op 2 of 3 januari 2025 terug zou komen. Zij gaf ook niet aan wanneer zij wel terug zou komen. Vervolgens heeft de moeder aangegeven dat zij zichzelf en [het kind] in Turkije heeft ingeschreven en dat zij daar een gerechtelijke procedure is gestart. De vader is erg bang dat de moeder niet meer terug zal keren naar Nederland met [het kind] en dat er dus sprake is van kinderontvoering. De vader heeft daarom de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden ingeschakeld. 2.3. Op 28 januari 2025 heeft de Centrale autoriteit in Nederland de Centrale autoriteit in Turkije verzocht om teruggeleiding van [het kind] naar Nederland. Het is onbekend hoe lang dit gaat duren. De vader is ermee bekend dat de moeder inmiddels in Turkije een gerechtelijke procedure is gestart tot beëindiging van het gezag van de vader en vaststelling van kinderalimentatie. De vader heeft het idee dat de moeder het gerechtvaardigd vindt om, zonder toestemming van de vader, met [het kind] in Turkije te verblijven. De vader heeft sinds 27 december 2024 af en toe videobelcontact met [het kind] , maar dit verloopt verre van ideaal. [het kind] is nog te jong voor videobelgesprekken en de moeder gebruikt deze momenten om zaken die tussen de ouders spelen te bespreken.
Volledig
Gelet op de ontvoering van [het kind] naar Turkije en het feit dat de moeder steeds meer gedrag vertoont dat absoluut niet in het belang van [het kind] is (zoals van dokter naar dokter gaan), vreest de vader voor de gezondheid, het welzijn en de veiligheid van [het kind] . Vanaf de geboorte van [het kind] is de moeder dermate overbezorgd dat dat een ongestoorde ontwikkeling van [het kind] in de weg staat. De moeder heeft in Nederland gewerkt met kinderen met autisme en is hier bij [het kind] erg op gefocust. Zij bezoekt daarom in Turkije veel artsen en er worden haar opnieuw allerlei medische etiketten opgeplakt terwijl de kinderarts in Nederland niets verontrustends heeft geconstateerd. Dat de klachten bij [het kind] volgens de moeder zijn toegenomen, komt volgens de vader door de stress die [het kind] ervaart nu zij zo ver bij de vader vandaan is. 2.4. De vader betwist alle, pas kort voor de zitting van 27 maart 2025 ingenomen, stellingen van de moeder over intieme terreur. Volgens de vader was het lastig met de moeder samen te leven en kan eerder van intieme terreur van de moeder naar de vader worden gesproken dan andersom. De vader heeft het idee dat de moeder kleine gebeurtenissen binnen de relatie volledig uit de context heeft getrokken en haar eigen verhaal hiervan heeft gemaakt. Dat de moeder met [het kind] naar Turkije is vertrokken en daar nu nog steeds verblijft lijkt een vooropgesteld plan. De moeder gebruikt de beschuldiging van intieme terreur om niet naar Nederland te hoeven terugkeren. Uit de bewijsstukken die zijn overgelegd blijkt dat de moeder al langere tijd aan bewijsvergaring heeft gedaan om haar verblijf in Turkije te kunnen onderbouwen. De vader verzoekt daarom de verzoeken van de moeder af te wijzen. 3 De gewijzigde en aanvullende verzoeken van de moeder 3.1. De moeder heeft haar verzoeken in de bodemprocedure na de zitting van 20 december 2024 gewijzigd en aangevuld. De moeder verzoekt de rechtbank thans, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Onderzoek I. Indien en voor zover de Raad geen onderzoek doet of kan doen naar het bestaan van het door de moeder gestelde huiselijk geweld en voor zover daarvan sprake is, welk geweldspatroon aanwezig is en welke maatregelen ten aanzien van gezag en omgang nodig zijn die het belang van [het kind] dienen, waarbij tevens een MASIC-onderzoek plaatsvindt, verzoekt de moeder haar een deskundigenonderzoek ex art. 810a RV toe te staan waarin dit wordt onderzocht en te bepalen dat de kosten daarvan ex art. 810a lid 3 Rv ten laste van de Rijks kas komen; Althans, professor [psycholoog] , dan wel een door de rechtbank te benoemen deskundige, te benoemen die deskundig is op het gebied van intieme terreur en als psycholoog door middel van de MASIC methode een onderzoek kan doen en de rechtbank kan adviseren of eenhoofdig gezag dan wel gezamenlijk gezag in het belang van [het kind] en iedere beslissing ten aanzien van het gezag aan te houden in afwachting van de uitkomst van dit onderzoek; II. Indien en voor zover de Raad geen onderzoek doet of kan doen, en uw rechtbank het verzoek voor een deskundigenonderzoek afwijst, en uw rechtbank niet reeds ambtshalve een bijzondere curator benoemt, een bijzondere curator te benoemen die onderzoekt welk geweldspatroon aanwezig is en welke maatregelen ten aanzien van gezag en omgang nodig zijn die het belang van [het kind] dienen, waarbij tevens een MASIC-onderzoek plaatsvindt; Gezag en hoofdverblijfplaats III. Primair te bepalen dat de moeder met het eenhoofdig ouderlijke gezag wordt belast; subsidiair te bepalen dat [het kind] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben; IV. Aan de moeder vervangende toestemming te verlenen om met [het kind] naar Turkije te verhuizen; Zorgregeling V. te bepalen dat de omgang tussen [het kind] en de vader onder toezicht plaatsvindt; VI. te bepalen dat de vader en [het kind] tenminste drie maal per week kunnen videobellen; VII. Kosten rechtens. 3.2. De moeder legt aan haar verzoeken ten grondslag dat zij in 2019 naar Nederland is gekomen om als au-pair te gaan werken. Zij heeft toen de vader leren kennen. Zij kregen een relatie en in 2022 is de moeder voor haar studie psychologie weer teruggekomen naar Nederland. Tijdens haar studie verbleef zij bij de vader. Op basis van deze relatie kreeg de moeder een verblijfstatus. Volgens de moeder was er binnen de relatie sprake van dwingende controle. Zij stelt dat er sprake is van intieme terreur. Hoewel namens de moeder in de stukken, middels een factsheet, is uitgewerkt waarom hier sprake van is, acht de moeder het noodzakelijk dat er een objectief onderzoek komt. Alleen zo komt er helderheid over de dynamiek tussen de vader en de moeder. Tijdens de vorige zitting is het onderwerp intieme terreur, niet aan de orde geweest omdat de moeder zich hiervoor schaamt. Het was voor haar niet mogelijk om hier toen over te spreken. Namens de moeder is gesteld dat zij van de vader de woning moest verlaten na de zitting van 20 december 2024 waardoor zij geen onderdak had. Toen de moeder samen met [het kind] in Turkije was ervaarde zij de rust die zij nodig had en zag zij in dat zij niet veilig was in de thuissituatie van de vader. De moeder is van mening dat gelet op de omstandigheden niet van haar kan worden verlangd dat zij met [het kind] terugkeert naar Nederland. De moeder wenst dat alle verzoeken aangehouden worden zodat er onderzoek gedaan kan worden naar het huiselijk geweld. Eerst moet het volgens de moeder duidelijk worden welke geweldspatronen er waren/zijn en welke interventie nodig is om ervoor te zorgen dat de moeder en [het kind] veilig zijn. Zij vraagt of dit onderzoek gedaan kan worden door middel van de MASIC-methode. 4 Het advies van de Raad 4.1. De zittingsvertegenwoordigster van de Raad heeft naar voren gebracht dat er sprake is van een ingewikkelde situatie en dat er veel wantrouwen over en weer is tussen de ouders. Op de vorige zitting in december 2024 was de onderlinge relatie redelijk goed en is het de ouders gelukt om samen afspraken te maken die zijn vastgelegd in de beschikking van de rechtbank. De moeder heeft vervolgens zelfstandig de keuze gemaakt om naar Turkije te gaan met [het kind] en niet terug te keren. Hierdoor laat de moeder zien dat zij de beschikking van de rechtbank niet respecteert. Het is erg schadelijk voor [het kind] dat zij de vader niet ziet en dat de moeder geen andere oplossing biedt dan dat de vader naar Turkije moet komen voor fysiek contact. Het is nodig dat de Raad onderzoek gaat doen gericht op de voorliggende verzoeken en gedurende het onderzoek moet er gezocht worden naar mogelijkheden voor contact, zodat [het kind] haar beide ouders kan zien. 5 De verdere beoordeling Wat ligt er voor? 5.1. De rechtbank moet oordelen over het gezag, het hoofdverblijf van [het kind] , de zorgregeling en de vervangende toestemming voor verhuizing. Raadsonderzoek 5.2. De rechtbank is het met de Raad eens dat er een zeer zorgelijke situatie is ontstaan. De moeder is, zoals de ouders tijdens de vorige zitting hadden afgesproken, op 27 december 2024 samen met [het kind] naar Turkije afgereisd om bij haar ouders te verblijven maar is, tegen de gemaakte afspraken in, niet op 3 januari 2025 met [het kind] naar Nederland teruggekomen. Hierdoor wordt de voorlopige zorgregeling, zoals vastgelegd in de beschikking van deze rechtbank van 24 januari 2025, niet uitgevoerd en hebben [het kind] en de vader elkaar al ruim drie maanden niet meer fysiek gezien. Zij hebben enkel video belcontact met elkaar. De moeder geeft aan dat zij vanwege haar eigen veiligheid niet kan terugkeren naar Nederland en zij verblijft daarom samen met [het kind] nog steeds in Turkije. Daar komt bij dat de moeder zich al langere tijd veel zorgen maakt over de gezondheid van [het kind] waarvoor zij in Turkije al verschillende artsen heeft geraadpleegd. Vanuit haar expertise als psycholoog ziet de moeder in het gedrag van [het kind] kenmerken van autisme. De vader geeft aan dat [het kind] in Nederland is onderzocht en dat de kinderarts niets verontrustends bij [het kind] heeft geconstateerd. 5.3.
Volledig
Namens de moeder is in de stukken en tijdens de zitting uitvoerig toegelicht waarom de moeder zich niet veilig voelt in de thuissituatie van de vader en daarom geen andere optie ziet dan in Turkije te blijven met [het kind] . Volgens de moeder is er sprake van intieme terreur en zij wenst een onderzoek door middel van de MASIC-methode. De vader heeft een hele andere visie op de gebeurtenissen die de moeder heeft beschreven en betwist dat er sprake is van intieme terreur. Het onderwerp intieme terreur is uitgebreid besproken tijdens de zitting en de rechtbank stelt vast dat de visies van de ouders hierover ver uiteenlopen. De rechtbank heeft de indruk dat er sprake is van een complexe dynamiek tussen de ouders en acht zich onvoldoende geïnformeerd over de situatie. 5.4. Om te onderzoeken wat er nodig is in deze situatie is een raadsonderzoek geïndiceerd. De rechtbank zal daarom alle beslissingen op de voorliggende verzoeken aanhouden. De rechtbank verzoekt de Raad onderzoek te doen, te rapporteren en te adviseren over de navolgende vragen: - Is éénhoofdig gezag, zoals wordt verzocht door zowel de vader als de moeder, in het belang van [het kind] ? - Welke hoofdverblijfplaats is het meest in het belang van [het kind] ? Welke mogelijkheden zijn er voor een zorg-/omgangsregeling van [het kind] met zowel de vader als de moeder? Zijn er omstandigheden die een zorg-/omgangsregeling belemmeren? Zo ja, welke komen vanuit het kind en welke vanuit de ouder(s)? Hoe en op welke termijn zijn deze omstandigheden op te heffen? Hoe zou een zorg-/omgangsregeling (vorm en frequentie) er in het belang van [het kind] uit moeten zien? - In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in voornoemde vragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de te nemen beslissing (onder andere intieme terreur en de noodzaak van een eventuele kinderbeschermingsmaatregel)? 5.5. De Raad heeft tijdens de zitting toegezegd dat zij het onderzoek voortvarend op zal pakken gezien de ernst van de situatie. De moeder wenst dat er een MASIC-onderzoek zal plaatsvinden, maar de rechtbank gaat niet over de onderzoeksmethode van de Raad. De Raad moet zelf beoordelen welke methode het meest passend is in de huidige situatie. Tijdens de zitting heeft de Raad toegelicht dat er bij de Raad voldoende kennis en ervaring over intieme terreur aanwezig is en dat, indien nodig, ook expertise van buitenaf kan worden ingeschakeld. In afwachting van de uitkomsten van het raadsonderzoek is het belangrijk dat er naar mogelijkheden in het contact tussen [het kind] en de ouders wordt gezocht, zodat [het kind] haar beide ouders fysiek kan zien. De advocaten hebben tijdens de zitting toegezegd dat zij dit zullen oppakken, zodat de Raad dit kan monitoren tijdens het onderzoek. 5.6. De advocaat van de vader heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij graag nog schriftelijk wil reageren op de stukken die namens de moeder zijn ingediend op 22 maart 2025. De rechtbank begrijpt dit verzoek, maar nu alle beslissingen aangehouden worden ziet de rechtbank hier op dit moment geen noodzaak toe. Indien nodig kan de vader in een later stadium van de procedure hierop nog reageren. Kinderalimentatie 5.7. Beide ouders hebben een aanvullend verzoek tot kinderalimentatie ingediend. Nu dit verweertermijn nog loopt, zal de rechtbank dit verzoek behandelen op onderstaande zitting. 6 De beslissing De rechtbank 6.1. verzoekt de Raad onderzoek te doen, te rapporteren en te adviseren, zoals hiervoor onder 5.4. is overwogen; 6.2. houdt de beslissing over het hoofdverblijf, het gezag, de zorgregeling, de vervangende toestemming voor verhuizing en de kinderalimentatie aan en bepaalt dat de mondelinge behandeling wordt voortgezet door de meervoudige kamer (mr. C.M. Koopman, mr. E.L. de Jongh en mr. J.P. Mesman) op 1 juli 2025 om 09.00 uur in het gerechtsgebouw te Arnhem ; 6.3. verzoekt de Raad om het raadsrapport uiterlijk op 17 juni 2025 aan de rechtbank en partijen beschikbaar te stellen. Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koopman, (kinder)rechter, als voorzitter, en mr. E.L. de Jongh en mr. J.P. Mesman, kinderrechters, en door de voorzitter in tegenwoordigheid van J.H. van den Brink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2025. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.