Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-11-12
ECLI:NL:RBGEL:2025:12011
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,169 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBGEL:2025:12011 text/xml public 2026-05-15T09:52:11 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-11-12 11916568 VV EXPL 25-63 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Apeldoorn Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12011 text/html public 2026-04-29T16:41:28 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:12011 Rechtbank Gelderland , 12-11-2025 / 11916568 VV EXPL 25-63 Kort geding. Vordering tot betaling buitengerechtelijke incassokosten en advocaatkosten. Geen spoedeisend belang. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Apeldoorn Zaaknummer: 11916568 \ VV EXPL 25-63 Vonnis in kort geding van 12 november 2025 in de zaak van [naam eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [de eiser] , gemachtigde: mr. A.J. ter Wee, tegen [naam gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [de gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties, - de mondelinge behandeling van 4 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitnota van mr. Ter Wee. 2 De zaak in het kort [de eiser] heeft een bedrag van € 175.000,00 aan [de gedaagde] geleend, waarvoor [de gedaagde] hypothecaire zekerheid heeft gegeven. [de gedaagde] heeft niet voldaan aan zijn terugbetalingsverplichtingen. [de gedaagde] heeft besloten om de lening te herfinancieren. [de eiser] is akkoord gegaan met royement van zijn hypotheekrecht onder de voorwaarde dat [de gedaagde] een bedrag van € 180.176,45 aan hoofdsom, kosten grosse en (lopende) (boete-)rente plus een bedrag van € 2.723,56 aan buitengerechtelijke incassokosten en advocaatkosten zou voldoen. Op 19 september 2025 – de dag waarop royement zou plaatsvinden – was het bedrag van € 2.723,56 nog niet voldaan. Op die dag hebben partijen afgesproken dat [de gedaagde] dit bedrag separaat en binnen twee werkdagen zal betalen. 3 Het geschil 3.1. [de eiser] vordert - samengevat – nakoming van de tussen partijen gemaakte afspraak en [de gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 2.723,56, vermeerderd met rente en (volledige) proceskosten. 3.2. [de gedaagde] voert verweer. [de gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] . 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Een geldvordering in kort geding is alleen toewijsbaar als het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en er daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. 4.2. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [de eiser] geen spoedeisend belang bij zijn vordering. Dit wordt hierna toegelicht. 4.3. [de eiser] vordert betaling van een bedrag van € 2.723,56 aan buitengerechtelijke incassokosten en advocaatkosten. Zoals ter zitting is gebleken betreft dit het bedrag dat [de eiser] nog aan zijn advocaat verschuldigd is. [de eiser] stelt dat hij de kosten van zijn advocaat op dit moment niet kan betalen. Volgens hem is het spoedeisend belang daarmee gegeven, maar dit standpunt wordt niet gevolgd. Deze procedure heeft feitelijk alleen als doel te bewerkstelligen dat de nota van de advocaat van [de eiser] (snel) wordt betaald. Dit vereist geen onmiddellijke voorziening, althans dat is door [de eiser] onvoldoende gesteld en onderbouwd. Weliswaar stelt [de eiser] dat hij door de wanbetaling van [de gedaagde] financieel nadeel lijdt, maar door [de eiser] is niet (voldoende) duidelijk gemaakt waaruit dat financiële nadeel bestaat. Gelet op het voorgaande valt niet in te zien waarom een eventuele bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De vordering wordt daarom bij gebrek aan spoedeisend belang afgewezen. 4.4. [de eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de gedaagde] worden begroot op: - verletkosten € 50,00 - nakosten € 119,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 169,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van [de eiser] af, 5.2. veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 169,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.C. Boesberg en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025. (ldj)