Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-11-26
ECLI:NL:RBGEL:2025:12010
Civiel recht; Arbeidsrecht
Bodemzaak
8,135 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:12010 text/xml public 2026-04-30T12:25:47 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-11-26 11498042 CV EXPL 25-166 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Apeldoorn Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12010 text/html public 2026-04-30T12:25:32 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:12010 Rechtbank Gelderland , 26-11-2025 / 11498042 CV EXPL 25-166 Loonvordering. Klachtplicht? Artikel 7:628 lid 1 BW. Werknemer mocht niet blijven vasthouden aan zijn aanname dat hij was ontslagen en niet meer op het werk hoefde te verschijnen. Geen recht op loon. Onterecht loon ingehouden in verband met aflossing geldlening. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Apeldoorn Zaaknummer: 11498042 \ CV EXPL 25-166 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van BEWINDVOERING DE WENDING ALS BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN DE HEER [naam eisende onderbewindgestelde] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, de heer [naam eisende onderbewindgestelde] wordt hierna [de onderbewindgestelde eiser] genoemd, gemachtigde: mr. G.G. Kempenaars, tegen CONCREET HYGIENE B.V. , te Hierden, gedaagde partij, hierna te noemen: Concreet Hygiene, procederend bij A. El Mourabit. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 14 mei 2025, - het bericht van 12 mei 2025 van mr. Kempenaars met een productie, - het bericht van 3 juni 2025 van mr. Kempenaars met de producties 11 en 12, - de (voortgezette) mondelinge behandeling van 21 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [de onderbewindgestelde eiser] is op 17 oktober 2022 in dienst getreden bij Concreet Hygiene op basis van een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van acht maanden in de functie van schoonmaakmedewerker. De overeengekomen arbeidsduur bedroeg minimaal 2 uur en maximaal 38 uur per week. Het salaris van [de onderbewindgestelde eiser] bedroeg € 11,83 bruto per uur. 2.2. In artikel 5 van de arbeidsovereenkomst is, voor zover relevant, het volgende vermeld: “De dagen waarop en de uren gedurende welke arbeid moet worden verricht, zullen door de werkgever in overleg met de werknemer wekelijks worden vastgesteld. (…)” 2.3. [de onderbewindgestelde eiser] is vanaf de aanvang van zijn dienstverband tewerkgesteld bij een object in Amsterdam. 2.4. Op 30 november 2022 hebben partijen een overeenkomst van geldlening gesloten op grond waarvan Concreet Hygiene aan [de onderbewindgestelde eiser] € 2.100,00 heeft geleend. Partijen zijn daarbij overeengekomen dat [de onderbewindgestelde eiser] de lening met € 150,00 per maand zou aflossen. 2.5. Concreet Hygiene heeft bij de salarisuitbetaling van november 2022 een bedrag van € 150,00 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. 2.6. Op 28 december 2022 heeft er een gesprek tussen [de onderbewindgestelde eiser] en zijn leidinggevende plaatsgevonden. [de onderbewindgestelde eiser] heeft vervolgens op 30 december 2022 een werkloosheidsuitkering aangevraagd bij het UWV. 2.7. In een e-mail van 3 januari 2023 heeft [de onderbewindgestelde eiser] het volgende aan Concreet Hygiene geschreven: “(…) Op woensdag 28 december 2022 heb ik tot mijn verbazing te horen gekregen dat er beslag zal worden gelegd op mijn loon in verband met onze overeenkomst van geldlening alsmede dat 6 januari a.s. mijn laatste werkdag zou zijn. (…) Via deze weg geef ik u te kennen dat ik het niet eens ben met hetgeen mij is medegedeeld. (…) Het feit dat u besluit mijn loon zonder reden of overleg in te houden of hierop beslag te leggen ( al dan niet uw intentie om dit te doen mede te delen ) is onredelijk.. (…) U kunt deze overeenkomst dus niet zomaar voor de afgesproken einddatum en zonder reden ontbinden. Ik stem dan ook niet in met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.” 2.8. Op 6 januari 2023 heeft [de onderbewindgestelde eiser] geconstateerd dat er bij de salarisuitbetaling van december 2022 een bedrag van € 1.646,00 is ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Op dezelfde dag heeft vervolgens een whatsappgesprek tussen partijen plaatsgevonden waarin partijen, voor zover relevant, het volgende hebben geschreven: [de onderbewindgestelde eiser] : “Ten eerste ga jij me ontslaan terwijl jij dat niet eens mag en ik heb hier bewijs , ten tweede je legt beslag op mijn salaris terwijl je dat niet eens mag , 3 ik kom mogelijk in problemen door dat ik mijn betalingen en huur niet ga kunnen betalen, 4 je laat me zonder werk en laat dat alleen 1 week van te voren weten” [de onderbewindgestelde eiser] : “en sterkste nog je negeert die contract die we samen hebben getekend voor €150 aflossing per maand” [de onderbewindgestelde eiser] : “Als mijn salaris vandaag niet uitbetaald wordt ga ik hele zaak van maken” (…) Concreet Hygiene: “Bro, als jij er een zaak van wil maken moet je dat doen wens ik jou daar veel succes mee. Op dit moment heb ik 2 uur per week werk voor je als je daar nog gebruik van wilt maken, zo niet dan is het aan jou.” [de onderbewindgestelde eiser] : “Dus ik ben nog in dienst bij jullie?” Concreet Hygiene: “(…) ja ik ben met je gestopt in amsterdam omdat ik niet op jou kan bouwen, maar daarmee heb ik je NIET ontslagen ik ben verplicht om jou 2 uur per week van werk te voorzien.” [de onderbewindgestelde eiser] : “Dan had je ook geen recht om mijn salaris in beslag te nemen terwijl er contract is tussen ons van 150€ per maand” (…) Concreet Hygiene: “Ik ga er verder niet op in. Dit is wat ik je momenteel te melden heb.” 2.9. Concreet Hygiene heeft bij de salarisuitbetaling over de maand januari 2023 8 uren uitbetaald en een bedrag van € 110,72 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Bij de salarisuitbetaling over de maand april 2023 is de vakantietoeslag van 8% uitbetaald en is een bedrag van € 194,28 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. [de onderbewindgestelde eiser] heeft verder geen loon en/of salarisspecificaties meer ontvangen. 2.10. Op 22 september 2023 heeft de gemachtigde van [de onderbewindgestelde eiser] Concreet Hygiene gesommeerd over te gaan tot betaling van het achterstallig loon over december 2022 van € 1.496,60, het loon vanaf januari 2023 tot en met 16 juni 2023 en door [de onderbewindgestelde eiser] geleden schade ad € 1.388,79. 3 Het geschil 3.1. De bewindvoerder vordert - samengevat - Concreet Hygiene te veroordelen tot: I. betaling van het salaris van januari 2023 tot 16 juni 2023 uitgaande van een werkweek van 38 uur, plus de wettelijke verhoging en wettelijke rente; II. betaling van het onterecht verrekende bedrag van € 1.496,60, plus de wettelijke verhoging en wettelijke rente; III. vergoeding van de schade ad € 1.659,09; IV. betaling van de proceskosten. 3.2. De bewindvoerder legt aan zijn vordering de volgende stellingen ten grondslag. Concreet Hygiene heeft over de periode van 1 januari 2023 tot en met 16 juni 2023 geen of te weinig loon betaald. Concreet Hygiene heeft [de onderbewindgestelde eiser] over die periode geen, althans onvoldoende werk aangeboden. Omdat [de onderbewindgestelde eiser] voorheen telkens ongeveer 38 uur per week werkte, moet Concreet Hygiene het salaris van januari 2023 tot en met 16 juni 2023 op basis van een 38-urige werkweek uitbetalen. Ook heeft Concreet Hygiene in december 2022 te weinig loon uitbetaald omdat zij ten onrechte een bedrag van € 1.496,60 heeft ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Concreet Hygiene moet dit bedrag terugbetalen Tot slot was [de onderbewindgestelde eiser] door de handelwijze van Concreet Hygiëne in de veronderstelling dat hij was ontslagen. Daarom heeft hij – achteraf bezien ten onrechte – een werkloosheidsuitkering aangevraagd en verkregen. [de onderbewindgestelde eiser] heeft daardoor schade geleden omdat hij nu een bedrag van € 1.659,09 aan het UWV moet terugbetalen. Concreet Hygiene dient die schade te vergoeden. 3.3. Concreet Hygiene voert verweer.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:12010 text/xml public 2026-05-05T16:23:48 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-11-26 11498042 CV EXPL 25-166 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Apeldoorn Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0684 VAAN-AR-Updates.nl 2026-0684 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12010 text/html public 2026-04-30T12:25:32 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:12010 Rechtbank Gelderland , 26-11-2025 / 11498042 CV EXPL 25-166 Loonvordering. Klachtplicht? Artikel 7:628 lid 1 BW. Werknemer mocht niet blijven vasthouden aan zijn aanname dat hij was ontslagen en niet meer op het werk hoefde te verschijnen. Geen recht op loon. Onterecht loon ingehouden in verband met aflossing geldlening. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Apeldoorn Zaaknummer: 11498042 \ CV EXPL 25-166 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van BEWINDVOERING DE WENDING ALS BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN DE HEER [naam eisende onderbewindgestelde] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, de heer [naam eisende onderbewindgestelde] wordt hierna [de onderbewindgestelde eiser] genoemd, gemachtigde: mr. G.G. Kempenaars, tegen CONCREET HYGIENE B.V. , te Hierden, gedaagde partij, hierna te noemen: Concreet Hygiene, procederend bij A. El Mourabit. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 14 mei 2025, - het bericht van 12 mei 2025 van mr. Kempenaars met een productie, - het bericht van 3 juni 2025 van mr. Kempenaars met de producties 11 en 12, - de (voortgezette) mondelinge behandeling van 21 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [de onderbewindgestelde eiser] is op 17 oktober 2022 in dienst getreden bij Concreet Hygiene op basis van een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van acht maanden in de functie van schoonmaakmedewerker. De overeengekomen arbeidsduur bedroeg minimaal 2 uur en maximaal 38 uur per week. Het salaris van [de onderbewindgestelde eiser] bedroeg € 11,83 bruto per uur. 2.2. In artikel 5 van de arbeidsovereenkomst is, voor zover relevant, het volgende vermeld: “De dagen waarop en de uren gedurende welke arbeid moet worden verricht, zullen door de werkgever in overleg met de werknemer wekelijks worden vastgesteld. (…)” 2.3. [de onderbewindgestelde eiser] is vanaf de aanvang van zijn dienstverband tewerkgesteld bij een object in Amsterdam. 2.4. Op 30 november 2022 hebben partijen een overeenkomst van geldlening gesloten op grond waarvan Concreet Hygiene aan [de onderbewindgestelde eiser] € 2.100,00 heeft geleend. Partijen zijn daarbij overeengekomen dat [de onderbewindgestelde eiser] de lening met € 150,00 per maand zou aflossen. 2.5. Concreet Hygiene heeft bij de salarisuitbetaling van november 2022 een bedrag van € 150,00 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. 2.6. Op 28 december 2022 heeft er een gesprek tussen [de onderbewindgestelde eiser] en zijn leidinggevende plaatsgevonden. [de onderbewindgestelde eiser] heeft vervolgens op 30 december 2022 een werkloosheidsuitkering aangevraagd bij het UWV. 2.7. In een e-mail van 3 januari 2023 heeft [de onderbewindgestelde eiser] het volgende aan Concreet Hygiene geschreven: “(…) Op woensdag 28 december 2022 heb ik tot mijn verbazing te horen gekregen dat er beslag zal worden gelegd op mijn loon in verband met onze overeenkomst van geldlening alsmede dat 6 januari a.s. mijn laatste werkdag zou zijn. (…) Via deze weg geef ik u te kennen dat ik het niet eens ben met hetgeen mij is medegedeeld. (…) Het feit dat u besluit mijn loon zonder reden of overleg in te houden of hierop beslag te leggen ( al dan niet uw intentie om dit te doen mede te delen ) is onredelijk.. (…) U kunt deze overeenkomst dus niet zomaar voor de afgesproken einddatum en zonder reden ontbinden. Ik stem dan ook niet in met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.” 2.8. Op 6 januari 2023 heeft [de onderbewindgestelde eiser] geconstateerd dat er bij de salarisuitbetaling van december 2022 een bedrag van € 1.646,00 is ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Op dezelfde dag heeft vervolgens een whatsappgesprek tussen partijen plaatsgevonden waarin partijen, voor zover relevant, het volgende hebben geschreven: [de onderbewindgestelde eiser] : “Ten eerste ga jij me ontslaan terwijl jij dat niet eens mag en ik heb hier bewijs , ten tweede je legt beslag op mijn salaris terwijl je dat niet eens mag , 3 ik kom mogelijk in problemen door dat ik mijn betalingen en huur niet ga kunnen betalen, 4 je laat me zonder werk en laat dat alleen 1 week van te voren weten” [de onderbewindgestelde eiser] : “en sterkste nog je negeert die contract die we samen hebben getekend voor €150 aflossing per maand” [de onderbewindgestelde eiser] : “Als mijn salaris vandaag niet uitbetaald wordt ga ik hele zaak van maken” (…) Concreet Hygiene: “Bro, als jij er een zaak van wil maken moet je dat doen wens ik jou daar veel succes mee. Op dit moment heb ik 2 uur per week werk voor je als je daar nog gebruik van wilt maken, zo niet dan is het aan jou.” [de onderbewindgestelde eiser] : “Dus ik ben nog in dienst bij jullie?” Concreet Hygiene: “(…) ja ik ben met je gestopt in amsterdam omdat ik niet op jou kan bouwen, maar daarmee heb ik je NIET ontslagen ik ben verplicht om jou 2 uur per week van werk te voorzien.” [de onderbewindgestelde eiser] : “Dan had je ook geen recht om mijn salaris in beslag te nemen terwijl er contract is tussen ons van 150€ per maand” (…) Concreet Hygiene: “Ik ga er verder niet op in. Dit is wat ik je momenteel te melden heb.” 2.9. Concreet Hygiene heeft bij de salarisuitbetaling over de maand januari 2023 8 uren uitbetaald en een bedrag van € 110,72 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Bij de salarisuitbetaling over de maand april 2023 is de vakantietoeslag van 8% uitbetaald en is een bedrag van € 194,28 ingehouden in verband met de aflossing van de lening. [de onderbewindgestelde eiser] heeft verder geen loon en/of salarisspecificaties meer ontvangen. 2.10. Op 22 september 2023 heeft de gemachtigde van [de onderbewindgestelde eiser] Concreet Hygiene gesommeerd over te gaan tot betaling van het achterstallig loon over december 2022 van € 1.496,60, het loon vanaf januari 2023 tot en met 16 juni 2023 en door [de onderbewindgestelde eiser] geleden schade ad € 1.388,79. 3 Het geschil 3.1. De bewindvoerder vordert - samengevat - Concreet Hygiene te veroordelen tot: I. betaling van het salaris van januari 2023 tot 16 juni 2023 uitgaande van een werkweek van 38 uur, plus de wettelijke verhoging en wettelijke rente; II. betaling van het onterecht verrekende bedrag van € 1.496,60, plus de wettelijke verhoging en wettelijke rente; III. vergoeding van de schade ad € 1.659,09; IV. betaling van de proceskosten. 3.2. De bewindvoerder legt aan zijn vordering de volgende stellingen ten grondslag. Concreet Hygiene heeft over de periode van 1 januari 2023 tot en met 16 juni 2023 geen of te weinig loon betaald. Concreet Hygiene heeft [de onderbewindgestelde eiser] over die periode geen, althans onvoldoende werk aangeboden. Omdat [de onderbewindgestelde eiser] voorheen telkens ongeveer 38 uur per week werkte, moet Concreet Hygiene het salaris van januari 2023 tot en met 16 juni 2023 op basis van een 38-urige werkweek uitbetalen. Ook heeft Concreet Hygiene in december 2022 te weinig loon uitbetaald omdat zij ten onrechte een bedrag van € 1.496,60 heeft ingehouden in verband met de aflossing van de lening. Concreet Hygiene moet dit bedrag terugbetalen Tot slot was [de onderbewindgestelde eiser] door de handelwijze van Concreet Hygiëne in de veronderstelling dat hij was ontslagen. Daarom heeft hij – achteraf bezien ten onrechte – een werkloosheidsuitkering aangevraagd en verkregen. [de onderbewindgestelde eiser] heeft daardoor schade geleden omdat hij nu een bedrag van € 1.659,09 aan het UWV moet terugbetalen. Concreet Hygiene dient die schade te vergoeden. 3.3. Concreet Hygiene voert verweer.
Volledig
Concreet Hygiene concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de bewindvoerder, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de bewindvoerder, met veroordeling van de bewindvoerder in de kosten van deze procedure. Op het verweer wordt hierna, waar nodig, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Klachtplicht 4.1.1. Concreet Hygiene heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen omdat [de onderbewindgestelde eiser] niet aan zijn klachtplicht heeft voldaan. Nog afgezien van de vraag of de klachtplicht in alle onderhavige verbintenissen van toepassing is, gaat het beroep op artikel 6:89 BW in dit geval niet op vanwege op het volgende. 4.1.2. Als door [de onderbewindgestelde eiser] onweersproken gesteld staat vast dat Concreet Hygiene in ieder geval op 22 september 2023 is gesommeerd over te gaan tot betaling van zowel het achterstallig loon over de periode van december 2022 tot het einde van het dienstverband als de door [de onderbewindgestelde eiser] gestelde schade. Het is vervolgens aan Concreet Hygiene om voldoende feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit voortvloeit dat er desondanks niet meer gesproken kan worden over een tijdige klacht. Omdat Concreet Hygiene daaraan geen stellingen (meer) heeft gewijd, faalt haar verweer reeds op dit punt. 4.2. Loon vanaf januari 2023 tot einde dienstverband 4.2.1. Vooropgesteld wordt dat partijen het er over eens zijn dat het dienstverband is doorgelopen tot 17 juni 2023. Maar [de onderbewindgestelde eiser] heeft vanaf (medio) januari 2023 geen arbeid meer verricht voor Concreet Hygiene. Tussen partijen is dan ook in geschil of [de onderbewindgestelde eiser] toch recht heeft op (meer) loon over de periode vanaf januari 2023 tot 17 juni 2023. 4.2.2. Beoordeeld moet worden of het niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van [de onderbewindgestelde eiser] behoort te komen ex artikel 7:628 BW. Het is aan Concreet Hygiene om te stellen en indien nodig te bewijzen dat bij [de onderbewindgestelde eiser] de bereidheid ontbrak de bedongen arbeid te verrichten én dat het niet verrichten van de arbeid in redelijkheid voor zijn rekening komt. 4.2.3. Concreet Hygiene meent dat [de onderbewindgestelde eiser] vanaf januari 2023 geen recht had op (meer) loon. [de onderbewindgestelde eiser] is meermaals aangeboden vanaf januari 2023 zijn werkzaamheden op een geschikte locatie voort te zetten en werd ook ingeroosterd en geïnformeerd over zijn werktijden, maar [de onderbewindgestelde eiser] heeft aan herhaalde oproepen tot werkhervatting geen gehoor gegeven. [de onderbewindgestelde eiser] was dus vanaf januari 2023 niet meer beschikbaar om werkzaamheden te verrichten, aldus steeds Concreet Hygiene. 4.2.4. [de onderbewindgestelde eiser] heeft daartegen, althans zo worden zijn stellingen daaromtrent opgevat, opgeworpen dat het niet verrichten van de arbeid niet voor zijn rekening behoort te komen omdat hij door toedoen van Concreet Hygiene in de veronderstelling verkeerde dat hij op 28 december 2022 was ontslagen per 6 januari 2023. Daar komt bij dat Concreet Hygiene op 6 januari 2023 heeft aangegeven ‘ laat je advocaat er maar een zaak van maken’ en zij daarna ook niet meer heeft gereageerd, aldus [de onderbewindgestelde eiser] . 4.2.5. De kantonrechter acht het niet onbegrijpelijk dat [de onderbewindgestelde eiser] op basis van het gesprek van 28 december 2022 in de veronderstelling verkeerde dat hij was ontslagen door Concreet Hygiene. Het door [de onderbewindgestelde eiser] overgelegde audiofragment van het gesprek op 28 december 2022 biedt voldoende aanknopingspunten voor die veronderstelling. Tijdens dat gesprek heeft de leidinggevende van [de onderbewindgestelde eiser] onder meer het volgende gezegd: ‘ Misschien beter om afscheid te nemen van elkaar. (…) We hebben toch besloten, 6 januari kappen we ermee. (…) Op dit moment zitten we echt vol en hebben we genoeg mensen zitten. (…) Voordat je weggaat moet het geld binnen zijn. (…) Maar luister omdat je niet meer in dienst bent (…) Op het moment dat werkgever en werknemer uit elkaar gaan, dan moet het gehele bedrag worden afgelost. (…) We gaan uit elkaar (…).” Vervolgens heeft Concreet Hygiene bij de uitbetaling van het loon over de maand december 2022 een bedrag van € 1.464,00 ingehouden in verband met de (nagenoeg gehele) aflossing van de lening, zoals door haar ook in het voornoemde gesprek is aangegeven. [de onderbewindgestelde eiser] heeft dit kunnen zien als een bevestiging van de juistheid van zijn veronderstelling. 4.2.6. Maar [de onderbewindgestelde eiser] mocht niet blijven vasthouden aan zijn aanname dat hij was ontslagen en na 6 januari 2023 niet meer op het werk hoefde te verschijnen, gelet op de feiten en omstandigheden die zich hierna hebben voorgedaan. 4.2.7. Concreet Hygiene heeft in het whatsappcontact tussen partijen op 6 januari 2023 desgevraagd expliciet aangegeven dat [de onderbewindgestelde eiser] niet is ontslagen (maar dat alleen zijn tewerkstelling in Amsterdam is gestopt), dat Concreet Hygiene verplicht is om [de onderbewindgestelde eiser] twee uren per week van werk te voorzien en dat [de onderbewindgestelde eiser] – als hij wil – twee uren per week kan werken. Daarna heeft Concreet Hygiene [de onderbewindgestelde eiser] op 19 januari 2023 een brief gestuurd waarin staat dat [de onderbewindgestelde eiser] zonder geldige reden niet op het werk is verschenen, terwijl de werktijd en locatie vooraf met hem zijn overlegd en bevestigd. Vervolgens heeft Concreet Hygiene [de onderbewindgestelde eiser] op 26 januari 2023 een whatsappbericht gestuurd waarin onder meer staat: “ ik heb nog geen antwoord van jou op mijn voorstel om bij [naam] te werken voor 8 uur per dag. Wil je mij even bellen hierover’ . Omdat Concreet Hygiene daarop geen gehoor kreeg, heeft zij op 2 februari 2023 nogmaals een e-mail naar [de onderbewindgestelde eiser] gestuurd waarin hij wordt verzocht contact op te nemen. 4.2.8. Vast is komen te staan dat [de onderbewindgestelde eiser] in ieder geval een aantal van voornoemde berichten van Concreet Hygiene heeft ontvangen. Zo heeft [de onderbewindgestelde eiser] ter zitting erkend dat hij de berichten van Concreet Hygiene over het voorstel over overplaatsing en het verzoek om contact heeft ontvangen. Daar komt bij dat onder het whatsappbericht van Concreet Hygiene van 26 januari 2023 ‘blauwe vinkjes’ staan, hetgeen betekent dat het bericht is gelezen. Het is dan ook onbegrijpelijk waarom [de onderbewindgestelde eiser] niet (meer) op deze berichten en het aanbod van Concreet Hygiene heeft gereageerd. Daarvoor heeft [de onderbewindgestelde eiser] ter zitting ook geen (goede) reden gegeven. Dat [de onderbewindgestelde eiser] was aangeslagen door de gehele gang van zaken en in het bijzonder door de inhouding van loon in december 2022 wil de kantonrechter wel aannemen, maar dat betekent niet dat hij niet meer op de berichten van Concreet Hygiene hoefde te reageren, laat staan dat hij nu – desondanks – met succes loon over de periode vanaf januari 2023 kan vorderen. 4.2.9. De conclusie is dat, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, het niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de [de onderbewindgestelde eiser] komt. [de onderbewindgestelde eiser] heeft dus geen recht op (meer) loon vanaf januari 2023 tot het einde van zijn dienstverband. De vordering op dit onderdeel wordt daarom afgewezen. 4.3. Terugbetaling werkloosheidsuitkering 4.3.1. [de onderbewindgestelde eiser] heeft na het gesprek op 28 december 2022 begrijpelijkerwijs een werkloosheidsuitkering aangevraagd bij het UWV. [de onderbewindgestelde eiser] heeft de uitkering kennelijk in maart en april 2023 ontvangen. Maar omdat achteraf is gebleken – en zoals hiervoor al aan de orde is gekomen – dat Concreet Hygiene [de onderbewindgestelde eiser] niet heeft ontslagen, heeft [de onderbewindgestelde eiser] de werkloosheidsuitkering ad € 1.659,09 aan het UWV moeten terugbetalen. 4.3.2. Anders dan [de onderbewindgestelde eiser] meent, valt niet in te zien dat Concreet Hygiene dit bedrag aan [de onderbewindgestelde eiser] moet vergoeden.
Volledig
Concreet Hygiene concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de bewindvoerder, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de bewindvoerder, met veroordeling van de bewindvoerder in de kosten van deze procedure. Op het verweer wordt hierna, waar nodig, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Klachtplicht 4.1.1. Concreet Hygiene heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen omdat [de onderbewindgestelde eiser] niet aan zijn klachtplicht heeft voldaan. Nog afgezien van de vraag of de klachtplicht in alle onderhavige verbintenissen van toepassing is, gaat het beroep op artikel 6:89 BW in dit geval niet op vanwege op het volgende. 4.1.2. Als door [de onderbewindgestelde eiser] onweersproken gesteld staat vast dat Concreet Hygiene in ieder geval op 22 september 2023 is gesommeerd over te gaan tot betaling van zowel het achterstallig loon over de periode van december 2022 tot het einde van het dienstverband als de door [de onderbewindgestelde eiser] gestelde schade. Het is vervolgens aan Concreet Hygiene om voldoende feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit voortvloeit dat er desondanks niet meer gesproken kan worden over een tijdige klacht. Omdat Concreet Hygiene daaraan geen stellingen (meer) heeft gewijd, faalt haar verweer reeds op dit punt. 4.2. Loon vanaf januari 2023 tot einde dienstverband 4.2.1. Vooropgesteld wordt dat partijen het er over eens zijn dat het dienstverband is doorgelopen tot 17 juni 2023. Maar [de onderbewindgestelde eiser] heeft vanaf (medio) januari 2023 geen arbeid meer verricht voor Concreet Hygiene. Tussen partijen is dan ook in geschil of [de onderbewindgestelde eiser] toch recht heeft op (meer) loon over de periode vanaf januari 2023 tot 17 juni 2023. 4.2.2. Beoordeeld moet worden of het niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van [de onderbewindgestelde eiser] behoort te komen ex artikel 7:628 BW. Het is aan Concreet Hygiene om te stellen en indien nodig te bewijzen dat bij [de onderbewindgestelde eiser] de bereidheid ontbrak de bedongen arbeid te verrichten én dat het niet verrichten van de arbeid in redelijkheid voor zijn rekening komt. 4.2.3. Concreet Hygiene meent dat [de onderbewindgestelde eiser] vanaf januari 2023 geen recht had op (meer) loon. [de onderbewindgestelde eiser] is meermaals aangeboden vanaf januari 2023 zijn werkzaamheden op een geschikte locatie voort te zetten en werd ook ingeroosterd en geïnformeerd over zijn werktijden, maar [de onderbewindgestelde eiser] heeft aan herhaalde oproepen tot werkhervatting geen gehoor gegeven. [de onderbewindgestelde eiser] was dus vanaf januari 2023 niet meer beschikbaar om werkzaamheden te verrichten, aldus steeds Concreet Hygiene. 4.2.4. [de onderbewindgestelde eiser] heeft daartegen, althans zo worden zijn stellingen daaromtrent opgevat, opgeworpen dat het niet verrichten van de arbeid niet voor zijn rekening behoort te komen omdat hij door toedoen van Concreet Hygiene in de veronderstelling verkeerde dat hij op 28 december 2022 was ontslagen per 6 januari 2023. Daar komt bij dat Concreet Hygiene op 6 januari 2023 heeft aangegeven ‘ laat je advocaat er maar een zaak van maken’ en zij daarna ook niet meer heeft gereageerd, aldus [de onderbewindgestelde eiser] . 4.2.5. De kantonrechter acht het niet onbegrijpelijk dat [de onderbewindgestelde eiser] op basis van het gesprek van 28 december 2022 in de veronderstelling verkeerde dat hij was ontslagen door Concreet Hygiene. Het door [de onderbewindgestelde eiser] overgelegde audiofragment van het gesprek op 28 december 2022 biedt voldoende aanknopingspunten voor die veronderstelling. Tijdens dat gesprek heeft de leidinggevende van [de onderbewindgestelde eiser] onder meer het volgende gezegd: ‘ Misschien beter om afscheid te nemen van elkaar. (…) We hebben toch besloten, 6 januari kappen we ermee. (…) Op dit moment zitten we echt vol en hebben we genoeg mensen zitten. (…) Voordat je weggaat moet het geld binnen zijn. (…) Maar luister omdat je niet meer in dienst bent (…) Op het moment dat werkgever en werknemer uit elkaar gaan, dan moet het gehele bedrag worden afgelost. (…) We gaan uit elkaar (…).” Vervolgens heeft Concreet Hygiene bij de uitbetaling van het loon over de maand december 2022 een bedrag van € 1.464,00 ingehouden in verband met de (nagenoeg gehele) aflossing van de lening, zoals door haar ook in het voornoemde gesprek is aangegeven. [de onderbewindgestelde eiser] heeft dit kunnen zien als een bevestiging van de juistheid van zijn veronderstelling. 4.2.6. Maar [de onderbewindgestelde eiser] mocht niet blijven vasthouden aan zijn aanname dat hij was ontslagen en na 6 januari 2023 niet meer op het werk hoefde te verschijnen, gelet op de feiten en omstandigheden die zich hierna hebben voorgedaan. 4.2.7. Concreet Hygiene heeft in het whatsappcontact tussen partijen op 6 januari 2023 desgevraagd expliciet aangegeven dat [de onderbewindgestelde eiser] niet is ontslagen (maar dat alleen zijn tewerkstelling in Amsterdam is gestopt), dat Concreet Hygiene verplicht is om [de onderbewindgestelde eiser] twee uren per week van werk te voorzien en dat [de onderbewindgestelde eiser] – als hij wil – twee uren per week kan werken. Daarna heeft Concreet Hygiene [de onderbewindgestelde eiser] op 19 januari 2023 een brief gestuurd waarin staat dat [de onderbewindgestelde eiser] zonder geldige reden niet op het werk is verschenen, terwijl de werktijd en locatie vooraf met hem zijn overlegd en bevestigd. Vervolgens heeft Concreet Hygiene [de onderbewindgestelde eiser] op 26 januari 2023 een whatsappbericht gestuurd waarin onder meer staat: “ ik heb nog geen antwoord van jou op mijn voorstel om bij [naam] te werken voor 8 uur per dag. Wil je mij even bellen hierover’ . Omdat Concreet Hygiene daarop geen gehoor kreeg, heeft zij op 2 februari 2023 nogmaals een e-mail naar [de onderbewindgestelde eiser] gestuurd waarin hij wordt verzocht contact op te nemen. 4.2.8. Vast is komen te staan dat [de onderbewindgestelde eiser] in ieder geval een aantal van voornoemde berichten van Concreet Hygiene heeft ontvangen. Zo heeft [de onderbewindgestelde eiser] ter zitting erkend dat hij de berichten van Concreet Hygiene over het voorstel over overplaatsing en het verzoek om contact heeft ontvangen. Daar komt bij dat onder het whatsappbericht van Concreet Hygiene van 26 januari 2023 ‘blauwe vinkjes’ staan, hetgeen betekent dat het bericht is gelezen. Het is dan ook onbegrijpelijk waarom [de onderbewindgestelde eiser] niet (meer) op deze berichten en het aanbod van Concreet Hygiene heeft gereageerd. Daarvoor heeft [de onderbewindgestelde eiser] ter zitting ook geen (goede) reden gegeven. Dat [de onderbewindgestelde eiser] was aangeslagen door de gehele gang van zaken en in het bijzonder door de inhouding van loon in december 2022 wil de kantonrechter wel aannemen, maar dat betekent niet dat hij niet meer op de berichten van Concreet Hygiene hoefde te reageren, laat staan dat hij nu – desondanks – met succes loon over de periode vanaf januari 2023 kan vorderen. 4.2.9. De conclusie is dat, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, het niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de [de onderbewindgestelde eiser] komt. [de onderbewindgestelde eiser] heeft dus geen recht op (meer) loon vanaf januari 2023 tot het einde van zijn dienstverband. De vordering op dit onderdeel wordt daarom afgewezen. 4.3. Terugbetaling werkloosheidsuitkering 4.3.1. [de onderbewindgestelde eiser] heeft na het gesprek op 28 december 2022 begrijpelijkerwijs een werkloosheidsuitkering aangevraagd bij het UWV. [de onderbewindgestelde eiser] heeft de uitkering kennelijk in maart en april 2023 ontvangen. Maar omdat achteraf is gebleken – en zoals hiervoor al aan de orde is gekomen – dat Concreet Hygiene [de onderbewindgestelde eiser] niet heeft ontslagen, heeft [de onderbewindgestelde eiser] de werkloosheidsuitkering ad € 1.659,09 aan het UWV moeten terugbetalen. 4.3.2. Anders dan [de onderbewindgestelde eiser] meent, valt niet in te zien dat Concreet Hygiene dit bedrag aan [de onderbewindgestelde eiser] moet vergoeden.