Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-10-01
ECLI:NL:RBGEL:2025:11953
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
7,004 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11953 text/xml public 2026-04-16T14:07:51 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-10-01 C/05/447423 / HZ ZA 25-37 Uitspraak Bodemzaak NL Zutphen Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11953 text/html public 2026-04-16T14:05:28 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11953 Rechtbank Gelderland , 01-10-2025 / C/05/447423 / HZ ZA 25-37 Verzekeringsrecht, opstalverzekering, waterschade, gedekt evenement of niet? bewijsopdracht RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: C/05/447423 / HZ ZA 25-37 Vonnis van 1 oktober 2025 in de zaak van VVE PALMSTRAAT 3 TE AMSTERDAM , te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: de VVE, advocaat: mr. F.N. Jansen, tegen ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , te Apeldoorn, gedaagde partij, hierna te noemen: Achmea, advocaat: mr. A.P.E. de Ruiter. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 28 mei 2025 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 september 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De kern van de zaak 2.1. De VVE heeft een opstalverzekering afgesloten bij (Avéro) Achmea. Op 17 april 2023 heeft de VVE onder deze verzekering bij Achmea waterschade gemeld aan het appartement gelegen aan de [adres] . Achmea heeft dekking onder de opstalverzekering geweigerd. De VVE moet bewijzen dat de schade onder de dekking van de verzekering valt. 3 De feiten 3.1. In juni 2022 is waterschade ontstaan aan het plafond van het appartement gelegen aan de [adres] , welk appartement onderdeel is van de VVE. 3.2. In november 2022 heeft [loodgieterbedrijf 1] B.V. (hierna: [loodgieterbedrijf 1] ) in opdracht van de heer en mevrouw [woningeigenaren] – de eigenaren van appartement [huisnummer] – werkzaamheden verricht in verband met deze lekkage. Uit de factuur van [loodgieterbedrijf 1] volgt – voor zover relevant – het volgende: “ We hebben onderzoek ingesteld en het voetlood in de gevel was niet goed. Ook liep het regenwater van 1,5 pand op het achterdak. En er was een balkonpaal die inregende. ” [loodgieterbedrijf 1] heeft blijkens de factuur nieuw voetlood aangebracht en de hemelwaterafvoer omgeleid. Na deze werkzaamheden bleef sprake van lekkage. 3.3. Op 23 maart 2023 is een medewerker van [loodgieterbedrijf 2] B.V. (hierna: [loodgieterbedrijf 2] ) ter plaatse geweest om de oorzaak van de lekkage op te sporen. Per e-mail van 29 maart 2023 heeft de heer [medewerker 1 van loodgieterbedrijf 2] van [loodgieterbedrijf 2] – voor zover relevant – het volgende geschreven: “ Wij zijn donderdag 23 maart, zoals afgesproken, langs geweest op boven genoemd werkadres en hebben de lekkage gevonden. De lekkage komt bij nummer [huisnummer] vandaan. Hier zit op het balkon een balkonkast, daar is niet onderdoor geplakt waardoor al het water op de betonnen ondergrond komt en zo onder de isolatie zich verspreid. Tevens stond de vulkraan van de cv de lekken, waardoor het nog natter op het beton werd. Deze hebben we dicht gezet. […] ” 3.4. In opdracht van de VVE heeft de heer [vertegenwoordiger VVE] telefonisch gesproken met de heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] , een loodgieter die op 23 maart 2023 als werknemer van [loodgieterbedrijf 2] werkzaamheden heeft verricht op de Palmstraat [huisnummer] en [huisnummer] . De heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] heeft – voor zover relevant – het volgende verklaard: “ Ik constateerde op die datum dat de wasmachinekraan of vulkraan in de CV-kast op het balkon van [adres] hoog lekte of druppelde. Die druppels vielen in de kast waar de Cv-installatie was geplaatst en deden dat rechtstreeks op het constructieve onbeschermde dak. De druppels kwamen niet uit het gedeelte van de kraan waar het uit hoort te komen, maar het kwam uit de achterkant waar de keerklep in zit. ” 3.5. De VVE heeft de waterschade aan appartement [huisnummer] ( in totaal € 32.354,65) op 17 april 2023 gemeld bij haar opstalverzekeraar Achmea. In de toepasselijke polisvoorwaarden staat – voor zover relevant – betreffende waterschade het volgende: “ 2. Welke schade aan het gebouw is verzekerd? Lees in de Begrippen wat bij het gebouw hoort. De gebeurtenis hieronder vindt plaats tijdens de verzekering. […] Schade door water uit een waterinstallatie die plotseling kapot is. Bijvoorbeeld door vorst of breuk. Ook drank uit een drankinstallatie. Ook als aangesloten toestellen of leidingen kapot zijn. Ook bij airco of blusinstallaties. - Ook blusmiddel of stoom. Schade door water dat plotseling overloopt uit waterinstallaties. Bijvoorbeeld uit een cv-ketel. Ook drank uit een drankinstallatie. Schade door neerslag die het gebouw plotseling binnenkomt. […] 8. Wanneer is schade door neerslag niet verzekerd? Lees in de Begrippen wat bij het gebouw hoort. Als er fouten bij het bouwen zijn gemaakt. Als het gebouw slecht onderhouden is. Bijvoorbeeld zichtbare houtrot aan kozijnen. […] 10. Wanneer is schade door water uit waterinstallaties of aangesloten toestellen niet verzekerd? Als de schade komt doordat een vul- of tuinslang blijvend is aangesloten. ” 3.6. Achmea heeft uitkering onder de verzekering geweigerd. Zij heeft deze afwijzing bij brief van 31 augustus 2023 toegelicht onder verwijzing naar een in haar opdracht opgesteld expertiserapport van mevrouw [expert 1] van 3.0 Expertise. 4 Het geschil 4.1. De VVE vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht te verklaren dat Achmea gehouden is dekking te verlenen voor de bij schadeaangifteformulier van gemelde schades onder de verzekering afgesloten bij Achmea onder polisnummer [nummer] ; II. Achmea te veroordelen tot betaling van € 32.354,65, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis; III. Achmea te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten van € 1.742,75 en deskundigenkosten van € 6.788,10, beide te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis; IV. Achmea te veroordelen in de proceskosten en de nakosten van € 131,00 zonder betekening of € 191,00 indien betekening plaatsvindt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis. 4.2. Achmea voert verweer. Achmea concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de VVE, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de VVE, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VVE in de kosten van deze procedure. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling De VVE krijgt de gelegenheid te bewijzen dat zich een gedekte gebeurtenis heeft voorgedaan 5.1. Om te kunnen bepalen of de door de VVE geleden schade is verzekerd, moet allereerst worden beoordeeld of sprake is (geweest) van een gebeurtenis zoals omschreven in artikel 2 van de polisvoorwaarden. Daartoe moet worden vastgesteld waardoor de schade is ontstaan. Dit is eveneens relevant om te kunnen bepalen of een – en zo ja, welke –uitsluitingsclausule uit de polisvoorwaarden van toepassing is. Partijen zijn het erover eens dat het water dat de waterschade in appartement [huisnummer] heeft veroorzaakt, (deels) afkomstig is van het balkon van het appartement gelegen aan de [adres] . Dit appartement maakt geen deel uit van de VVE, maar is onderdeel van het aangrenzende appartementencomplex. Op dit balkon is een afgesloten kast aanwezig met daarin een cv-ketel. Op de bodem van deze kast is geen waterkerende laag aangebracht. Water kan daardoor rechtstreeks de betonvloer van deze kast binnendringen en zich op die manier verspreiden naar de appartementen [huisnummer] en [huisnummer] . 5.2. Partijen verschillen van mening over de precieze oorzaak van de lekkage. De VVE stelt dat de waterschade is veroorzaakt door de kapotte vulkraan in de cv-kast en verwijst daarbij onder meer naar de verklaring van de heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] , zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.4. Daarom is volgens haar sprake van schade door water uit een waterinstallatie die plotseling kapot is, of door water dat plotseling overloopt uit een waterinstallatie (als bedoeld in artikel 2 van de polisvoorwaarden).
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11953 text/xml public 2026-04-16T14:07:51 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-10-01 C/05/447423 / HZ ZA 25-37 Uitspraak Bodemzaak NL Zutphen Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11953 text/html public 2026-04-16T14:05:28 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11953 Rechtbank Gelderland , 01-10-2025 / C/05/447423 / HZ ZA 25-37 Verzekeringsrecht, opstalverzekering, waterschade, gedekt evenement of niet? bewijsopdracht RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: C/05/447423 / HZ ZA 25-37 Vonnis van 1 oktober 2025 in de zaak van VVE PALMSTRAAT 3 TE AMSTERDAM , te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: de VVE, advocaat: mr. F.N. Jansen, tegen ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , te Apeldoorn, gedaagde partij, hierna te noemen: Achmea, advocaat: mr. A.P.E. de Ruiter. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 28 mei 2025 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 september 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De kern van de zaak 2.1. De VVE heeft een opstalverzekering afgesloten bij (Avéro) Achmea. Op 17 april 2023 heeft de VVE onder deze verzekering bij Achmea waterschade gemeld aan het appartement gelegen aan de [adres] . Achmea heeft dekking onder de opstalverzekering geweigerd. De VVE moet bewijzen dat de schade onder de dekking van de verzekering valt. 3 De feiten 3.1. In juni 2022 is waterschade ontstaan aan het plafond van het appartement gelegen aan de [adres] , welk appartement onderdeel is van de VVE. 3.2. In november 2022 heeft [loodgieterbedrijf 1] B.V. (hierna: [loodgieterbedrijf 1] ) in opdracht van de heer en mevrouw [woningeigenaren] – de eigenaren van appartement [huisnummer] – werkzaamheden verricht in verband met deze lekkage. Uit de factuur van [loodgieterbedrijf 1] volgt – voor zover relevant – het volgende: “ We hebben onderzoek ingesteld en het voetlood in de gevel was niet goed. Ook liep het regenwater van 1,5 pand op het achterdak. En er was een balkonpaal die inregende. ” [loodgieterbedrijf 1] heeft blijkens de factuur nieuw voetlood aangebracht en de hemelwaterafvoer omgeleid. Na deze werkzaamheden bleef sprake van lekkage. 3.3. Op 23 maart 2023 is een medewerker van [loodgieterbedrijf 2] B.V. (hierna: [loodgieterbedrijf 2] ) ter plaatse geweest om de oorzaak van de lekkage op te sporen. Per e-mail van 29 maart 2023 heeft de heer [medewerker 1 van loodgieterbedrijf 2] van [loodgieterbedrijf 2] – voor zover relevant – het volgende geschreven: “ Wij zijn donderdag 23 maart, zoals afgesproken, langs geweest op boven genoemd werkadres en hebben de lekkage gevonden. De lekkage komt bij nummer [huisnummer] vandaan. Hier zit op het balkon een balkonkast, daar is niet onderdoor geplakt waardoor al het water op de betonnen ondergrond komt en zo onder de isolatie zich verspreid. Tevens stond de vulkraan van de cv de lekken, waardoor het nog natter op het beton werd. Deze hebben we dicht gezet. […] ” 3.4. In opdracht van de VVE heeft de heer [vertegenwoordiger VVE] telefonisch gesproken met de heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] , een loodgieter die op 23 maart 2023 als werknemer van [loodgieterbedrijf 2] werkzaamheden heeft verricht op de Palmstraat [huisnummer] en [huisnummer] . De heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] heeft – voor zover relevant – het volgende verklaard: “ Ik constateerde op die datum dat de wasmachinekraan of vulkraan in de CV-kast op het balkon van [adres] hoog lekte of druppelde. Die druppels vielen in de kast waar de Cv-installatie was geplaatst en deden dat rechtstreeks op het constructieve onbeschermde dak. De druppels kwamen niet uit het gedeelte van de kraan waar het uit hoort te komen, maar het kwam uit de achterkant waar de keerklep in zit. ” 3.5. De VVE heeft de waterschade aan appartement [huisnummer] ( in totaal € 32.354,65) op 17 april 2023 gemeld bij haar opstalverzekeraar Achmea. In de toepasselijke polisvoorwaarden staat – voor zover relevant – betreffende waterschade het volgende: “ 2. Welke schade aan het gebouw is verzekerd? Lees in de Begrippen wat bij het gebouw hoort. De gebeurtenis hieronder vindt plaats tijdens de verzekering. […] Schade door water uit een waterinstallatie die plotseling kapot is. Bijvoorbeeld door vorst of breuk. Ook drank uit een drankinstallatie. Ook als aangesloten toestellen of leidingen kapot zijn. Ook bij airco of blusinstallaties. - Ook blusmiddel of stoom. Schade door water dat plotseling overloopt uit waterinstallaties. Bijvoorbeeld uit een cv-ketel. Ook drank uit een drankinstallatie. Schade door neerslag die het gebouw plotseling binnenkomt. […] 8. Wanneer is schade door neerslag niet verzekerd? Lees in de Begrippen wat bij het gebouw hoort. Als er fouten bij het bouwen zijn gemaakt. Als het gebouw slecht onderhouden is. Bijvoorbeeld zichtbare houtrot aan kozijnen. […] 10. Wanneer is schade door water uit waterinstallaties of aangesloten toestellen niet verzekerd? Als de schade komt doordat een vul- of tuinslang blijvend is aangesloten. ” 3.6. Achmea heeft uitkering onder de verzekering geweigerd. Zij heeft deze afwijzing bij brief van 31 augustus 2023 toegelicht onder verwijzing naar een in haar opdracht opgesteld expertiserapport van mevrouw [expert 1] van 3.0 Expertise. 4 Het geschil 4.1. De VVE vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht te verklaren dat Achmea gehouden is dekking te verlenen voor de bij schadeaangifteformulier van gemelde schades onder de verzekering afgesloten bij Achmea onder polisnummer [nummer] ; II. Achmea te veroordelen tot betaling van € 32.354,65, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis; III. Achmea te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten van € 1.742,75 en deskundigenkosten van € 6.788,10, beide te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis; IV. Achmea te veroordelen in de proceskosten en de nakosten van € 131,00 zonder betekening of € 191,00 indien betekening plaatsvindt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis. 4.2. Achmea voert verweer. Achmea concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de VVE, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de VVE, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VVE in de kosten van deze procedure. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling De VVE krijgt de gelegenheid te bewijzen dat zich een gedekte gebeurtenis heeft voorgedaan 5.1. Om te kunnen bepalen of de door de VVE geleden schade is verzekerd, moet allereerst worden beoordeeld of sprake is (geweest) van een gebeurtenis zoals omschreven in artikel 2 van de polisvoorwaarden. Daartoe moet worden vastgesteld waardoor de schade is ontstaan. Dit is eveneens relevant om te kunnen bepalen of een – en zo ja, welke –uitsluitingsclausule uit de polisvoorwaarden van toepassing is. Partijen zijn het erover eens dat het water dat de waterschade in appartement [huisnummer] heeft veroorzaakt, (deels) afkomstig is van het balkon van het appartement gelegen aan de [adres] . Dit appartement maakt geen deel uit van de VVE, maar is onderdeel van het aangrenzende appartementencomplex. Op dit balkon is een afgesloten kast aanwezig met daarin een cv-ketel. Op de bodem van deze kast is geen waterkerende laag aangebracht. Water kan daardoor rechtstreeks de betonvloer van deze kast binnendringen en zich op die manier verspreiden naar de appartementen [huisnummer] en [huisnummer] . 5.2. Partijen verschillen van mening over de precieze oorzaak van de lekkage. De VVE stelt dat de waterschade is veroorzaakt door de kapotte vulkraan in de cv-kast en verwijst daarbij onder meer naar de verklaring van de heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] , zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.4. Daarom is volgens haar sprake van schade door water uit een waterinstallatie die plotseling kapot is, of door water dat plotseling overloopt uit een waterinstallatie (als bedoeld in artikel 2 van de polisvoorwaarden).
Volledig
In dit kader voert de VVE aan dat na het herstellen van de vulkraan geen nieuwe waterschade is ontstaan. De VVE heeft ter verdere onderbouwing van haar stelling een expertiserapport van de heer [expert 2] van [bedrijf] overgelegd. [expert 2] concludeert – samengevat – dat de lekkende vulkraan de oorzaak van de waterschade was. 5.3. Achmea betwist dat de lekkage (geheel) te wijten is aan een lekkende vulkraan. Volgens haar is de waterschade ontstaan als gevolg van regenwater. Ter onderbouwing hiervan verwijst Achmea naar het door haar overgelegde expertiserapport van [expert 1] . Deze concludeert dat de schade niet het gevolg kan zijn van een lekkend kraantje. De schade moet volgens [expert 1] het gevolg zijn van een langdurige lekkage ten gevolge van constructiefouten en slecht onderhoud van de balkons. Achmea betwist verder dat de vulkraan in de cv-kast kapot was. Zij wijst naar de e-mail van [loodgieterbedrijf 2] van 29 maart 2023, waaruit volgens Achmea volgt dat de vulkraan niet goed dichtgedraaid was. Achmea wijst er ter verdere onderbouwing op dat op de factuur van [loodgieterbedrijf 2] geen materiaal is vermeld, hetgeen volgens Achmea bevestigt dat de kraan niet is gerepareerd, maar is dichtgedraaid. 5.4. Ten slotte – voor zover al sprake zou zijn van een defecte vulkraan – voert Achmea aan dat geen sprake is van een plotseling defect, terwijl dit op grond van de polisvoorwaarden wel is vereist. Achmea wijst hierbij op de verstreken tijd tussen het ontdekken van de waterschade en het (laten) uitvoeren van werkzaamheden om de problemen te verhelpen. De VVE heeft in dit kader aangevoerd dat de vulkraan wel degelijk plotseling kapot kan zijn gegaan, ook al heeft het oplossen van de problematiek lang geduurd. 5.5. Gelet op wat partijen over en weer hebben aangevoerd, kan niet worden vastgesteld wat de exacte oorzaak van de waterschade in appartement [huisnummer] is geweest. De rechtbank kan op basis van de e-mail van [loodgieterbedrijf 2] van 29 maart 2023 en de factuur van [loodgieterbedrijf 2] niet zonder meer aannemen dat deze schade is veroorzaakt door (uitsluitend) een lekkende vulkraan. Weliswaar heeft de heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] – voormalig medewerker van [loodgieterbedrijf 2] – verklaard dat de vulkraan druppelde aan de achterkant van de kraan, waar de keerklep zit, maar onduidelijk blijft welke werkzaamheden [loodgieterbedrijf 2] precies heeft verricht ter reparatie en waarom geen materialen zijn opgenomen op de factuur. Evenmin is duidelijk of de in appartement [huisnummer] opgetreden waterschade kan zijn veroorzaakt door een lekkende vulkraan. De rechtbank kan evenwel ook niet zonder meer uitgaan van de juistheid van het rapport van [expert 1] . Zoals de VVE terecht aanvoert heeft [expert 1] de schadelocatie immers niet (volledig) kunnen inspecteren en heeft zij haar rapport deels gebaseerd op facturen (waaronder die van [loodgieterbedrijf 1] ) en foto’s. Bovendien noemt [expert 1] in haar rapport geen concrete oorzaak voor de lekkage. Zij schrijft slechts “ De schade moet een gevolg zijn van een langdurige lekkage ten gevolge van constructiefouten en slecht onderhoud van de balkons van 3-1 en 5-1. ” 5.6. Het is aan de VVE om te stellen – en bij betwisting te bewijzen – dat zich een gebeurtenis heeft voorgedaan waartegen de verzekering dekking biedt (artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De VVE maakt immers aanspraak op een uitkering krachtens de verzekeringsovereenkomst. De rechtbank is van oordeel dat de VVE haar stelling, dat de waterschade is veroorzaakt door een lekkende vulkraan, voldoende heeft onderbouwd. Achmea heeft deze stelling echter ook voldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank zal de VVE daarom opdragen te bewijzen dat de in appartement [huisnummer] opgetreden waterschade is veroorzaakt door een lekkende vulkraan in de cv-kast op het balkon van appartement [huisnummer] . 5.7. Partijen moeten er rekening mee houden dat de rechtbank aansluitend aan het getuigenverhoor een mondelinge behandeling kan houden om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun standpunten nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging. 5.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 6 De beslissing De rechtbank 6.1. draagt de VVE op te bewijzen dat de in appartement [huisnummer] opgetreden waterschade is veroorzaakt door een lekkende vulkraan in de cv-kast op het balkon van appartement [huisnummer] , 6.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 15 oktober 2025 voor uitlating door de VVE of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, 6.3. bepaalt dat, als de VVE geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen, 6.4. bepaalt dat, als de VVE getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden december 2024 tot en met april 2025 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 6.5. bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. K.H.A. Heenk, in het gerechtsgebouw te Zutphen, Martinetsingel 2, 6.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen, 6.7. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 RG/KH
Volledig
In dit kader voert de VVE aan dat na het herstellen van de vulkraan geen nieuwe waterschade is ontstaan. De VVE heeft ter verdere onderbouwing van haar stelling een expertiserapport van de heer [expert 2] van [bedrijf] overgelegd. [expert 2] concludeert – samengevat – dat de lekkende vulkraan de oorzaak van de waterschade was. 5.3. Achmea betwist dat de lekkage (geheel) te wijten is aan een lekkende vulkraan. Volgens haar is de waterschade ontstaan als gevolg van regenwater. Ter onderbouwing hiervan verwijst Achmea naar het door haar overgelegde expertiserapport van [expert 1] . Deze concludeert dat de schade niet het gevolg kan zijn van een lekkend kraantje. De schade moet volgens [expert 1] het gevolg zijn van een langdurige lekkage ten gevolge van constructiefouten en slecht onderhoud van de balkons. Achmea betwist verder dat de vulkraan in de cv-kast kapot was. Zij wijst naar de e-mail van [loodgieterbedrijf 2] van 29 maart 2023, waaruit volgens Achmea volgt dat de vulkraan niet goed dichtgedraaid was. Achmea wijst er ter verdere onderbouwing op dat op de factuur van [loodgieterbedrijf 2] geen materiaal is vermeld, hetgeen volgens Achmea bevestigt dat de kraan niet is gerepareerd, maar is dichtgedraaid. 5.4. Ten slotte – voor zover al sprake zou zijn van een defecte vulkraan – voert Achmea aan dat geen sprake is van een plotseling defect, terwijl dit op grond van de polisvoorwaarden wel is vereist. Achmea wijst hierbij op de verstreken tijd tussen het ontdekken van de waterschade en het (laten) uitvoeren van werkzaamheden om de problemen te verhelpen. De VVE heeft in dit kader aangevoerd dat de vulkraan wel degelijk plotseling kapot kan zijn gegaan, ook al heeft het oplossen van de problematiek lang geduurd. 5.5. Gelet op wat partijen over en weer hebben aangevoerd, kan niet worden vastgesteld wat de exacte oorzaak van de waterschade in appartement [huisnummer] is geweest. De rechtbank kan op basis van de e-mail van [loodgieterbedrijf 2] van 29 maart 2023 en de factuur van [loodgieterbedrijf 2] niet zonder meer aannemen dat deze schade is veroorzaakt door (uitsluitend) een lekkende vulkraan. Weliswaar heeft de heer [medewerker 2 van loodgieterbedrijf 2] – voormalig medewerker van [loodgieterbedrijf 2] – verklaard dat de vulkraan druppelde aan de achterkant van de kraan, waar de keerklep zit, maar onduidelijk blijft welke werkzaamheden [loodgieterbedrijf 2] precies heeft verricht ter reparatie en waarom geen materialen zijn opgenomen op de factuur. Evenmin is duidelijk of de in appartement [huisnummer] opgetreden waterschade kan zijn veroorzaakt door een lekkende vulkraan. De rechtbank kan evenwel ook niet zonder meer uitgaan van de juistheid van het rapport van [expert 1] . Zoals de VVE terecht aanvoert heeft [expert 1] de schadelocatie immers niet (volledig) kunnen inspecteren en heeft zij haar rapport deels gebaseerd op facturen (waaronder die van [loodgieterbedrijf 1] ) en foto’s. Bovendien noemt [expert 1] in haar rapport geen concrete oorzaak voor de lekkage. Zij schrijft slechts “ De schade moet een gevolg zijn van een langdurige lekkage ten gevolge van constructiefouten en slecht onderhoud van de balkons van 3-1 en 5-1. ” 5.6. Het is aan de VVE om te stellen – en bij betwisting te bewijzen – dat zich een gebeurtenis heeft voorgedaan waartegen de verzekering dekking biedt (artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De VVE maakt immers aanspraak op een uitkering krachtens de verzekeringsovereenkomst. De rechtbank is van oordeel dat de VVE haar stelling, dat de waterschade is veroorzaakt door een lekkende vulkraan, voldoende heeft onderbouwd. Achmea heeft deze stelling echter ook voldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank zal de VVE daarom opdragen te bewijzen dat de in appartement [huisnummer] opgetreden waterschade is veroorzaakt door een lekkende vulkraan in de cv-kast op het balkon van appartement [huisnummer] . 5.7. Partijen moeten er rekening mee houden dat de rechtbank aansluitend aan het getuigenverhoor een mondelinge behandeling kan houden om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun standpunten nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging. 5.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 6 De beslissing De rechtbank 6.1. draagt de VVE op te bewijzen dat de in appartement [huisnummer] opgetreden waterschade is veroorzaakt door een lekkende vulkraan in de cv-kast op het balkon van appartement [huisnummer] , 6.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 15 oktober 2025 voor uitlating door de VVE of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, 6.3. bepaalt dat, als de VVE geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen, 6.4. bepaalt dat, als de VVE getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden december 2024 tot en met april 2025 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 6.5. bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. K.H.A. Heenk, in het gerechtsgebouw te Zutphen, Martinetsingel 2, 6.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen, 6.7. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 RG/KH