Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-12-11
ECLI:NL:RBGEL:2025:11933
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
9,266 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11933 text/xml public 2026-03-23T11:25:38 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-12-11 05/142863-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11933 text/html public 2026-03-19T11:28:55 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11933 Rechtbank Gelderland , 11-12-2025 / 05/142863-25 veroordeling tot een gevangenisstraf van 107 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren, wegens een diefstal met geweld. Verdachte heeft het slachtoffer samen met zijn medeverdachten in zijn woning overvallen en daarbij goederen weggenomen. De oplichting van verdachte is geen rechtvaardiging voor haar handelen. Ten aanzien van de vordering benadeelde partij wordt de benadeelde voor een groot deel niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing van de vordering. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.142863.25 Datum uitspraak : 11 december 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . raadsvrouw: mr. B.L.M. Dankelman, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 5 maart 2025 te [woonplaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goederen van haar gading (te weten € 5.000,- aan contant geld, althans enig geldbedrag, en/of een ledger en/of sleutels (waaronder een huissleutel en/of een autosleutel) en/of een bril van het merk Cartier en/of een jas van het merk Moncler, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - de woning van voornoemde [aangever] binnen te treden en/of - voornoemde [aangever] (met een parfumfles) (meermaals) op/tegen zijn hoofd te slaan en/of - voornoemde [aangever] (meermaals) op/tegen het lichaam te slaan en/of - voornoemde [aangever] (meermaals) op/tegen de schouder en/of op/tegen het lichaam te schoppen/trappen en/of - voornoemde [aangever] een (keuken)mes op de keel te zetten en/of - een (slagers)mes vast te houden en/of - tegen voornoemde [aangever] te zeggen “we gaan weg met geld, anders ga je mee naar Amsterdam, of jij gaat slapen” en/of - voornoemde [aangever] (in een vluchtpoging) van het balkon terug de woning in te trekken. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 5 maart 2025 is verdachte (hierna: [verdachte] ) samen met haar medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar de woning van aangever [aangever] (hierna: aangever) in [woonplaats 1] gegaan. Zij zijn binnengetreden door gebruik te maken van zijn huissleutel die op de voordeur zat. Zij hebben uit deze woning een ledger, huissleutels en een jas van het merk Moncler van aangever weggenomen. Aangever is hierbij op zijn hoofd geslagen met een parfumfles en tegen zijn lichaam geslagen. Aangever heeft hierdoor lichamelijk letsel opgelopen. Aangever heeft nog geprobeerd te vluchten via het balkon, maar hij is (bij zijn eerste vluchtpoging) terug de woning in getrokken. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de diefstal van een ledger, een Moncler jas en de huissleutels. De verdachten hadden een gezamenlijk doel en dat was het wegnemen van goederen ter compensatie van het door [verdachte] geïnvesteerde cryptobedrag. Voor de diefstal van de overige goederen in de tenlastelegging moet [verdachte] worden vrijgesproken, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De officier van justitie heeft verder gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het bij de diefstal tenlastegelegde geweld, nu het geweld niet is toegepast met het oogmerk om de diefstal te bevorderen, maar om het vluchten door aangever te voorkomen dan wel omdat [medeverdachte 2] terloops in een gevecht belandde met aangever. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het haar tenlastegelegde feit. Daartoe is aangevoerd dat geen wettig en overtuigend bewijs is voor diefstal van een Cartier bril en contant geld. Ten aanzien van de diefstal van de ledger en de Moncler jas heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen sprake is van nauwe en bewuste samenwerking door [verdachte] hierbij. Zij heeft deze spullen niet weggenomen en was hier ook niet van op de hoogte. Voor wat betreft de diefstal van de huissleutels is sprake van aannemelijke instrumentele intentie, namelijk het binnenkomen van de woning van aangever, zodat van het oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening geen sprake meer kan zijn. Met betrekking tot het tenlastegelegde geweld heeft de raadsvrouw bepleit dat [verdachte] hier geen (voorwaardelijk) opzet op had, zij wilde immers enkel het conflict tussen haar en aangever oplossen. Daartoe heeft zij het advies van de politie opgevolgd, is zij naar de woning van aangever gegaan en heeft zij uit bescherming van zichzelf meer mensen meegenomen. Zij was weliswaar aanwezig op het moment dat het geweld werd gepleegd, maar [verdachte] heeft hieraan geen enkele bijdrage geleverd. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank ziet zich voor de vragen gesteld of sprake was van het oogmerk op het plegen van een diefstal met geweld en vervolgens of die diefstal in nauwe en bewuste samenwerking is gepleegd. De rechtbank schetst voor de beantwoording hiervan allereerst de aanleiding en zal vervolgens ingaan op de gestelde vragen. Aanleiding [verdachte] heeft verklaard dat zij in totaal een bedrag van € 15.000,00 heeft geïnvesteerd, zodat aangever voor haar kon handelen in cryptovaluta. Aangever zou haar van alles op de hoogte houden en hij zou € 10.000,00 op de ledger van [verdachte] zetten. Het bedrag van € 5.000,00 zou door aangever actief verhandeld worden. Na één week zag [verdachte] dat haar ledger leeg was en dat aangever iets anders met het geld had gedaan. [verdachte] concludeerde dat zij was opgelicht door aangever. Zij heeft geprobeerd hem te bellen maar hij nam niet op, zij heeft hem ook meerdere sms’jes en een e-mail gestuurd. Aangever reageerde echter nergens op. [verdachte] is bij de politie geweest om te vragen of zij haar konden helpen haar geld terug te krijgen. De politie kon hier niets in betekenen. Daarop is [verdachte] ook meerdere keren bij aangever aan de deur gegaan om te vragen wat er met haar geld was gebeurd. Hoewel aangever thuis leek te zijn deed hij zijn deur niet open. 5 maart 2025 [verdachte] heeft verklaard dat zij op 5 maart 2025 samen met [medeverdachte 1] bij aangever aan de deur geweest om haar geld terug te vragen. Hij deed weer de deur niet open . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij aanbelde bij één van de buren en zich voordeed als een vriend of kennis. Deze buren openden de centrale toegangsdeur. Eenmaal aangekomen bij de voordeur van de woning van aangever zagen [verdachte] en [medeverdachte 1] dat de sleutelbos op de deur zat. [medeverdachte 1] heeft de huissleutel gepakt en deze aan [verdachte] gegeven. [verdachte] heeft vervolgens twee Amsterdammers gebeld. [medeverdachte 1] hoorde [verdachte] tegen hen zeggen: ‘Je raadt nooit wat ik heb gevonden, de sleutel’.
Volledig
Zij vroeg hen of ze zo snel mogelijk naar Nijmegen of [woonplaats 1] wilden komen. Twee uur later waren zij in [woonplaats 1] aangekomen. [medeverdachte 2] was één van deze Amsterdammers. Hij heeft verklaard dat [verdachte] hem heeft gevraagd of hij aangever wilde benaderen. [medeverdachte 2] is naar [verdachte] toegegaan en hij is met haar naar binnen gegaan bij de woning van aangever. Hij wist dat [verdachte] door aangever was opgelicht voor een aanzienlijk geldbedrag. [medeverdachte 3] , de andere Amsterdammer, was op het moment van dat telefoontje bij [medeverdachte 2] en hoorde het gesprek. Hij heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] is meegegaan naar de woning van aangever. Hij ging mee om het geld van [verdachte] terug te halen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij en [verdachte] toen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in [woonplaats 1] aankwamen met hen, met gebruikmaking van de sleutel van de woning van aangever bij hem naar binnen zijn gegaan. [verdachte] gaf de sleutel aan [medeverdachte 2] en hij maakte de deur open. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij als eerste naar binnenging, daarna [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 1] . Zij gingen met zijn vieren naar binnen om verhaal te halen bij aangever. [medeverdachte 2] is na het binnentreden direct met hem in gevecht geraakt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de jongens uit Amsterdam (de rechtbank begrijpt: zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 3] ) aangever meteen hebben geklapt en geslagen. [aangever] heeft verklaard dat degene die hem had geslagen, “de leider”, zei ‘we gaan weg met geld’ en dat hij vroeg om zijn ledger. [verdachte] had haar eigen ledger meegenomen naar de woning van aangever. Zij wilden dat [aangever] zijn cryptogeld ging overmaken. Zij had ook haar laptop bij zich en stond daarmee en met haar ledger klaar om het cryptogeld over te maken. [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] probeerde tegen te houden toen hij weg wilde gaan. Zij had haar eigen ledger meegenomen naar de woning van aangever . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij zijn laptop moest meenemen en daar een app op downloaden die nodig was voor het verhandelen van cryptovaluta. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat er niets is afgesproken tussen het viertal, maar dat wel duidelijk was dat zijn rol het zoeken naar cashgeld zou zijn. Zijn taak was het zoeken naar geld. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij daar binnen was voor zijn opdracht. Hij kwam daar omdat hij wilde dat zij haar geld terugkreeg, in zijn eigen woorden ‘letterlijk om geld terug te halen’. [verdachte] heeft verklaard dat zij haar geld terug wilde. Aangever zei dat zijn ledger niet bij hem was, maar bij zijn moeder lag. [verdachte] heeft in de woning in de zakken van de jas van aangever gevoeld en merkte dat daar een ledger in zat, de ledger waarvan aangever zei dat die bij zijn moeder zou zijn. Deze hebben ze meegenomen en zijn het huis uitgegaan [medeverdachte 3] heeft vervolgens deze jas van aangever meegenomen. Na 5 maart 2025 De moeder van aangever, [getuige] , heeft verklaard dat [verdachte] op 10 maart 2025 bij haar aan de deur is geweest. [verdachte] zei dat ze op zoek was naar de zoon van [getuige] , ze wilde haar geld terug. Ook [medeverdachte 1] was hierbij aanwezig. Oogmerk diefstal met geweld Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] het doel had om haar geïnvesteerde geldbedrag van aangever terug te krijgen. Om dit te laten slagen heeft zij [medeverdachte 2] gebeld om mee te gaan naar de woning van aangever, nadat [medeverdachte 1] diens huissleutels op de deur van zijn woning had gevonden. [medeverdachte 2] was op de hoogte van het feit dat [verdachte] naar eigen zeggen was opgelicht door aangever. [medeverdachte 3] is met [medeverdachte 2] meegekomen. Zij zijn naar de woning gegaan en daar heeft geweld plaatsgevonden jegens aangever door zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 3] . [medeverdachte 2] noemt hierbij dat hij de opdracht had het geld van [verdachte] terug te halen, kennelijk zonder dat een restrictie was gegeven over de daarbij toe te passen dwang. Voor [medeverdachte 3] was het duidelijk dat hij degene was die geld zou gaan zoeken in de woning. Aangever heeft proberen te vluchten, maar is de woning weer in getrokken. Bij het verlaten van de woning heeft [medeverdachte 3] de Moncler jas van aangever weggenomen en hebben ze de ledger van aangever meegenomen. Ook de huissleutels zijn bij het verlaten van de woning van aangever door de verdachten meegenomen. De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande dat sprake was van een duidelijke bedoeling van de verdachten om uit de woning van aangever, zo nodig tegen diens wil, geld, cryptogeld dan wel iets anders van waarde van hem mee te nemen en dus te stelen, ter compensatie van het geldbedrag waarvoor aangever [verdachte] zou hebben opgelicht. Dat zij te voren in dat verband waarschijnlijk niet specifiek voor ogen hadden waaruit die compensatie zou bestaan doet er niet aan af dat dit oogmerk om compenserende zaken mee te nemen mede het oogmerk omvat op het plegen van diefstal van de ledger van aangever (waarop cryptogeld van aangever al dan niet deels afkomstig uit van door [verdachte] geïnvesteerde geld zou staan), diens Moncler jas (die een grote waarde vertegenwoordigt) en zijn huissleutels. Dat verdachten hierbij ook het opzet hadden op het plegen van geweld om deze diefstal mogelijk te maken blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de uiterlijke verschijningsvorm van hun gedragingen. De vier verdachten zijn samen met zijn vieren, onverwacht en kennelijk zonder toestemming de woning van aangever binnen gedrongen, terwijl aangever eerder de deur niet had geopend voor [verdachte] en [medeverdachte 1] . Vanaf het begin is geweld toegepast. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] houden aangever als hij wil weggaan tegen door hem aan te vallen en trekken hem terug de woning in op het moment dat hij wil vluchten. Hoewel [verdachte] en [medeverdachte 1] zelf geen geweld hebben toegepast jegens aangever geldt voor hen ook, net als voor de andere twee, dat zij in elk geval de aanmerkelijke kans voor lief hebben genomen dat om het gewenste terugpakken van hetgeen waarop [verdachte] recht meende te hebben mogelijk te maken geweld zou worden gebruikt. Dat volgt er reeds uit dat zij er aan hebben meegewerkt en zelfs mede hebben bewerkstelligd dat onverwacht, zonder toestemming en met een overmacht de woning van aangever werd binnendrongen om het geld op te eisen van aangever die zich niet bereid had getoond dat goedschiks te doen of daarover zelfs in gesprek te gaan. Door daarbij de twee “Amsterdammers” mee te nemen met geen anders opdracht dan dat (het) geld (terug) gepakt moest worden volgt dat zij voor lief namen dat daarbij geweld zou worden gebruikt. Zij hebben allen bij deze diefstal met geweld ook een wezenlijke bijdrage geleverd, reeds door met zijn vieren tegen de kennelijke wil van aangever daar naar binnen te gaan. Door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is daadwerkelijk geweld gebruikt. [verdachte] is degene die twee extra personen heeft opgetrommeld om de woning van aangever binnen te gaan, zij heeft de huissleutel aan [medeverdachte 2] gegeven en de ledger in de jas van aangever gevonden die werd meegenomen. [medeverdachte 1] heeft in de middag besloten de huissleutel van aangever uit zijn deur te halen om deze te kunnen gebruiken bij het binnentreden van de woning, hij heeft zijn laptop meegenomen zodat de cryptovaluta van aangever direct kon worden overgemaakt. Dit alles gebeurde in de wetenschap dat aangever het geld van [verdachte] tot dusver niet vrijwillig wilde teruggeven. Nauwe en bewuste samenwerking Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, was er sprake van een plan om de woning binnen te dringen om onder dwang (crypto)geld of iets anders van waarde mee te nemen. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten gericht op zowel het plegen van de diefstal als het daarbij gebruikte geweld tegen aangever.
Volledig
Op grond van al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van een diefstal met geweld in vereniging. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: zij op of omstreeks 5 maart 2025 te [woonplaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer goederen van haar gading ( te weten € 5.000,- aan contant geld, althans enig geldbedrag, en/of een ledger en /of sleutels ( waaronder een huissleutel en/of een autosleutel) en/of een bril van het merk Cartier en /of een jas van het merk Moncler, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde ( n ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en /of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - de woning van voornoemde [aangever] binnen te treden en /of - voornoemde [aangever] ( met een parfumfles ) (meermaals) op /tegen zijn hoofd te slaan en /of - voornoemde [aangever] ( meermaals ) op/ tegen het lichaam te slaan en/ of - voornoemde [aangever] (meermaals) op/tegen de schouder en/of op/tegen het lichaam te schoppen/trappen en /of - voornoemde [aangever] een (keuken)mes op de keel te zetten en/of - een (slagers)mes vast te houden en/of - tegen voornoemde [aangever] te zeggen “we gaan weg met geld, anders ga je mee naar Amsterdam, of jij gaat slapen” en/of - voornoemde [aangever] (in een vluchtpoging) van het balkon terug de woning in te trekken; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Diefstal vergezeld van geweld tegen personen gepleegd om die diefstal gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 107 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek van de tijd die zij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Als bijzondere voorwaarden dienen een contactverbod met zowel aangever als diens moeder en een locatieverbod voor de plaatsen [woonplaats 2] en [woonplaats 1] te worden opgelegd. Daarnaast eist de officier van justitie oplegging van een taakstraf van 240 uren. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken. Subsidiair pleit de raadsvrouw voor een afdoening middels artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Daartoe is aangevoerd dat [verdachte] een blanco strafblad heeft. Zij heeft tijdens de schorsing van haar voorlopige hechtenis haar opleiding maatschappelijke zorg niveau 4 afgerond. Op het moment dat zij veroordeeld wordt zal zij mogelijk geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) meer kunnen krijgen, wat betekent dat zij niet aan het werk kan in de zorg waarvoor zij haar diploma heeft behaald. Bovendien heeft de reclassering een erg positief advies afgegeven en adviseren zij zelfs de zaak af te doen door middel van een sepot. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. [verdachte] heeft zich samen met drie anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld tegen aangever. Met zijn vieren zijn zij de woning van aangever binnengegaan terwijl aangever thuis was en hen niet verwachtte. De confrontatie was voor hem dan ook uiterst beangstigend en hij is hier enorm van geschrokken, zoals blijkt uit de schriftelijke verklaring bij zijn vordering tot schadevergoeding. Alsof deze onverwachte confrontatie met vier personen in zijn woning nog niet genoeg was, heeft aangever ook nog klappen gekregen en zijn spullen van hem weggenomen. De woning van aangever is bij uitstek de plek waar hij zich veilig zou moeten voelen en verdachte heeft dat niet gerespecteerd. Door haar handelen is dit gevoel van veiligheid van aangever ernstig aangetast. [verdachte] en haar medeverdachten hebben bovendien een diepe inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangever. . De oplichting waarvan [verdachte] het slachtoffer zegt te zijn kan voor deze woningoverval geen rechtvaardiging zijn. Hiermee hebben de verdachten eigenrichting gepleegd. De rechtbank neemt ze dat zeer kwalijk. De rechtbank overweegt verder dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld. De reclassering adviseert om de zaak af te doen zonder reclasseringsbemoeienis. [verdachte] heeft haar leven momenteel op orde en is er in geslaagd haar gemiste examens in te halen en haar diploma te behalen. Zij woont bij haar ouders. Zij werkt momenteel als ZZP’er in de zorg en het is voor haar van groot belang om een VOG te kunnen verkrijgen. Gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en de omstandigheid dat zij degene is geweest die iedereen heeft opgetrommeld om de woning van aangever binnen te gaan, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden en zij zal deze dan ook opleggen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de straffen die voor een feit als dit worden opgelegd, in het algemeen langer zijn. De hierboven opgenomen strafmaatoverwegingen en de inhoud van het reclasseringsadvies leiden ertoe dat in dit geval kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter grootte van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur. De rechtbank realiseert zich dat de kans reëel is dat deze veroordeling een rol zal spelen bij de beslissing van de verantwoordelijke autoriteiten tot het al dan niet afgeven van een VOG. Wanneer het zover is, kan verdachte wijzen op de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de strafoplegging en op de inhoud van het reclasseringsadvies. 8 De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 19.703,74 aan materiële schade en € 4.500,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten Officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, ten aanzien van de materiële schade voor wat betreft de weggenomen ledger ter waarde van € 249,00 en de hotelkosten ter hoogte van € 323,17. De officier van justitie stelt dat sprake is van een voldoende onderbouwde vordering en een causaal verband tussen het bewezenverklaarde feit en de schade. Ten aanzien van de immateriële schade stelt de officier van justitie dat deze gematigd moet worden tot een redelijk en billijk bedrag ad € 3.000,00.
Volledig
De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de bij het verzoek tot schadevergoeding gevoegde zaken qua ernst van de feiten niet voldoende vergelijkbaar zijn. Over het toe te wijzen bedrag ad € 3.572,17 moet wettelijke rente worden toegekend en dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd. Daarnaast verzoekt de officier van justitie het toe te wijzen bedrag hoofdelijk aan de verdachten op te leggen. Voor het overige deel van de gevorderde schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. Verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, dan wel dat deze moet worden afgewezen. Subsidiair stelt de verdediging ten aanzien van de volgende schadeposten het volgende: ten aanzien van het gevorderde geldbedrag op de ledger à € 5.391,59 moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard, nu uit de bijlage bij het verzoek tot schadevergoeding blijkt dat aangever nog op zijn ledger en het geldbedrag daarop kon na het feit; ten aanzien van de Christian Dior schoenen, Stone Island x Christian Dior schoenen, de Christian Dior x Moncler jas moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de vordering ten aanzien van deze posten onvoldoende is onderbouwd en niet kan worden vastgesteld dat deze goederen zich in de woning van aangever bevonden; ten aanzien van het laminaat moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat niet kan worden vastgesteld dat hier schade aan is ontstaan; ten aanzien van de hotelkosten moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat de door hem gestelde angst niet kan worden vastgesteld nu hij de eerste nacht na het feit gewoon thuis heeft geslapen; ten aanzien van de kosten voor een therapeut moet benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat het causaal verband tussen het feit en de therapie niet kan worden vastgesteld. Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Ledger en hotelkosten De rechtbank overweegt dat de schadeposten ten aanzien van de ledger en de door aangever gemaakte hotelkosten kunnen worden toegewezen. Ten aanzien van de ledger is sprake van rechtstreekse schade, nu de ledger van aangever is gestolen door de verdachten en de gevorderde schade ad € 249,00 voldoende is onderbouwd. Ten aanzien van de gevorderde hotelkosten ad € 323,17 acht de rechtbank het alleszins redelijk dat aangever twee nachten niet in zijn eigen woning of bij zijn moeder durfde te slapen. De verdachten waren nog in het bezit van zijn huissleutel en zij zijn bovendien bij zijn moeder aan de deur geweest om hem te zoeken. De gevorderde schade is verder voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de ledger en de hotelkosten (tot een hoogte van € 572,17) kan worden toegewezen. Overige gevorderde schadeposten Ten aanzien van de volgende schadeposten geldt dat zonder nadere onderbouwing en zo nodig bewijslevering niet kan worden vastgesteld dat in oorzakelijk verband staan met het tenlastegelegde feit. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren voor wat betreft deze schadeposten: cash geld à € 5.000,00; het bedrag op de ledger van aangever à € 5.391,59; twee Cartier brillen; Christian Dior schoenen; Stone Island x Dior schoenen; laminaat en ondervloer Gamma; kosten therapeut. Dat deze goederen deel uitmaakten van de buit van de diefstal wordt betwist. Vaststaat dat de genoemde goederen niet zijn aangetroffen bij de verdachten. De brillen en de schoenen niet door de politie zijn gezien op de camerabeelden. , Voor wat betreft het laminaat en de ondervloer is betwist en kan zondere nadere onderbouwing niet worden vastgesteld dat dit beschadigd is geraakt door de verdachten. Tenslotte kan zondere nadere standpuntwisseling niet worden beoordeeld of en in hoeverret de kosten voor de therapeut die door benadeelde zijn gemaakt, zijn ontstaan ten gevolge van het tenlastegelegde feit. Er is sprake van een ruim tijdsverloop tussen het feit en de door benadeelde gemaakte kosten. De behandeling van de voornoemde schadeposten levert een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. Voor wat betreft de gevorderde schade voor de “ Christian Dior x Moncler jas” geldt dat aangever deze jas reeds retour heeft gekregen. Er is dan ook geen sprake van enigerlei ontstane schade. Ten aanzien van de gevorderde ‘stelpost’ is geen concrete vordering gedaan. Deze twee posten worden afgewezen. Smartengeld De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat: verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door het feit heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen en is hij op andere wijze in de persoon aangetast. Dit laatste kan reeds worden aangenomen gelet op diepe inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer nu hij in de veiligheid van zijn woning is overvallen en bestolen en hem daarbij letsel is toegebracht. Dit is aan verdachten toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 3.000,00 vaststellen. De rechtbank zal de vordering tot smartengeld voor het overige afwijzen. Hoofdelijkheid De rechtbank overweegt dat alle verdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover haar medeverdachten de schade hebben vergoed. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. [verdachte] wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Volledig
10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 107 dagen ; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 90 dagen , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met: o [aangever] , geboren op [geboortedag] 2000; o [getuige] geboren op [geboortedag] 1975; - verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in [woonplaats 2] en [woonplaats 1] ; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis; legt op een taakstraf van 240 uren , met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen; veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 527,17 aan materiële schade en € 3.000,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; wijst de gevorderde immateriële schade voor het meerdere af; wijst de vordering voor vordering voor de voor de “ Christian Dior x Moncler jas” en voor de ‘stelpost’ af. verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 3.572,17 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 45 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. van Bergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 december 2025. De voorzitter is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025101228, gesloten op 20 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 708 en 709. De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 27 november 2025. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 606. Het proces-verbaal aanvullend verhoor van aangever [aangever] , p. 70. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 654 en 655. Het proces-verbaal van aangifte, door [aangever] , p. 54. Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 708. Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 708 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 534. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 596 en 597. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655. De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 27 november 2025. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 534. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655. Het proces-verbaal van verhoor aangever [aangever] , p. 53-54. Het aanvullend proces-verbaal verhoor aangever [aangever] , p. 83. Verklaring van [verdachte] ter zitting van 27 november 2025 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 655. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 599. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 535, 537, 540. Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] , p. 709. Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 606. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 139.