Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-11-28
ECLI:NL:RBGEL:2025:11932
Strafrecht
Beschikking
4,074 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11932 text/xml public 2026-03-23T11:16:25 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-11-28 05/037987-21 Uitspraak Beschikking NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11932 text/html public 2026-03-19T10:47:54 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11932 Rechtbank Gelderland , 28-11-2025 / 05/037987-21 Alsnog verpleging van overheidswege in een TBS-maatregel, omdat betrokkene in het afgelopen jaar meerdere voorwaarden heeft overtreden. Bovendien zijn er zorgen over de hoeveelheid incidenten die hebben plaatsgevonden en het gebrek aan openheid van betrokkene tegenover de reclassering en zijn behandelaars. De situatie is zeer zorgelijk en een TBS met voorwaarden is niet toereikend gebleken om betrokkene op een veilige wijze te behandelen en te resocialiseren. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats: Arnhem Parketnummer: 05/037987-21 Datum uitspraak: 28 november 2025 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] , verblijvende in de PI [plaats] Raadsvrouw: mr. J.A. Aaldijk, advocaat te Den Haag. Procedure Betrokkene is op 10 december 2021 bij vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, veroordeeld tot onder meer terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: de maatregel). De maatregel is ingegaan op 3 januari 2022 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank Gelderland van 24 januari 2025. De rechtbank heeft hierbij een contactverbod met minderjarigen en de verplichting voor betrokkene om openheid te geven over zijn sociale netwerk en social media gebruik aan de voorwaarden toegevoegd. Bij vordering van 30 september 2025, ingekomen op dezelfde dag, heeft de officier van justitie gevorderd dat de verpleging van overheidswege alsnog wordt bevolen. Bij beschikking van 1 oktober 2025 heeft de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de voorlopige verpleging van overheidswege van betrokkene bevolen. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken: het voortgangsverslag van de reclassering van 14 april 2025; het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten van Politie-eenheid Midden-Nederland, met bijlagen, betreffende de aangifte van 25 juni 2025, waarin aangifte is gedaan van het feit ‘ grooming’ ; de aangifte van 9 augustus 2025 en enkele processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot deze aangifte; het adviesrapport van de reclassering van 25 september 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden voorlopig om te zetten naar een maatregel met verpleging van overheidswege; het proces-verbaal van aanhouding van betrokkene van 29 september 2025; het verhoor van betrokkene bij de rechter-commissaris op 1 oktober 2025 en het bevel van de rechter-commissaris waarin de voorlopige verpleging van betrokkene wordt bevolen; het aanvullend adviesrapport van de reclassering van 13 oktober 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten naar een maatregel met verpleging van overheidswege; het aanvullend adviesrapport van de reclassering van 29 oktober 2025 over de aangifte van 9 augustus 2025; een afschrift van de voortgangsverslagen. Het onderzoek ter terechtzitting Ter zitting van 14 november 2025 zijn gehoord: betrokkene; zijn raadsvrouw mr. J.A. Aaldijk; de deskundige D.I.G. Hendriks, toezichthouder; de deskundige M. Bakker, reclasseringswerker, en de officier van justitie, mr. G. Steeghs. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot het alsnog bevelen van de verpleging van overheidswege gehandhaafd. Hij heeft aangevoerd dat de reclassering in haar adviezen duidelijk weergeeft dat sprake is van een patroon van problemen, waarvan betrokkene niet in staat lijkt om in te zien dat wat hij doet fout is. Betrokkene heeft veel externe sturing en controle nodig om op het goede pad te komen en te blijven. De maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden is daar niet het geschikte kader voor gebleken, omdat de reclassering onvoldoende mogelijkheden heeft om de begeleiding, de sturing en de controle die betrokkene nodig heeft te kunnen bieden. Het standpunt van betrokkene De raadsvrouw van betrokkene heeft gepleit voor afwijzing van de vordering van de officier van justitie. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het omzettingsadvies van de reclassering met name gebaseerd lijkt op de strafrechtelijke verdenking uit juni 2025. Dit betreft echter enkel nog een verdenking, betrokkene is hier nog niet voor veroordeeld. Het meewegen van dergelijke feiten dient dan ook uiterst terughoudend te gebeuren. Betrokkene deelt de visie van de reclassering dat het hem ontbreekt aan openheid tegenover de reclassering niet. Hij heeft bovendien zijn verantwoordelijkheid genomen om te voorkomen dat hij in situaties belandt waarin hij minderjarigen om zich heen heeft. Het is juist dat betrokkene niet op alle door de reclassering ingeplande afspraken is verschenen, dat kwam door zijn medische situatie. De reclassering is al geruime tijd op de hoogte van de hardnekkige problematiek van betrokkene. Het gedrag dat betrokkene laat zien raakt de kern van dit gedrag. Uit het advies van de reclassering blijkt niet waarom de verpleging van overheidswege in een kliniek met het hoogste beveiligingsniveau op dit moment noodzakelijk is. Een contra-indicatie hiervoor is de aanmelding van betrokkene bij de [FPK] , die hem ook hebben geaccepteerd. In het kader van de proportionaliteit van de maatregel dient betrokkene eerst nog een kans te krijgen bij de [FPK] , alvorens wordt overgegaan tot een eventuele omzetting van de maatregel. De beoordeling Artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat de rechtbank op vordering van het Openbaar Ministerie kan bevelen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, indien één of meer van de gestelde voorwaarden niet worden nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist. De rechtbank ziet aanleiding om alsnog de verpleging van overheidswege van betrokkene te bevelen en overweegt als volgt. Algeheel beeld Uit de adviesrapportages van de reclassering komt als algeheel beeld naar voren dat het gedrag van betrokkene onder andere bestaat uit liegen, manipuleren, bagatelliseren, berekenend zijn in het vertellen van verhalen in zijn eigen voordeel, het ontbreken van inzicht in wat (on)gepast is, dwingend zijn en grensoverschrijdend gedrag vertonen. De reclassering heeft twijfels of betrokkene wel voldoende heeft geprofiteerd van de klinische behandeling die hij heeft gevolgd binnen de maatregel. Het recidiverisico wordt immers ook nog steeds ingeschat als hoog, dit geldt ook voor het risico op het zich onttrekken aan de voorwaarden. Daarbij zijn er verdenkingen van nieuwe strafbare feiten. Voornoemde risico’s en verdenkingen volgen volgens de rechtbank uit het verloop van het toezicht van het afgelopen jaar, zoals hieronder uiteengezet. Verloop van het toezicht Vanaf 7 november 2024 is betrokkene uitgestroomd vanuit de Van der Hoeven kliniek, waar hij ruim twee jaar klinisch is behandeld, naar het moederhuis van [kliniek] . Gedurende dit verblijf wordt van betrokkene verwacht dat hij kan toepassen in de praktijk wat hij tijdens de klinische behandeling heeft geleerd. Het verblijf bij [kliniek] is een tussen-/opstap in de richting van inbedding in de maatschappij. Na zijn uitstroom zal betrokkene bovendien ambulant behandeld worden door Fivoor. Een kleine twee maanden na zijn uitstroom naar het moederhuis wordt tijdens het Multidisciplinair Overleg (MDO)van 24 december 2024 besproken dat betrokkene bij het moederhuis onwenselijk gedrag laat zien, bijvoorbeeld door verhalen te verdraaien, druk proberen uit te oefenen en medewerkers tegen elkaar uit te spelen.
Volledig
Verder wordt beschreven dat het lijkt dat betrokkene zich openstelt, maar dat dit niet het geval is. Betrokkene laat niet het achterste van zijn tong zien, liegt, is berekenend en geeft geen openheid over voor hem lastige situaties. Betrokkene lijkt vooral bezig te zijn om het traject zo spoedig mogelijk af te ronden. Op 7 januari 2025 wordt met betrokkene de breuk van zijn relatie besproken en het gedrag dat hij daarna heeft laten zien. Zijn ex-vriendin beschrijft aan de reclassering dat betrokkene zich na hun relatiebreuk dwingend en controlerend in het contact met haar heeft opgesteld. Betrokkene hield haar constant nauwlettend in de gaten en vroeg telkens met wie zij aan het appen was. Uiteindelijk ging betrokkene weg op het moment dat zijn woonbegeleiding aan de deur stond. Later op de avond is een buurvrouw van betrokkenes ex-vriendin langsgekomen en die heeft aan betrokkenes ex-vriendin verteld dat hij appcontact had met haar 14-jarige dochter. Hij toonde interesse in haar en de buurvrouw heeft betrokkene verzocht om haar niet meer te appen. Betrokkene gaf hier geen gehoor aan. Pas nadat betrokkene werd geblokkeerd met de telefoon van de dochter stopte het contact. De reclassering beschrijft dit gedrag van betrokkene als pre-delictgedrag en een hardnekkig gedragspatroon. Met betrokkene is ook op 7 januari 2025 over de bevindingen van zijn ex-vriendin gesproken. Hij ontkende deze aantijgingen allereerst, later gaf hij toch aan dat het verhaal van zijn ex-vriendin op grote lijnen juist is. Betrokkene heeft in dit gesprek al aangegeven dat hij in eerste instantie liegt, omdat hij bang is voor de consequenties zoals het terug moeten naar de kliniek. Op 8 januari 2025 krijgt betrokkene een officiële waarschuwing van de reclassering, omdat hij zich niet houdt aan de ambulante behandelverplichting en het reclasseringstoezicht. Immers betrokkene is niet open geweest over de situaties die zich hebben afgespeeld tussen hem en zijn ex-vriendin, waarbij hij bepaalde gedragingen heeft laten zien die de reclassering als zeer zorgelijk en als pre-delict gedrag beschouwt. In haar beslissing van 24 januari 2025 voegt de rechtbank op advies van de reclassering de voorwaarden toe dat betrokkene de reclassering en betrokken instanties openheid geeft aangaande zijn sociale netwerk en het gebruik van social media en dat hij geen contact heeft met minderjarigen. Voornoemd contact met zijn minderjarige buurmeisje in december 2024 was voor de rechtbank aanleiding om deze laatste voorwaarde aan betrokkene op te leggen. Op 18 maart 2025 vindt een gesprek plaats tussen [kliniek] en de reclassering, waarna betrokkene hiervan een terugkoppeling ontvangt. Betrokkene is medegedeeld dat hij zich beter moest gaan inzetten voor de ambulante behandeling en dat hij meer inzicht moet geven in zichzelf. Betrokkene belooft zich hieraan te conformeren. Op 19 juni 2025 licht betrokkene de reclassering in over een verdenking van een verkeersmisdrijf waarvoor hij voor de rechtbank moet verschijnen. Betrokkene zou meer dan 50 kilometer per uur te hard hebben gereden. Betrokkene bagatelliseert dit gedrag direct, door aan te geven dat hij naar het ziekenhuis moest voor zijn vriendin. Iedereen zou dit gedrag dan toch wel begrijpen. Op 25 juni 2025 is er aangifte tegen betrokkene gedaan wegens grooming gepleegd op 22 juni 2025. Het slachtoffer van dit feit is dan 17 jaar en dus minderjarig. Het contact tussen betrokkene en het slachtoffer is ontstaan via Snapchat en in het gesprek tussen hen maakt betrokkene duidelijk dat hij met het slachtoffer wil afspreken voor seks in ruil voor spullen en in ruil voor geld. Betrokkene bekent dit feit. Tegen de reclassering heeft betrokkene eerder verteld dat hij geen social media accounts (meer) heeft. De rechtbank stelt vast dat betrokkene hier eerder dus niet open en eerlijk over is geweest, zodat verdachte de in januari 2025 aanvullende bijzondere voorwaarden over het gebruik van social media en het vermijden van contact met minderjarigen heeft overtreden. Betrokkene heeft hiervoor op 5 augustus 2025 een officiële waarschuwing gekregen. Op 23 juli 2025 ontvangt de reclassering het eerste bericht van de behandelaar dat betrokkene een afspraak niet was nagekomen. Op 21 augustus 2025 hoort de reclassering van de behandelaar dat hij de afgelopen weken alle afspraken heeft afgezegd en dat hij dit wilde omzetten naar telefonisch contact. Op het moment van bellen was betrokkene niet in een rustige omgeving, waardoor een gesprek niet mogelijk was. De rechtbank overweegt dat betrokkene zijn voorwaarde van de behandelverplichting door dit gedrag heeft overtreden. Betrokkene verbleef bij [kliniek] eerder op een 24-uurs locatie, waarna hij is doorgestroomd naar een zelfstandig appartement met begeleiding op afstand. Dit appartement bevond zich in een gebouw van de [huisvesting] . De [huisvesting] heeft melding gemaakt bij [kliniek] dat er onrust is ontstaan in het gebouw door grensoverschrijdend gedrag van betrokkene. Zo zou betrokkene bij studentes voor de ramen staan, naar binnen kijken en hen benaderen, op dusdanige wijze dat dit voor onrust in het complex zorgde. Op 4 augustus 2025 is betrokkene hierom weer teruggeplaatst naar de 24-uurs locatie. Betrokkene heeft aangegeven dat hij een burn-out heeft gekregen door alle stress en onrust die is ontstaan. Bovendien zou hij ook hartklachten hebben ontwikkeld. Dit heeft hij de reclassering op 4 augustus 2025 medegedeeld. Betrokkene geeft verder geen inzicht in de ernst van de klachten aan de reclassering. Nadat hij hierop is aangesproken heeft hij wel wat laten zien aan [kliniek] , maar het is de reclassering niet helder geworden of daadwerkelijk speelt wat betrokkene aangeeft. De rechtbank stelt vast dat betrokkene ook in dit geval geen openheid van zaken heeft gegeven aan de reclassering, zoals wel van hem wordt verwacht op grond van de voorwaarden die zijn verbonden aan zijn maatregel. De reclassering heeft reeds op dit punt aangegeven dat zij geen mogelijkheden meer ziet om op een verantwoorde manier het toezicht voort te zetten. Er zijn onvoldoende middelen om betrokkene in het zicht te houden en risico’s te beperken dan wel om te werken aan gedragsverandering. De reclassering is van mening dat een tweede klinische behandelpoging binnen de tbs met voorwaarden niet haalbaar is, gelet op de hardnekkige problematiek van betrokkene. Op 9 augustus 2025 is opnieuw aangifte tegen betrokkene gedaan. Deze aangifte ziet op misbruik van seksueel beeldmateriaal, dat is gemaakt van aangeefster. Betrokkene zou tegen aangeefster gezegd hebben dat hij filmpjes, foto’s en geluidsopnames heeft van haar en dat hij deze openbaar gaat maken als zij de relatie met hem zou beëindigen. Betrokkene zou een foto van aangeefster, waarop zij een sexuele handeling verricht bij betrokkene, aan haar hebben gestuurd. Betrokkene zou haar vervolgens berichten zijn blijven sturen via Whatsapp en Snapchat. Betrokkene is nog niet over dit feit gehoord. Conclusie De rechtbank stelt vast dat betrokkene in het afgelopen jaar meerdere voorwaarden heeft overtreden. Zo zijn er sterke aanwijzingen dat hij nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd, heeft hij toegegeven contact met minderjarigen te hebben gehad, heeft hij onvoldoende meegewerkt aan zijn ambulante behandelverplichting door onvoldoende tot geen openheid te geven over wat hem bezig houdt, in het bijzonder in periodes die stressvol voor betrokkene zijn geweest en heeft hij vanaf medio augustus 2025 afspraken afgezegd vanwege zijn medische toestand, die hij, aanvankelijk, niet nader wilde onderbouwen. Bovendien heeft hij geen openheid gegeven over zijn sociale netwerk en zijn social mediagebruik. Naast het overtreden van de voorwaarden heeft de reclassering geconstateerd dat betrokkene snel vervalt in het liegen, manipuleren, dwangmatigheid, controlerend en grensoverschrijdend gedrag, zodra hij de controle over een situatie verliest of als iets niet gaat zoals hij dat wil. De reclassering had bij aanvang van de maatregel de verwachting dat betrokkene na een intensief klinisch traject voldoende in staat zou zijn om met dergelijke situaties om te gaan, maar niets blijkt minder waar.