Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-03-27
ECLI:NL:RBGEL:2025:11930
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
13,689 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11930 text/xml public 2026-03-23T10:50:17 2026-03-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-03-27 05/233047-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11930 text/html public 2026-03-23T10:47:37 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11930 Rechtbank Gelderland , 27-03-2025 / 05/233047-24 Man veroordeeld voor drie verkrachtingen tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Vorderingen benadeelde partij tot 22.593,90 euro toegewezen. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/233047-24 Datum uitspraak : 27 maart 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsvrouw: mr. M.C. Kersemaekers-Schraven, advocaat in Breda. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 9 februari 2020 te Nijmegen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het brengen van zijn penis in haar vagina en/of anus, waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte - (telkens en/of als enige) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en/of - voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en/of haar hiermee heeft overrompeld en/of - haar op bed heeft geduwd en/of haar heeft vastgehouden bij haar taille en/of hoofd en/of nek en/of haar op haar buik heeft gedraaid, waardoor zij werd beperkt in haar bewegingsvrijheid en/of zich niet, althans onvoldoende kon onttrekken aan voornoemde seksuele handelingen en/of - (hierbij) zich dominant en/of dwingend en/of opdringerig heeft opgesteld ten opzichte van haar en/of - (meermaals) voorbij is gegaan aan haar verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand en/of - (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zich niet aan voornoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken; 2. hij op of omstreeks 20 augustus 2022 te Wageningen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het tweemaal (zonder het gebruik van een condoom) brengen van zijn penis in haar vagina, waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte - (telkens en/of als enige) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en/of - voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en/of haar hiermee heeft overrompeld en/of - (hierbij) zich dominant en/of dwingend en/of opdringerig heeft opgesteld ten opzichte van haar en/of - (meermaals) voorbij is gegaan aan haar verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand en/of - (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zich niet aan voornoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken; 3. hij op of omstreeks 31 oktober 2022 te Nijmegen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten - het brengen van zijn penis en/of zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen en/of - het betasten van haar vulva en/of - het door haar laten betasten van zijn penis, waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte - (telkens en/of als enige) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en/of - voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en/of haar hiermee heeft overrompeld en/of - haar hand heeft weggehaald/weggetrokken, toen zij haar hand op/voor haar vagina legde en/of - (hierbij) zich dominant en/of dwingend en/of opdringerig heeft opgesteld ten opzichte van haar en/of - (meermaals) voorbij is gegaan aan haar verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand en/of - (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zich niet aan voornoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van feit 1, 2 en 3 bevinden zich in het dossier verklaringen van drie vrouwen die hebben verklaard dat verdachte onder dwang seksuele handelingen met hen heeft verricht. De rechtbank dient te beoordelen of deze verklaringen geloofwaardig zijn en in voldoende mate ondersteund worden door ander bewijs. Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 1] Aangeefster [slachtoffer 1] heeft onder meer het volgende verklaard: “V: Wanneer is het feit gebeurd? A: Tussen zondag 9 februari 2020 om 00:30 uur en zondag 9 februari 2020 om 01:00 uur. (…) In mijn woning (…) te [woonplaats] . (…) Het was op de app Tinder. (…) Ik denk dat het ergens in de avond was, 22:00 uur of 22:30 uur. Ik zag zijn profiel en ik swipete naar recht. (…) Zijn naam bleek [verdachte] te zijn. (…) Hij kwam pusherig over. (…) Hij wilde met mij afspreken stuurde hij. Maar ik vond dat te snel gaan. (…) Hij begon er ook over dat hij anders was dan andere mannen en dat hij alleen met mij wilde afspreken, met niemand anders erbij. Hij wilde toen beeldbellen. Ik zei toen dat ik dat niet wilde. Maar uiteindelijk overtuigde hij me, dus hebben we dat wel gedaan. Hij zei toen dat we wel een film konden kijken. Ik zei dat ik dat goed vond, maar dat hij niet moest komen met de verwachting dat we seks zouden gaan hebben, want dat wilde ik niet. (…) Ik heb hem mijn adres gegeven via whatsapp (…) Hij ging als eerst de kamer in. Ging op mijn bed zitten. (…) Ik vroeg welke film ik wilde kijken en toen lachte hij. Hij stond op en duwde mij op bed. Hij begon me te zoenen. (…) Ik vond het ok, ik zoende hem ook terug. Vervolgens deed hij zijn hand onder mijn pyjama. Ik zei toen dat ik dat niet wilde, dat het te snel ging. Toen trok hij bij zichzelf zijn broek omlaag. Ik zei dat ik het niet wilde. In het bijzonder omdat hij geen condoom had. (…) Het ging zo snel, hij zat al in me. Hij was heel ruw en het was pijnlijk. Ik had niet door wat er gebeurde. Hij hield ook mijn hals vast. (…) Hij hield me vast bij mijn taille, hij draaide mij om op mijn buik. Hij probeerde mij toen in mijn anus te penetreren. Hij zei laten we iets leuks doen, dat zei hij toen hij al in mijn anus ging. Op dat moment kon ik iets zeggen. Ik zei dat hij moest stoppen en dat het pijn deed. Hij draaide me toen om en toen penetreerde hij me in mijn vagina. Toen kwam hij klaar op mijn buik, hij ejaculeerde. (…). Hij zei dat ik het zaad van mezelf moest wegvegen. Toen heb ik mijn T-shirt uitgedaan om dat weg te vegen. Met datzelfde shirt veegde hij zijn penis af. (…) Hij zat me uit te lachen.
Volledig
(…) Hij zei ook dat hij dit vaker deed allemaal.” [getuige 1] , een vriend van [slachtoffer 1] , heeft verklaard dat hij op 9 februari 2020 aan het chatten was met [slachtoffer 1] en dat zij geen goede dag had. Ze was in het ziekenhuis en er werden meerdere tests uitgevoerd. Ze was in shock en nog aan het verwerken wat er was gebeurd. Ze vertelde hem dat ze een man/jongen via Tinder had ontmoet en dat hij zichzelf aan haar had opgedrongen. Het gebeurde bij haar thuis in haar kamer in [woonplaats] . Ze zei dat de naam die hij gebruikte op dat moment ‘ [verdachte] ’ was. Ze vertelde dat ze haar shirt had bewaard, voor bewijs, met zijn sperma erop. [getuige 2] , een huisgenoot van [slachtoffer 1] , heeft verklaard [slachtoffer 1] op 10 februari 2020 tegen hem zei dat ze iets moest vertellen en dat het serieus was. Ze vertelde hem dat de man haar had overgehaald om naar de slaapkamer te gaan. De man heeft [slachtoffer 1] toen op bed gegooid en is haar toen voor de helft gaan uitkleden, alleen de broek. Hij heeft haar toen verkracht. [slachtoffer 1] was in een soort shock waardoor zij niets meer kon doen. Ze vertelde dat hij was klaargekomen op haar shirt. [slachtoffer 1] heeft bij de politie verklaard dat ‘ [verdachte] ’ bereikbaar was op het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de ciot-bevraging kwam naar voren dat het telefoonnummer op naam stond van verdachte. De politie heeft ter herkenning een rijbewijsfoto van verdachte getoond aan [slachtoffer 1] . Verbalisant [verbalisant 1] liet de foto zien en zag dat [slachtoffer 1] vrijwel meteen zichtbaar schrok en een stap naar achteren zette op het moment dat zij de foto zag. [verbalisant 1] zag ook dat zij emotioneel werd en zei: ‘yes, that’s him.’ Uit een mutatierapport van [verbalisant 1] van 18 januari 2021 blijkt dat hij verdachte telefonisch heeft gesproken nadat hij was uitgenodigd voor verhoor. Hij vertelde (uit zichzelf) dat hij met twee verschillende dates uit Nijmegen had afgesproken. Eén van hen had gezegd dat ze met hem wilde trouwen. Toen hij zei dat hij dat niet wilde, was de vrouw geflipt en had ze gezegd dat ze aangifte tegen hem zou doen. Hij wist geen naam meer van haar, maar wel dat het een buitenlandse vrouw was. Verdacht zag af van het gesprek om te reageren op de aangifte. Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 2] Aangeefster [slachtoffer 2] heeft onder meer het volgende verklaard: “Ik was actief op een dating app Bumble (…) Ik had een match met hem. Hij was raar, normaal ontmoet je elkaar na een tijdje chatten. Sinds we contact met elkaar hadden wilde hij video bellen. Hij wilde me zien en naar Wageningen komen. Ik wilde hem niet thuis zien en wilde op een openbare plek afspreken. Dit zou de eerste ontmoeting worden. Hij wilde liever wat meer privé afspreken om mij beter te leren kennen. Hij zei dat hij dat altijd deed, dat was een betere manier om iemand te leren kennen. Ik vertelde hem dat ik dan wel thuis bij mij hem wilde afspraken. Ik heb hem verteld dat ik geen seks wilde hebben. Dat doe ik niet de eerste keer. (…) V: En op welke dag was het? A: Ik geloof 20 augustus 2022, het was op een zaterdag. (…) Ik heb hem ook gezegd dat het mijn eerste dag van mijn menstruatie was en dat ik daarom ook geen seks wilde hebben. Hij ging daarmee akkoord. Dit hebben we besproken tijdens het videobellen. We hebben afgesproken na 20.00 uur 's avonds. (…) V: Hij kwam binnen en wat gebeurde er toen? A: Hij zat op het bed, ging liggen en ik raakte zijn arm en rug aan, ik wilde hem gemak te stellen omdat hij er zo moe uit zag. Ineens begon hij met mij te vrijen. Hij vertelde dat hij een erectie had. Hij vroeg mij of ik het wilde voelen. Hij pakte mijn hand en legde die op zijn broek. Ik dacht ik wil geen seks, maar ik dacht misschien kan ik hem aftrekken. Hij duwde mijn hoofd naar zijn penis, maar dat wilde ik niet. Hij kwam boven op mij liggen en begon mij te kussen. Ik vond het erg snel maar ik vond hem ok, ik vertelde hem weer dat ik geen seks wilde. (…) Later was zijn broek uit. Hij lag bovenop mij. Ik droeg een korte spijkerbroek en hij begon tegen mij aan te wrijven met zijn penis. Ik vertelde weer dat ik geen seks wilde. Hij zei dat hij alleen tegen mij aan wilde wrijven. Ik zei ok dat is niet wat ik verwacht had maar omdat het geen seks is kan ik het misschien wel accepteren. Ineens gleed hij via mijn broekspijp bij mij naar binnen. V: Wat gleed naar binnen? A: Zijn penis. (…) Ik duwde hem weg en ging de badkamer in, daar heb ik mezelf gewassen. (…) Hij volgde me naar binnen, ik zei dat ik geen onbeschermde seks wilde en dat ik mij daarom aan het wassen was. Ik legde dat uit aan hem omdat ik niet wilde dat hij zich ongemakkelijk zou voelen. Ik stond bij de wasbak, hij stond achter mij. Hij zei dat hij het niet nog een keer zou doen. Hij deed daarna zijn penis tussen mijn bovenbenen, niet in mijn vagina. Ik kon niet begrijpen wat hij deed. (…) V: en dan gaat hij toch met zijn penis in jouw vagina? A: Ja en hij ging gewoon door. Ik zei je verkracht me nu. Het maakte hem niet uit, hij reageerde niet. Hij ging gewoon door. Ik heb weer gezegd dat ik het niet wilde. (…) Hij stopte niet, het voelde als iets dat ik niet kon stoppen.” Verder heeft [slachtoffer 2] verklaard dat de man [verdachte] heet en dat ze denkt dat hij in [woonplaats] woont. [getuige 3] , een vriendin van [slachtoffer 2] , heeft verklaard dat ze op 23 augustus 2022 chatcontact had met [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] vertelde haar dat ze de avond van 20 augustus 2022 was verkracht. [slachtoffer 2] vertelde dat ze duidelijk had gezegd dat ze niet wilde. Het gebeurde allemaal in de wc. [slachtoffer 2] was in de wc en zij was van onderen naakt. Zijn slappe gedeelte kwam via haar achterkant naar binnen. [slachtoffer 2] heeft tegen de man gezegd dat ze ongesteld was, maar zij is toch gedwongen tot seksuele handelingen. Verdachte heeft verklaard dat hij seks heeft gehad met een vrouw uit Wageningen. Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 3] Aangeefster [slachtoffer 3] , wonende te [woonplaats] , heeft onder meer het volgende verklaard: “Ik heb op 31 oktober 2022, een date met iemand. Het was een eerste date en gaf aan dat ik geen seks wilde omdat het een eerste date was. Het was bij mij thuis (…). Op een gegeven moment toch naar boven gegaan maar dat hij niets moest verwachten. Boven gekomen heeft hij twee keer geprobeerd maar heb dat afgeslagen. Dat lukte toen nog wel en hij stopte maar daarna ging hij weer verder. Hij ging steeds een stukje verder en ging met zijn vingers bij mij en toen ging hij weer een stukje verder. Hij ging zijn kleren uit doen en ik had gedeeltelijk mijn kleren uit. Toen is hij twee keer bij mij naar binnen gegaan. Het was lastig en had hij had mij zich op hem getrokken en zat in mij. (…) Daarna draaide hij ons om en lag toen op mij. Ik gaf aan dat ik het niet wilde en deed mijn hand voor mijn vagina. Hij haalde mijn hand weg en wreef toen tegen mijn schaamlippen aan met zijn penis. Op dat moment verstijfde ik helemaal en pakte hij mijn hand vast pakt en legde deze op zijn rug. Ik trok deze hand terug en wilde eigenlijk zo min mogelijk contact. Door het wrijven met zijn penis tegen mijn schaamlippen kwam hij klaar en kwam klaar over mijn blote buik. Ik had op dat moment geen shirt aan. Naar mijn mening is hij toen niet meer bij mij naar binnen gegaan. Ik had het gevoel dat hij wel naar binnen is gegaan in mijn vagina maar hij zei dat hij niet bij mij naar binnen is gegaan. Misschien een beetje maar niet zo diep als de eerste keer. Daarna was het heel raar en deed hij alsof het normaal was. (…) V: Hoe is dat tot stand gekomen? A: Het is best wel snel gegaan. Het was volgens mij op Bumble de datingapp. Wij hadden een match. We hebben kort gechat op de dating app. (…) Daarna hebben we (…) telefoonnummers uitgewisseld en aan videobellen gedaan. (…) Hij stelde voor dat wel bij me wilde komen. (…) V:Hoe lang duurde dat hij langs kwam? A: Dat was op dezelfde avond.” [getuige 4] , een vriend van [slachtoffer 3] , heeft verklaard dat hij de avond dat het is gebeurd naar haar toe is gegaan. Ze had veel moeite om te vertellen wat er gebeurd was.
Volledig
Ze was erg in zichzelf gekeerd en had een gesloten houding. Hij heeft doorgevraagd en toen vertelde ze de kern van wat er was gebeurd. Ze vertelde dat de man zich heel erg opdrong, dat ze meerdere keren heeft gezegd dat ze het niet wilde en dat er sprake was van penetratie met zijn geslachtsdeel. Verdachte heeft erkend seks te hebben gehad met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . De rechtbank stelt op grond van de aangifte van [slachtoffer 1] , het proces-verbaal waarin onderzoek is verricht naar het telefoonnummer dat bij haar bekend was en het proces-verbaal waarin haar reactie is beschreven toen haar de foto van verdachte werd getoond, vast dat er ook seksueel contact heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer 1] en verdachte. Melding [slachtoffer 4] Naast de aangiftes van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , bevindt zich in het dossier een politiemutatie inhoudende een melding van mevrouw [slachtoffer 4] die seksueel contact heeft gehad met verdachte. Uit de mutatie blijkt – kort samengevat – het volgende. [slachtoffer 4] heeft op 22 april 2022 aan de politie gemeld dat zij via Tinder een jongen uit [woonplaats] (Brabant) had leren kennen. De jongen heet [verdachte] en is geboren op [geboortedag] 1993. [verdachte] kwam op 19 april 2022 bij haar langs om een film te kijken. [slachtoffer 4] had hem op voorhand laten weten dat ze geen seks met hem wilde. Eenmaal in de woning van [slachtoffer 4] begon [verdachte] haar te zoenen, hij begon haar uit te kleden en hij penetreerde haar met zijn penis, zonder condoom. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij een aantal keren had gezegd dat hij moest stoppen. Hij stopte dan heel even en ging daarna weer door. Betrouwbaarheid aangeefsters De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] consistent zijn geweest in de verklaringen die zij hebben afgelegd. Hierbij merkt de rechtbank op dat de vrouwen meerdere keren zijn gehoord, waarbij zij telkens hun eerdere verklaring hebben bevestigd. In alle gevallen hebben aangeefsters een eerste gesprek met de politie gehad en hebben zij vervolgens aangifte gedaan. De vrouwen kenden elkaar niet en waren niet op de hoogte van de inhoud van elkaars verklaringen. Hun verklaringen worden dan ook als onafhankelijk van elkaar afgelegd aangemerkt. De verklaringen bevatten specifieke uitingen en gedragingen en zijn gedetailleerd. Bovendien komen de verklaringen de rechtbank authentiek voor. In het dossier bevinden zich geen aanwijzingen dat zij niet de waarheid hebben gesproken. De verklaringen worden voorts op belangrijke onderdelen ondersteund door andere bewijsmiddelen, waarbij met name gewicht toekomt aan de getuigenverklaringen van de personen die zij kort na het incident in vertrouwen hebben genomen. Aan hen vertelden zij hetzelfde. Dit maakt dat de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] betrouwbaar acht en deze verklaringen zal gebruiken voor het bewijs. Steunbewijs De rechtbank stelt vast dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat slechts de verdachte en het slachtoffer aanwezig waren bij de seksuele handelingen en dus ook alleen zij daarover kunnen verklaren. Indien deze verklaringen uiteenlopen, zoals hier (deels) het geval is, dient te worden bezien of het dossier en het verhandelde ter terechtzitting aanknopingspunten bevatten die één van beide lezingen (meer) ondersteunen. Daarbij geldt dat bijvoorbeeld in zedenzaken, een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de verklaringen van het slachtoffer voldoende wettig bewijs kan opleveren. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting moet de rechtbank wel onverminderd de overtuiging krijgen dat de feiten zijn gepleegd, zoals deze de verdachte wordt verweten. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen aangiftes van slachtoffers als schakelbewijs in de zaak van één van de andere slachtoffers worden gebruikt als sprake is van een specifieke modus operandi, die in de onderscheiden gevallen in overwegende mate overeenkomt. Het moet dan gaan om bewijsmateriaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen. De rechtbank overweegt het volgende. De verklaringen van de aangeefsters komen op essentiële punten overeen. Het betreffen (telkens) vrouwen die verdachte leerden kennen via een datingapp en vervolgens met verdachte afspraken in de privésfeer, namelijk bij aangeefsters thuis. Die afspraak vond op aandringen van verdachte, na videobellen, zo snel mogelijk en bij hen thuis plaats. De vrouwen gaven op voorhand aan geen seks te willen. Eenmaal in de woning overrompelde verdachte hen. Terwijl zij ook op dat moment meermalen aangaven geen seks te willen, drong verdachte aanhoudend aan en volgden uiteindelijk seksuele handelingen, waaronder penetratie. Ook [slachtoffer 4] meldt dat bij haar precies dezelfde handelingen en gedragingen uitvoerde en ook dit ondersteunt de verklaringen van ieder van de drie aangeefsters. Tussenconclusie Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van de aangeefsters consistent zijn en op deze essentiële punten overeenkomen. De rechtbank herkent hierin een specifieke modus operandi. De afzonderlijke aangiften ondersteunen elkaar en hebben als schakelbewijs te gelden. Op basis van de verklaringen uit de aangiftes acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefsters [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft overrompeld en tegen hun wil seksueel bij hen is binnengedrongen. Geweld en andere feitelijkheden Voor een bewezenverklaring van artikel 242 (oud) Wetboek van Strafrecht moet daarnaast worden vastgesteld dat verdachte aangeefsters heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid. Van dwang kan slechts sprake zijn als verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de in de ten laste gelegde genoemde handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Het staat vast dat verdachte met aangeefsters bij hen thuis afsprak en dat aangeefsters op voorhand hadden aangegeven geen seks te willen. Eenmaal in de woning overrompelde verdachte aangeefsters met zijn seksuele avances. Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 1] is sprake van geweld en andere feitelijkheden. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte haar op bed heeft geduwd en haar heeft gedwongen tot het ondergaan van het seksuele binnendringen door haar bij haar taille en/of hoofd vast te houden, terwijl hij haar penetreerde. Verdachte heeft [slachtoffer 1] hiermee in een zodanig bedreigende situatie gebracht dat zij zich daaraan niet heeft kunnen onttrekken. In het geval van aangeefsters [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is sprake van een andere feitelijkheid waardoor zij zijn gedwongen tot het ondergaan van de tenlastegelegde handelingen. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben verklaard dat zij zich niet aan de situatie konden of durfden te onttrekken, omdat verdachte bleef aandringen en/of de (fysieke) overhand had. Verdachte is hierbij meermalen voorbijgegaan aan het (non-)verbale verzet van zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] . Hij heeft hierdoor een zodanige situatie gecreëerd dat zij zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen hebben kunnen onttrekken. Conclusie Alles overziend, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde verkrachtingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1.
Volledig
hij op of omstreeks 9 februari 2020 te Nijmegen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het brengen van zijn penis in haar vagina en /of anus, waarbij dat geweld en /of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/ hebben bestaan dat verdachte - (telkens en /of als enige) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en /of - voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en /of haar hiermee heeft overrompeld en /of - haar op bed heeft geduwd en /of haar heeft vastgehouden bij haar taille en /of hoofd en /of nek en /of haar op haar buik heeft gedraaid, waardoor zij werd beperkt in haar bewegingsvrijheid en /of zich niet, althans onvoldoende kon onttrekken aan voornoemde seksuele handelingen en /of - (hierbij) zich dominant en/of dwingend en /of opdringerig heeft opgesteld ten opzichte van haar en /of - (meermaals) voorbij is gegaan aan haar verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand en /of - (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zich niet aan voornoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken. 2. hij op of omstreeks 20 augustus 2022 te Wageningen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het tweemaal (zonder het gebruik van een condoom) brengen van zijn penis in haar vagina, waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft /hebben bestaan dat verdachte - (telkens en /of als enige) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en /of - voornoemde seksuele handelingen onverhoeds heeft verricht en /o f haar hiermee heeft overrompeld en /of - (hierbij) zich dominant en/of dwingend en /of opdringerig heeft opgesteld ten opzichte van haar en /of - (meermaals) voorbij is gegaan aan haar verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand en /of - (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zich niet aan voornoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken. 3. hij op of omstreeks 31 oktober 2022 te Nijmegen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten - het brengen van zijn penis en /of zijn vingers in haar vagina en /of tussen haar schaamlippen en /of - het betasten van haar vulva en /of - het door haar laten betasten van zijn penis, waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft /hebben bestaan dat verdachte - (telkens en /of als enige) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en /of - dat hij haar heeft overrompeld door voornoemde seksuele handelingen te verrichten onverhoeds heeft verricht en/of haar hiermee heeft overrompeld en/of - haar hand heeft weggehaald/weggetrokken, toen zij haar hand op/voor haar vagina legde en /of - (hierbij) zich dominant en /of dwingend en /of opdringerig heeft opgesteld ten opzichte van haar en /of - (meermaals) voorbij is gegaan aan haar verbale en /of non-verbale signalen van verzet/weerstand en /of - (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zich niet aan voornoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1, 2 en 3, telkens: verkrachting. 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel moeten de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals door de reclassering geadviseerd, bestaande uit een meldplicht en een ambulante behandeling. Tevens heeft zij gevorderd een contactverbod (in de vorm van een 38v-maatregel) op te leggen aan verdachte. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht in geval van een veroordeling rekening te houden met het blanco strafblad van verdachte. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie verkrachtingen. Bij alle bewezen feiten ging het om vrouwen die verdachte via een datingapp had leren kennen en met wie hij bij hen thuis afsprak. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het daarbij in hem gestelde vertrouwen. Door de slachtoffers in hun woning te overrompelen, heeft hij een beangstigende situatie gecreëerd waaraan zij zich niet konden onttrekken. Verdachte ging daarbij meerdere malen volledig voorbij aan de signalen van verzet die de vrouwen hebben afgegeven. Hij heeft de gevoelens van de slachtoffers genegeerd en ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Verdachte heeft hiermee op zeer ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers. De gevolgen die de slachtoffers van deze gebeurtenis hebben ondervonden, is door een aantal van hen op indringende wijze verwoord in hun slachtofferverklaring. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Te meer nu sprake is van een patroon van ver grensoverschrijdend gedrag, waarbij verdachte, terwijl het hem steeds zonder meer duidelijk moet zijn geweest dat hij de ander schade berokkende, bij herhaling vrouwen misbruikte. Zelfs toen verdachte op 18 januari 2021 telefonisch contact heeft gehad met de politie in verband met de aangifte van [slachtoffer 1] , en hij dus ook van deze aangifte op de hoogte was is hij daarmee doorgegaan. De politie heeft hem toen in de gelegenheid gesteld om zijn verhaal te doen, maar verdachte zag daarvan af. Deze ondubbelzinnige boodschap heeft hem dat er niet van weerhouden om door te gaan met het veelvuldig afspreken met vrouwen via datingapps en tegen hun wil seks met deze vrouwen te hebben. Dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee. De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 6 februari 2025, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de inhoud van het reclasseringsadvies van 16 december 2024. De reclassering concludeert dat er geen recente diagnostiek beschikbaar is. Ook is er geen NIFP-onderzoek aangevraagd, waardoor de reclassering geen beeld heeft van eventuele aanwezige persoonlijkheidsproblematiek.
Volledig
De reclassering ziet het psychosociale functioneren van verdachte als grootste risicofactor. Verdachte heeft het (frequente) seksuele contact met de vrouwen gebruikt tegen zijn eigen onzekerheid en was op zoek naar bevestiging. De reclassering ziet een bepaalde mate van harteloosheid en grenzeloosheid in de manier waarin hij destijds met de vrouwen omging door het verbreken van de contactmogelijkheden nadat er seksueel contact was geweest. Verder wordt omschreven dat het leven van verdachte na de aangiftes en de arrestatie een negatieve wending heeft genomen. Verdachte heeft psychische klachten ontwikkeld en kan zijn werk niet meer uitvoeren. Ook is zijn relatie verbroken en is hij (noodgedwongen) weer bij zijn ouders gaan wonen. Verdachte heeft zich in verband met zijn klachten aangemeld voor een behandeling bij de Rooyse Wissel in [plaats], maar deze behandeling is vooralsnog niet forensisch. In het geval van een veroordeling indiceert de reclassering een forensische behandeling die gericht is op risicosignalen en inzicht in eventueel delictgedrag. De reclassering stelt dat vooral de onzekerheid en het lage zelfbeeld van verdachte aanleiding lijken te zijn geweest tot het aangaan van veelvuldig seksueel contact. Ten aanzien van het recidiverisico onthoudt de reclassering zich van een professioneel eindoordeel, omdat verdachte ontkent strafbaar gedrag te hebben gepleegd. De reclassering adviseert bij een veroordeling de oplegging van bijzondere voorwaarden, bestaande uit een meldplicht en een ambulante behandeling bij de Rooyse Wissel of een soortgelijke zorgverlener. Ten aanzien van de straf overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op de aard en de ernst van de feiten, met name de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan, is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een langdurige (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie is. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren passend. Aan het voorwaardelijk deel worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld. Daarnaast zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde aan verdachte opleggen een contactverbod met de slachtoffers. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8 De beoordeling van de civiele vorderingen Benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een bedrag van € 12.295,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 2.295,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een bedrag van € 10.148,73, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 148,73 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. Tevens vordert de officier van justitie in alle zaken oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsvrouw heeft verzocht om de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, primair vanwege de bepleitte vrijspraak, subsidiair vanwege een onevenredige belasting van het strafproces. Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de raadsvrouw bovendien opgemerkt dat de materiële kosten onvoldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zij nog opgemerkt dat bij een eventuele toewijzing de vordering moet worden gematigd. Overwegingen van de rechtbank De materiële schade van [slachtoffer 1] De gevorderde materiële schade bestaat uit het eigen risico, reis- en parkeerkosten en de reiskosten van het slachtoffergesprek. Ten aanzien van het gevorderde eigen risico is onvoldoende komen vast te staan welke kosten hiermee samenhangen. Dit kan uit de overgelegde declaratieoverzichten niet met voldoende zekerheid worden afgeleid. Hetzelfde geldt voor de gevorderde reis- en parkeerkosten. Er is niet onderbouwd wanneer de benadeelde partij de afspraken bij de therapeut had. Voor een (nadere) onderbouwing en bewijslevering van dit deel van de door de benadeelde partij gestelde schade is in het strafproces geen plaats, omdat dit een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Dit deel van de vordering zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel nog bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De reiskosten voor het bezoek aan het Openbaar Ministerie (in verband met het slachtoffergesprek) zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit, maar als proceskosten. Een redelijke uitleg van artikel 532 Sv brengt mee dat bij de begroting van de proceskosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. Op grond van artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komen reis- en verblijfkosten slechts voor vergoeding in aanmerking indien in persoon - dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat) - wordt geprocedeerd. Procedeert de benadeelde partij met een gemachtigde, dan komen slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde voor vergoeding in aanmerking en dus niet ook de in artikel 238 lid 1 Rv bedoelde kosten van de benadeelde partij. Dit betekent dat, omdat de benadeelde partij werd vertegenwoordigd door een gemachtigde, voornoemde reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Deze kosten worden afgewezen. De immateriële schade (smartengeld) van [slachtoffer 1] De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat: verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in de persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter terechtzitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het onder 1 bewezenverklaarde feit schade heeft geleden die valt binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 BW. Door de verkrachting en de omstandigheden waaronder deze plaatsvond is sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze. [slachtoffer 1] heeft met stukken van Delsink psychotherapie onderbouwd dat zij gediagnosticeerd is met PTSS en daar traumabehandelingen voor heeft gehad en dus psychisch letsel heeft opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Het voorgaande betekent dat een bedrag aan immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen, zal de rechtbank het smartengeld naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van € 7.500,00 vaststellen. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het meerdere afwijzen.
Volledig
De materiële schade van [slachtoffer 2] De gevorderde materiële schade van de benadeelde partij bestaat uit kosten voor soa-testen, kosten voor medicijnen en reiskosten naar de advocaat en rechtbank. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De in dit verband gevorderde kosten voor soa-testen ter hoogte van € 93,90 staan naar het oordeel van de rechtbank in direct verband met het bewezenverklaarde feit, zijn voldoende onderbouwd en komen de rechtbank redelijk voor. Deze kosten zullen daarom worden toegewezen. Ten aanzien van de gevorderde kosten voor medicijnen heeft de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd hoe deze kosten verband houden met het bewezen verklaarde feit. Voor een (nadere) onderbouwing en bewijslevering hiervan is in het strafproces geen plaats, omdat dit een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Dit deel van de vordering zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel nog bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De reiskosten naar de advocaat en de rechtbank zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit, maar als proceskosten. Een redelijke uitleg van artikel 532 Sv brengt mee dat bij de begroting van de proceskosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. Op grond van artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komen reis- en verblijfkosten slechts voor vergoeding in aanmerking indien in persoon - dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat) - wordt geprocedeerd. Procedeert de benadeelde partij met een gemachtigde, dan komen slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde voor vergoeding in aanmerking, en dus niet ook de in artikel 238 lid 1 Rv bedoelde kosten van de benadeelde partij. Dit betekent dat voornoemde reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat de benadeelde partij werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. Deze kosten worden daarom afgewezen. De immateriële schade (smartengeld) van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] Een benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 BW recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat: - verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, - de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, - de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of - de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Op grond van vaste jurisprudentie kunnen in sommige gevallen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen zonder zo’n nadere concrete onderbouwing. De rechtbank is van oordeel dat, hoewel de aanwezigheid van geestelijk letsel niet voldoende is aangetoond/onderbouwd met (medische) stukken, de aard en de ernst van de normschending in deze gevallen met zich meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor beide de benadeelde partijen zo voor de hand liggen, dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. De rechtbank heeft daarvoor met name in aanmerking genomen dat met de door verdachte gepleegde verkrachtingen een ernstige inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partijen, waardoor zij in hun persoon zijn aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Het voorgaande betekent dat voor beide benadeelden een bedrag aan immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. De begroting van de immateriële schade van [slachtoffer 2] Gelet op de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen en de mate waarin [slachtoffer 2] daardoor is getroffen, zal de rechtbank het smartengeld naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van € 7.500,00 vaststellen. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het meerdere afwijzen. De immateriële schade van [slachtoffer 3] Gelet op de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen en de mate waarin [slachtoffer 3] daardoor is getroffen, zal de rechtbank het smartengeld naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van € 7.500,00 vaststellen. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het meerdere afwijzen. De wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel Verdachte is ten aanzien van [slachtoffer 1] vanaf 9 februari 2020 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Verdachte is ten aanzien van [slachtoffer 2] vanaf 20 augustus 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag aan immateriële schade verschuldigd. Ten aanzien van de materiële schade is, nu de vordering op dat punt niet nader is geconcretiseerd, wettelijke rente verschuldigd vanaf 29 oktober 2022 – de (laatste) datum van afschrijving van de kosten. Verdachte is ten aanzien van [slachtoffer 3] vanaf 31 oktober 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om in alle zaken op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partijen toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden ; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 (twaalf) maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; o stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; o stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich meldt binnen twee dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Polluxstraat 114, 5631 ES te Eindhoven of via telefoonnummer 0888041504. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt; - verdachte zich laat behandelen door de Rooyse Wissel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; - verdachte op geen enkele wijze direct of indirect contact zal opnemen, zoeken of hebben met aangeefster [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (India), aangeefster [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag] 1994 te China en aangeefster [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedag] 1995 op Curaçao, zolang het Openbaar Ministerie dat nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van het contactverbod.
Volledig
geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan; Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: - meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; - meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; De beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen Benadeelde partij [slachtoffer 1] veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 7.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; wijst de vordering van de de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van het smartengeld, voor het meerdere af; verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade ten aanzien van het eigen risico en de reis- en parkeerkosten; wijst af de vordering tot materiële schade van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van de reiskosten voor het slachtoffergesprek; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat te betalen , ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag van € 7.500,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de hiervoor omschreven wettelijke rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 72 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; Benadeelde partij [slachtoffer 2] veroordeelt verdachte in verband met feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 93,90 aan materiële schade en € 7.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf respectievelijk 29 oktober 2022 (over € 93.90) en 20 augustus 2022 (over 7.500,00) tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; wijst af de vordering tot materiële schade van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van de reiskosten naar de advocaat en de rechtbank; wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ten aanzien van het smartengeld, voor het meerdere af; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 2] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 2] mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat te betalen , ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag van € 93,90 aan materiële schade en € 7.500,00 aan smartengeld. Dit wordt telkens vermeerderd met de hiervoor omschreven wettelijke rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 72 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; Benadeelde partij [slachtoffer 3] veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van € 7.500,- , aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] en aanzien van het smartengeld, voor het meerdere af; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 3] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 3] mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat te betalen , ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 3] , een bedrag van € 7.500,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de hiervoor omschreven wettelijke rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 72 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M.W.R. Koch en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.F.A. Vrede, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2025. Mr. Van Veldhuizen en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland Midden opgemaakte proces-verbaal in onderzoek ONRBC23618 met registratienummer 2024281274, gesloten op 28 juni 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 45-47. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 100. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 95-96. Proces-verbaal van bevindingen, p. 89. Proces-verbaal van bevindingen, p. 91. Proces-verbaal van bevindingen, p. 103. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 109-111. Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden [slachtoffer 2] , p. 106. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 139. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 201. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 146-147. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 151-152. Verklaring verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2025. Proces-verbaal van bevindingen, p. 164-165.