Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-11-12
ECLI:NL:RBGEL:2025:11899
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,613 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11899 text/xml public 2026-03-23T15:39:53 2026-02-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-11-12 11648489 CV EXPL 25-3043 Uitspraak Bodemzaak NL Arnhem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11899 text/html public 2026-03-19T10:22:26 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11899 Rechtbank Gelderland , 12-11-2025 / 11648489 CV EXPL 25-3043 Vrij en soeverein mens van vlees en bloed. Tekortkoming in nakoming huurovereenkomst auto. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11648489 \ CV EXPL 25-3043 Vonnis van 12 november 2025 in de zaak van VOLKSWAGEN PON FINANCIAL SERVICES B.V. , te Amersfoort, eisende partij, hierna te noemen: Volkswagen, gemachtigde: Jongejan Wisseborn Groningen, tegen [naam gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: P.J. Hoogewerf. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 10 april 2025; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - de akte van Volkswagen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Op 30 augustus 2021 sluiten partijen een verhuurovereenkomst inhoudende dat [gedaagde] een Volkswagen Polo, met kenteken [kentekennummer] , met kilometerstand 32 km en een fiscale waarde van € 26.260,- (hierna: de auto), huurt van Volkswagen voor de periode van 30 augustus 2021 15.00 uur tot 6 september 2021 15.00 uur. 2.2. Op de verhuurovereenkomst zijn de “algemene huurvoorwaarden van de leden van de afdeling autoverhuur ledenassociatie van BOVAG” van toepassing. Daarin staat onder meer: “ Artikel 1: Bepaling van de huurprijs, overige kosten en de duur van de huur (…) 3. Rijklaarmaakkosten, haal- en brengkosten, aftankkosten en contractkosten kunnen in rekening worden gebracht. (…) Artikel 8: Aansprakelijkheid van de huurder voor schade (…) 7. De schade ten gevolge van de onmogelijkheid het voertuig tijdens de periode van herstel of vervanging te verhuren, wordt op voorhand bepaald op het aantal dagen gemoeid met herstel of vervanging van het voertuig, vermenigvuldigd met de huurprijs per dag, verminderd met 10% in verband met besparing van variabele kosten. (…) Artikel 11: Van overheidswege opgelegde sancties en maatregelen Voor rekening van huurder zijn alle sancties en gevolgen van maatregelen die in verband met het ter beschikking hebben c.q. gebruiken van het voertuig van overheidswege worden opgelegd, tenzij deze verband houden met een defect bij aanvang van de huur reeds aanwezig was. Indien deze sancties en maatregelen aan verhuurder worden opgelegd, is huurder gehouden verhuurder op diens verzoek schadeloos te stellen, waarbij huurder aanvullende de kosten van incasso in en buiten rechte verschuldigd wordt, met een minimum van € 25,- (excl. BTW). Indien verhuurder in verband met enige gedraging of nalaten van huurder, zoals een verkeersovertreding, informatie aan autoriteiten verstrekt, is huurder gehouden de daarmee gepaard gaande kosten te vergoeden, met een minimum van € 10,- (excl. BTW).” 2.3. Op 9 september 2025 stuurt Volkswagen 2 facturen naar [gedaagde] , totaal ten bedrage van € 5.312,34. 2.4. [gedaagde] laat na om de facturen te betalen. 3 Het geschil 3.1. Volkswagen vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 7.149,34, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. Volkswagen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit hoofde van de verhuurovereenkomst. Hij laat na om de huur van de auto te betalen; een bedrag van € 371,47. Daarnaast heeft [gedaagde] de auto zwaar beschadigd ingeleverd waardoor deze een aanzienlijke periode niet meer kon worden verhuurd. De schade aan de auto bedraagt € 4.604,50 en de stilstandsclaim € 234,01. Dit moet [gedaagde] aan haar vergoeden. Ook vordert Volkswagen een bedrag van € 63,62 aan kilometerafrekening, € 29,66 aan brandstofkosten, € 9,08 aan handling tankkosten en € 12,50 aan administratiekosten voor een verkeersboete. Wegens het uitblijven van de betaling heeft Volkswagen haar vordering uit handen gegeven, reden waarom zij ook aanspraak maakt op de buitengerechtelijke incassokosten en contractuele rente. 3.3. [gedaagde] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Volkswagen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Volkswagen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. De kantonrechter begrijpt één van de verweren van [gedaagde] zo dat hij in Nederland als vrij en soeverein mens van vlees en bloed wil leven en bezwaren heeft tegen de bestaande wet- en regelgeving en met name ten aanzien van de wetgeving na 1940. Voor zover daarmee wordt beoogd dat de Nederlandse wetgeving niet op [gedaagde] van toepassing is, dan kan de kantonrechter daaraan niet tegemoetkomen. Een ieder die in Nederland woont, leeft of verblijft moet zich houden aan de in Nederland geldende wetgeving, ongeacht welk gedachtengoed men aanhangt. Daarenboven is een groot gedeelte van de vordering niet zozeer gebaseerd op Nederlandse wetgeving, maar voornamelijk op een overeenkomst die is gesloten tussen Volkswagen en [gedaagde] . Als [gedaagde] zich niet had willen verbinden aan de inhoud van die overeenkomst dan had hij die overeenkomst niet moeten sluiten. 4.2. Verder stelt de kantonrechter voorop dat de dagvaarding door een bevoegde gerechtsdeurwaarder is uitgebracht. Alle gerechtsdeurwaarders zijn lid van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (hierna: KBvG). Uit het register van de KBvG blijkt dat mevrouw [deurwaarder 1] vanaf 9 januari 2025 toegevoegd gerechtsdeurwaarder is ten kantore van gerechtsdeurwaarder mevrouw [deurwaarder 2]. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan het verweer van [gedaagde] dat de dagvaarding is uitgebracht door een niet bevoegde deurwaarder. 4.3. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar (Volkswagen) en een consument ( [gedaagde] ). De vordering moet daarom (ambtshalve) worden getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 4.4. Volkswagen stelt onweersproken dat [gedaagde] via haar website kenbaar heeft gemaakt dat hij een auto wilde huren. Daarbij heeft hij zijn wensen kenbaar gemaakt met betrekking tot de huurperiode, aantal kilometers, soort auto etc. Naar aanleiding daarvan heeft zij een concept contract, een prijsbijlage, de algemene vooraarden en productinformatie naar [gedaagde] gestuurd. Daarna hebben partijen beiden de overeenkomst schriftelijk ondertekend ten kantore van Volkswagen. Op basis hiervan stelt de kantonrechter vast dat de overeenkomst niet op afstand is gesloten of buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. 4.4. De kantonrechter is van oordeel dat Volkswagen voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten. Nu is voldaan aan de informatieplichten komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling. De kantonrechter oordeelt daarover als volgt. 4.5. [gedaagde] voert aan dat zijn adres dat in de huurovereenkomst is opgenomen niet juist is. Hij heeft dat bij ondertekening van de overeenkomst aangegeven, maar dit is niet aangepast. Hij heeft daardoor slechts één brief ontvangen. De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] zo dat hij alleen de dagvaarding heeft ontvangen en de facturen en aanmaningen niet, omdat deze naar een ander adres zijn gestuurd dan het adres waar de dagvaarding is betekend (het woonadres van [gedaagde] ).
Volledig
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] de auto heeft gehuurd, dat hij de facturen bij dagvaarding heeft ontvangen en dat hij deze – ook na ontvangst daarvan bij de dagvaarding – onbetaald heeft gelaten. Verder heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de vordering. De vordering ligt daarom in beginsel voor toewijzing gereed. 4.6. Volkswagen beroept zich op bedingen die zijn opgesteld om in diverse overeenkomsten te worden opgenomen en waarover niet vooraf met [gedaagde] is onderhandeld (de algemene voorwaarden). Daarom moet op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie EU (ambtshalve) beoordeeld worden of de betreffende bedingen onredelijk bezwarend zijn. Die toetsing vindt plaats aan de hand van de open norm van art. 6:233 sub a BW. Bij de toepassing van die open norm is de EG-richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) van belang. In de Richtlijn is bepaald dat een oneerlijk beding de consument niet bindt. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:691) bepaald dat als de rechter vaststelt dat een beding oneerlijk is in de zin van de Richtlijn, de rechter gehouden is het beding te vernietigen. Als oneerlijke bedingen in de zin van de Richtlijn kunnen worden aangemerkt ‘bedingen die tot doel of gevolg hebben de consument die zijn verbintenis niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen’. 4.7. Volkswagen vordert onder andere een bedrag van € 9,08 aan ‘handling aftankkosten’ en baseert deze schadevordering op artikel 1.3 van haar algemene voorwaarden, zoals omschreven in randnummer 2.2. Naar het oordeel van de kantonrechter moet dit beding als oneerlijk worden aangemerkt. In het beding is niet opgenomen wanneer aftankkosten in rekening kunnen worden gebracht en wordt de hoogte van de aftankkosten niet genoemd of gespecificeerd. Ook wordt er geen maximum aan verbonden. Dat geeft Volkswagen de mogelijkheid om ongelimiteerd kosten in rekening te brengen. 4.8. Verder vordert Volkswagen een bedrag van € 234,01 aan stilstandsclaim op grond van artikel 8.7 in de algemene voorwaarden, zoals omschreven in randnummer 2.2. Ook ten aanzien van dit beding moet de kantonrechter toetsen of deze oneerlijk dan wel onredelijk bezwarend is. De kantonrechter stelt Volkswagen in de gelegenheid om nader toe te lichten of zij dit beding eerlijk acht; met name ten aanzien van de 10% die zij in mindering brengt op de huurprijs wegens besparing van variabele kosten. Het is de kantonrechter niet duidelijk welke kosten hieronder vallen en ontvangt daarom graag een specificatie van deze kosten van Volkswagen. Ook is het de kantonrechter niet duidelijk hoeveel dagen de auto gehuurd is, vanaf welke datum de auto stil stond en wanneer deze weer beschikbaar was voor verhuur. Zo blijkt uit de verhuurovereenkomst dat partijen een huurperiode van 7 dagen zijn overeengekomen, blijkt uit de factuur dat de auto 10 dagen is gehuurd en stelt Volkswagen in het lichaam van de dagvaarding dat de auto kort is gebruikt en snel is ingeleverd. Voornoemde gegevens zijn noodzakelijk voor het berekenen van de stilstandsclaim. De kantonrechter vraagt Volkswagen daarom om ook op dit punt een nadere toelichting te geven. Daarna zal de kantonrechter beoordelen of dit beding als oneerlijk dan wel onredelijk bezwarend moet worden aangemerkt. 4.9. Ook vordert Volkswagen een bedrag van € 12,50 aan administratiekosten voor een verkeersboete. Dit bedrag wordt afgewezen. Volkswagen heeft twee verkeersboetes met administratiekosten in rekening gebracht en vervolgens de verkeerboetes en één keer administratiekosten gecrediteerd. De reden waarom dit is gecrediteerd is de kantonrechter niet bekend. Voor toekenning van dit bedrag is geen deugdelijke rechtsgrond gesteld of gebleken. Voor zover Volkswagen zich beroept op de laatste alinea van artikel 11 van haar algemene voorwaarden, dan moet dit beding naar oordeel van de kantonrechter als oneerlijk worden aangemerkt. Het geeft Volkswagen de mogelijk om eenzijdig kosten te bepalen en door te belasten zonder maximum. 4.10. Het gevolg van de oneerlijkheid van de bedingen is dat de kantonrechter ze ambtshalve dient te vernietigen, zodat de wederpartij ( [gedaagde] ) daar niet aan gebonden is (zie randnummer 4.6.). Volkswagen kan ook geen aanspraak meer maken op de wettelijke regelingen die van toepassing zouden zijn als de bedingen niet in de algemene voorwaarden zouden staan. Voordat de vernietiging wordt uitgesproken, zal de kantonrechter Volkswagen en daarna [gedaagde] in de gelegenheid stellen om op de hiervoor weergegeven overwegingen te reageren en kan Volkswagen - zo nodig - haar stellingen aanpassen. 4.11. De overige bedingen die Volkswagen aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd acht de kantonrechter niet oneerlijk dan wel onredelijk bezwarend of hoeven niet getoetst te worden, omdat de gevorderde bedragen om een andere reden worden afgewezen en aan de toetsing van eventuele oneerlijkheid niet wordt toegekomen. 4.12. Volkswagen vordert ook nog vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering wordt afgewezen. Om aanspraak te kunnen maken op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is onder meer vereist dat na het intreden van het verzuim een aanmaning is gestuurd naar [gedaagde] . Vast staat dat [gedaagde] de dagvaarding, met daarin opgenomen de facturen, op 10 april 2025 heeft ontvangen. De betalingstermijn van de facturen bedraagt 14 dagen en [gedaagde] heeft niet binnen deze termijn betaald. Dat betekent dat [gedaagde] sinds 25 april 2025 in verzuim is. De aanmaning is voor het intreden van het verzuim verstuurd; op 18 januari 2022. Op dat moment was [gedaagde] (nog) niet in verzuim met betaling van de facturen. 4.13. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 10 december 2025 voor het nemen van een akte door Volkswagen over wat is vermeld in randnummers 4.7. tot en met 4.9., waarna [gedaagde] vier weken de tijd krijgt voor het nemen van een akte over wat is vermeld in laatstgenoemde randnummers en in de akte van Volkswagen, waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd, 5.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025. 47414 \ 53854