Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-12-05
ECLI:NL:RBGEL:2025:11781
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/136234-22 Datum uitspraak : 5 december 2025 Tegenspraak verkort vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] (Suriname), wonende aan [adres] . Raadsman: mr. B. Korver, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 augustus 2020 tot en met 3 december 2020 te Arnhem, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (telkens) een grote hoeveelheid, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), te weten onder andere: In de periode van 26 juli 2020 tot en met 25 september 2020 één of meer kilo’s en/of In de periode van 17 juni 2020 tot en met 03 december 2020, 10, althans één of meer kilo’s waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 november 2019 tot en met 3 december 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië, en/of in Suriname, en/of in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een grote hoeveelheid, te weten onder andere: A. ongeveer 300 kilogram cocaïne in de periode van 12 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 en/of B. ongeveer 2 kilogram cocaïne in de periode van 3 augustus 2020 tot en met 5 september 2020 en/of C. ongeveer 60 kilogram cocaïne in de periode van 15 september 2020 tot en met 1 oktober 2020, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Subsidiair, indien en voor zover de voorgaande onder 2 onder A., B. en/of C. vermelde feiten niet tot een veroordeling zou(den) leiden, hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 november 2019 tot en met 3 december 2020 te Arnhem, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië en/of in Suriname, en/of in België, tezamen en in vereniging, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal/stof bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten onder andere: A. ongeveer 300 kilogram cocaïne in de periode van 12 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 en/of B. ongeveer 2 kilogram cocaïne in de periode van 3 augustus 2020 tot en met 5 september 2020 en/of C. ongeveer 60 kilogram cocaïne in de periode van 15 sept hij op/in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten (telkens) - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van een hoeveelheid cocaïne en/of (meth) amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door - het voorhanden hebben van één of meer encrypted telefoons (Encrochat met gebruikers/accountnamen [naam 3] en/of [naam 4] ) en/of het middels voornoemde telefoons - ( (telefonische) contacten en/of ontmoetingen te hebben en/of besprekingen te voeren en/of afspraken te maken met één of meerdere (mogelijke) producenten, leveranciers, transporteurs, financiers, afnemers, tussenpersonen, verleners van hand- en spandiensten en/of anderen met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, transport, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheden cocaïne en/of grondstoffen t.b.v. de productie van die (meth)amfetamine; 6. hij op/in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 06 mei 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) (al dan niet) opzettelijk niet voor onderzoek bedoelde geneesmiddelen, te weten een grote hoeveelheid ketamine, zonder vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 1 sub a van de Geneesmiddelenwet heeft bereid, heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft afgeleverd, heeft uitgevoerd, of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht dan wel een groothandel heeft gedreven, door (telkens) die/een hoeveelheid ketamine af te leveren en/of uit te (laten) voeren naar Groot-Brittannië; 7. hij op/in of omstreeks de periode van 19 februari 2020 tot en met 30 september 2020, te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens (van) een voorwerp, althans een of meer voorwerpen (een hoeveelheid geld), te weten onder andere: op of omstreeks 6 februari 2020 een hoeveelheid van 121.000€ en/of in de periode van 19 februari 2020 tot en met 21 februari 2020 een hoeveelheid van 300.000€ en/of in de periode van 2 september 2020 tot en met 6 september 2020 een hoeveelheid van (omgerekend) 110.600€ en/of één of meer (andere, grote) bedragen in diverse valuta Sub a - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) Sub b - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij/zij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf en hij, verdachte, van het ple ongeveer 2 kilogram cocaïne in de periode van 3 augustus 2020 tot en met 5 september 2020 en/of C. ongeveer 60 kilogram cocaïne in de periode van 15 september 2020 tot en met 1 oktober 2020, - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door het voorhanden hebben van één of meer encrypted telefoons (SKY, met gebruikers/accountnamen [naam 1] en/of [naam 2] ) en/of het middels voornoemde telefoons (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te hebben en/of (een) bespreking(en) te voeren en/of afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of anderen) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, transport, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid cocaïne; 4. hij in of omstreeks de periode van 17 april 2020 tot en met 12 juni 2020 te Arnhem en/of Amsterdam , althans te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval ( telkens ) opzettelijk aanwezig heeft gehad te weten onder andere : - ongeveer 10 kilogram cocaïne in de periode van 17 april 2020 tot en met 13 mei 2020 en /of - ongeveer 1 kilogram cocaïne in de periode van 1 mei 2020 tot en met 7 mei 2020 en /of - een grote hoeveelheid cocaïne in de periode van 16 mei 2020 tot en met 12 juni 2020, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 5. hij op/ in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten (telkens) - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van een hoeveelheid cocaïne en/of (meth) amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken , om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij /zij , verdachte en/of zijn /haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door - het voorhanden hebben van één of meer encrypted telefoons (Encrochat met gebruikers/accountnamen [naam 3] en/of [naam 4] ) en /of het middels voornoemde telefoons - ( (telefonische) contacten en/of ontmoetingen te hebben en/of besprekingen te voeren en/of afspraken te maken met 7 Procesafspraken Het verloop van de procesafspraken Het Openbaar Ministerie (OM) en de raadsman van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht van het maken van procesafspraken over de afdoening van deze strafzaak. Naar aanleiding hiervan heeft de officier van justitie de rechtbank op 29 oktober 2025 een zowel door de officier van justitie, als door verdachte en zijn raadsman ondertekende overeenkomst procesafspraken toegezonden. In deze overeenkomst zijn de door het OM, verdachte en zijn raadsman gemaakte procesafspraken, waaronder een gezamenlijke zienswijze over de beoordeling van de ten laste gelegde feiten en een gemeenschappelijk afdoeningsvoorstel, opgenomen. Partijen beogen daarmee de strafzaak op korte termijn tot een einde te laten komen. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de procesafspraken. De inhoud van de procesafspraken In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen: de verdachte legt geen nadere (bekennende) verklaring af; de verdediging zal uiterlijk vier weken voor de geplande zitting van 21 november 2025, te weten 24 oktober 2025, deze procesafspraken ondertekend retourneren aan het OM. De verdediging zal eveneens uiterlijk 24 oktober door middel van een e-mailbericht van de raadsman richting rechtbank en OM aangeven dat de feiten en kwalificaties zoals tussen en OM en verdediging vastgesteld in de bijlagen, niet worden ontkend en er geen inhoudelijke verweren ter zitting zullen worden gevoerd; de verdediging zal in voornoemde e-mail en desgevraagd door de rechtbank op zitting kenbaar maken dat zij afziet en derhalve niet opnieuw zal verzoeken om te horen de eerder toegewezen getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 2] . de verdediging zal geen nadere onderzoekswensen indienen; de verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging zal leiden tot een veroordeling van één of meerdere strafbare feiten als omschreven in de tenlastelegging(en); de verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken; de verdachte heeft met deze afspraken – na adequate rechtsbijstand te hebben ontvangen – vrijwillig afstand gedaan van verdedigingsrechten en is zich bewust van de (mogelijke) gevolgen daarvan; het OM zal bij de inhoudelijke zitting rekwireren tot: o bewezenverklaring van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten conform de inhoud van bijlage A; o een strafoplegging in de strafzaak, te weten een gevangenisstraf van 48 maanden; o vordering tot ontneming te weten: vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel en het opleggen van een betalingsverplichting, beiden ter hoogte van een bedrag á € 9.158,-; door de verdediging en het OM wordt geen hoger beroep ingesteld in zowel straf- als ontnemingszaak, tenzij de rechtbank in (een van) deze zaken substantieel afwijkt van de gemaakte procesafspraken; als substantieel wordt door verdediging en OM in ieder geval niet aangemerkt een andere, afwijkende bewezenverklaring en/of kwalificatie(s) door de rechtbank van de 7 feiten zoals deze door de verdediging en OM zijn overeengekomen en toegelicht in bijlage A en B, met dien verstande dat deze eventuele afwijkingen geen (substantiële) doorwerking hebben op de door rechtbank op te leggen hoogte van de straf en/of ontnemingsmaatregel. Het kader van de procesafspraken De rechtbank stelt voorop dat het maken van procesafspraken is toegestaan en dat de totstandkoming daarvan betekenis kan hebben voor de beslissingen die de strafrechter neemt, ondanks dat er thans nog geen wettelijke regeling is die voorziet in procesafspraken. Uit het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252) volgt dat procesafspraken geen afbreuk doen aan de autonome positie van de strafrechter. De strafrechter is niet gebonden aan de procesafspraken. De strafrechter blijft er namelijk verantwoordelijk voor dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de daarvoor geldende regelingen, in het bijzonder de artikelen 348 en 350 van Door dergelijke delicten wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Drugs leiden veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Daarnaast heeft verdachte zich bezig gehouden met de handel in ketamine. De gevolgen van de handel en het gebruik van dit middel zijn vergelijkbaar met die van harddrugs. Zo is gebleken dat het gebruik van dit middel schadelijk is voor de volksgezondheid. Ketamine is weliswaar in het medische circuit bedoeld als narcosemiddel en pijnbestrijder maar wordt vanwege zijn verdovende en hallucinerende werking ook gebruikt als recreatieve partydrug met een snelle geestelijk verslavende werking. De effecten, gevolgen en risico’s van ketamine zijn zeer heftig en schadelijk voor de gezondheid gebleken. Zo kan het gaan om heftige angsten en psychoses, verwondingen of het stikken in eigen braaksel. Ook kunnen er geheugen- en concentratieproblemen optreden en zelfs ernstige hersenbeschadigingen. Bij het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte kennelijk enkel gedacht aan zijn eigen geldelijk gewin en zich geen enkele rekenschap gegeven van de negatieve effecten daarvan. De op te leggen straf Bij de bepaling van de op te leggen straf zal de rechtbank acht slaan op de procesafspraken, de grondslagen daarvan en het daaruit voortvloeiende afdoeningsvoorstel en overeenkomstig beslissen. Het voorstel staat naar het oordeel van de rechtbank in redelijke verhouding tot de ernst van de zaak, gelet op zijn meewerkende proceshouding bij de politie en het tijdsverloop sinds het plegen van de feiten. Hierbij overweegt de rechtbank uitdrukkelijk dat het voorstel niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling dient, maar ook een effectieve afdoening van de zaak. Omdat de rechtbank in lijn met de overeenkomst van partijen oordeelt, vloeit daaruit immers in beginsel voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. Partijen hebben tijdens de zitting aangegeven dat zij zich zullen neerleggen bij een vonnis als de strafoplegging overeenkomt met de daarover gemaakte afspraken. De op te leggen straf kan daarmee onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. De overeenkomst doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij. De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 48 maanden zoals vastgelegd in de overeenkomst procesafspraken tussen het OM en de verdediging, in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting en dus in de gegeven omstandigheden een passende straf is. Zij zal die straf dan ook aan verdachte opleggen. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 46, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht; - 2, 3, 10, 10 a en 11 van de Opiumwet; - 38 van de Geneesmiddelenwet. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij d