Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-12-22
ECLI:NL:RBGEL:2025:11666
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/460566 / KG ZA 25-456 Vonnis in kort geding van 22 december 2025 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende in [woonplaats] ,2. [eiser sub 2] , wonende in [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: “ [eisers] ”, advocaat: mr. P. Geervliet, tegen de vereniging NEDERLANDSE POSTDUIVENHOUDERS ORGANISATIE, gevestigd in Veenendaal, gedaagde partij, hierna te noemen: “NPO”, advocaat: mr. L.J. Krijgsman. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 13;- de aanvullende productie 14 van [eisers]- de producties 1, 2 en 3 van NPO; - de aanvullende producties 4, 5 en 6 van NPO;- de mondelinge behandeling van 17 december 2025;- de pleitnota van [eisers] ;- de pleitnota van NPO. 1.2. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 22 december 2025 een kop-staartvonnis gewezen. De feiten en motivering waarop de in dat vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd. 2 De feiten 2.1. De NPO is een overkoepelende organisatie voor de postduivensport en kent 11 leden afdelingen. Deze zijn geografisch ingedeeld. De leden afdelingen hebben basisleden, die zijn verenigd in leden Basisverenigingen. De NPO houdt klassementen bij van duivenvluchten die haar afdelingen organiseren. Bovendien bepaalt zij aan de hand van die klassementen welke duiven kwalificeren voor deelname aan de Competitie Olympiade (hierna: de Olympiade“) en World Best Pigeon (hierna: WBP"). 2.2. De Olympiade en WBP worden georganiseerd door de Fédération Colombophile Internationale (de internationale duivenbond, hierna: FCI), waarbij de NPO is aangesloten. leder land zend per categorie de beste drie duiven uit. De eerste, tweede en derde winnaar krijgen de titel Olympiade duif. 2.3. De Ledenraad van de NPO beslist over het Nationaal vliegprogramma, en welke vluchten tellen voor de Nationale Kampioenschappen. Het bestuur van NPO doet een voorstel daartoe, en de Ledenraad beslist vervolgens hoeveel en welke vluchten tellen voor welk onderdeel. De Ledenraad heeft op 13 november 2024 afspraken over de kwalificatie vastgelegd en daarin, voor zover van belang, opgenomen: (…) Om iedereen zoveel mogelijk gelijke kansen te geven tellen alleen de vluchten van het Nationale vliegprogramma voor de Olympiade en WBP. Extra vluchten, attractievluchten, taart- en najaarvluchten etc. tellen niet mee voor de Olympiade en WBP tenzij het NPO Bestuur hiervoor vooraf toestemming voor verleent. (…) 2.4. [eisers] zijn allebei direct dan wel indirect lid van de NPO. 2.5. Op 17 oktober 2024 is door het bestuur van NPO een concept Nationaal Vliegprogramma opgesteld. Daarin zijn voor het nationaal vliegprogramma vijf dagfondvluchten opgenomen, te weten E22, E24, E26, E28 en E30. Deze naamcodes zijn later met één cijfer verlaagd, omdat alle vluchten één week werden vervroegd. 2.6. Op 23 november 2024 is het concept Nationaal Vliegprogramma vastgesteld door de Ledenraad van NPO. 2.7. Op 30 juli 2025 heeft de NPO via haar website het volgende bericht aan haar leden gecommuniceerd: (…) - er kan ook Nationaal gepould worden op niveau 9 - in alle afdelingen kan er worden ingekorfd, zie site van uw eigen afdeling - de afhaal routes worden nog besproken - mandenlijsten zijn verplicht Met vriendelijke groet, De landelijke organisatie Orleans 2025 [de wedstrijd met kenmerk E31, toevoeging voorzieningenrechter ]. Om verwarring te voorkomen: de vlucht telt niet voor de nationale kampioenschappen, maar wel voor WBP en de Olympiade. (…) 2.8. Op 3 augustus 2025 heeft Afdeling 5 van de NPO een vlucht georganiseerd waaraan heel Nederland kon deelnemen en die gelost werd in Orleans onder vluchtnummer E31 (hierna: E31). De datum van inkorving voor deze vlucht was 31 juli 2025. 2.9. De beslissing om deze vlucht mee te laten tellen voor de Olympiade is door twee andere leden van de NPO, namelijk [naam 1] en [naam 2] (hierna: [naam 1] en [naam 2] ), aangevochten bij het In Vervolgens zijn op 14 februari 2025 aan alle afdelingen de definitieve vliegprogramma’s bekend gemaakt. In dat overzicht is E31 als dagfondvlucht opgenomen. Daarin is E31 opengesteld voor alle leden, niet alleen die van Afdeling 5. Ook lid B. Verkerk heeft later nog telefonisch te horen gekregen dat E31 telde voor de Olympiade en WBP. Op 30 juli 2025 is daarna verwarring ontstaan over E31 op basis van een bericht van het NPO-bestuur van 30 juli 2025 dat E31 niet zou meetellen voor de Olympiade of WBP. Nadat [naam 3] wederom telefonisch contact had opgenomen met de voorzitter van NPO heeft het bestuur een bericht van 30 juli 2025 op haar website geplaatst dat E31 meetelt voor de kwalificatie. Het was volgens [eisers] dus vanaf 6 december 2024 kenbaar dat E31 zou meewegen voor de kwalificatie voor de Olympiade en WBP. Daartegen heeft NPO aangevoerd dat op grond van de regels vastgesteld op 13 november 2024 door de Ledenraad geldt dat alleen de vluchten op het Nationale Vliegprogramma meetellen voor de Olympiade en WBP. Het Nationaal Vliegprogramma is zonder op- of aanmerking definitief vastgesteld op 23 november 2024. Daarin zijn de vluchten E22, E24, E26, E28 en E30 opgenomen als nationale vluchten. E31 wordt niet genoemd in het Nationaal Vliegprogramma. E31 is ook niet door NPO georganiseerd, wat wel nodig is om als nationale vlucht te worden aangemerkt. Het bestuur heeft wel de bevoegdheid om extra vluchten te laten meetellen als kwalificatiewedstrijden, maar deze heeft zij voor het eerst op 30 juli 2025 ingezet om E31 als zodanig aan te wijzen. [naam 1] en [naam 2] zijn bij het ISR tegen dit besluit opgekomen en door het ISR is bepaald dat deze aanwijzing onredelijk kort voor de inkorfdatum op 31 juli 2025 was gedaan en NPO is aldus veroordeeld om E31 niet te betrekken bij kwalificatie voor de Olympiade en WBP. Dat de voorzitter van NPO op 6 december 2024 tegen [naam 3] zou hebben gezegd dat E31 meetelt voor de Olympiade en WBP wordt door NPO uitdrukkelijk betwist. Immers zou deze toezegging dan zijn gedaan kort nadat de Ledenraad had gestemd tussen het hebben van één of twee nationale dagfondvluchten en de voorzitter slechts 13 dagen daarna een derde dagfondvlucht zou hebben aangewezen. Dat in de latere goedgekeurde vliegprogramma’s E31 wel staat genoemd, betekent volgens NPO niet dat het daarmee een nationale vlucht is. Immers staan in die programma’s allerlei dagfondvluchten genoemd. E31 stond vermeld voor Afdeling 5 en zij zou deze dan ook organiseren, niet NPO. Gelet op de gemotiveerde betwisting van NPO en het gebrek aan voldoende concrete onderbouwing door [eisers] is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de aankondiging om E31 mee te tellen als kwalificatiewedstrijd eerder is gedaan dan op 30 juli 2025. 4.5. [eisers] hebben nog gesteld dat [naam 4] , ook lid van NPO, telefonisch contact heeft gehad in oktober 2025 met het bestuur van NPO en dat het bestuur in dat gesprek heeft aangegeven dat E31 wel zou meetellen als kwalificatiewedstrijd. Het belang van dit telefoongesprek voor onderhavig geschil ontgaat de voorzieningenrechter. Dit gesprek heeft immers plaatsgevonden geruime tijd na de aankondiging van 30 juli 2024 en voordat in het arbitraal vonnis is geoordeeld dat E31 op 30 juli 2025 niet tijdig genoeg was aangekondigd als kwalificatiewedstrijd. Dat het bestuur in oktober 2025 in de veronderstelling was, zoals NPO ook heeft bepleit tijdens de arbitrageprocedure, dat E31 wel een kwalificatiewedstrijd was, is dan ook logisch. Pas daarna is immers geoordeeld dat E31 onredelijk kort voor de inkorfdatum was aangekondigd als kwalificatiewedstrijd en dus het besluit van het bestuur teruggedraaid. Arbitraal vonnis 4.6. Volgens [eisers] is de wijze van totstandkoming van het arbitraal vonnis dermate gecompromitteerd en heeft NPO daarbij zich zo onzorgvuldig jegens [eisers] gedragen dat het arbitraal vonnis geschorst dient te worden. Tenuitvoerlegging daarvan zou volgens hen in strijd zij