Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-10-14
ECLI:NL:RBGEL:2025:11656
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
12,198 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11656 text/xml public 2026-02-12T14:49:28 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-10-14 210237-24, 034164-22 (tul), 290339-23 (tul) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11656 text/html public 2026-02-12T14:48:56 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11656 Rechtbank Gelderland , 14-10-2025 / 210237-24, 034164-22 (tul), 290339-23 (tul) Gevangenisstraf van 12 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden voor poging tot zware mishandeling en het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor aan een ander ernstig letsel is toegebracht (6 WVW). Verdachte is met een personenauto gericht op een voetganger afgereden. Nadat de voetganger was geraakt, kwam de auto via een muur in botsing met een tegemoetkomende fietsster, die daardoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Vorderingen tenuitvoerlegging toegewezen. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05-210237-24, 05-034164-22 (tul), 05-290339-23 (tul) Datum uitspraak : 14 oktober 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] . Raadsman: mr. J.A. Schadd, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans een of meerdere slachtoffers waarvan de identiteit tot op heden onbekend is gebleven, opzettelijk van het leven te beroven, als bestuurder van een personenauto (Seat Leon) - met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden, - ( vervolgens) aan de verkeerde kant van de rijbaan heeft gereden, waardoor hij aan de linkerkant van die rijbaan heeft gereden, - ( vervolgens) achter die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, is aangereden en achter voornoemde personen is aan blijven rijden, althans met die auto voornoemde personen heeft opgezocht/achtervolgd, - ( vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, is gereden, en/of - ( vervolgens) met de linker(voorkant) van de auto tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans een of meerdere slachtoffers waarvan de identiteit tot op heden onbekend is gebleven, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen als bestuurder van een personenauto (Seat Leon) - met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, gereden, - ( vervolgens) aan de verkeerde kant van de rijbaan gereden, waardoor hij aan de linkerkant van die rijbaan heeft gereden, - ( vervolgens) achter die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, aan is gereden en achter voornoemde personen aan is blijven rijden, althans met die auto voornoemde personen opgezocht/achtervolgd, - ( vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, gereden, en/of - ( vervolgens) met de linker(voorkant) van de auto tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, aan gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Waalstraat en/of gaande in de richting van de Maaslaan, daarmee rijdende over de weg, Vrij Nederlandstraat, - terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend is, - terwijl ter plaatste een tegemoetkomende (vanuit het perspectief van verdachte) fietsster naderde, - zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht, immers was hij, verdachte, bezig met de radio, - op de Vrij Nederlandstaat, gelegen in een woonwijk, heeft gereden met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakte van die weghelft, - het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of is met de voorste wielen van het door hem bestuurde motorrijtuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een trottoirband en/of een muurtje van een schutting, - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven personen, en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 3] , althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was; meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Waalstraat en/of gaande in de richting van de Maaslaan, daarmee rijdende over de weg, Vrij Nederlandstraat, - terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend is, - terwijl ter plaatste een tegemoetkomende (vanuit het perspectief van verdachte) fietsster naderde, - zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht, immers was hij, verdachte, bezig met de radio, - op de Vrij Nederlandstaat, gelegen in een woonwijk, heeft gereden met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakte van die weghelft, - het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of is met de voorste wielen van het door hem bestuurde motorrijtuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een trottoirband en/of een muurtje van een schutting, - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer
Volledig
1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven personen, en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 3] , althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; 2. hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk van het leven te beroven, als bestuurder van een personenauto (Seat Leon) - met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden, - ( vervolgens) aan de verkeerde kant van de rijbaan heeft gereden, waardoor hij aan de linkerkant van die rijbaan heeft gereden, - ( vervolgens) achter die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, is aangereden en achter voornoemde personen is aan blijven rijden, althans met die auto voornoemde personen heeft opgezocht/achtervolgd, - ( vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, is gereden, - ( vervolgens) met de linker(voorkant) van de auto tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, is aangereden en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer 3] , die aan dezelfde kant van de rijbaan in tegengestelde richting van hem, verdachte, fietste, met zijn auto heeft geraakt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Waalstraat en/of gaande in de richting van de Maaslaan, daarmee rijdende over de weg, Vrij Nederlandstraat, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, - terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend is, - terwijl ter plaatste een tegemoetkomende (vanuit het perspectief van verdachte) fietsster naderde, - zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht, immers was hij, verdachte, bezig met de radio, - op de Vrij Nederlandstaat, gelegen in een woonwijk, heeft gereden met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakte van die weghelft, - het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of is met de voorste wielen van het door hem bestuurde motorrijtuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een trottoirband en/of een muurtje van een schutting, - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven personen, en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 3] , althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een of meer anderen, te weten [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Waalstraat en/of gaande in de richting van de Maaslaan, daarmee rijdende over de weg, Vrij Nederlandstraat, - terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend is, - terwijl ter plaatste een tegemoetkomende (vanuit het perspectief van verdachte) fietsster naderde, - zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht, immers was hij, verdachte, bezig met de radio, - op de Vrij Nederlandstaat, gelegen in een woonwijk, heeft gereden met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakte van die weghelft, - het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of is met de voorste wielen van het door hem bestuurde motorrijtuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een trottoirband en/of een muurtje van een schutting, - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven personen, en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 3] , althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was; meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Waalstraat en/of gaande in de richting van de Maaslaan, daarmee rijdende over de weg, Vrij Nederlandstraat, - terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend is, - terwijl ter plaatste een tegemoetkomende (vanuit het perspectief van verdachte) fietsster naderde, - zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht, immers was hij, verdachte, bezig met de radio, - op de Vrij Nederlandstaat, gelegen in een woonwijk, heeft gereden met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakte van die weghelft, - het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en/of is met de voorste wielen van het door hem bestuurde motorrijtuig gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een trottoirband en/of een muurtje van een schutting, - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven personen, en/of - is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 3] , althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaak
Volledig
t, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van feit 1 en 2 De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 25 mei 2024 vond een aanrijding plaats in een woonwijk in Arnhem . Verdachte – ter plaatse zeer bekend – reed als bestuurder van een personenauto (Seat Leon) over de Vrij Nederlandstraat, komende uit de richting van Waalstraat en gaande in de richting van de Maaslaan. Bij de kruising met de Zaanstraat staken twee jongens rennend de Vrij Nederlandstraat over. Verdachte botste met de linker voorkant van de auto tegen één van de overstekende jongens aan en kwam met de voorste twee wielen op de stoep aan de linkerkant van de weg terecht. Vervolgens botste hij met de auto tegen een muurtje van de schutting van het huis op de hoek van Zaanstraat, waardoor de achterkant van de auto de lucht in bewoog en naar rechts zwenkte, in de richting van de Vrij Nederlandstraat. Daar fietste op dat moment mevrouw [slachtoffer 3] , komende uit de richting Maaslaan en gaande in de richting van de Waalstraat. De auto botste tegen de fietsster aan, waardoor zij een behoorlijke klap op de achterruit van de personenauto maakte en op de weg viel. Als gevolg van het ongeval heeft [slachtoffer 3] een complexe breuk van het linker hielbeen opgelopen met verplaatsing van de botdelen. Ook is het linker kuitbeen aan de onderzijde gebroken. Na een operatie aan de botbreuken heeft ze vijf maanden in een rolstoel gezeten. Zij is nu nog steeds bezig met het herstel. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten. Verder heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de voetgangers. Verdachte wilde enkel een ter plekke voor hem rijdende scooter inhalen en verloor van schrik de controle over het voertuig toen de voor hem onbekende voetgangers plotseling de weg overstaken. Om die reden dient verdachte ook te worden vrijgesproken van het meer subsidiair tenlastegelegde, omdat uit het dossier niet volgt dat verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. Ten aanzien van feit 2 is de raadsman met de officier van justitie van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, wegens het ontbreken van opzet op de dood van de fietsster. Ook dient verdachte volgens de raadsman te worden vrijgesproken van het meer subsidiair tenlastegelegde, omdat ook hier niet kan worden vastgesteld dat verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. Ten aanzien van het subsidiair en meest subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met de opmerking dat verdachte zich feitelijk enkel schuldig heeft gemaakt aan het rijden met een te hoge snelheid, nu de verkeerd afgelopen inhaalmanoeuvre niet aan de schuld van verdachte te wijten was. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank zal de feiten 1 en 2 hieronder gezamenlijk bespreken, nu deze betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex. Vervolgens zal de rechtbank per feit ingaan op de vraag hoe het handelen van verdachte moet worden gekwalificeerd. De politie heeft onderzoek gedaan naar de toedracht van het verkeersincident en heeft diverse camerabeelden bekeken en beschreven. Aan de hand van de camerabeelden is de vermoedelijke rijroute van verdachte direct voorafgaand aan het incident beschreven. Daaruit volgt dat verdachte over de Scheldestraat in de richting van de Waalstraat en vervolgens via de Griftstraat naar de Vrij Nederlandstraat is gereden, waar hij kennelijk met hoorbaar piepende banden door de bocht is gegaan. Op de beschreven camerabeelden van de Lingestraat 6 zijn door de politie ook twee mannen gezien die vanaf de Scheldestraat in de richting van de Lingestraat renden, enkele seconden nadat verdachte door de Scheldestraat is gereden. Op de camerabeelden van de Vrij Nederlandstraat 32 is door de politie gezien dat verdachte een snorscooter inhaalde. Uit de beelden van Lingestraat 35 volgt volgens de beschrijving dat de twee voornoemde mannen, rennend en komend uit de Lingestraat, voor deze scooter de Vrij Nederlandstraat overstaken, kennelijk met een versnelde aanzet. Persoon 1 was de weg al overgestoken toen het voertuig van verdachte naderde. Verdachte reed uiterst aan de linkerkant van de weg en met een aardige snelheid. Persoon 2 was de weg nagenoeg overgestoken toen hij door de auto werd aangetikt. Hij vloog hierdoor een stukje door de lucht en kwam vervolgens horizontaal op de straat terecht. Uit de beschreven beelden volgt dat de auto vervolgens de stoep op schoot, tegen een muurtje botste en met veel kracht in botsing kwam met de tegemoetkomende fietsster. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij schrok van de plotseling overstekende voetgangers, waardoor hij bevroor en de controle over het voertuig verloor. Naar aanleiding van deze verklaring heeft de politie de camerabeelden van de Lingestraat 35 nader onderzocht om de reactie van verdachte vast te stellen op het moment dat de twee personen de weg overstaken. Daarbij heeft de politie gekeken naar de positie van de wielkasten en de banden van de personenauto op de momenten direct voorafgaand aan het moment van de aanrijding. Uit de beelden volgt dat het voertuig de kruising van de Vrij Nederlandstraat naderde toen de twee personen de weg waren overgestoken, waarbij de voorste persoon al op de stoep liep en de achterste persoon nog op de weg liep. Op de beelden is te zien dat de afstand tussen de band en de wielkast van het voorste wiel op dat moment groter was ten opzichte van de afstand tussen de band en wielkast van het achterste wiel (zoals weergegeven op foto 1). Dit kan er volgens de politie op duiden dat het voertuig accelereerde. Op het moment dat de afstand tussen het voertuig en de persoon die op de weg liep nog ongeveer twee meter bedroeg, was de afstand tussen de band en de wielkast van het voorste wiel nagenoeg gelijk aan die van het achterste wiel, wat erop kan duiden dat het voertuig niet meer accelereerde (zoals weergegeven op foto 2). Op foto 3 is te zien dat de afstand tussen de band en de wielkast van het voorste wiel aanzienlijk kleiner is dan op foto 1 en 2. Dit kan erop duiden dat er hard geremd werd. Alleen op foto 3 is te zien dat de remlichten branden. Op dat moment was de afstand tussen het voertuig en de persoon die nog op de weg liep nagenoeg nul. Volgens de politie lijkt het erop dat verdachte accelereerde op het moment dat de twee personen de straat overstaken en dat hij op het laatste moment hard remde. Aan de hand van de camerabeelden heeft de politie ook onderzoek gedaan naar de indicatieve gemiddeld gereden snelheid van de personenauto vlak voor de aanrijding. De ter plaatse toegestane maximumsnelheid bedroeg 30 kilometer per uur. Uit het onderzoek volgt dat de bestuurder van de personenauto reed met een indicatieve gemiddelde snelheid van 47 kilometer per uur. Naar verwachting van de politie geeft de berekende indicatieve gemiddelde snelheid van de personenauto een onderschatting ten opzichte van de werkelijk gereden snelheid. [getuige] , de bestuurder van de scooter, is door de politie als getuige gehoord. Hij had continu zicht op de situatie. Hij heeft als volgt verklaard. Hij reed op zijn scooter over de Vrij Nederlandstraat en zag van rechts twee jongens te voet uit een zijstraat komen. Zij renden richting de IJssellaan en staken voor de scooter over. Op dat moment zag de getuige een auto links van hem, die hem inhaalde en harder reed dan hij.
Volledig
Deze auto reed voor hem echt gericht op die jongens af en raakte één van de jongens. Op het moment dat de jongen aangereden en geraakt werd hoorde de getuige een harde bonk, waarna de auto doorreed, een paaltje ramde van een schutting en een vrouw raakte die daar op dat moment fietste. De getuige hoorde de auto pas remmen vlak voordat hij die paal ramde. De getuige zag dat de bestuurder uitstapte en direct naar de jongens toe rende. Hij riep dat hij hun wilde pakken of iets dergelijks. Het kwam op de getuige over dat deze jongens een conflict hadden. Door de politie is tevens onderzoek verricht naar de identiteit van de overstekende personen. Op basis van een analyse van de telefoon van [slachtoffer 2] , waaruit onder meer volgt dat deze telefoon op de dag van het incident is aangestraald op de IJssellaan en waarin verschillende chatberichten zijn aangetroffen waaruit blijkt dat [slachtoffer 2] die betreffende dag is aangereden, acht de politie het aannemelijk dat [slachtoffer 2] de voetganger was die door de auto werd aangereden. De rechtbank neemt deze conclusie over en zal er bij de beoordeling van het bewijs van uitgaan dat [slachtoffer 2] de persoon is die op 25 mei 2024 te voet de straat overstak en vervolgens werd geraakt door de auto van verdachte. Overwegingen ten aanzien van feit 1 (de voetgangers) Aan verdachte is onder feit 1 primair ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag op de voetgangers, onder wie [slachtoffer 2] . Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit voornoemde bewijsmiddelen dat verdachte voorafgaand aan de aanrijding een ronde door de wijk heeft gemaakt, rijdend vanaf de Scheldestraat via de Griftstraat naar de Vrij Nederlandstraat. Hierbij bevond hij zich dus eerst dicht in de buurt van de voetgangers, en kwam hij na de ronde op dezelfde plek uit als de voetgangers, die blijkens de beschreven camerabeelden vanuit de Scheldestraat door de Lingestraat naar de Vrij Nederlandstraat zijn gerend. Verdachte heeft zijn route met een hoge snelheid afgelegd, immers heeft hij met een gemiddelde snelheid van minimaal 47 kilometer per uur door de woonwijk gereden, terwijl aldaar een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur gold. Uit de camerabeelden volgt dat de bocht naar de Vrij Nederlandstraat door verdachte met hoorbaar piepende banden werd genomen en dat verdachte op de Vrij Nederlandstraat aan de (uiterst) linkerzijde van de weg reed. Uit nader onderzoek van de politie is bovendien naar voren gekomen dat verdachte accelereerde op het moment dat de twee personen de straat overstaken en dat hij pas op het laatste moment hard afremde, toen de afstand tot [slachtoffer 2] , die op dat moment de weg al bijna was overgestoken, nog nagenoeg nul bedroeg. Ook uit de verklaring van de bestuurder van de scooter volgt dat verdachte hard en gericht op de voetgangers afreed. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat hieruit volgt dat verdachte in zijn auto bewust op zoek ging naar de wegrennende voetgangers en vervolgens met hoge snelheid gericht op hen is afgereden. De verklaring van verdachte dat er sprake was van een ongeluk en dat hij schrok van de overstekende voetgangers, wordt gelet op al het voorgaande door de rechtbank niet aannemelijk geacht. Om tot een bewezenverklaring van een poging tot doodslag te komen, zoals primair ten laste is gelegd, moet worden bewezen dat verdachte het opzet had, al dan niet in voorwaardelijke zin, op de dood van de voetgangers. De rechtbank constateert dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte als doel had de voetgangers te doden. Van vol opzet op de dood is naar het oordeel van de rechtbank derhalve geen sprake. Onder omstandigheden kan het aanrijden van een voetganger met een personenauto een aanmerkelijke kans in het leven roepen dat deze persoon als gevolg van deze handeling komt te overlijden. Indien uit het handelen van verdachte blijkt dat hij deze aanmerkelijke kans op de dood bewust heeft aanvaard, is sprake van voorwaardelijk opzet. De rechtbank overweegt dat het dossier onvoldoende informatie bevat om te concluderen dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op overlijden van de voetganger(s) door het rijgedrag van verdachte. Er zit geen aangifte van [slachtoffer 2] in het dossier en er is geen forensisch onderzoek verricht naar eventueel letsel bij [slachtoffer 2] , dan wel naar het letsel dat als gevolg van de aanrijding had kunnen ontstaan. Ook de andere voetganger, van wie de identiteit niet met dezelfde mate van aannemelijkheid door de politie kon worden vastgesteld, heeft geen aangifte gedaan. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. De rechtbank acht de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2] wel bewezen. Verdachte reed als bestuurder van een personenauto met een snelheid van minstens 47 kilometer per uur gericht op [slachtoffer 2] af - die te voet de weg overstak - en raakte hem met de voorkant van zijn auto, waardoor [slachtoffer 2] een stukje door de lucht is gevlogen en horizontaal op de straat terecht is gekomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat door aldus te handelen een aanmerkelijke kans in het leven wordt geroepen dat bij een voetganger zwaar lichamelijk letsel ontstaat. Verdachte heeft deze aanmerkelijke kans bewust aanvaard door op deze wijze gericht op [slachtoffer 2] af te rijden. Daarmee was er naar het oordeel van de rechtbank bij verdachte minst genomen sprake van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2] . De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft begaan. Ten aanzien van de andere voetganger overweegt de rechtbank dat deze persoon niet door de auto van verdachte is geraakt en zich reeds (ruim) op de stoep bevond ten tijde van de aanrijding. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij deze persoon. Verdachte zal van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Overwegingen ten aanzien van feit 2 ( [slachtoffer 3] ) De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er geen sprake is van poging tot doodslag op [slachtoffer 3] , zoals onder feit 2 primair ten laste is gelegd. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte als doel had om [slachtoffer 3] te doden, noch dat hij de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 3] bewust heeft aanvaard. Zijn aandacht lag immers volledig bij de overstekende jongens. Nu er geen (voorwaardelijk) opzet bij verdachte kan worden vastgesteld, zal de rechtbank hem vrijspreken van het primair tenlastegelegde. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank wel tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van schuld aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW, zoals hem onder feit 2 subsidiair ten laste is gelegd. Door als bestuurder van een personenauto, in een woonwijk met een aanzienlijk hogere snelheid dan de maximaal toegestane snelheid van 30 km/u, bewust en gericht op voetgangers af te rijden, als gevolg waarvan achtereenvolgens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn aangereden, heeft verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gereden. Naar het oordeel van de rechtbank is het daarom aan zijn schuld te wijten dat het verkeersongeval, als gevolg waarvan [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair en onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1.
Volledig
hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem , althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans een of meerdere slachtoffers waarvan de identiteit tot op heden onbekend is gebleven, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, als bestuurder van een personenauto (Seat Leon) - met een hoge snelheid , in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden, - (vervolgens) aan de verkeerde kant van de rijbaan heeft gereden, waardoor hij aan de linkerkant van die rijbaan heeft gereden, - (vervolgens) achter die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, aan is gereden en achter voornoemde personen persoon aan is blijven rijden , althans met die auto voornoemde personen opgezocht/achtervolgd , - ( vervolgens ) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, is gereden, en /of - ( vervolgens ) met de linker ( voorkant ) van de auto tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven slachtoffers, aan is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op of omstreeks 25 mei 2024 te Arnhem , althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van Waalstraat en /of gaande in de richting van de Maaslaan, daarmee rijdende over de weg, Vrij Nederlandstraat, zeer , althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en /of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, - terwijl hij ter plaatse (zeer) bekend is, - terwijl ter plaatse een tegemoetkomende (vanuit het perspectief van verdachte) fietsster naderde, - zijn aandacht gedurende enige tijd niet , althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en /of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht, immers was hij, verdachte, bezig met de radio, - op de Vrij Nederlandstraat, gelegen in een woonwijk, heeft gereden met een hoge snelheid , in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was , - in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en /of een fietser gebruik maakten van die weghelft, - het door hem bestuurde motorrijtuig niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en /of onvoldoende onder controle heeft gehouden dan wel kunnen houden en /of is met de voorste wielen van het door hem bestuurde motorrijtuig is gebotst tegen , althans in aanrijding gekomen met, een trottoirband en /of een muurtje van een schutting, - is gebotst tegen , althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , althans onbekend gebleven personen, en /of - is gebotst tegen , althans in aanrijding is gekomen met [slachtoffer 3] , althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets , en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor bij een of meer ander en , te weten [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1, subsidiair: poging tot zware mishandeling feit 2, subsidiair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd voor de duur van 12 maanden. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat bij strafoplegging rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van verdachte, in het bijzonder het feit dat hij nu een dagbesteding heeft en op de goede weg is. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan verdachte een stevige voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daarnaast een stevige taakstraf. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling en aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor aan een ander ernstig letsel is toegebracht. Als bestuurder van een personenauto is hij gericht en versneld op een voetganger afgereden die op dat moment de weg overstak. Nadat de voetganger was geraakt, kwam de auto via een muur in botsing met een tegemoetkomende fietsster, mevrouw [slachtoffer 3] . Uit het onderzoek van de politie is naar voren gekomen dat een mogelijk (drugsgerelateerd) conflict tussen verdachte en de voetganger(s) aan het verkeersincident ten grondslag heeft gelegen. Hoewel de aard ervan niet volledig duidelijk is geworden, lijkt het er sterk op dat die betreffende zaterdag een conflict werd uitgevochten midden in een woonwijk, een plek waar kinderen spelen en mensen fietsen. [slachtoffer 2] (één van de voetgangers) lijkt hierbij in ieder geval pijn te hebben opgelopen, maar mevrouw [slachtoffer 3] , die in het geheel niets met het conflict te maken had, is daar met name het slachtoffer van geworden. Zij is degene die nog iedere dag de enorme gevolgen ondervindt van het ongeval, zoals namens haar treffend onder woorden is gebracht in de schriftelijke slachtofferverklaring. Ook na diverse operaties is het voor haar de vraag of zij ooit nog op een normale en pijnloze manier kan lopen. Haar leven en dat van haar gezin is ingrijpend veranderd, enkel en alleen omdat zij de verschrikkelijke pech had om op dat moment over de Vrij Nederlandstraat te fietsen en daar verdachte tegen te komen. Dit rekent de rechtbank hem zwaar aan. Hoewel verdachte ter terechtzitting spijt heeft betuigd jegens mevrouw [slachtoffer 3] , heeft hij geweigerd openheid te geven over de aanleiding van het verkeersincident en heeft hij zijn eigen handelen structureel gebagatelliseerd. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 september 2025, waaruit volgt dat verdachte ondanks zijn jonge leeftijd al een fors strafblad heeft opgebouwd. De eerdere veroordelingen betreffen met name Opiumwetdelicten. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 24 september 2025. Daaruit volgt dat er bij verdachte sprake is van een aanhoudend patroon van criminaliteit. Van zijn dertiende tot en met zijn achttiende pleegde hij meerdere en uiteenlopende delicten. Bovengenoemd patroon heeft zich voltrokken ondanks de inzet van meerdere toezichttrajecten vanuit de jeugdreclassering. Momenteel loopt een jeugdreclasseringstoezicht dat is gestart in januari 2024.
Volledig
Bij aanvang was er sprake van een strak kader met meerdere voorwaarden, maar stapsgewijs heeft verdachte meer vrijheden toegekend gekregen. Momenteel dient hij zich enkel te houden aan meldplichtafspraken en zich in te zetten voor dagbesteding. Vanuit de jeugdreclassering werd het gebrek aan dagbesteding eerder gezien als voornaamste risicofactor op delictgedrag. Sinds vier maanden beschikt verdachte echter over werk, daarnaast houdt hij zich aan afspraken met de jeugdreclassering. Of het gebrek aan zinvolle dagbesteding een rol heeft gespeeld in de totstandkoming van de onderhavige feiten is voor de reclassering niet vast te stellen, aangezien verdachte zich op het zwijgrecht beriep. Om deze reden heeft de reclassering geen zicht op mogelijke delictgerelateerde criminogene factoren. Ook werd de reclassering beperkt in haar referentenonderzoek, aangezien verdachte geen toestemming gaf om contact op te nemen met zijn moeder. Hierdoor kan de reclassering geen passende uitspraken doen over de wenselijkheid/noodzakelijkheid van de inzet van reclasseringsbemoeienis en mogelijke aanvullende bijzondere voorwaarden. Ook kunnen de risico’s op recidive en letsel niet worden ingeschat. De reclassering adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen. Via de jeugdreclassering werd vernomen dat verdachte op sommige vlakken nog aansturing nodig heeft, maar op sommige vlakken ook prima in staat is om dit zelfstandig te organiseren. De justitiële voorgeschiedenis en het feit dat hij in het verleden een doelbewuste criminele levensstijl hanteerde zijn contra-indicaties voor het jeugdstrafrecht. De mogelijkheden van de jeugdreclassering zijn uitgeput. De op te leggen straf Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank verder gekeken naar de oriëntatiepunten voor de rechtspraak en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank is van mening dat, gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Alles afwegend zal de rechtbank conform de eis van de officier van justitie aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opleggen. De tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, zal in mindering worden gebracht op de straf. Ook zal de rechtbank aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 12 maanden. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8. De vorderingen tot tenuitvoerlegging (parketnummers 05-034164-22 en 05-290339-22) De rechtbank heeft verdachte op 28 maart 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke straf, te weten 3 maanden jeugddetentie (onder parketnummer 05-034164-22). Op 16 april 2025 is verdachte door de politierechter veroordeeld tot een voorwaardelijke straf van 135 dagen jeugddetentie (onder parketnummer 05-290339-23). De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van de voornoemde straffen. De raadsman heeft bepleit dat de voornoemde straffen niet ten uitvoer worden gelegd, omdat deze zijn opgelegd voor Opiumwetdelicten, terwijl het in de onderhavige zaak een ongeval in het verkeer betreft. Uit de bewezenverklaring volgt dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank is daarom van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straffen ten uitvoer moeten worden gelegd. Verdachte heeft inmiddels de leeftijd van 18 jaar bereikt en de jeugdreclassering heeft aangegeven dat de mogelijkheden vanuit de jeugdreclassering zijn uitgeput. Geadviseerd wordt het volwassenenstrafrecht te hanteren. Daarnaast krijgt verdachte in de onderhavige zaken een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf opgelegd. Dit samen maakt dat de rechtbank van oordeel is dat veroordeelde niet meer voor jeugddetentie in aanmerking komt en dat de voorwaardelijk opgelegde straffen ten uitvoer moeten worden gelegd als gevangenisstraf. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 45, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht; - 6, 175, 179 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994. 10. De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van de onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde feiten; verklaart bewezen dat verdachte de onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden; De beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-034164-22) beveelt de tenuitvoerlegging van de op 28 maart 2023 door de rechtbank voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 3 maanden jeugddetentie (parketnummer 05-034164-22) en bepaalt dat dit ten uitvoer wordt gelegd als gevangenisstraf; De beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-290339-23) beveelt de tenuitvoerlegging van de op 16 april 2025 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 135 dagen jeugddetentie (parketnummer 05-290339-23) en bepaalt dat dit ten uitvoer wordt gelegd als gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Gerritsen (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. L.M. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 oktober 2025. mr. Goossens is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024239600, gesloten op 10 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 176, en het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 84-86. De Forensisch Geneeskundige Letselbeschrijving, aanvullend procesdossier, p. 1-2. Het proces-verbaal van bevindingen, aanvullend procesdossier d.d. 21 augustus 2025, p. 1. Het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 84 e.v. Het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 84 en 92, en het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden Vrij Nederlandstraat 25-1, p. 197. Het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 84, 88 en 90. Het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 85, 94-95. Het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden [adres] , p. 176-177, en het fotoblad behorende bij het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 96-99. Het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 85, 94-95. Het proces-verbaal van aanvullend onderzoek camerabeelden [adres] , p. 179, 182-184 en het fotoblad behorende bij het proces-verbaal van bevindingen omstandigheden aanrijding, p. 97 (foto 10). Het proces-verbaal FO-verkeer: Snelheid op basis van videobeelden, p. 137. Het proces-verbaal van onderzoek camerabeelden [adres] , p. 176.