Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-06-18
ECLI:NL:RBGEL:2025:11589
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummers: 05/153271-24, 96-015818-24, 96/027636-24, 96/212196-24, 96/321410-24, 05/362106-24, 05/362179-24 en 05/364133-24 (gev. ttz) en 96/026078-19 (tul) Datum uitspraak : 18 juni 2025 Tegenspraak (artikel 279 Wetboek van Strafvordering) vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] . raadsman: mr. W.H. Boomstra, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: parketnummer 05/153271-24 1. hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meerdere ambtenaren, [slachtoffer 1] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, en/of [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar/zijn/hun bediening opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - een of meerdere malen als bestuurder van een voertuig (personenauto), - accelererend, althans met verhoogde snelheid, - achteruit is ingereden op het (politie)voertuig waarin die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] zich bevonden en/of op dat (politie)voertuig is afgereden en/of - ( daarbij) een of meerdere malen is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, dat (politie)voertuig, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek, een ambtenaar, [slachtoffer 1] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door - een of meerdere malen als bestuurder van een voertuig (personenauto), - accelererend, althans met verhoogde snelheid, - achteruit in te rijden op het (politie)voertuig waarin die [slachtoffer 1] zich bevond en/of op dat (politie)voertuig af te rijden en/of - ( daarbij) een of meerdere malen te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met, dat (politie)voertuig; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - een of meerdere malen als bestuurder van een voertuig (personenauto), - accelererend, althans met verhoogde snelheid, - achteruit in te rijden op het (politie)voertuig waarin die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] zich bevonden en/of op dat (politie)voertuig af te rijden en/of - ( daarbij) een of meerdere malen te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met, dat (politie)voertuig; meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Oude Keizersweg, gaande in de richting van de Egge, daarmede heeft gereden over het fietspad (tussen de Egge en/of de Oude Keizersweg), roekeloos, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij reed met een ongeldig verklaard rijbewijs en/of hij (aldus) door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen ongeschikt was bevonden om een motorrijtuig te besturen en/of terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen bij een rechterlijke uitspraak was ontzegd en/of terwijl hij door de politie werd achtervolgd, een of meerdere malen accelererend, althans met verh 68 lid 1 onder c RVV90 geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij doorgereden en/of een of meerdere malen met een te hoge snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was door een bocht is gereden, waardoor hij een of meerdere malen bijna in aanrijding/botsing kwam met andere weggebruikers en/of met het door hem bestuurde voertuig over het fietspad heeft gereden en/of een of meerdere malen accelererend, althans met verhoogde snelheid, achteruit is ingereden op het (politie)voertuig dat hem (achter)volgde en/of op dat (politie)voertuig is afgereden en/of (daarbij) een of meerdere malen is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, dat (politie)voertuig), en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek als bestuurder van een voertuig (personenauto), rijdende over de [adres 3] en/of de Bovenheigraaf en/of de Stationsweg en/of de Oude Keizersweg en/of de Boekweitakker en/of het fietspad (tussen de Egge en/of de Oude Keizersweg) en/of de Wortelakker, terwijl hij reed met een ongeldig verklaard rijbewijs en/of hij (aldus) door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen ongeschikt was bevonden om een motorrijtuig te besturen en/of terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen bij een rechterlijke uitspraak was ontzegd en/of terwijl een politievoertuig met gebruikmaking van optische signalen verdachte (achter)volgde, niet is gestopt voor een stopteken dat was gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant, met daarin in rode letters de woorden ‘stop’ of ‘stop politie’ en/of tijdens die achtervolging door de politie toen aldaar op die wegen (telkens/voortdurend) heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid, in elk geval (telkens/voortdurend) met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, immers heeft hij gereden met snelheden oplopend tot (ongeveer) 60 kilometer per uur op wegen waar de toegestane maximumsnelheid snelheid 15 respectievelijk 30 kilometer per uur was en/of heeft voorgesorteerd om (links)af te slaan en vervolgens rechtdoor is gereden en/of (aldus) in strijd met in strijd met artikel 62 jo. 78, tweede lid, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV90) niet de verplichte rijrichting heeft gevolgd en/of (daarbij) in strijd met artikel 62 jo. 68 lid 1 onder c RVV90 geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij doorgereden en/of een of meerdere malen met een te hoge snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was door een bocht is gereden, waardoor hij een of meerdere malen bijna in aanrijding/botsing kwam met andere weggebruikers en/of met het door hem bestuurde voertuig over het fietspad heeft gereden en/of een of meerdere malen accelererend, althans met verhoogde snelheid, achteruit is ingereden op het (politie)voertuig dat hem (achter)volgde en/of op dat (politie)voertuig is afgereden en/of (daarbij) een of meerdere malen is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, dat (politie)voertuig), en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; 3. hij, als degene die al dan nie parketnummer 96-212196-24 1.hij op of omstreeks 19 augustus 2023 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Raalterweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2.hij op of omstreeks 19 augustus 2023 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine,terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 700 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, in elk geval een gehalte hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. parketnummer 96-321410-24 hij op of omstreeks 5 maart 2024 te Baarn terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de A1, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd. parketnummer 05/362106-24 hij op of omstreeks 14 maart 2024 te [woonplaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Hessenweg, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), heeft bestuurd. parketnummer 05/362179-24 hij op of omstreeks 21 maart 2024 te [woonplaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Leliestraat, een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd. parketnummer 05/364133-24 hij op of omstreeks 11 april 2024 te [woonplaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [adres 4] , een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd. 2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs Voor de leesbaarheid van het vonnis en de begrijpelijkheid van het oordeel over verdachtes wetenschap van de ongeldigheid van zijn rijbewijs zal de rechtbank de feiten op volgorde van ouderdom bespreken. Parketnummer 96/015818-24 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake is van verboden drugsgebruik. Verdachte gebruikt medicatie voor ADHD die amfetamineachtige stoffen bevat. Op de website van het CBR wordt bevestigd dat het gebruik van de betreffende medicatie ertoe kan leiden dat deze bij een test als amfetamine wordt herkend. Alleen uit specifiek toxicologisch onderzoek kan het onderscheid worden gemaakt tussen amfetamine in medicatie en ‘normale’ amfetamine. Het is derhalve ook niet bewezen dat de waardes amfetamine in het bloed van verdachte niet veroorzaakt waren door zijn toegestane medicatiegebruik. Beoordeling door de rechtbank Ve [getuige 2] zag verdachte met hoge snelheid over de [adres 2] rijden en dat verdachte zijn auto bij de ondergrondse parkeergarage naar binnen reed. Na onderzoek bleek dat de geldigheid van het op naam van de bestuurder, zijnde verdachte, gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131 lid 2 onder a Wegenverkeerswet 1994 voor één of meer categorieën motorrijtuigen is geschorst en dat hij een motorrijtuig bestuurde. Op 23 december 2022 was aan verdachte een brief uitgereikt. De inhoud van deze brief bestond onder andere uit het besluit dat verdachte een onderzoek naar het drugsgebruik moet laten doen en dat verdachte niet meer mocht rijden tot de uitslag van het onderzoek. Verdachte verklaarde op 5 januari 2023 dat hij wist dat hij geen motorrijtuig mocht besturen. Hij wist dat zijn rijbewijs was ingevorderd of dat overgifte van zijn rijbewijs was gevorderd. Verdachte wist dat de rijbewijsmaatregel “partiele schorsing” van kracht was en dat hij met deze maatregel niet mocht rijden met een motorrijtuig. De rechtbank stelt gelet op het besluit, de akte van uitreiking en de verklaring van verdachte vast dat verdachte wetenschap had van de schorsing van zijn rijbewijs. Hij wist dat hij geen motorrijtuig mocht besturen. Op basis van de verklaringen van Buitengewoon Opsporingsambtenaren [getuige 1] en [getuige 2] stelt de rechtbank vast dat verdachte op 5 januari 2023 een personenauto heeft bestuurd. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van artikel 9, vijfde lid, WVW 1994. Parketnummer 96/212196-24 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 geen verweer gevoerd. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe overeenkomstig het verweer onder parketnummer 96/015818-24 aangevoerd dat er geen sprake is van drugsgebruik, maar van medicijngebruik. Beoordeling door de rechtbank Verbalisant zag op 19 augustus 2023 om 03:45 uur dat er een persoon als bestuurder van een personenvoertuig reed op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Raalterweg in Wijhe, gemeente Olst-Wijhe. Ter controle op de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 gestelde voorschriften heeft verbalisant de bestuurder zijn voertuig doen stilhouden en een onderzoek ingesteld. Met de medewerking van de bestuurder is een speekseltest afgenomen. Het resultaat van de speekseltest was een indicatie voor methamfetamine/MDMA en amfetamine. Verbalisant nam de volgende kenmerken waar bij de bestuurder: overmatig transpireren, waterige/wazige en bloeddoorlopen ogen en woordenvloed. De bestuurder bleek verdachte te zijn. Verdachte verleende toestemming tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8 WVW 1994. Bij verdachte werd bloed afgenomen. Na onderzoek bleek dat het op naam van de bestuurder, zijnde verdachte, gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen ongeldig dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard en dat hij een motorrijtuig bestuurde. Op 6 maart 2023 werd aan verdachte een brief gestuurd. De inhoud van deze brief bestond onder andere uit het besluit dat het rijbewijs van verdachte per 13 maart 2023 ongeldig is, omdat verdachte de uitvoeringskosten van het onderzoek naar zijn drugsgebruik niet (op tijd) heeft betaald. Middels deze brief is verdachte geïnformeerd dat hij niet mag rijden. Verdachte verklaarde op 19 augustus 2023 dat hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat verdachte op 19 augustus 2023 in Wijhe een personenauto bestuurde terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De verklaring van verdachte dat hij een skelter bestuurde, acht de rechtbank gelet op de bevindingen van de verbalisan [slachtoffer 2] zag dat de achteruitrijlichten van het voertuig gingen branden. Hij zag dat het voertuig al maar versnellend naar achteren reed. Hierdoor drukte hij de rem in en zette hij zich schrap voor een botsing. Het voertuig kwam met ongeveer 20 km/uur op hen afrijden. [slachtoffer 2] zag dat het voertuig op korte afstand veel vaart maakte en met de achterkant tegen de voorkant van het dienstvoertuig aan knalde. Hij voelde de auto heen en weer gaan. Nadat de botsing was geweest, reed het voertuig na enkele seconden weer door. Op hetzelfde fietspad remde het voertuig weer hard. Dit keer was de afstand tussen het voertuig en het dienstvoertuig ongeveer 20 meter. [slachtoffer 2] wilde de bestuurder aanhouden en stapte uit, maar werd door zijn collega terug de auto ingeroepen. Het voertuig reed verder met verhoogde snelheid in de richting van de Oude Keizersweg. Op hetzelfde fietspad remde het voertuig voor een derde keer hard. [slachtoffer 2] stopte op een afstand van ongeveer 20 meter achter het voertuig. Hij zag dat het achteruitrijlicht van het voertuig aanging en dat het voertuig hard naar achteren reed. [slachtoffer 2] voelde vervolgens een harde klap. Enkele seconden stond het voertuig tegen het dienstvoertuig, waarna het voertuig weer door reed in de richting van de Oude Keizersweg. [slachtoffer 2] reed op hoge snelheid verder in de richting van de Stationsweg. Hij kwam uit bij het zwembad aan de Oude Keizersweg. Op deze weg remde het voertuig weer. Verbalisanten stonden toen ongeveer 30 meter achter het voertuig. [slachtoffer 2] zag dat het voertuig op hoge snelheid achteruit reed. Hierdoor reed [slachtoffer 2] ook achteruit om een derde botsing te voorkomen. Het voertuig reed vervolgens weer naar de [adres 3] en wilde rechtsaf de Wortelakker op rijden. Het voertuig slipte en kwam dwars op de weg te staan. [slachtoffer 2] zag de bestuurder, zijnde verdachte, uitstappen. Verdachte rende naar de woning aan de [adres 3] en ging de woning binnen. Verbalisanten wachtte op de ondersteuningsgroep ter aanhouding van verdachte. Verbalisant [slachtoffer 1] was op 4 december 2023 samen met haar collega [slachtoffer 2] aan het werk. Zij was de bijrijder in hun dienstvoertuig. Toen [slachtoffer 2] werd gebeld door een collega die vertelde dat hij verdachte had zien rijden in een blauwe Volkswagen Passat, zijn zij naar Wezep gereden. Zij pakten positie met zicht op de Volkswagen Passat. [slachtoffer 1] zag dat de Volkswagen Passat voorzien van kenteken [kenteken] wegreed. Hierop zijn verbalisanten achter het voertuig aangereden en gaven op de Bovenheigraaf in Wezep een stopteken met de tekst “stop politie”. Hieraan werd geen gehoor gegeven. [slachtoffer 1] zag dat het voertuig verder reed en harder ging rijden dan de toegestane snelheid. Zij schatte de snelheid op ongeveer 60 kilometer per uur. [slachtoffer 1] wist dat op dit stuk van de weg maximaal 15 kilometer per uur gereden mag worden omdat het een woonerf betrof. Toen verbalisanten op de Stationsweg reden zag [slachtoffer 1] dat zij verkeerslichten naderden. Het tweede verkeerslicht stond op rood. [slachtoffer 1] zag dat de bestuurder van de Volkswagen Passat links de personenauto’s passeerde die voor rechtdoor stonden te wachten. De Volkswagen reed rechtdoor en aldus door rood. Nadat verbalisanten de verkeerslichten gepasseerd waren, sloeg de Volkswagen Passat rechtsaf de woonwijk in waar zij al eerder reden. De Volkswagen Passat ging steeds meer roken en ging harder rijden. [slachtoffer 1] zag dat twee vrouwen bijna geraakt werden door de Volkswagen Passat. Toen verbalisanten de Koolzaadakker opkwamen, stuurde de bestuurder van de Volkswagen Passat zijn auto het fietspad op. Vervolgens stond het voertuig bijna stil en [slachtoffer 1] zag dat de achteruitrijlichten aangingen. [slachtoffer 1] schatte de afstand tussen de Volkswagen Passat en het dienstvoertuig op ongeveer 10 meter. Verbalisanten konden niet reageren op het achteruit rijden van Volkswagen Passat en konden a Zij weet zeker dat wanneer deze auto dit niet deed er een aanrijding had plaatsgevonden. Vervolgens reed de blauwe auto weer vooruit en ging links de wijk in. Dit betrof de Boekweitakker in Wezep. De auto van verdachte, de blauwe Volkswagen, werd in beslaggenomen. Verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam bij het Team Forensische Opsporing-Verkeer deed onderzoek naar de botssnelheden waarmee de personenauto van verdachte achterwaarts tegen het politievoertuig aan gereden zou zijn. Verbalisant bekeek het politievoertuig en zag dat de voorzijde beschadigd was geraakt. De voorbumper was beschadigd en gebroken. Uit de door verbalisant gehouden rijproeven bleek dat als uit stilstand achterwaarts gereden werd en hij daarbij met verhoogd toerental de koppeling op liet komen om dit snel te doen, er over 10 meter een snelheid van 20 km/uur op de snelheidsmeter haalbaar was. Uit de ander rijproef, waarbij verbalisant over 75 meter een achterwaartse snelheid van maximaal 35 km/uur op de snelheidsmeter haalde, bleek dat de accelaratie bij stijgend toerental laag was, wat het verschil in afstand tussen beide proeven verklaart. De afstand van 20 meter is dusdanig veel korter dat het onwaarschijnlijk is dat de Volkswagen over deze afstand een snelheid van 30 km/uur of meer op de snelheidsmeter zou kunnen halen. Door verbalisant werden de aan het voertuig ontstane schades vergeleken met botsproeven uit de database van het bedrijf Crashtest-Service.com GmbH. In deze database zijn botsproeven te vinden die onder specifieke omstandigheden gehouden zijn en waarbij diverse grootheden gemeten zijn, waaronder de botssnelheden. Daarnaast zijn de bij de botsproef ontstane schades vastgelegd. Door de schades die bij deze proeven ontstaan zijn te vergelijken met de schades aan de beide onderzoeksvoertuigen kan een beeld gevormd worden van de snelheid waarmee de Volkswagen achterwaarts tegen de Mercedes-Benz politieauto botste. Bij het bekijken van deze database trof verbalisant echter geen goed vergelijkende proef aan. Wel zag verbalisant dat bij botssnelheden van onder de 10 kilometer per uur de schades aan beide betrokken voertuigen kleiner waren. Op basis van hiervan volgens verbalisant gesteld worden dat bij beide aanrijdingen de achterwaartse snelheid van de Volkswagen tussen de 10 km/uur en de 30 km/uur lag. Verdachte verklaarde tijdens het verhoor bij de politie dat zijn auto, de Volkswagen Passat, kapot is en maximaal 60 km/uur kan rijden. Hij wilde de politie afschrikken en is achteruit gereden toen de politie hem achtervolgde. Hij heeft de politieauto twee keer geraakt. Het kan zijn dat hij een rood verkeerslicht heeft genegeerd. Hij heeft voetgangers onderweg gezien, maar niet geraakt. Poging tot zware mishandeling (feit 1, primair) De rechtbank stelt op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte met zijn personenauto (Volkswagen Passat) met een snelheid van 10 tot 30 km/uur meerdere malen tegen voor voorbumper van het dienstvoertuig van de politie is gebotst en ingereden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door het twee keer hard botsen en een derde poging om tegen het dienstvoertuig op te rijden vol opzet had om aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Verdachte reed opzettelijk meermalen tegen het voertuig, waarbij hij met een afstand tussen de 60 á 50 meter en 10 meter vaart heeft gemaakt met zijn voertuig. Door met een aanzienlijke snelheid naar achteren te rijden heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij de inzittenden van dienstvoertuig. Contra-indicaties met betrekking tot dit opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel zijn niet aan de orde, in het bijzonder niet dat verdachte kort voor de aanrijdingen zijn snelheid zou hebben gematigd of anderszins heeft geprobeerd een daadwerkelijke aanrijding te vermijden. De rechtbank vindt het onder 1 primair ten laste gelegde feit, poging tot zware mishand De amfetamine werd verpakt in een daarvoor bestemde sealbag voorzien van nummer 38974449. Op 9 februari 2024 deden verbalisanten van de Forensische Opsporing onderzoek naar de wit gekleurde brokjes uit de sealbag voorzien van nummer 38974449. Het nettogewicht van de originele partij betrof 39,00 gram. De uitslag van het identificerend onderzoek was een indicatie voor amfetamine. Een monster werd voorzien van SIN nummer AAOX1246NL. In een rapport NFiDENT is opgenomen dat de brokjes van 39,00 gram voorzien van SIN-nummer AAOX1246NL amfetamine bevat. Niet ter discussie staat dat verdachte op 4 december 2023 de blauwe Volkswagen in gebruik had. De rechtbank stelt daarom ook vast dat verdachte de amfetamine aanwezig had. De rechtbank acht het onder feit 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Valse aangifte (feit 7) De rechtbank stelt – nu dit niet ter discussie staat – vast dat verdachte op 4 december 2023 om 13:32 uur (telefonisch) aangifte deed van diefstal van zijn personenauto (voorzien van kenteken [kenteken] ). Verdachte verklaarde daarbij dat de auto niet meer op de plek stond waar hij hem voor het laatst geparkeerd had zien staan. Verdachte had wel iets gemerkt van de diefstal, hij had de auto namelijk weg horen rijden. Tijdens het verhoor bij de politie verklaarde verdachte dat hij melding van diefstal van zijn auto heeft gedaan. Gelet op de hierboven bewezenverklaarde feiten stelt de rechtbank vast dat verdachte op 4 december 2023 gebruik maakte van zijn personenauto voorzien van kenteken [kenteken] . Hij heeft de auto na de achtervolging door verbalisanten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] achtergelaten en is een woning aan de [adres 3] ingegaan. Vervolgens heeft verdachte de aangifte gedaan. De rechtbank is van oordeel dat verdachte hiermee aangifte heeft gedaan van een strafbaar feit wetende dat dat strafbare feit niet is gepleegd. De verklaring van verdachte dat hij de aangifte niet heeft bevestigd door middel van zijn Digi-D, doet daar niets aan af. De rechtbank acht het onder feit 7 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Eindconclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 4 december 2023 te Wezep schuldig heeft gemaakt aan: Poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ; het opzettelijk zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was; Het verlaten van een plaats ongeval terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan een ander (te weten [slachtoffer 1] en de politie Eenheid Oost-Nederland) letsel en schade was toegebracht; Het besturen van een motorrijtuig terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen bij een rechterlijke uitspraak was ontzegd; Het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs; Het aanwezig hebben van een stof van lijst I; Het doen van een valse aangifte. Eendaadse samenloop De onder feit 2, voor zover het ziet op het besturen van een motorrijtuig terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen bij een rechterlijke uitspraak was ontzegd en het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs, en delen van de onder feiten 3 en 4 bewezen verklaarde gedragingen, leveren een in die mate samenhangend, zich op hetzelfde moment afspelend feitencomplex op, dat verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden gemaakt. Met betrekking tot (delen van) deze ten laste gelegde feiten is daarom sprake van eendaadse samenloop, zoals bedoeld in artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht. Parketnummer 96/321410-24 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bek De rechtbank stelt vast dat verdachte op 21 maart 2024 als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) heeft gereden op de Leliestraat in [woonplaats] , terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, te weten: het overtreden van artikel 9, eerste lid, WVW 1994. Parketnummer 05/364133-24 De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Zoals onder parketnummer 05/362106-24 vastgesteld, is het rijbewijs van verdachte vanaf 4 augustus 2023 ongeldig verklaard voor de duur van één jaar. Verdachte is hiervan in kennis gesteld en wist dat hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen verweer ten aanzien van het bewijs gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Verbalisanten zagen verdachte op 11 april 2024 om 21:20 uur als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een bedrijfsauto, rijden op de [adres 4] in [woonplaats] . Na onderzoek bleek dat bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking van deze bestuurder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd. De rechtbank stelt vast dat verdachte op 11 april 2024 als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) heeft gereden op de [adres 4] in [woonplaats] , terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, te weten: het overtreden van artikel 9, eerste lid, WVW 1994. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummers 05/153271-24 feiten 1, primair, 2, primair, 3, 4, 5, 6 en 7, 96-015818-24, 96/027636-24, 96/212196-24 feiten 1 en 2, 96/321410-24, 05/362106-24, 05/362179-24 en 05/364133-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: parketnummer 05/153271-24 1, primair. hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meerdere ambtenaren, te weten aan [slachtoffer 1] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, en /of [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, gedurende en /of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar/zijn/ hun bediening opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - een of meerdere malen als bestuurder van een voertuig ( personenauto ) , - accelererend , althans met verhoogde snelheid, - achteruit is ingereden op het ( politie ) voertuig waarin die [slachtoffer 1] en /of die [slachtoffer 2] zich bevonden en /of op dat ( politie ) voertuig is afgereden en /of - ( daarbij ) een of meerdere malen is gebotst tegen , althans in aanrijding is gekomen met, dat ( politie ) voertuig, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2, primair. hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek als bestuurder van een voertuig ( personenauto ) , rijdende over de [adres 3] en /of de Bovenheigraaf en/ of de Stationsweg en /of de Oude Keizersweg en /of de Boekweitakker en /of het fietspad ( tussen de Egge en /of de Oude Keizersweg ) en /of de Wortelakker, terwijl hij reed met een ongeldig verklaard rijbewijs en /of hij ( aldus ) door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen ongeschikt was bevonden om een motorrijtuig te besturen en /of terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen bij een rechterlijke uitspraak was ontzegd en /of terwijl een politievoertuig met gebruikmaking van optische signalen verdachte ( achter ) volgde, niet is gestopt voor een stopteken dat was gegeven door middel van een aan een hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 39,00 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I , dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet ; 7 hij op of omstreeks 4 december 2023 te Wezep, gemeente Oldebroek aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, door toen en aldaar, ten overstaan van een medewerker van de politie, Eenheid Noord-Nederland, te verklaren dat - de personenauto ( gekentekend [kenteken] ) niet meer op de locatie stond waar hij, verdachte, die personenauto voor het laatst had zien staan en /of - hij, verdachte, de diefstal had gemerkt, omdat hij die personenauto weg hoorde rijden en /of - die personenauto ( aldus ) was gestolen, wetende dat dat strafbare feit niet is gepleegd. parketnummer 96-015818-24 hij, op of omstreeks 22 november 2022 te Heerde, een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten Amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof meer dan 700 microgram Amfetamine per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermeldegrenswaarde. parketnummer 96-027636-24 hij op of omstreeks 5 januari 2023 te [woonplaats] , terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, de [adres 2] , een motorrijtuig, te weten een ( personenauto ) , van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd. parketnummer 96-212196-24 1.hij op of omstreeks 19 augustus 2023 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Raalterweg, als bestuurder een motorrijtuig te weten een ( personenauto ) , van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2.hij op of omstreeks 19 augustus 2023 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd o f als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine,terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 700 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, in elk geval een gehalte zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde. parketnummer 96-321410-24 hij op of omstreeks 5 maart 2024 te Baarn terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de A1, als bestuurder een motorrijtuig te weten een ( personenauto ) , van die categorie of categorieën heeft bestuurd. parketnummer 05/362106-24 hij op of omstreeks 14 maart 2024 te [woonplaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rech De rechtbank is van oordeel dat dit zeer ernstige strafbare feiten zijn, waarmee verdachte niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook die van de overige verkeersdeelnemers in gevaar heeft gebracht. De rechtbank heeft kennis genomen van de justitiële documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte op 20 mei 2025, 18 september 2024, 27 augustus 2024 en 26 januari 2023, is veroordeeld voor soortgelijke feiten, namelijk het rijden onder invloed, het rijden zonder geldig rijbewijs en het bezit van harddrugs. Daarnaast is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Uit het reclasseringsadvies van 16 april 2025 blijkt dat verdachte een uitgebreide justitiële documentatie heeft, waarop een patroon van vermogens-, verkeers- en geweldsdelicten zichtbaar is. Verdachte staat geregistreerd als zeer actieve veelpleger. Het ontbreekt verdachte aan stabiele huisvesting. Hij verblijft bij vrienden of in zijn auto. Hij ontvangt wisselend inkomen vanuit zijn werk als stratenmaker. Verdachte heeft geen gezond steunend netwerk waar hij op terug kan vallen. Verdachte vertelde eerder aan de reclassering dat hij ook geen zorgverzekering heeft. Hierdoor kreeg hij niet de ADHD-medicatie die hij nodig had en zag hij zich genoodzaakt om middelen in het illegale circuit te verkrijgen. Verdachte houdt deze situatie in stand door niet de nodige stappen te zetten om een zorgverzekering te realiseren. Opvallend genoeg zet verdachte zich volgens de reclassering zich neer als slachtoffer van het systeem. Verdachte is al lange tijd bekend bij Tactus Reclassering. In het dossier is zichtbaar dat verdachte zich niet conformeerde aan bijzondere voorwaarden, behandeling of andere interventies. Verdachte legt de verantwoordelijkheid hiervoor buiten zichzelf. Het ontbreekt verdachte aan enig inzicht in zijn eigen handelen. Verdachte is hierin niet aan te spreken. Het risico op recidive, letsel en op het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een onvoorwaardelijke isd-maatregel. De reclassering ziet geen andere mogelijkheden om interventies in te zetten die van invloed kunnen zijn op het recidiverisico. Indien een isd-maatregel als niet wenselijk wordt gezien door de rechtbank adviseren zij een straf zonder reclasseringsinterventies. Tijdens de zitting heeft de raadsman gesproken over een schending van de redelijke termijn, zonder hieraan een conclusie te verbinden. De rechtbank neemt de inverzekeringstelling als uitgangspunt bij vaststelling of sprake is van een schending als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank stelt vast dat in geen van de onderhavige strafzaken sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten, alleen een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend is. De rechtbank heeft gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met het meermalen van toepassing zijn van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Hierin ziet zij aanleiding om een lagere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie gevorderd. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden. Hierop zal in mindering worden gebracht de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast zal de rechtbank met betrekking tot het onder parketnummers 05/153271-24 feiten 2, 3, 4 en 5, 96-015818-24, 96/027636-24, 96/212196-24 feiten 1 en 2, 96/321410-24, 05/362106-24, 05/362179-24 en 05/364133-24 aan verdachte opleggen een rijontzegging voor de duur van 30 maanden. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair Het proces-verbaal van verhoor verdachte, ongenummerd, pdf-bestand p. 9-10. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 4] van de politie Oost-Nederland, district IJsselland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023378953, gesloten op 18 september 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal rijden onder invloed, p. 4-6. Het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994, p. 24 en bijlage p. 28.. Een schriftelijk bescheid, te weten: “besluit” van 6 maart 2023, nagekomen dossierstukken, ongenummerd, pdf-bestand p. 7. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 29-30. Een schriftelijk bescheid, te weten: “Rapport Drugs in het verkeer” van 11 september 2023, p. 18-19. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 5] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023559600, gesloten op 20 april 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 14-16. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 78-81. Een schriftelijk bescheid, te weten: “geneeskundige verklaring”, p. 86. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 19. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 22. Een schriftelijk bescheid, te weten: “Kennisgeving van inbeslagneming”, p. 167. Het proces-verbaal Onderzoek bots snelheid Volkswagen, p. 63. Het proces-verbaal Onderzoek bots snelheid Volkswagen, p. 71. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 160-162. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 45. Het proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen, p. 72-75. Een schriftelijk bescheid, te weten: “Rapport NFiDENT”, p. 77. Het proces-verbaal van aangifte van [verdachte] , p. 133. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 161 en 164-165. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 6] van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0900-2024070931, gesloten op 17 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 7] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024118742, gesloten op 14 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994, p. 2. Een schriftelijk bescheid, te weten: “aantekening mondeling vonnis”, stukken betreffende OBM uit 05-012722-23, ongenummerd. Een schriftelijk bescheid, te weten: “Kennisgeving ontzegging rijbevoegdheid” van 14 juni 2023, stukken betreffende OBM uit 05-012722-23, ongenummerd. Een schriftelijk bescheid, te weten: “Akte van uitreiking” van 14 juli 2023, stukken betreffende OBM uit 05-012722-23, ongenummerd. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 7] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024131040, gesloten op 21 maart 2024 en in de bijbehorende