Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-12-09
ECLI:NL:RBGEL:2025:11263
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
24,026 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2025:11263 text/xml public 2026-02-05T12:47:58 2025-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2025-12-09 141699-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11263 text/html public 2026-02-05T12:43:57 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2025:11263 Rechtbank Gelderland , 09-12-2025 / 141699-24 Veroordeling tot een gevangenisstraf van 78 maanden voor productie van valse bankbiljetten, medeplegen van zes bedrijfsoplichtingen en gewoontewitwassen. Eén vordering benadeelde partij wordt toegewezen, twee vorderingen van benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank legt drie keer de schadevergoedingsmaatregel op. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/141699-24 Datum uitspraak : 9 december 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] in ( [postcode 1] ) [woonplaats] . Raadsman: mr. E.G.S. Roethof, advocaat in [plaats 8] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. Inhoudsopgave 1 De inhoud van de tenlastelegging 5 2 Geldigheid dagvaarding 5 2.1 Het standpunt van de verdediging 5 2.2 Het standpunt van de officier van justitie 5 2.3 De beoordeling door de rechtbank 6 3 Overwegingen ten aanzien van het bewijsuitsluitingsverweer 6 3.1 Het standpunt van de verdediging 6 3.2 Het standpunt van de officier van justitie 7 3.3 De beoordeling door de rechtbank 7 3.3.1 Vormverzuimen 7 3.3.2 Rechtsgevolgen 9 4 Overwegingen ten aanzien van het bewijs - inleiding 11 5 De identificaties en aangetroffen gegevensdragers 11 5.1 Standpunt van de officier van justitie 11 5.2 Standpunt verdediging 11 5.3 [verdachte] 12 5.3.1 De aangetroffen gegevensdragers 12 5.3.2 De verklaringen van [verdachte] 16 5.3.3 De toerekening van de gegevensdragers en daaraan verbonden accounts 17 5.3.4 De overige accounts 18 5.4 [medeverdachte 1] 20 5.5 [medeverdachte 2] 21 5.6 [medeverdachte 3] 21 5.7 [medeverdachte 4] 21 6 Feiten 1 tot en met 3 (onderzoek Palestina) 21 6.1 Standpunt van de officier van justitie 21 6.2 Standpunt van de verdediging 22 6.3 De beoordeling door de rechtbank 22 6.3.1 Inleidende overwegingen 22 6.3.2 Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten 23 6.3.3 Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten 26 6.3.4 Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek 26 6.3.5 Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia 28 7 Feiten 4 tot en met 9 (onderzoeken Lega en Reseda) 53 7.1 Standpunt van de officier van justitie 53 7.2 Standpunt van de verdediging 54 7.3 Beoordeling door de rechtbank 54 7.3.1 Inleidende overwegingen 54 7.3.2 Feit 4 – [bedrijf 1] 59 7.3.3 Feit 5 - [bedrijf 2] 65 7.3.4 Feit 6 – [bedrijf 3] 71 7.3.5 Feit 7 – [bedrijf 4] 78 7.3.6 Feit 8 – [bedrijf 5] 82 7.3.7 Feit 9 – [bedrijf 6] 85 8 Feit 10 (onderzoek Marker) 89 8.1 Het standpunt van de officier van justitie 89 8.2 Het standpunt van de verdediging 89 8.3 Beoordeling door de rechtbank 90 8.3.1 Inleiding 90 8.3.2 De ten laste gelegde voorwerpen 90 8.3.3 De criminele herkomst 102 8.3.4 Conclusie witwassen en medeplegen 107 8.3.5 Gewoontewitwassen 110 9 Het verzoek tot het horen van getuige [getuige 1] 110 9.1 De standpunten 110 9.2 De beoordeling van de rechtbank 110 10 De bewezenverklaring 111 11 De kwalificatie van het bewezenverklaarde 116 11.1 De standpunten 116 11.2 De beoordeling door de rechtbank 116 12 De strafbaarheid van de feiten 117 13 De strafbaarheid van de verdachte 118 14 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel 118 14.1 Het standpunt van de officier van justitie 118 14.2 Het standpunt van de verdediging 118 14.3 De beoordeling door de rechtbank 118 15 De beoordeling van de civiele vorderingen 122 15.1 [bedrijf 7] / [bedrijf 1] 122 15.1.1 Standpunten 122 15.1.2 Beoordeling door de rechtbank 122 15.1.3 Schadevergoedingsmaatregel 123 15.1.4 Hoofdelijkheid 123 15.2 [bedrijf 2] 123 15.2.1 Standpunten 123 15.2.2 Beoordeling door de rechtbank 123 15.2.3 Hoofdelijkheid 124 15.2.4 Schadevergoedingsmaatregel 124 15.3 [bedrijf 3] 124 15.3.1 Standpunten 124 15.3.2 Beoordeling door de rechtbank 124 15.3.3 Schadevergoedingsmaatregel 125 15.3.4 Hoofdelijkheid 125 16 De beoordeling van het beslag 125 16.1 Het standpunt van de officier van justitie 125 16.2 Het standpunt van de verdediging 125 16.3 De beoordeling door de rechtbank 126 17 De toegepaste wettelijke bepalingen 126 18 De beslissing 126 Bijlage I – De tenlastelegging 129 Bijlage II – De beslaglijst 134 1 De inhoud van de tenlastelegging De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage I bij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte er – kort gezegd – van wordt verdacht dat hij als medepleger: feit 1: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 bankbiljetten heeft nagemaakt, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven; feit 2: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 zich valse bankbiljetten heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven; feit 3: op of omstreeks 30 juli 2020 een aantal voorwerpen heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten; feit 4: in de periode van september 2019 tot en met december 2019 [bedrijf 1] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van een bedrag van € 56.175,00); feit 5: in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 [bedrijf 2] en/of [bedrijf 8] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 320 haardrogers ter waarde van € 85.210,00 en/of 171 smartwatches ter waarde van € 28.728,00); feit 6: in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf 3] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 400 elektrische tandenborstels); feit 7: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 17 juni 2019 [bedrijf 4] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 1142 speakers); feit 8: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 [bedrijf 5] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 3000 externe harde schijven); feit 9: in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf 6] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van geldbedragen van € 88.650,00 en € 3.000,00); feit 10: in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juli 2020 ten aanzien van meerdere geldbedragen en/of goederen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. 2 Geldigheid dagvaarding 2.1 Het standpunt van de verdediging De raadsman stelt zich op het standpunt dat de dagvaarding, voor zover die ziet op het onder feit 10 tenlastegelegde (gewoontewitwassen), partieel nietig is. De dagvaarding omschrijft onvoldoende welke feitelijke handelingen of witwashandelingen verdachte verricht zou hebben. Er is sprake van een zeer omvangrijk dossier. Juist vanwege die omvang is een enkele verwijzing naar het dossier onvoldoende om voor verduidelijking te zorgen. 2.2 Het standpunt van de officier van justitie Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat sprake is van een geldige dagvaarding. In de tenlastelegging worden de verschillende voorwerpen genoemd waarvan aan verdachte wordt verweten dat hij die heeft witgewassen. De tenlastelegging voldoet daarmee aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van strafvordering (Sv). 2.3 De beoordeling door de rechtbank Op grond van artikel 261, eerste lid, Sv behelst de inleidende dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het feit begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de inleidende dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.
Volledig
Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat de vraag centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De opgave van het feit moet duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk zijn. Bij de verdachte mag er – tegen de achtergrond van het strafdossier en het voorbereidend onderzoek – redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Voor de rechtbank moet duidelijk en begrijpelijk zijn wat zij concreet ten aanzien van de verdachte te onderzoeken heeft. Het tenlastegelegde onder feit 10 houdt een overzicht in van de voorwerpen waarvan verdachte (verder te noemen: [verdachte] ) verweten wordt die te hebben witgewassen. Met uitzondering van de drie Rolex horloges, komen de verschillende voorwerpen genoemd op de tenlastelegging terug in het zaaksdossier Marker, meer in het bijzonder in het relaas van het eerste zaaksdossier dat ziet op het witwasvermoeden ten aanzien van [verdachte] . Ook in het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling [verdachte] en [medeverdachte 5] (p. 9 en 10), welk rapport onderdeel uitmaakt van het dossier, is een overzicht opgenomen van de voorwerpen, die tevens staan genoemd op de tenlastelegging. Op dit overzicht staan de drie Rolex horloges ook genoemd. In de tenlastelegging wordt in de en/of-variant een deel van de witwashandelingen genoemd als beschreven in artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Niet beschreven is welke specifieke witwashandeling ten aanzien van welk voorwerp [verdachte] verweten wordt. In het hiervoor genoemde relaas wordt ten aanzien van de verschillende voorwerpen steeds verwezen naar onderliggende processen-verbaal waarin de verschillende verweten witwashandelingen ten aanzien van het specifieke voorwerp beschreven worden, voor zover die witwashandelingen meer inhouden dan het enkel verwerven en voorhanden hebben van dat voorwerp. De verdenking voor het voorhanden hebben volgt telkens uit het aantreffen van de voorwerpen (de processen-verbaal die zien op de verschillende doorzoekingen, dan wel het aantreffen/de afgifte van de voorwerpen). De rechtbank is van oordeel dat daarmee het tenlastegelegde onder feit 10, tegen de achtergrond van het strafdossier, voldoende duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk is. Bij de verdediging kon er dan ook redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen [verdachte] worden verweten. De rechtbank verwerpt het verweer. De dagvaarding is geldig. 3 Overwegingen ten aanzien van het bewijsuitsluitingsverweer De rechtbank zal hierna allereest het verweer tot uitsluiting van het bewijs, dat ziet op het zogenaamde Landeck-arrest, bespreken. 3.1 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft, onder verwijzing maar de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Landeck en de arresten van de Hoge Raad van 18 maart 2025 en 9 september 2025, bepleit dat het bewijsmateriaal dat is verkregen door de uitlezing en doorzoeking van de bij [verdachte] inbeslaggenomen mobiele telefoons, laptops en andere informatiedragers als USB-sticks, onrechtmatig is verkregen. De gegevens zijn zonder de wettelijk vereiste rechterlijke toetsing verkregen en daarom dienen zij van het bewijs te worden uitgesloten. Subsidiair heeft de verdediging opgemerkt dat strafvermindering zou moeten volgen. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft primair gesteld dat van een vormverzuim geen sprake is. De gegevensdragers zijn tijdens een doorzoeking in beslag genomen. Die doorzoeking heeft plaatsgevonden onder leiding en na een machtiging van de rechter-commissaris. De machtiging van de rechter-commissaris om goederen in beslag te nemen, houdt ook de bevoegdheid in om de gegevensdragers te doorzoeken. Subsidiair heeft de officier van justitie gesteld dat kan worden volstaan met het enkel constateren dat sprake is van een vormverzuim. 3.3 De beoordeling door de rechtbank 3.3.1 Vormverzuimen De rechtbank dient te beoordelen of er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, doordat zonder machtiging van de rechter-commissaris digitale gegevensdragers zijn onderzocht. Hierover overweegt de rechtbank als volgt. Naar aanleiding van het arrest in de zaak CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (HvJ EU 4 oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830, hierna: Landeck), heeft de Hoge Raad het juridisch kader voor onderzoek aan elektronische gegevensdragers in zijn arresten van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409) en 9 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1247) als volgt nader bepaald. De bevoegdheden van opsporingsambtenaren neergelegd in artikel 94, in samenhang met de artikelen 95 en 96, en in de artikelen 141 en 148 lid 1 Sv, bieden een toereikende grondslag voor een onderzoek aan voorwerpen, waaronder ook elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, als de met dat onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. De wet vereist in zo’n geval geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie. Het kan dan – naast onderzoek dat slechts strekt tot het identificeren van de gebruiker – onder meer gaan om onderzoek dat een opsporingsambtenaar in het kader van zijn taakuitoefening (handmatig) doet waarbij hij een bij een verdachte aangetroffen elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk bekijkt en daarbij enkele beperkte waarnemingen doet over het feitelijk gebruik daarvan op dat moment of direct daaraan voorafgaand, bijvoorbeeld door na te gaan welke contacten de gebruiker van een telefoon kort tevoren heeft gelegd. Van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is geen sprake als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan de smartphone (of andere elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk) inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie en gevoelige gegevens). Als politie en justitie in zo’n geval onderzoek willen verrichten aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, dan is voor dat onderzoek – behalve in spoedeisende gevallen – een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, kan deze expliciete voorafgaande toestemming niet worden afgeleid uit de vaststelling dat sprake is van een rechtmatige inbeslagname van de gegevensdrager zelf. De verdediging heeft gesteld dat voor het onderzoek aan alle in beslag genomen gegevensdragers een machtiging van de rechter-commissaris nodig was. Aan dat standpunt ligt, naar de rechtbank begrijpt, de gedachte ten grondslag dat ook bij onderzoek aan andere gegevensdragers dan smartphones – zoals een laptop en een USB-stick – voorzienbaar is dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt. Die gedachte kan niet zonder meer worden gevolgd. De rechtbank zal zich daarom bij de beoordeling van het verweer in de eerste plaats richten op het onderzoek dat is verricht aan de inbeslaggenomen telefoons. Uit het dossier volgt dat er tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres 2] in [plaats 1] (België), (hierna te noemen: de woning van [verdachte] ) in totaal 40 telefoons zijn aangetroffen. De politie heeft in totaal elf iPhones onderzocht die in de woning zijn aangetroffen. Eén van die telefoons bleek van medeverdachte [medeverdachte 5] , de partner van [verdachte] , te zijn. De officier van justitie heeft telkens toestemming gegeven de overige tien telefoons uit te lezen. Uit het relaas proces-verbaal algemeen onderzoek blijkt hoe het onderzoeksteam van de politie vervolgens te werk is gegaan bij het onderzoek aan de telefoons. Daaruit volgt dat de telefoons in eerste instantie in hun geheel zijn uitgelezen, waarbij de bulkgegevens van het device zijn bekeken. Daarna zijn de afbeeldingen bekeken, vervolgens de Wickr-chats.
Volledig
Uit die gegevens is vervolgens getracht te achterhalen aan wie bepaalde gegevensdragers toebehoorden en welke verdachten in het onderzoek Parra te koppelen waren aan welke accounts op onder meer Wickr en Telegram. Tot slot zijn processen-verbaal opgemaakt met duiding voor een bepaald deelonderzoek uit het overkoepelende onderzoek Parra. De rechtbank is van oordeel dat bij dit digitale onderzoek naar de inhoud van deze telefoons op voorhand voorzienbaar was dat het onderzoek een omvang en diepgang zou hebben die een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] tot gevolg zou hebben. Immers zijn ongeclausuleerd alle gegevens geanalyseerd die in de onderzochte telefoons zijn opgeslagen. Dat betreft een ingrijpend onderzoek, waarvoor – behoudens spoedeisendheid, waarvan niet is gebleken – een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris was vereist. Een dergelijke machtiging is niet gevraagd. Conclusie De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a Sv. 3.3.2 Rechtsgevolgen De vraag is of aan dit vormverzuim een rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg. Daarbij houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel. 3.3.2.1 Het belang van het geschonden voorschrift De vereiste machtiging beoogt een ongeoorloofde inbreuk te voorkomen op het in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) gewaarborgde recht op eerbiediging van (onder andere) iemands privéleven en communicatie en op bescherming van iemands persoonsgegevens. Dit zijn zwaarwegende belangen. De toegang tot gegevens in een mobiele telefoon kan immers, zeker als die gegevens in onderling verband met elkaar worden gebracht, leiden tot nauwkeurige conclusies over het privéleven van de gebruiker. 3.3.2.2 De ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel waar het gaat om het onderzoek naar de inhoud van de telefoons De politie heeft in dit geval zonder enige voorafgaande machtiging onderzoek aan de telefoons van [verdachte] verricht. Daarbij is ongeclausuleerde toegang verkregen tot de inhoud van deze telefoons. Er is dus geen sprake geweest van een onderzoek van beperkte omvang. Daarmee is in beginsel sprake van een ernstig verzuim en van een vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] . Bewijsuitsluiting kan aan de orde zijn als dat noodzakelijk is om een schending van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (het recht op een eerlijk proces) – en het daarmee overeenkomende artikel 47 lid 2 Handvest – te voorkomen. Een dergelijke situatie doet zich naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak niet voor, nu het niet zo is dat door het vormverzuim in het verloop van de strafprocedure complicaties zijn opgetreden die het voeren van de verdediging ernstig hebben bemoeilijkt. Verder kan bewijsuitsluiting aan de orde zijn als sprake is van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, waarbij toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk is als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden en daarmee als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Ook een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. De politie en het openbaar ministerie hanteren inmiddels een werkwijze die in overeenstemming is met de thans geldende jurisprudentie. Verder is van belang dat de telefoons onderzocht zijn in het kader van onderzoek Parra, waarbij verdenkingen waren ontstaan voor betrokkenheid van [verdachte] bij bedrijfsoplichtingen, de productie van en handel in vals geld en witwassen. Gelet op de ernst en de aard van deze verdenkingen had de rechter-commissaris, indien daartoe een vordering was gedaan, zonder meer een machtiging tot het onderzoek in de datagegevens van de telefoons kunnen verlenen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de resultaten van het onderzoek naar de inhoud van de telefoons van [verdachte] uit te sluiten van het bewijs. Voor strafvermindering bestaat naar het oordeel van de rechtbank evenmin aanleiding. Dat rechtsgevolg komt slechts in aanmerking indien de verdachte door een vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden en wanneer strafvermindering ook in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd is. De verdediging heeft niet gesteld dat en welk nadeel door het vormverzuim is veroorzaakt. Daarnaast geldt ook in dit verband dat [verdachte] niet in een nadeligere positie is geraakt door het vormverzuim. Zoals hiervóór is overwogen, had de rechter-commissaris de toestemming tot het uitgevoerde onderzoek kunnen geven. De rechtbank concludeert dat kan worden volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim en zal daaraan geen rechtsgevolg verbinden. 3.3.2.3 De overige gegevensdragers Daarnaast zijn tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] 5 MacBooks en een USB-stick ‘Silicon Power’ in beslag genomen. Eén MacBook bleek van medeverdachte [medeverdachte 5] te zijn. Een MacBook Pro (beslagcode A.01.02.001) kon niet worden onderzocht omdat de notebook beveiligd was met een onbekend wachtwoord. De officier van justitie gaf telkens toestemming de overige laptops uit te lezen en de inhoud te onderzoeken. Van die laptops zijn telkens de aanwezige datagegevens veiliggesteld en ter beschikking van het onderzoeksteam gesteld. De datagegevens zijn onderzocht, waarbij processen-verbaal zijn opgesteld om na te gaan wie de gebruiker van de laptops is. Tot slot is bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] een USB stick ‘Silicon Power’ in beslag genomen. De officier van justitie heeft toestemming gegeven de USB stick uit te lezen en de inhoud te onderzoeken. Door het team digitale opsporing werden de datagegevens uit deze USB stick veiliggesteld, een extractie ervan is ter beschikking gesteld van het onderzoeksteam. Voor wat deze overige in beslag genomen gegevensdragers betreft overweegt de rechtbank als volgt. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat het onderzoek daaraan, gelet op de aard en omvang, heeft geleid tot een verdergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of tot groter nadeel voor [verdachte] dan het onderzoek aan de telefoons. De verdediging heeft ook niet geconcretiseerd welk nadeel van dat onderzoek voor [verdachte] is ontstaan. Nu de rechtbank ten aanzien van het onderzoek aan de telefoons heeft geoordeeld dat kan worden volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim, zou zulks ook gelden voor een mogelijk meer dan beperkte inbreuk bij het onderzoek aan de overige gegevensdragers. Deze overige gegevensdragers zullen daarom niet afzonderlijk worden besproken. 4 Overwegingen ten aanzien van het bewijs - inleiding De rechtbank zal hierna telkens per ten laste gelegd feit ingaan op de vraag of zij de feiten bewezen acht, en zo ja, op grond van welke feiten en omstandigheden. Daarbij zal de rechtbank de volgorde aanhouden zoals ten laste gelegd, waarbij feiten 1 tot en met 3 (onderzoek Palestina), 4 tot en met 9 (onderzoeken Lega en Reseda) en 10 (onderzoek Marker) in afzonderlijke hoofdstukken behandeld zullen worden. Alvorens in te gaan op deze feiten zal de rechtbank ingaan op de vraag welke personen kunnen worden aangemerkt als de gebruikers van de in onderzoek Parra in beslag genomen gegevensdragers en welke personen schuil gaan achter de diverse op de gegevensdragers aangetroffen accountnamen, voor zover bij de bespreking van de ten laste gelegde feiten van belang en voor zover dat niet later aan de orde komt.
Volledig
5 De identificaties en aangetroffen gegevensdragers 5.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft verwezen naar het algemeen onderzoek digitale gegevensdragers, waarin door de politie is uiteengezet hoe zij te werk is gegaan bij het onderzoek naar de gegevensdragers. De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de conclusies van de politie ten aanzien van de identificatie van [verdachte] als gebruiker van de verschillende accounts robuust en goed onderbouwd zijn. Deze identificaties zijn niet voor redelijke twijfel vatbaar. 5.2 Standpunt verdediging De verdediging heeft in algemene zin gesteld dat toerekening van de toestellen, gegevensdragers en accounts aan [verdachte] niet met een voldoende mate van zekerheid mogelijk is. Aan die stelling heeft de verdediging, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. De woning fungeerde als werkplek, waar meerdere personen kwamen en werkten. Er ontbreekt forensisch bewijs dat [verdachte] aan de toestellen en accounts koppelt. Er is geen sluitende koppeling gelegd tussen IMEI/serienummer, beslagcode en fotologs, evenmin is broninformatie van digitale bestanden vastgelegd. Daarom is het aantreffen van de toestellen en gegevensdragers in de woning onvoldoende om deze te koppelen aan [verdachte] . Daarbij komt dat onderzoek naar de gebruikte simkaarten, alsmede onderzoek naar de zendmast- en locatiegegevens van de toestellen, ten onrechte achterwege is gelaten. Daarmee ontbreekt het forensisch fundament om te bepalen dat de toestellen exclusief aan [verdachte] toe te rekenen zijn. De foto’s en filmpjes die op gegevensdragers zijn aangetroffen, vormen evenmin voldoende bewijs. Materiaal kan zijn ontvangen, gedownload, gesynchroniseerd of gedeeld via AirDrop. Voorts geldt dat Telegram en Wickr gelijktijdig kunnen worden gebruikt op meerdere apparaten. Zonder serverlogs kan uit de aanwezigheid van een account op een toestel niet volgen dat [verdachte] dat account bediende, laat staan exclusief. Daarnaast heeft de verdediging over de koppeling van specifieke toestellen en accounts aan [verdachte] het volgende opgemerkt. Ten aanzien van de iPhone van [verdachte] is onduidelijk wat de vindplaats van dat toestel is, aangezien nergens in de Belgische plaats delict-inventaris een iPhone XR met blauw hoesje wordt genoemd. De foto’s die in dat toestel zijn aangetroffen van marmeren vloeren, houten tafels en banken zijn niet uniek. Bovendien kunnen die foto’s door anderen die in de woning kwamen, gemaakt zijn. Omdat ook anderen van die woning gebruik maakten, is ook de verbinding die het toestel maakt met netwerken zoals ‘iPhone van [verdachte] ’ en Telenet-routers geen bewijs van het gebruik van het toestel door [verdachte] . Bovendien zijn er contra-indicaties voor de koppeling van [verdachte] aan de ‘iPhone van [verdachte] ’. Zo geeft de gebruiker van het toestel aan dat hij [medeverdachte 1] heet en geeft die gebruiker aan dat hij het wachtwoord van een protonmailaccount nu niet heeft. Wat betreft de ‘iPhone van [verdachte] ’ geldt dat de gebruiker van dat toestel niet het alias ‘ [accountnaam 1] ’ voert. Daarnaast kunnen de zeven – veelal in de map downloads – gevonden afbeeldingen geen representatief beeld vormen van de totaal in het toestel gevonden afbeeldingen. Met betrekking tot de iPhone 7, het Wickr-account [accountnaam 2] en het e-mailadres [accountnaam 2] @protonmail.com geldt als contra-indicatie voor toerekening aan [verdachte] dat er in de notities van het toestel een reclametekst staat voor de verkoop van IPTV-boxen, met verwijzing naar www.iptvbox.online. Dat wijst niet naar [verdachte] , maar naar medeverdachte [medeverdachte 6] . 5.3 [verdachte] 5.3.1 De aangetroffen gegevensdragers De verdenking van betrokkenheid van [verdachte] bij strafbare feiten volgt grotendeels uit het onderzoek aan in beslag genomen gegevensdragers en uit de identificaties van [verdachte] als gebruiker van Wickr-, Telegram- en Whatsapp-accounts. Die koppeling heeft overwegend plaatsgevonden via het onderzoek aan de gegevensdragers, waarin die accounts of sporen daarvan – in de vorm van schermafbeeldingen van chats – zijn aangetroffen. In onderzoek Parra zijn diverse gegevensdragers in beslag genomen tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres 2] in [plaats 1] (verder: de woning van [verdachte] ), waaronder de hierna te noemen gegevensdragers. [verdachte] heeft op 30 juli 2020 verklaard dat hij de naam [verdachte] gebruikt en een iPhone 11 pro heeft met nummer [telefoonnummer 1] . Van die telefoon is hij de enige gebruiker. Bij het onderzoek aan de iPhone 11 pro is gebleken dat de telefoon als ‘owner name’ ‘iPhone van [verdachte] ’ had. In de telefoon is op 11 november 2019 voor het eerst Wickr gebruikt. Het useraccount van Wickr is ‘ [accountnaam 1] ’. [getuige 2] , een neef van [verdachte] , heeft verklaard dat hij met [verdachte] contact had via Wickr en dat [verdachte] daarbij ‘ [accountnaam 1] ’ was. Bij onderzoek aan de iPhone XS Max , ‘device name’ ‘iPhone van [verdachte] ’ (IBN-code [IBN-code 1] ), die is aangetroffen in de slaapkamer van [verdachte] , is onder meer gebleken dat de gebruiker van de telefoon gebruik maakt van de Wickr-naam ‘ [accountnaam 3] ’en veelal contact heeft met de wickr-naam [accountnaam 38] ( [medeverdachte 6] ) en met familieleden van [verdachte] , te weten ‘ [accountnaam 4] ’ ( [medeverdachte 5] ), ‘ [accountnaam 5] ’ (de moeder van [verdachte] ), ‘ [accountnaam 6] ’ ( [naam 1] , de vader van [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 7] ’ (neef van [verdachte] , [getuige 2] ). Als useraccounts staat op de telefoon onder meer ‘ [verdachte] @gmail.com’ genoemd. Op de telefoon staan ook veel privéfoto’s van [verdachte] , zijn vriendin [medeverdachte 5] en van zijn ouders. Er staan veel foto’s op rondom het tijdstip van de geboorte van hun dochter [naam 2] op [geboortedag] 2018. De verbalisant concludeert op grond hiervan dat [verdachte] de gebruiker van deze telefoon is. Bij onderzoek aan de iPhone XS , ‘owner name’ ‘iPhone van [verdachte] ’ (IBN-code [IBN-code 2] ), die is aangetroffen op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is het volgende gebleken. In de telefoon zat geen simkaart. De AppleID van de telefoon is ‘ [verdachte] @icloud.com’. De gebruiker van de telefoon maakt gebruik van de wickr-namen ‘ [accountnaam 8] ’ en ‘ [accountnaam 9] ’. ‘ [accountnaam 9] ’ heeft contact met ‘ [accountnaam 6] ’ ( [naam 1] , de vader van [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 5] ’ (de moeder van [verdachte] ). ‘ [accountnaam 8] ’ heeft contact met ‘ [accountnaam 7] ’ (neef van [verdachte] , [getuige 2] ). Op de telefoon staan tennisgerelateerde berichten en foto’s met betrekking tot [verdachte] waarop [verdachte] te zien is. Ook staan er diverse familiegerelateerde foto’s van [verdachte] op de telefoon. De verbalisant concludeert op grond hiervan dat [verdachte] de gebruiker van deze telefoon is. Op de telefoon staan afbeeldingen van legitimatiebewijzen met daarop een sticker waarop [accountnaam 2] vermeld staat. Op de iPhone 7 , die is aangetroffen op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is op 2 februari 2020 het Wickr-account met de naam ' [accountnaam 2] ' aangemaakt. Op 31 maart 2020 is het Telegram-account met de naam ' [accountnaam 2] ' aangemaakt. Dit account maakt gebruik van een profielfoto in de vorm van een rijbewijspas met daarop de naam ' [accountnaam 10] '. De foto van de rijbewijspas komt overeen met een rijbewijspas die is aangetroffen in de kluis in de slaapkamer van de woning van [verdachte] . De telefoon heeft gebruik gemaakt van de chat-applicaties Wickr Me ' [accountnaam 2] ' en Telegram met de accountnaam ' [accountnaam 2] ID [ID-nummer 1] '. Op 7 juni 2020 is het e-mail account ' [accountnaam 2] @protonmail.com' aangemaakt. In het toestel zijn foto’s en video's opgeslagen waarop de woning van [verdachte] te zien is. Onder andere is de serre en een gedeelte van het dakraam te zien. Ook de woonkamer en de eerste verdieping zijn te zien.
Volledig
De verbalisant concludeert op grond van onder meer de voornoemde bevindingen dat het zeer waarschijnlijk dat [verdachte] gebruik maakt van de telefoon en de daarop aangemaakte accounts. Verder is uit onderzoek aan de iPhone 7 het volgende gebleken. De accountnamen ' [accountnaam 11] ' en ' [accountnaam 12] ' hebben hetzelfde unieke Telegram- identiteitsnummer. Dit heeft te maken met hoe men deze heeft genoemd in de contactenlijst van de telefoon. [verdachte] heeft dit Telegram-account opslagen in de iPhone 7 met de accountnaam ' [accountnaam 11] ' en [medeverdachte 1] (verder te noemen: [medeverdachte 1] ) heeft dit Telegram-account opgeslagen in het toestel 'Samsung S9' met de accountnaam ' [accountnaam 12] '. Volgens de verbalisant kan uit deze bevindingen blijken dat [verdachte] gebruik gemaakt van de beide genoemde Telegram-accounts. Er is een iPhone XR (' [verdachte] ') in beslag genomen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat onduidelijk is dat deze telefoon daadwerkelijk in de woning van [verdachte] (op het nachtkastje) is aangetroffen. In het proces-verbaal van de Belgische politie over de doorzoeking van de woning van [verdachte] is opgenomen dat op het nachtkastje links van het bed drie iPhones zijn aangetroffen, waaronder een ‘iPhone lichtblauw’. Uit het overdrachtsformulier volgt dat deze telefoon aan de Nederlandse politie is overgedragen. Onder de in Nederland onderzochte toestellen bevindt zich een iPhone XR met een blauw hoesje. Gelet op deze stukken is naar het oordeel van de rechtbank uitgesloten dat hiermee een ander toestel dan die iPhone XR (‘ [verdachte] ’) is bedoeld. Bij onderzoek aan de iPhone XR (‘ [verdachte] ’) is het volgende gebleken. De telefoon maakte gebruik van één simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Dit nummer behoort bij het Telegram-account ' [accountnaam 10] ID [ID-nummer 2] '. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat [verdachte] gebruik maakt van dit Telegram-account. Verder is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘ [verdachte] ’) het volgende gebleken. Op 11 november 2019 is het Wickr-account met de naam ' [accountnaam 13] ' op deze telefoon aangemaakt. De applicatie WhatsApp Messenger is aangemaakt op 21 maart 2020. Het WhatsApp-account maakt gebruik van de naam ' [accountnaam 14] ' . Op de profielfoto is een Roemeense ID kaart te zien. Een identieke ID kaart is aangetroffen in de kluis in de slaapkamer van [verdachte] en [medeverdachte 5] . Uit onderzoek aan deze telefoon is verder gebleken dat deze gebruik heeft gemaakt van het Telegram-account met de naam ' [accountnaam 10] ID [ID-nummer 2] '. Met de telefoon zijn op 15 januari 2020 en 18 maart 2020 foto's van [verdachte] gemaakt. Op een van de foto's is [verdachte] te zien met in zijn hand een paspoort met daarop de naam [verdachte] . De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk is dat [verdachte] gebruik maakt van deze telefoon en de aangemaakte accounts dan wel fakenamen die zijn aangetroffen in de data van deze telefoon. Voorts is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘ [verdachte] ’) gebleken dat daarop meerdere foto's staan die grotendeels aantoonbaar in de woning van [verdachte] zijn gemaakt. Op foto's die zijn gemaakt in de periode van 3 februari 2020 tot en met 6 juli 2020 zijn de namen ' [accountnaam 2] ' en ' [accountnaam 11] ' te zien. Bij onderzoek aan de iPhone 6S, met 'owner name' ‘iPhone van [verdachte] ', die is aangetroffen in de gang op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is het volgende gebleken. Achterop deze telefoon zat een sticker met de naam ' [naam 3] ' en telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Dit nummer hoort bij het nummer van de simkaart die in deze telefoon is aangetroffen. Op 7 mei 2020 stuurt ' [accountnaam 2] ' via Telegram een foto aan het Telegram-account [medeverdachte 1] (dat is [medeverdachte 1] , en dat is, zoals hierna zal blijken, [medeverdachte 1] ). Op die foto is een scherm te zien van een telefoon met daarop ' [accountnaam 12] ' en het nummer [telefoonnummer 3] . Volgens de verbalisant is het zeer aannemelijk dat [verdachte] gebruik maakte van de telefoon met daarin een simkaartje met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] en daarop op 25 februari 2020 de verificatiecode ontvangt voor het aanmaken van het Telegram-account ' [accountnaam 12] ', welke gekoppeld is aan het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Bij onderzoek aan de iPhone XS, 'owner name' 'iPhone van [verdachte] ', die is aangetroffen in de slaapkamer van [verdachte] , is het volgende gebleken. Op 6 juli 2020 is op deze telefoon het Wickr-account met de naam ' [accountnaam 15] ' aangemaakt. In een via Wickr gevoerde chat komt ' [accountnaam 15] ' op de lijn met ' [accountnaam 1] '. Met de telefoon zijn foto's gemaakt in de woning van [verdachte] . Ook zijn met de telefoon videofragmenten opgenomen in de woning van [verdachte] en met de telefoon verstuurd via het Wickr-account ' [accountnaam 15] '. De telefoon heeft gebruik gemaakt van de mobiele hotspot van de ‘iPhone van [verdachte] ’. De verbalisant concludeert op basis van het onderzoek dat het zeer waarschijnlijk is dat [verdachte] gebruik maakte van deze telefoon en de daarop aangemaakte accounts dan wel fakenamen die zijn aangetroffen in de data van de telefoon. Bij onderzoek aan de iPhone 6S , 'owner name' 'iPhone van [verdachte] ', die is aangetroffen in de slaapkamer van [verdachte] , is onder meer gebleken dat zich achterop het toestel een sticker bevindt met daarop handgeschreven ' nieuwe Hotspot ' en 'print'. Uit verstuurde en ontvangen e-mails blijkt dat bestanden worden verstuurd naar één of naar meerdere e-mailadressen welke in gebruik zijn bij [verdachte] . De e-mails bestaan voornamelijk uit afbeeldingen van bankbiljetten (dollars/euro’s) op een A4 formaat. Er zijn diverse afbeeldingen van vals geld aangetroffen die ook op andere in de woning van [verdachte] aangetroffen telefoons stonden. Van deze telefoons is vastgesteld dat [verdachte] daarvan de gebruiker is. De verbalisant heeft op grond van onder meer deze onderzoeksbevindingen vastgesteld dat [verdachte] de eigenaar is van deze telefoon. Op de USB-stick van het merk Silicon Power (IBN-code [IBN-code 3] ), die is aangetroffen op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is bij onderzoek staat een aantal documenten aangetroffen, waarin een auteursnaam is toegevoegd. Eén van de namen die werd gebruikt is ‘ [accountnaam 14] ’. Volgens de verbalisant kan onder meer hieruit blijken dat [verdachte] de beschikking heeft gehad over dan wel gebruik heeft gemaakt van de aangetroffen USB-stick. Het WhatsApp-account in de iPhone XR ‘ [verdachte] ’ maakt gebruik van de naam ‘ [accountnaam 14] ’. Op de Macbook Pro (IBN-code [IBN-code 4] ), die is aangetroffen in de gang op de eerste verdieping van de woning van [verdachte] , is een notitie aangetroffen waarin reclame wordt gemaakt voor ‘USA IDs, fake money and other products’. Als contactgegevens worden onder meer het Wickr-account ‘ [accountnaam 13] ’ opgegeven en als e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. Laatstgenoemd e-mailadres is, zoals hierna zal blijken, gebruikt voor het openen van een rekening bij de N26 Bank op naam van [naam 4] . De politie heeft vastgesteld dat [verdachte] te zien is op de paspoortfoto en de selfie die zijn aangeleverd in het kader van de opening van die rekening. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat de MacBook Pro in gebruik is geweest bij [verdachte] . 5.3.2 De verklaringen van [verdachte] De rechtbank stelt vast dat de verdediging de hiervóór weergegeven onderzoeksresultaten op zichzelf niet heeft weersproken. Wel heeft de verdediging de daaruit getrokken conclusies betwist. Het verweer van de verdediging komt er in de kern op neer dat de in de woning van [verdachte] op 30 juli 2020 in beslag genomen gegevensdragers en de daarop aangetroffen accountnamen in gebruik waren bij de personen die al enige tijd vóór die datum in de woning bezig waren op laptops en met het namaken van bankbiljetten. [verdachte] heeft hierover na zijn aanhouding in België bij de politie de volgende verklaringen afgelegd.
Volledig
Nu het verweer verweven is met het aanmaken van valse bankbiljetten in de woning van [verdachte] , zal hier (vooruitlopend op de bespreking van de feiten 1 tot en met 3) ook worden opgenomen wat [verdachte] daarover heeft verklaard. Op 31 juli 2020 heeft [verdachte] verklaard dat hij de machines via internet heeft besteld en dat hij vermoedt dat hij 500 stuks ( toevoeging rechtbank: valse bankbiljetten ) volledig heeft geprint en dat een deel nog uitgeprint moest worden. Tijdens een later verhoor op 28 augustus 2020 heeft [verdachte] verklaard dat hij alle benodigdheden heeft aangekocht en dat het speciale papier door de jongens werd geleverd. De eerste keer was het normaal papier dat hij via Bol.com heeft besteld, de tweede keer was het speciaal papier. Hij kocht printers en inkt en bestelde die goederen onder de naam [verdachte] . Hij heeft verder verklaard dat hij vals geld in een wenskaart heeft verstuurd naar klanten in het buitenland. Het verstuurde geld betrof 20 of 50 euro biljetten die hij zelf heeft nagemaakt. Hij heeft ook biljetten van 20 en 50 dollar nagemaakt. Hij kon de biljetten afdrukken via wifi. Hij heeft ook stickers op biljetten geplakt en biljetten uit A4 vellen gesneden. [verdachte] heeft in alle verhoren verklaard dat hij vanaf juni 2020 “voor goed” is beginnen te drukken, in opdracht van een ander met wie hij via Wickr contact had, en dat hij er een vergoeding voor kreeg. Hij had maar met één iemand contact en wist niet of er nog meerdere mensen bij betrokken zijn. Pas bij de rechter-commissaris in Nederland, tijdens een overigens niet in zijn eigen zaak afgelegde getuigenverklaring op 6 maart 2025, heeft [verdachte] verklaard dat hij “de ruimte” ter beschikking heeft gesteld aan Arabische mannen en dat één van de mannen [naam 5] heet. Ter terechtzittingen van 23 en 25 september 2025 heeft [verdachte] dit herhaald. Daar heeft hij verklaard dat andere mannen, onder wie [naam 5] , in zijn woning bezig waren met laptops en bankbiljetten hebben nagemaakt. [naam 5] heeft de spullen neergezet en [verdachte] wist niet waar die spullen vandaan kwamen. Hij heeft meegeholpen door een keer op een printknop te drukken en papier in de printer te gooien, zo heeft [verdachte] verder verklaard. De rechtbank constateert dat [verdachte] hiermee op een zeer laat moment voor het eerst heeft verklaard over het ter beschikking stellen van zijn woning aan anderen, waaronder [naam 5] , voor het namaken van bankbiljetten (en andere hem onbekend gebleven werkzaamheden “op laptops”) en over zijn eigen slechts beperkte bijdrage daaraan. Die verklaringen staan haaks op zijn eerdere verklaringen bij de politie in België. Toen heeft hij weliswaar verklaard over het werken in opdracht van anderen, maar over aanwezigheid van anderen in zijn woning heeft hij niet gerept (hij zou via Wickr opdrachten ontvangen), terwijl hij voorts gedetailleerd verslag heeft gedaan van het alleen door hemzelf namaken van valse bankbiljetten (en het versturen daarvan). Daarbij komt dat de latere verklaringen van [verdachte] in vaagheden blijven steken en op geen enkele wijze concreet zijn gemaakt. [verdachte] verklaart niet te weten wie die Arabische mannen zijn, slechts dat een van hen [naam 5] heet. Hij heeft geen verdere gegevens van deze [naam 5] aangeleverd. Er is van deze persoon geen achternaam, geen telefoonnummer en ook geen accountnaam bekend. Bovendien biedt ook het procesdossier geen aanknopingspunten voor het scenario dat [verdachte] zijn woning aan anderen ter beschikking heeft gesteld. Op het moment van de doorzoeking woonden behalve [verdachte] alleen zijn vriendin, [medeverdachte 5] , hun twee dochters, van destijds enkele maanden en 1 jaar oud, en de zoon van [medeverdachte 5] , destijds 14 jaar oud, in de woning. Over [medeverdachte 5] heeft [verdachte] verklaard dat zij er niets mee te maken wil hebben en waar het gaat om de kinderen kan, gelet op hun leeftijd en de inhoud van de gegevensdragers, enige betrokkenheid bij die gegevensdragers worden uitgesloten. Op grond van het voorgaande hecht de rechtbank geen enkel geloof aan de verklaringen van [verdachte] over het namaken van bankbiljetten (of het verrichten van andere illegale activiteiten) door anderen in zijn woning (noch overigens aan zijn eerdere verklaringen dat hij in opdracht van anderen werkte) en gaat zij daaraan voorbij. 5.3.3 De toerekening van de gegevensdragers en daaraan verbonden accounts De rechtbank stelt voorop dat uitgangspunt is dat degene die een gegevensdrager, in dit geval een telefoon, een laptop en een usb-stick, voorhanden heeft en daar toegang toe heeft, in het algemeen ook als gebruiker van die gegevensdrager en daaraan verbonden accounts kan worden aangemerkt. Dat geldt ook voor accounts die op de een of andere wijze, bijvoorbeeld via gebruikersnaam of e-mailadres, zijn te herleiden tot een bepaald persoon. Wanneer een aanwijzing dat een gegevensdrager of account ook bij een ander in gebruik is ontbreekt, brengt de enkele theoretische mogelijkheid dat dit wel het geval is ook niet mee dat geconcludeerd moet worden dat de gegevensdrager of het account niet kan worden toegeschreven aan de persoon die de gegevensdrager voorhanden heeft en daar toegang toe heeft. Voornoemd uitgangspunt gaat naar het oordeel van de rechtbank onverkort op in de onderhavige zaak. Dat de voornoemde in zijn woning aangetroffen telefoons, laptop en usb-stick van Arabische mannen waren, onder wie ene [naam 5] , heeft de rechtbank hiervóór al uitgesloten. [verdachte] heeft niet naar andere personen gewezen als zijnde de gebruiker(s) (dan wel kopers) van die gegevensdragers. Naar het oordeel van de rechtbank kan reeds daarom worden aangenomen dat [verdachte] daarvan de (enige) gebruiker was. Datzelfde geldt voor de op de telefoons aangemaakte accounts. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt overigens ook dat de telefoons, laptop en usb-stick telkens via de (meta)data duidelijk aan [verdachte] kunnen worden gekoppeld. De door de verdediging opgeworpen contra-indicaties voor het gebruik door [verdachte] van de telefoons en accounts, te weten dat in de ‘iPhone van [verdachte] ’ in één chatbericht de naam [medeverdachte 1] wordt gebruikt en dat in de iPhone 7 een advertentietekst van ‘ [accountnaam 2] ’ is aangetroffen voor ‘IPTV’, doen daaraan niet af. Deze gegevens zijn zonder meer te verenigen met het gebruik van de telefoons door [verdachte] in het kader van de ten laste gelegde feiten en vormen geen concrete aanwijzing dat (ook) een ander de toestellen en accounts heeft gebruikt. Tot slot heeft verdediging gewezen op de theoretische (en op zichzelf inderdaad aanwezige) mogelijkheid dat de accounts door meerdere personen konden worden gebruikt. Wie dat dan zouden zijn geweest, heeft [verdachte] niet concreet gemaakt. Niettemin overweegt de rechtbank over dit verweer nog als volgt. In de data van de onderzochte telefoons zijn schermafbeeldingen aangetroffen van gesprekken die zijn gevoerd via onder meer de Wickr-accounts ‘ [accountnaam 13] ’, ‘ [accountnaam 2] ’ en ‘ [accountnaam 15] ’. Een schermafbeelding wordt in het algemeen gemaakt door degene die de telefoon bedient op het moment dat het betreffende gesprek op het scherm zichtbaar is. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat deze afbeeldingen op een andere wijze op de telefoons zijn terechtgekomen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de gebruiker van de telefoon – van wie hiervoor is geconcludeerd dat het [verdachte] betreft – deze schermafbeeldingen heeft gemaakt. Daarmee staat vast dat [verdachte] de gebruiker was van de betreffende Wickr-accounts. De Wickr-gesprekken die op de schermafbeeldingen te zien zijn, hebben onder meer betrekking op de productie van en de handel in vals geld. Op de in beslag genomen telefoons zijn daarnaast Telegram- en Whatsapp-accounts aangetroffen waarmee gesprekken zijn gevoerd. Dat betreft de Telegram-accounts ‘ [accountnaam 2] ’en ‘ [accountnaam 10] ’ en het WhatsApp-account ' [accountnaam 14] '. De gesprekken die in die accounts zijn aangetroffen hebben betrekking op dezelfde strafbare feiten en worden gevoerd in dezelfde periode als de Wickr-gesprekken.
Volledig
De rechtbank leidt hieruit af dat ook de communicatie via Telegram en WhatsApp door [verdachte] is gevoerd en dat hij de gebruiker van die accounts was. 5.3.4 De overige accounts Naast de aan voornoemde telefoons gekoppelde accounts rust op [verdachte] de verdenking dat hij gebruik heeft gemaakt van de Telegram-accounts ‘ [accountnaam 11] ’ en ‘ [accountnaam 12] ’ en van het Wickr-account ‘ [accountnaam 16] ’. Deze accounts zijn niet gekoppeld aan de onderzochte gegevensdragers die bij [verdachte] in beslag zijn genomen. 5.3.4.1 De Telegram-accounts ‘ [accountnaam 11] ’ en ‘ [accountnaam 12] ’ Over deze accounts overweegt de rechtbank, in aanvulling op wat zij daarover hiervoor al heeft vastgesteld, nog als volgt. Op 7 mei 2020 stuurt ‘ [accountnaam 2] ’ naar een Telegram-account van [medeverdachte 1] een foto van het account ‘ [accountnaam 12] ’ met het verzoek “Kan je die zoeken en me toevoege”. Op de foto is het telefoonnummer + [telefoonnummer 3] te zien dat bij het account ‘ [accountnaam 12] ’ hoort. Uit het toestel van [medeverdachte 1] blijkt dat hij op 7 mei 2020 via Telegram met ‘ [accountnaam 12] ’ een gesprek voert over prijzen en de tekst die gebruikt wordt voor het verkopen van nepgeld op Telegram. Aan het Telegram ID-nummer dat bij ‘ [accountnaam 12] hoort’, is binnen het onderzoek ook de accountnaam ‘ [accountnaam 11] ’ gekoppeld. In de woning van [verdachte] is, zoals gezegd, een iPhone 6S met de naam ‘iPhone van [verdachte] ’ aangetroffen, met daarop een sticker met de naam “ [naam 3] ” en het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Uit onderzoek naar de simkaart die in dat toestel zat, blijkt dat aan die simkaart het genoemde telefoonnummer gekoppeld was. In de telefoon werd tevens een bericht aangetroffen van 25 februari 2020 met daarin een verificatiecode van Telegram. De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat [verdachte] de gebruiker is van een Telegram-account dat in het onderzoek naar voren komt onder de gebruikersnamen ‘ [accountnaam 11] ’ en ‘ [accountnaam 12] ’. 5.3.4.2 Het Wickr-account ‘ [accountnaam 16] ’ Op Beijens rust voorts de verdenking dat hij de gebruiker is van het Wickr-account ‘ [accountnaam 16] ’. Deze verdenking is ontstaan na onderzoek aan de telefoon van [medeverdachte 1] (verder te noemen: [medeverdachte 1] ), waarover hierna meer. Daarin zijn afbeeldingen van Wickr-gesprekken aangetroffen, waaruit blijkt dat ‘ [accountnaam 16] ’ de gebruiker ‘ [accountnaam 17] ’ (zoals hierna zal blijken [medeverdachte 1] ) op meerdere dagen de opdracht geeft tot het storten van specifieke bedragen op rekeningen. Verder blijkt uit de historische telefoongegevens van [medeverdachte 1] dat hij op 15 april 2019 in de avond in België is geweest. Uit een schermafbeelding van een Wickr-gesprek uit de telefoon van [medeverdachte 1] , volgt dat hij die avond het volgende gesprek heeft met ’ [accountnaam 16] ’ : ’ [accountnaam 16] ’: ja belgen soms beetje dom man haha ‘ [accountnaam 17] ’: ik ben ook al bijna thuis hahahaha hoor ik vaker ’ [accountnaam 16] ’: oke man rij voorzichtig [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij in België is geweest. Hij trof daar een lange, slanke, blanke man van ongeveer 32 jaar. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [medeverdachte 1] een afspraak in België heeft gehad met ‘ [accountnaam 16] ’. [verdachte] woont in België en past wat betreft leeftijd en uiterlijke kenmerken in het door [medeverdachte 1] beschreven signalement. De rechtbank concludeert dat [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het account ‘ [accountnaam 16] ’. Dat volgt uit de hiervoor genoemde bevindingen, in samenhang met het bewijs dat hierna bij de bespreking van de bedrijfsoplichtingen aan bod zal komen. In het bijzonder wijst de rechtbank op de daaruit blijkende aansturende rol van verdachte bij die oplichtingen, waarbij ook [medeverdachte 1] betrokken is, en het feit dat [verdachte] zichzelf ziet als investeerder. 5.3.4.3 Het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’ De verdenking is voorts dat [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. Hierover overweegt de rechtbank als volgt. Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] werden bankpassen aangetroffen op naam van [naam 4] bij onder meer Revolut en N26. Via een EOB werden bij Revolut de klant-, login- en transactiegegevens van een aangetroffen Mastercard op naam van [naam 4] opgevraagd. Uit het antwoord blijkt dat het opgegeven e-mailadres voor die rekening ‘ [e-mailadres 1] ’ is. Daarnaast leverde Revolut Ltd een kopie van een Nederlands paspoort op naam van [naam 4] . Dit paspoort was voorzien van een pasfoto van [verdachte] . Ook was een selfie van [verdachte] bijgevoegd. Uit onderzoek van het afgebeelde paspoort is geconcludeerd dat het vals of vervalst is. Uit de transactiegegevens van Revolut Ltd volgt dat er op 15 januari 2020 een transactie plaatsvond in opdracht van een klant met e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. Tot de Duitse autoriteiten is in het kader van onderzoek Parra een verzoek gericht tot het aanleveren van de identificerende gegevens, alsmede een kopie ID van de rekeninghouder van een rekening bij de N26 Bank. Het gaat om rekening [rekeningnummer 1] die op 15 januari 2020 is geopend. De rekening staat op naam van [naam 4] . Het opgegeven e-mailadres is ‘ [e-mailadres 1] ’. De identiteitscontrole had plaatsgevonden middels twee door de klant geüploade documenten. Dit betrof een foto van een Nederlands paspoort en een selfie. De persoon op de paspoortfoto en de selfie is [verdachte] . Het afgebeelde paspoort blijkt vals of vervalst. Zoals hiervoor al is vastgesteld, is in de woning van [verdachte] een Apple Macbook Pro (IBN-code [IBN-code 4] ) in beslag genomen. In een notitie op de laptop wordt reclame gemaakt voor ‘USA IDs, fake money and other products’. Als contactgegevens wordt onder meer het Wickr-account ‘ [accountnaam 13] ’ opgegeven en het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. De rechtbank concludeert op basis van de voornoemde onderzoeksbevindingen dat [verdachte] de gebruiker was van het e-mailadres ‘ [e-mailadres 1] ’. Hij heeft onder opgave van dat e-mailadres meerdere bankrekeningen geopend. Bovendien wordt het e-mailadres aangetroffen in een notitie op een laptop die in de woning van [verdachte] is aangetroffen en daarom aan hem kan worden toegeschreven. In die notitie wordt bovendien het Wickr-account ‘ [accountnaam 13] ’ genoemd, waarvan eveneens is vastgesteld dat dit [verdachte] is. 5.3.4.4 Conclusie De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat op basis van de uit de het verrichte onderzoek gebleken bevindingen kan worden aangenomen dat [verdachte] de (enige) gebruiker was van de voornoemde telefoons, alsook dat hij schuil ging achter de genoemde Wickr- en Telegram-accounts/accountnamen en achter de naam ‘ [accountnaam 14] ’. Verder kan worden aangenomen dat (onder anderen) [verdachte] gebruik maakte van het e-mailaccount ‘ [accountnaam 2] @protonmail.com’. Datzelfde geldt voor het hierna nog aan bod komende e-mailaccount ‘ [accountnaam 15] @protonmail.com’, gezien de overeenkomst van de naam ‘ [accountnaam 15] ’ met de bij [verdachte] in gebruik zijnde accountnaam ‘ [accountnaam 15] ’. Bovendien was hij de (enige) gebruiker van de genoemde MacBook Pro en de genoemde USB-stick van het merk Silicon Power. Tot slot kan worden aangenomen dat hij gebruik maakte van het e-mailaccount ‘ [e-mailadres 1] ’. De rechtbank zal hiervan in het navolgende uitgaan. 5.4 [medeverdachte 1] Op 1 mei 2019 is onder [medeverdachte 1] een Apple iPhone (IMEI-nummer [IMEI-nummer] ) in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 17] ’ gekoppeld was aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij de naam ‘ [accountnaam 17] ’ heeft gebruikt. Op 30 juli 2020 is onder [medeverdachte 1] een telefoon van het merk Samsung S9in beslag genomen.
Volledig
Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van de telefoon, alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘ [medeverdachte 1] ’ en het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 18] ’. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat de telefoon van hem was. 5.5 [medeverdachte 2] Onder [medeverdachte 2] is een Samsung Galaxy Note 20 in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van deze telefoon, die gebruik maakt van het nummer [telefoonnummer 4] , alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘ [accountnaam 19] ’. Verder is uit verricht onderzoek gebleken dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 20] ’ aan [medeverdachte 2] gekoppeld was en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘ [accountnaam 20] ’ werd genoemd. De rechtbank zal daarom, indien deze accountnaam hierna aan bod komt, ervan uitgaan dat [medeverdachte 2] daarachter schuil gaat en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘ [accountnaam 20] ’ werd genoemd. 5.6 [medeverdachte 3] Onder [medeverdachte 3] is een Apple iPhone 8 Plus in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van deze telefoon, alsook dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 21] ’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3] . Verder is uit onderzoek aan de onder [verdachte] in beslag genomen iPhone XR (iPhone van ‘ [verdachte] ’) onder meer gebleken dat ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ) aan ‘ [accountnaam 22] ’ vraagt naar zijn adres, waarop ‘ [accountnaam 22] ’ antwoordt: “ [adres 3] [plaats 2] ”. [medeverdachte 3] is op dit adres woonachtig. Op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 22] ’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3] . Ook werd hij wel ‘ [accountnaam 22] ’ genoemd. ‘ [accountnaam 21] ’ antwoordt op 6 mei 2020 op de vraag van ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ) of hij ‘ [accountnaam 22] ’ is met “ja”. De rechtbank zal daarom, indien deze (account)namen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat het [medeverdachte 3] betreft. 5.7 [medeverdachte 4] Uit onderzoek aan een onder [medeverdachte 4] in beslag genomen iPhone X is gebleken dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘ [accountnaam 23] ’. Voorts is uit onderzoek gebleken dat hij gekoppeld was aan de Wickr-accounts met de namen ‘ [accountnaam 24] ’ en ‘ [accountnaam 24] ’. De rechtbank zal daarom, indien de genoemde accountnamen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat [medeverdachte 4] daarachter schuil gaat. 6 Feiten 1 tot en met 3 (onderzoek Palestina) 6.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich in de ten laste gelegde periode in Nederland en België schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de productie van vals geld (feit 1) en het medeplegen van de handel in vals geld (feit 2). Wat betreft de productie van bankbiljetten van 200 en 500 euro en de handel in bankbiljetten van 200 euro dient vrijspraak te volgen, omdat daarvan uit het procesdossier niet blijkt. Verder heeft [verdachte] zich op 30 juli 2020 in [plaats 1] in België schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten (feit 3). 6.2 Standpunt van de verdediging De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2 en 3 en daartoe, kort gezegd, het volgende aangevoerd (in aanvulling op het hiervóór al besproken bewijsuitsluitingsverweer en het verweer met betrekking tot de koppeling van gegevensdragers en accountnamen aan [verdachte] ). [verdachte] erkent dat hij zijn woning gedurende (delen van) de ten laste gelegde periode ter beschikking heeft gesteld aan anderen. Hij heeft daarmee hooguit een faciliterende rol gehad, maar geen actieve bijdrage geleverd aan het produceren of verspreiden van vals geld. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachten, noch van een substantiële uitvoeringshandeling van [verdachte] zelf. [verdachte] heeft hooguit de rol van een medeplichtige gehad. Uit niets blijkt dat [verdachte] zelf actief betrokken was bij het produceren van valse bankbiljetten. Wat vast staat is dat anderen dit in zijn woning hebben gedaan, terwijl [verdachte] hooguit de locatie ter beschikking stelde. Verder blijkt uit niets dat [verdachte] ooit zelf vals geld aan iemand heeft afgeleverd of verkocht. Tot slot levert het procesdossier niet het bewijsminimum dat [verdachte] goederen voorhanden had, wetende dat ze tot vervalsen bestemd waren. In een woning die door meerdere personen als werkplek is gebruikt en waarin goederen door anderen zijn ingebracht en bediend, kan [verdachte] niet zonder meer beschikkingsmacht over die goederen worden toegerekend. Feitelijke zeggenschap over de goederen ontbrak. 6.3 De beoordeling door de rechtbank 6.3.1 Inleidende overwegingen Onderzoek Palestina ziet op de productie van en handel in valse euro- en dollarbiljetten. Zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, zijn op grote schaal euro- en (Amerikaanse) dollarbiljetten nagemaakt. Ten behoeve hiervan en ten behoeve van de verkoop van de valse bankbiljetten werden goederen aangeschaft. De valse bankbiljetten en de goederen zijn bij meerdere doorzoekingen aangetroffen. Hiervóór is al gebleken dat bij die doorzoekingen bovendien een grote hoeveelheid gegevensdragers is aangetroffen. Ook op basis van het onderzoek aan die gegevensdragers zijn [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in beeld gekomen als zijnde betrokken bij het namaken van bankbiljetten en het verkopen van die bankbiljetten. Het proces van het namaken van de bankbiljetten en de verschillende stadia van dat proces, konden in kaart worden gebracht. Daarnaast is in kaart gebracht op welke wijze de verkoop van de valse bankbiljetten plaatsvond. Hierna zullen eerst de in het procesdossier aanwezige relevante bewijsmiddelen (niet uitputtend) worden weergegeven, te beginnen met wat is aangetroffen bij de doorzoekingen en de uitkomsten van verricht (forensisch) onderzoek aan de aangetroffen biljetten en printers, gevolgd door de onderzoeksbevindingen ten aanzien van drie stadia, te weten het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse bankbiljetten. Op basis hiervan zal de rechtbank tussentijds conclusies trekken ten aanzien van de (reeds) uit deze bewijsmiddelen naar voren komende betrokkenheid van [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] bij de drie stadia. Tot slot zal de rechtbank beoordelen of ieder van hen een rol heeft gespeeld in (de diverse stadia van) het proces van het namaken van bankbiljetten, en zo ja, welke rol, en of ingeval van een rol van betekenis wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen. 6.3.2 Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten 6.3.2.1 [verdachte] Op 30 juli 2020 is de woning van [verdachte] doorzocht. Daarbij zijn onder meer de volgende goederen, gerelateerd aan vals geld, aangetroffen: 20 printers van diverse merken en types, 2 Epson scanners, 3 vals geld detectoren, 3 geldtelmachines, 5 potjes inkt, inkttoners, 9 flesjes spuitverf in diverse kleuren, 13 potjes inkt met 4 flesjes UV inkt, stempelkussens, een potje UV printer inkt met opschrift “Guangzhou Firebird Printing”.
Volledig
Ook zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen, die te gebruiken zijn bij het produceren van vals geld: 3 perforatoren, 17 drukplaten, een drukpers, 15 vals geld detector pennen, een UV lamp en een UV pen, 2 snijmachines, ScanNCut platen, een drukpers, een handscanner, een doos met daarin veel vellen met hologrammen voor diverse bankbiljetten (1265 hologrammen voor biljetten van 100 euro, 50 euro, 20 euro en 10 euro en hologrammen voor dollarbiljetten), en verschillende soorten ‘speciaal papier’, waaronder papier met in het midden een zogenaamde veiligheidsdraad die ook in echte eurobiljetten is verwerkt. Op verschillende plekken werden bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren, namelijk: een doos met daarin dollarbiljetten en eurobiljetten waarvan de meeste nog niet zijn uitgesneden, een doos met halffabricaten vals geld (onder andere biljetten van 50 dollar en biljetten van 100 euro), en een grote stapel A4 vellen, met op ieder vel een afdruk van drie biljetten van 50 euro. In België heeft echtheidsonderzoek plaatsgevonden ten aanzien van de aangetroffen biljetten. Daarbij zijn 11 biljetten van 20 dollar, 21 biljetten van 50 dollar en 3 biljetten van 100 dollar vals bevonden. Voorts zijn A4 bladen aangetroffen met daarop in totaal 282 afdrukken van (valse) biljetten van 50 dollar en 2 afdrukken van 100 dollar. Verder werden nog 524 kleefstripjes voor biljetten van 100 dollar aangetroffen. De Chinese tekst op deze bladen doet vermoeden dat deze kleefstripjes van Chinese herkomst zijn. Ook zijn bij het echtheidsonderzoek 19 biljetten van 10 euro, 3 biljetten van 20 euro, 33 biljetten van 50 euro, 1 biljet van 100 euro en 14 biljetten van 500 euro vals bevonden. De 3 biljetten van 20 euro en 32 stuks van de biljetten van 50 euro waren in België in omloop sinds 9 januari 2020. Verder zijn aangetroffen vele A4 bladen met afdrukken van biljetten van 50 en 100 euro. Over 1265 aangetroffen hologrammen voor biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en 843 aangetroffen doorkijkvensters voor biljetten van 20, 50 en 100 euro wordt opgemerkt dat deze te koop worden aangeboden op diverse websites zoals ‘ALIBABA.COM’ en ‘WISH’. Ze kunnen online worden besteld en worden eenvoudigweg met de post opgestuurd. Het onderscheid tussen deze hologrammen en doorkijkvensters en echte hologrammen en doorkijkvensters is voor een leek moeilijk te herkennen. 6.3.2.2 [medeverdachte 1] Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres 4] in [plaats 2] . [medeverdachte 1] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In en nabij de slaapkamer van [medeverdachte 1] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: zes printers, waaronder een printer met in de lade een halffabricaat van een biljet van 50 euro en een printer met in de lade een halffabricaat van een dollarbiljet, een snijmachine, grote hoeveelheden hologrammen voor diverse soorten valse euro- en dollarbiljetten en vier dozen met printercartridges. Op de slaapkamer van [medeverdachte 1] zijn 9261 bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Het betreft biljetten van 10 euro, 20 euro, 50 euro, 20 dollar en 50 dollar. Er zat veel vals geld in een Jumbo tas, waarin ook zijn aangetroffen een poststuk van de belastingdienst en een aanmaning van Intrum/KPN, beide gericht aan [medeverdachte 3] met het adres [adres 3] te [plaats 2] . Verder is aangetroffen een doos met daarin ‘speciaal papier’, waarvan gebruik wordt gemaakt bij het vervaardigen van vals geld en waarvan ook deel uitmaakte papier met een zogenaamde veiligheidsdraad. De eigenschappen van het in de doos aangetroffen papier maken het geschikt voor het maken van waardedocumenten. Ook zijn op de slaapkamer van [medeverdachte 1] in een kast, in een rugtas naast het bed en in een tas aangetroffen: snijafval van biljetten van 20 euro, snippers vals geld en vals geld, en vermoedelijk velletjes waarop hologrammen geplakt hebben gezeten. Voorts zat in de tas een biljet van 20 euro dat aan de zijkanten nog niet volledig was uitgesneden en waarop stond geschreven “695 goed”. Op 31 juli 2020 heeft [medeverdachte 1] zelf nog een printer en twee tassen met ‘speciaal papier’ naar het politiebureau gebracht. Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten heeft uitgewezen dat de ze vals waren. Forensisch onderzoek ten aanzien van een zak met 20 euro hologrammen heeft uitgewezen dat de hologrammen vals waren. Bij de doorzoeking is in de slaapkamer van [medeverdachte 1] op het bureau ook aangetroffen een doos met daarop een adressticker van Bol.com, gericht aan [medeverdachte 3] , [adres 3] , [postcode 3] [plaats 2] . In deze doos zaten diverse misafdrukken van vervalste euro- en dollarbiljetten. Op een in die doos aangetroffen A4-papier met daarop een biljet van 20 euro is een vingerafdruk van [medeverdachte 1] aangetroffen. 6.3.2.3 [medeverdachte 3] Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres 3] in [plaats 2] . [medeverdachte 3] woonde toen op dit adres. Op het bureau in de slaapkamer van [medeverdachte 3] werd een printer aangetroffen en een biljet van 500 euro (in een portemonnaie op het bureau). Verder werden in de bij de woning behorende berging grote stapels biljetten aangetroffen van 20 en 50 euro en biljetten van 20 en 50 dollar die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Ook zijn in de berging aangetroffen A4 vellen met daarop afdrukken van biljetten van 20 dollar, nog niet volledig uitgesneden biljetten van 20 dollar, en een tas met daarin heel veel inktcartridges. Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 1103 biljetten, heeft uitgewezen dat ze vals waren. De in de woning aanwezige moeder en zus van [medeverdachte 3] hebben aangegeven dat ze niets wisten van het valse geld en nooit in de berging kwamen. Op een biljet, verpakt in een zilverkleurig zakje, aangetroffen in de bij de woning behorende berging, is een vingerafdruk van [medeverdachte 3] aangetroffen. 6.3.2.4 [medeverdachte 2] Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres 5] in [plaats 2] . [medeverdachte 2] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In de woonkamer zijn twee papiersnijmachines aangetroffen. Verder is in de slaapkamer van [medeverdachte 2] , onder het bed, een doos aangetroffen met het opschrift ‘PrintAbout.nl’ en met daarin stapeltjes euro- en dollarbiljetten die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Op veel van de stapeltjes zaten briefjes met daarop handgeschreven getallen en teksten als: “opnieuw”, “opnieuw snijden! 265!”, “opnieuw snijden!!! 89x”, “opnieuw snijden 100x”, “21xB+ Te redden!!!”, “B+ 100x”, “200 x € 50”, “200 x 50”, “700 x“, “90 x“, “340 x”, “540 x“, “565“. Ook werd onder het bed een doos aangetroffen, waarin ‘speciaal papier’ had gezeten dat gebruikt kan worden bij het vervaardigen van vals geld. In deze doos zaten stickervelletjes hologrammen voor biljetten van 50 euro, een reepje snijafval van een biljet van 50 euro, en een pincet dat op de hologrammen lag. Onder het bed lag ook een stickervel met nog 19 hologrammen voor biljetten van 20 euro. Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 6551 biljetten van 20 en 50 dollar en 50 euro, heeft uitgewezen dat ze vals waren. 6.3.2.5 [medeverdachte 4] Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de ouders van [medeverdachte 4] aan de [adres 6] in [plaats 3] (verder: de woning van [medeverdachte 4] ). [medeverdachte 4] verbleef daar toen en is daar ook aangehouden. In de slaapkamer van [medeverdachte 4] zijn onder meer aangetroffen: 92 inktcartridges, 6 printers, meerdere soorten ‘speciaal papier’ dat kan worden gebruikt bij het vervaardigen van vals geld, een vals biljet van 20 dollar en 7 valse biljetten van 500 euro. Ook zijn 360 wenskaarten en ongeveer 1000 blanco enveloppen aangetroffen.
Volledig
6.3.3 Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten Uit onderzoek is gebleken dat op ieder van de vijf voornoemde zoeklocaties valse euro- en dollarbiljetten zijn aangetroffen waarvan het serienummer overeenkomt met het serienummer op biljetten die op een andere zoeklocatie of meerdere andere zoeklocaties zijn aangetroffen. Zo zijn op alle locaties valse biljetten van 20 dollar met het serienummer IB22822060D aangetroffen. 6.3.4 Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek Een medewerker van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onderzoek gedaan ten aanzien van de bij de doorzoekingen aangetroffen biljetten van 10, 20 en 50 euro. Het betreffen falsificaten die middels een inkjet-printer worden geproduceerd. Op de biljetten wordt een imitatie van het watermerk geprint. Bij de aangetroffen falsificaten is tevens een imitatie toegevoegd van het hologram gedeelte, waarbij een folie (sticker) op het valse bankbiljet is geplakt. Onder het indicatief NLB0010 K00011 vallen biljetten van 10 euro met het serienummer SA6044579231, die zijn aangetroffen bij [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , en biljetten van 10 euro met het serienummer SA6057965444, die zijn aangetroffen bij [verdachte] en [medeverdachte 1] . Vastgesteld is dat dit indicatief in 10 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 4.089 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen. Onder het indicatief EUB0020 J00008 vallen biljetten van 20 euro met meerdere serienummers. Meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [verdachte] en [medeverdachte 1] . Vastgesteld is dat dit indicatief in 20 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 2.495 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen. Onder het indicatief EUB0050 J00008 vallen biljetten van 50 euro met meerdere serienummers. Een of meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Vastgesteld is dat dit indicatief in 24 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 12.582 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de eerste week van mei 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië en Oostenrijk. Op 11 mei 2020 het eerste exemplaar in België en 14 mei 2020 werden de eerste exemplaren in Nederland aangetroffen. Ook is ten aanzien van het indicatief EUB0050 J00008 onderzocht of de aangetroffen printers en inktcartridges vermoedelijk verantwoordelijk zijn voor het printen van de aangetroffen falsificaten op de PD ( rechtbank: plaats delict ) en de falsificaten in circulatie. Vanuit de PD zijn er printers en inktcartridges naar DNB getransporteerd. Deze zijn allemaal geïnventariseerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de specifieke merken en types. Ook is geïnventariseerd welke inktcartridges er op moment van inbeslagname aanwezig waren in de printer. Met behulp van de datafiles verkregen van de politie is een deel van het bronbestand aangetroffen. Dit document bevat alleen de achterzijden van de biljetten. In het bronbestand bevinden zich vier verschillende serienummers, waarvan er een in Nederland is aangetroffen, namelijk BR0182924512. Het onderzoek concentreert zich op de falsificaten met dit serienummer. Er konden twee printers goed getest worden, de CANON TS9150 en de CANON TS6250. In het onderzoek is gestart met het vergelijken van de twee verschillende type cartridges die aangetroffen zijn op de PD, namelijk de originele cartridge van Canon en de cartridges van 1,2,3 inkt. Op basis van het onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: Aangetroffen falsificaten PD (hypothese H1a en H1b): De resultaten van het onderzoek laten zien dat het veel waarschijnlijker is dat de falsificaten aangetroffen op de PD overeenkomen met de falsificaten aangetroffen in circulatie, dan dat deze afkomstig zouden zijn van een andere productielocatie. Overeenkomst falsificaten en printers PD (hypothese H2a en H2b): De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de aangetroffen falsificaten op de PD geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD. Overeenkomst falsificaten in circulatie met de printers op de PD (Hypothese H3a en H3b): De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de falsificaten aangetroffen in circulatie geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD. Als laatste test zijn nog de falsificaten die aangetroffen zijn in [plaats 1] ( rechtbank: in de woning van [verdachte] ) vergeleken met de falsificaten aangetroffen op de PD en in circulatie. Ook hier laten deze hetzelfde printbeeld zien en kan geconcludeerd worden dat ook deze falsificaten een link met elkaar hebben. Verder kan aangetoond worden dat de inkt losgeweekt van de biljetten overeenkomsten laat zien met de printermix inkten aangetroffen in de in beslag genomen printers van de PD. Te zien is namelijk dat de inkten en losgeweekte inkten bij de overeenkomstige banden ook de overeenkomstige Rf ( rechtbank: retentiefactor ) waarde hebben. Biljetten met het serienummer BR0182924512 zijn aangetroffen bij [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Het bronbestand is onder andere aangetroffen op de onder [verdachte] in beslag genomen iPhone, voorzien van een sticker op de achterzijde met de tekst "Nieuwe Hotspot". Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] zijn vier printers in beslag genomen van het merk Canon, type TS9150 en een printer van het merk Canon, type TS6250. Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 4] in [plaats 2] zijn een printer van het merk Canon, type TS9150, en twee printers van het merk Canon, type TS6250, aangetroffen. De tevens aangetroffen cartridges zijn overgedragen aan DNB voor onderzoek. 6.3.5 Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia Hierna volgt achtereenvolgens met betrekking tot het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de biljetten een (niet uitputtende) weergave van in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen. 6.3.5.1 Ten aanzien van het namaken van bankbiljetten 6.3.5.1.1 Bewijsmiddelen [verdachte] : Op een video van 28 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [verdachte] , zijn onder meer te zien vellen met daarop afdrukken van 50 euro die uit de verschillende printers komen. Uit vier printers rollen vellen papier met dergelijke afdrukken. Op minimaal drie printers ligt een smartphone. Uit de printer, die links op de tafel staat, komt een vel papier met daarop een afbeelding van een dollarbiljet. Het gaat zeer waarschijnlijk om een biljet van 50 dollar. Op de printer ligt een telefoon. Op een video van 29 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [verdachte] , is te zien hoe met ScanNCut printers / raammachines gaatjes worden uitgesneden in bankbiljetten van 50 euro. De gaatjes worden uitgesneden op de plek waar het hologram op deze bankbiljetten zit. Te zien is dat op twee raammachines een vel papier ligt met daarop drie afdrukken van een 50 euro. Beide vellen verdwijnen grotendeels in de raammachines. Er worden kennelijk gaten in de afdrukken van 50 euro uitgesneden. Voor een van de raammachines ligt een smartphone op het bureau waarvan het scherm oplicht. Op 29 juli 2020 wordt via Wickr een gesprek gevoerd tussen ‘ [accountnaam 15] ’ ( [verdachte] ) en ene (onbekend gebleven) [accountnaam 25] , waarbij ook drie videobestanden en een foto zijn gedeeld.
Volledig
De verbalisant merkt over deze videobestanden en foto op: Op de videobestanden is de slaapkamer en overloop van de woning van [verdachte] te zien. Ook zijn te zien de printers in werking waarmee het vals geld wordt gedrukt en vellen papier met daarop 50 euro biljetten en 50 dollar biljetten, verspreid op het bed. Verder zijn te zien de ladekasten waarin onder andere de inkt ligt en een doos met afvalgeld. Het gesprek verloopt als volgt: [accountnaam 25] : “(…) Lijkt mij wel wat om te doen.” [verdachte] : “dat kan man mag onbeperkt en dan nog stickers plakken en snijden tot biljet dat is het process tot nu toe printen is 15cent per stuk maar je ziet ze rollen er letterlijk uit, met 8-10 printers ga je hard raampjes snijden ben ik nu testen , prijs weet ik nog nie plakken+knippen is 0,70 per stuk dus voor alles bij elkaar kom je op 0,85 ongv maar ik heb jongens die maken 15k stuks per week dat tikt wel aan (…)” [accountnaam 25] : “Smart Hoe komen we eigenlijk aan die printers? [verdachte] : “ik maak groep met die tv gast dan kan hij instaleren voor je online bestellen maar die betaal ik of bij mij halen” (…) “en inkt ook 250 cartridge is zo op en afval verbrand ik (…)” [accountnaam 25] : “(…) “We houden ff contact dan kom ik bij je langs voor die printers en dan kan je gelijk even een Real life Demotje laten zien.” [verdachte] : “is goed man maar denk er goed over is wel risico en printers moet ik bestellen duurt paar dagen” (…) tv staat amper straf op geld maken wel het moet ook weg eh naar stashers/ verkopers daar ligt grootste risico in mijn ogen (…) ja is leuk werk je eigen geld maken (…) kijk en ik wissel elke maand serienummers en je doet 2 jaar met zelfde serials dan hebben ze daar geen bewijs voor (…)” [accountnaam 25] : “Verzin je die zelf?” [verdachte] : “serienummers jaman of we pakke van echte” [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] : Op 29 april 2020 vindt tussen ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 19] ’ ( [medeverdachte 2] ) via Telegram de volgende chat plaats: [medeverdachte 2] : “Heb geen briefjes he” [verdachte] : “Dat regel ik nu (…) [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ] is ze maken nu” [medeverdachte 2] “Gaat niet om die 500jes? ” [verdachte] : “Nee 50 ” [medeverdachte 2] : “Oke laats die zien als kan. Ben benieuwd. Zelfde kwali?” [verdachte] : “Mwoa wel goed. Niet perfect” Op 2 mei 2020 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2] : “ We moeten meer maken bro Deze klant komt volgende week 800 stuks halen Ik heb veel klanten” Waarop [medeverdachte 2] antwoordt: “Oke ik koop printers en inkt enz” Op 3 mei 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 2] : “Heb jij handel gekregen van Gla [rechtbank: [medeverdachte 3] ]?” Waarop [medeverdachte 2] reageert: “Nee niet Moet ophale ” [verdachte] : “ Heb klanten bro Kan je snel fixxe ” [medeverdachte 2] : “Ja is goed (…)” [verdachte] : “Laat zo weten Haal beste eerst die voorraad op” [medeverdachte 2] : “ Van [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ] toch niet van [accountnaam 22] [rechtbank: [medeverdachte 3] ]” [verdachte] : “ [accountnaam 22] [rechtbank: [medeverdachte 3] ] volgens mij man” [medeverdachte 2] : “Hmm nix em gehoord man Laat ze mij brenge dan Kwenie waar ze zogenaamd druk mee zijn” [verdachte] : “Doe boys moete wel ff reagere Denk [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ] heeft ook 50 ” [medeverdachte 2] : “Oke maak groep app met hun” [verdachte] : “Miss hij pakt 80stuks voor 300€” [medeverdachte 2] : “Krijg vandaag printer enz Geen trage dinge meer” [verdachte] : “Ander 50 voor 200” [medeverdachte 2] : “oke” [verdachte] : “ Heb al genoeg goei Van [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ]” [medeverdachte 2] : “Heb opgehaald net 100 stuks” (…) [verdachte] : “ Als [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ] snel snijd kan hij zo meer goeie krijgen Moet hij ff wachte half uur” [medeverdachte 2] : “Ja nee die slechte hebbe geen goeie kleur” [verdachte] : “ [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ] is nu meer goeie maken . Snapje” [medeverdachte 2] : “Oke oke” [verdachte] : “Want hij wil er 200 of 300.” [verdachte] : In een chat via Whatsapp tussen ‘ [accountnaam 14] ’ ( [verdachte] ) en ene ‘ [accountnaam 26] ’ (met een telefoonnummer met landcode +86, dat is China) vraagt [verdachte] op 2 mei 2020: “ i need more stickers you have stock?” Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt: “we have stock for new 50 euro stickers, old 50 euro holograms, 10 euro holograms,20 euro holograms and 100 euro holograms all the time.” Waarop [verdachte] antwoordt: “need 100000 pcs what is price” Op 7 mei 2020 stuurt [verdachte] een foto van een biljet van 50 euro en zegt: “ paper is not good, icant print scharp on it and you still see the line” Op 20 mei 2020 stuurt [verdachte] een foto en zegt: “ how do i need to paste this is it a sticker?” Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt: “this is a hotstamp hologram. we have paste holograms .” Waarop [verdachte] antwoordt: “ yes i need paste (rechtbank: ‘plakken’) ” Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ een foto stuurt en zegt: “This is paste holograms” Waarop [verdachte] op 21 mei 2020 antwoordt: “I paid 1000 today 100 to test” Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt: “10000 pieces $for 100 euro hologram? today we ship 10000 pieces to you” Waarop [verdachte] vraagt: “is it possible to make the stickers 2mm longer down and 2mm up then i buy 100.000pcs from 10/20/50” Waarop ‘ [accountnaam 26] ’ antwoordt: “Yes” [verdachte] en [medeverdachte 2] : Op een videobestand dat op 5 juli 2020 door ‘ [accountnaam 19] ’ ( [medeverdachte 2] ) naar ‘ [accountnaam 2] ’ ( [verdachte] ) is verstuurd is een hand met een grote opvallende gouden ring te zien die een hologramsticker op een biljet van 50 euro plakt. Op een op 1 maart 2020 op Facebook gepost videofragment draagt [medeverdachte 2] een soortgelijke gouden ring. De hologramsticker wordt met behulp van een pincet op het biljet van 50 euro geplakt. Dit pincet heeft diverse gaatjes in het handvat en een puntige voorkant. Dit komt overeen met het pincet dat bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] is aangetroffen, in de doos onder zijn bed. In die doos zaten ook hologramstickers en een reepje snijafval van een biljet van 50 euro. Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ ( [medeverdachte 2] ) via Wickr aan ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ) vraagt: “Moet ik sbijden rekenen hebb er pas 1500 gesnede , 1500 10tjes gesneden ” . [verdachte] antwoordt: “9625 van mij inkoop 2565 helft winst 12190 totaal 600 printen 11.590 krijg ik dan” Uit een afbeelding van 22 juli 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 20] ’ ( [medeverdachte 2] ) via Wickr het volgende zegt tegen ‘ [accountnaam 15] ’ ( [verdachte] ): “ 2500 50jes geprint ” Op 24 juli 2020 start via Wickr een chat tussen ‘ [accountnaam 15] ’ ( [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 20] ’ ( [medeverdachte 2] ) die eindigt op 29 juli 2020. De chat verloopt (deels) als volgt (waarbij de verbalisant opmerkt dat het eerste gedeelte een eenzijdig gesprek is, waarin alleen ‘ [accountnaam 15] ’ berichten stuurt, omdat zeer waarschijnlijk de inhoud van de berichten die zijn gestuurd door ‘ [accountnaam 20] ’ door Wickr-Me automatisch zijn verwijderd): 24 juli 2020: [verdachte] : “Bro ik heb nieuwe serienummers om te printen waar kan ik die heen mailen? (…) Ik bedoel stuur eerst 1 foto dan zeg ik of goed is. Sws per stuk.
Volledig
(…) Nieuwe serials gemaild Ff testen Of voor en achter goed is En kleuren Dan alleen nog die maken ai Elke maand gaan we serials wisselen Is beter” Op 25 juli 2020 wordt het gesprek vervolgd (waarbij een afbeelding van een biljet van 50 euro wordt meegezonden waarvan de voor- en achterkant niet juist geprint is): [medeverdachte 2] : “Links is oude Alleen achterkant is nieuw toch Hebje ook nieuwe voorkant anders krijg je dit ” [verdachte] reageert: “Ik ga checken Kweetnie man Ik ga kijke voor je Ik heb je een andere 50 voorkant gemaild Check is of die wel goed is Krijg nie op die foto Nu wel Knip em is Hij lijkt goed toch Is wel oke toch (…) Heb jij veel vellen? Voor andere snijder? Of alles zelf nodig? Bijv 10tjes ” 26 juli 2020: [verdachte] : “Oke hoeveel? Oke ik heb iemand die ze kan snijden en plakken. Binne paar dage zijn ook bijna op 10tjes.” Op 29 juli 2020 stuurt [medeverdachte 2] het volgende bericht: “Heb geregeld betaal ik de helft van ze huur krijg ik sleutel Kan ik ook gwn gaan controleren enz weje Gaan we pompe En heb 2000 50jes Geprint Die gaan we stickeren en snijden zodra we in pand zitte” [verdachte] reageert: “Oke. (…) (rechtbank: er worden twee videofragmenten gestuurd door [verdachte] ) En ben nu zelf printen man t/m dinsdag ff volgas jullie langzaam ik maak in die paar dagen meer als jullie per maand ” [medeverdachte 2] reageert: “(…) Zit daar nu gat in ?” [verdachte] reageert: “Jaman Raamje [de rechtbank leest: raampje] heb je dan Als je plakt ” [verdachte] en [medeverdachte 1] : Op 24 juli 2020 vraagt ‘ [accountnaam 15] ’ ( [verdachte] ) via Wickr aan ‘ [accountnaam 18] ’ ( [medeverdachte 1] ): “bro ik heb nieuwe serienummers on te printen waar kan ik die heen mailen?” Op 25 juli 2020 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 1] : “ik heb je 3 mails gestuurd met nieuwe 20 achterkant nieuwe serials we gaan elke maand de serienummers verranderen dat is beter test of de positie enzo klopt en laat me weten ai (…) heb jij veel vellen? voor andere snijder? of alles zelf nodig? ” In de Samsung S9 van [medeverdachte 1] is een notitie aangetroffen met de volgende inhoud: “(…) Gekregen van blacka 716 x 50jes > 664 goed 445 x 20jes > 340 goed Blacka krijgt €700 voor zijn werk Gegeven/Gekregen [accountnaam 24] [rechtbank: [medeverdachte 4] ] Gegeven 664 x 50jes Gekregen €700 euro voor blacka (…) Thuis voorraad 340 x 20jes 100X 50jes Zelf gewekt [de rechtbank leest: gewerkt] 100 x 50jes geknipt 310 x 20jes dollars geprint 200 x 50jes geprint Kosten gemaakt 85 euro .” [verdachte] en [medeverdachte 4] : Uit een afbeelding van 9 april 2020 blijkt dat ‘ [accountnaam 13] ’ ( [verdachte] ) via Wickr een foto van biljetten van 20 dollar stuurt aan ‘ [accountnaam 24] ’ ( [medeverdachte 4] ) en zegt: “bro jw hoeft ze nie allemaal te meten gewoon ff snel tellen de goeie” , waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Heb ze al gemeten allemaal 52 perfect En 71 stuks zijkant tussen de 4 en 6 mm (…) Ja zijn allemaal goed”. Op 25 april 2020 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 4] : “oke dus zijn 4 mm recht strak gewoon top allemaal” , waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Ja zijn allemaal goed” . [verdachte] : “top hoeveel stuks”. [medeverdachte 4] : “860”. Op 1 mei 2020 laat [medeverdachte 4] aan [verdachte] weten: “ 123 x50 perfect 1 slecht geplakt” . Op 3 mei 2020 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 4] : “(…) ik moet gewoon 1 duidelijk overzicht hebben bijv: 500x50 gehad, 485 zijn netjes 150x20 gehad 144 zijn netjes ik doe dit 20 keer per dag oh ik kan niet alles bijhouden anders” [medeverdachte 4] : Is goed man Ben ze al aan het tellen Bro 133 x20 En 201x50 zijn perfect 8 x50 slecht” Op 26 mei 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 4] : “dhl gelukt bro” , waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Ja man Ik heb wat meer vooraad nodig man 50 € heb ik nog 160 van 20 € heb ik nog 400 van 20 $ heb ik nog 70 van 50 $ heb ik nog 300 van” Op 2 juli 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 4] : “hoeveel ontvangen en hoeveel goeie” , waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “50 usd: 919 50 usd goed: 157 50 usd goed B+: 185 Slecht: 577 20 euro goed : 120 50 euro goed : 2768 50 euro slecht: 221 Bro van die 2768 zitten ook die biljetten van [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ] erin ” Op 6 juli 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 4] : “heb je hem goeie of slechte gegeven (…)” , waarop [medeverdachte 4] antwoordt: “Bro voorkant van die biljetten waren allemaal goed Achterkant sommige waren verkeerd gesneden”. Uit afbeeldingen die zijn gemaakt op 22 en 23 juli 2020 blijkt van het volgende tussen ‘ [accountnaam 15] ’ ( [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 24] ’ ( [medeverdachte 4] ) via Wickr gevoerde gesprek: 22 juli 2020: [medeverdachte 4] : “Is veel werk man Is niet 1 2 gedaan” [verdachte] : “hoelang bij je bezig geweest dan bro” [medeverdachte 4] : “ 3 uurtjes gezeten gisteren Zelfde dag daarvoor ” [verdachte] : “6 uur al? bro net als die dozen sealen totdat ik je uitlegde” 23 juli 2020: [medeverdachte 4] : Om 02.35: “Twello heeft 2953 goeie biljetten geleverd Heb ze nu af Om 11.11: Goeie morgen Niffo Hoe is het Ik heb 20jes nodig man” [verdachte] : “en hoeveel slechte en hoeveel 20 heb je nog ” [medeverdachte 4] : “Weinig Minder dan 100 heb ik Tussen 180 en 200 slechte En een stapel vellen ” [verdachte] : “oke” Op 24 juli 2020 wordt via Wickr het volgende gesprek gevoerd tussen ‘ [accountnaam 15] ’ ( [verdachte] ) en ‘ [accountnaam 24] ’ ( [medeverdachte 4] ): [verdachte] : “(…) Kun je vanav ook naar mij met spullen van [medeverdachte 1] en [accountnaam 20] [rechtbank: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ] en ik kan eventueel 500 stashe als nodig is” [medeverdachte 4] : “Ja ik kan komen man” [verdachte] : “neem je mij cash mee en inkt en van [accountnaam 20] [rechtbank: [medeverdachte 2] ] inkt fan [medeverdachte 1] [rechtbank: [medeverdachte 1] ] (…) neem ook 3 pak duur papier mee ik ga printen en knippen ook (…) met streep 3 pakken jullie langzaam ” [medeverdachte 4] : “Ja man 3 minuten (…) Ben ik er ” [verdachte] : [verdachte] heeft verklaard dat hij biljetten heeft gemaakt door deze te printen met de juiste inkt. Via een gsm kon hij via wifi biljetten afdrukken. Hij heeft biljetten van 20 en 50 euro volledig klaar gemaakt. Biljetten van 20 en 50 dollar heeft hij op vellen gedrukt. Hij heeft ook stickers op biljetten geplakt en biljetten gesneden. 6.3.5.1.2 Tussenconclusie met betrekking tot het namaken van bankbiljetten Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, het volgende. [verdachte] heeft in zijn woning biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en biljetten van 20 en 50 dollar nagemaakt. Hij maakte hierbij gebruik van inkjetprinters en smartphones met daarop bronbestanden van de diverse biljetten. Hij sneed de afdrukken van de valse biljetten uit de A4 vellen met behulp van snij- en raammachines en ScanNCut platen, waarna hij op de biljetten valse hologrammen plakte. Alle voor het namaken van valse biljetten benodigde goederen zijn op 30 juli 2020 in de woning van [verdachte] aangetroffen. Op 30 juli 2020 had [verdachte] valse biljetten van 20 en 50 euro in zijn bezit ten aanzien waarvan aan de hand van de serienummers en de vervalsingsklasse is vastgesteld dat deze sinds 9 januari 2020 in België in omloop waren. Gelet hierop, heeft [verdachte] (in ieder geval) vanaf 1 januari 2020 biljetten nagemaakt. Ook [medeverdachte 1] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken. Gelet op de chat tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] van 29 april 2020, kan worden aangenomen dat [medeverdachte 1] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10, 20 en/of 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar. [medeverdachte 2] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken.