Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2025-09-29
ECLI:NL:RBGEL:2025:11247
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/5127 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [plaats], eiser, en de staatssecretaris van Financiën (gemachtigde: I. Talhaoui). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de staatssecretaris om informatie openbaar te maken naar aanleiding van een openbaarmakingsverzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het openbaarmakingsverzoek. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het Woo-verzoek terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser schrijft in zijn Woo-verzoek dat in alle rechtszaken waarbij hij betrokken is geraakt een rode draad zit die hij slechts op grond van een in te dienen Woo-verzoek op tafel kan krijgen. Daarom verzoekt hij om openbaarmaking van alle hierop betreffende (interne en externe) correspondentie tussen mevrouw [naam mevrouw 1], mevrouw [naam mevrouw 2] en de heer [naam heer 1] over de periode van oktober 2012 tot en met september 2014. De staatssecretaris heeft dit verzoek met het besluit van 1 mei 2024 buiten behandeling gesteld, omdat eiser zijn verzoek niet nader heeft gespecificeerd terwijl de staatssecretaris daar wel om heeft verzocht. 2.1. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 mei 2024. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 11 juni 2024 het openbaarmakingsverzoek alsnog in behandeling genomen en inhoudelijk beoordeeld. Het verzoek is afgewezen, omdat de verzochte informatie onder de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) valt. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. De staatssecretaris is zonder voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat artikel 67, eerste lid, van de Awr aan openbaarmaking van de gevraagde informatie in de weg staat, met andere woorden, of alle verzochte informatie onder de geheimhoudingsplicht van artikel 67, eerste lid, van de Awr valt. 3.1. Eiser voert aan dat hij specifieke gegevens opvraagt die bij de Belastingdienst zijn gebruikt in de periode van november 2012 tot en met september 2014 door de heer [naam heer 2], mevrouw [naam mevrouw 2] en mevrouw [naam mevrouw 1]. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat hij regelmatig optreedt als gemachtigde in belastingzaken. De Belastingdienst heeft eiser enige tijd als gemachtigde geweigerd. Dat is later rechtgezet, maar eiser wil in verband daarmee graag de informatie waar hij om heeft verzocht ontvangen. Deze informatie valt volgens eiser niet onder artikel 67 van de Awr. Eiser verzoekt de rechtbank om naar de geweigerde documenten te kijken. Verder verzoekt eiser om deze beroepszaak aan te houden in afwachting van de inwerkingtreding van artikel 66a van de Awr per 31 december 2025. 3.2. De rechtbank stelt voorop dat artikel 67, eerste lid, van de Awr een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter is die prevaleert boven de Woo. Om vast te stellen of de documenten onder de geheimhoudingsplicht van artikel 67, eerste lid, van de Awr vallen, dient te worden beoordeeld of aangetroffen documenten betrekking hebben op hetgeen uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt medegedeeld. De bestuursrechter hoeft bij documenten die specifiek zijn opgesteld of v