Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2025-02-05
ECLI:NL:RBGEL:2025:1005
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
954 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/198019-24
Datum uitspraak : 5 februari 2025
Tegenspraak (279 Sv)
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Ethiopië),
wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman: mr. P.J. Verbeek, advocaat in Ede.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 8 juni 2024 te Arnhem,
[slachtoffer] heeft mishandeld door
- die [slachtoffer] een of meerdere keren (met gebalde vuist) in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen
het hoofd te slaan en/of te stompen.
2De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur met aftrek van voorarrest. Volgens de officier van justitie is er geen sprake van noodweer, omdat de handelingen van verdachte niet als verdedigend maar als aanvallend moeten worden gezien.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit omdat er sprake is van noodweer.
Overwegingen
Uit de camerabeelden en de beschrijving daarvan in het dossier blijkt dat [slachtoffer] samen met een ander, in een snackbar, [naam] aanviel waarbij deze door beide mannen werd geslagen en geschopt. [naam] gebruikte zelf geen geweld. Er was daarmee sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van [naam] door [slachtoffer] en de andere persoon. Verdachte rende hierop naar binnen en gaf [slachtoffer] een klap. Vervolgens werkten de beide aanvallers verdachte naar buiten waarna hun aandacht zich bij toerbeurt op verdachte richtte totdat de politie verscheen.
Naar het oordeel van de rechtbank komt verdachte een geslaagd beroep op noodweer toe, zodat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de hem tenlastegelegde mishandeling. Aannemelijk is dat verdachte [slachtoffer] heeft geslagen ter verdediging van [naam] , in een poging deze laatste te ontzetten. Hetgeen overigens ook is gelukt, want hierna richtten de beide aanvallers bij toerbeurt hun aandacht op verdachte. De door verdachte uitgedeelde klap is daarvoor proportioneel. Hoe verdachte dit - in het licht van de aard en ernst van de geweldshandelingen van [slachtoffer] en de andere agressor - op meer ‘verdedigende wijze’ had moeten bewerkstelligen, zoals de officier van justitie stelt, is de rechtbank niet duidelijk geworden.
Dictum
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Jansen (voorzitter), mr. M.M. Klaasen en mr. J.L. Wesstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 februari 2025.
Mr. J.L. Wesstra en de griffier zijn buiten staat mede te ondertekenen.