Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-06-03
ECLI:NL:RBGEL:2024:9889
Strafrecht
Beschikking
3,023 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2024:9889 text/xml public 2026-04-29T11:10:47 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2024-06-03 05.111326.21 Uitspraak Beschikking Herroeping NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9889 text/html public 2026-04-28T11:56:24 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2024:9889 Rechtbank Gelderland , 03-06-2024 / 05.111326.21 Voorwaardelijke invrijheidstelling (nieuw). OM heeft VI herroepen met 30 dagen na veroordeling wegens nieuw strafbaar feit. Bezwaar ongegrond. Enerzijds moet schending algemene voorwaarde gevolgen hebben, anderzijds zal de hulpverlening hierdoor niet onder druk komen te staan. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.111326.21 VI-zaaknummer: 24-13019 Datum uitspraak: 3 juni 2024 Beslissing van de meervoudige kamer ingevolge artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [klager] , geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] , op dit moment gedetineerd in P.I. [plaats] , hierna: klager. Raadsman: mr. M.C. Jonge Vos, advocaat in Amsterdam. De procedure Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 18 november 2022 is klager tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden veroordeeld. Bij besluit Voorwaardelijke invrijheidstelling van 30 mei 2023 is klager op 17 juli 2023 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast zijn meerdere bijzondere voorwaarden opgelegd. Bij het niet nakomen van een van de voorwaarden kan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden herroepen voor een periode van 157 dagen. Bij beslissingen van 30 juni 2023 en 26 februari 2024 zijn de bijzondere voorwaarden gewijzigd. Op 15 mei 2024 heeft de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, klager vanwege een geweldsdelict gepleegd in de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling onder parketnummer 05-147674-24 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen. Op 17 mei 2024 heeft het Openbaar Ministerie de voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen voor de duur van 30 dagen en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf gelast, omdat klager de algemene voorwaarde had overtreden. Tegen die beslissing is op 27 mei 2024 namens klager een bezwaarschrift ingediend. Het onderzoek ter terechtzitting Het bezwaarschrift is door de rechtbank behandeld op de openbare zitting op 3 juni 2024. Daarbij zijn gehoord: - klager; - de raadsman van klager; - toezichthouder [reclassering medewerker] van de reclassering en - de officier van justitie. De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard. Hij heeft betoogd dat klager de algemene voorwaarde heeft overtreden. Niet is gekozen voor een volledige herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling om te voorkomen dat klager onbehandeld en onbegeleid op straat komt. Bij beslissing van 30 mei 2024 zijn de bijzondere voorwaarden opnieuw gewijzigd, waarbij ook deelname aan de gedragsinterventie BORG als voorwaarde is opgelegd. De beslissing gaat in als klager opnieuw voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld op 29 juni 2024. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling nu niet opportuun is. Klager is weliswaar veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen, maar het betreft een andersoortig feit. Op die zitting heeft de officier van justitie een ingediende vi-tul, de rechtbank begrijpt een vordering v.i., ingetrokken. Klager ging ervan uit dat die vordering niet meer aan de orde was. Klager heeft er verder belang bij dat het huidige toezicht door Iriszorg wordt voortgezet. Het voortzetten van de bijzondere voorwaarden dient te prevaleren boven het tenuitvoerleggen van 30 dagen. De beoordeling De voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd. Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat klager de algemene voorwaarde heeft overtreden. Hij is ter zake van een geweldsdelict op 15 mei 2024 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat klager een van de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden voorwaarden niet heeft nageleefd. De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie terecht de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft herroepen. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de hulpverlening aan klager niet onder druk komt te staan door de herroeping en dat deze na vrijlating van klager weer kan worden opgepakt. De rechtbank heeft er begrip voor dat klager belang heeft bij het huidige toezicht door Iriszorg, maar wijst erop dat het niet voldoen aan gestelde voorwaarden tot consequenties leidt, in dit geval herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 30 dagen. Voor zover namens klager is aangevoerd dat de officier van justitie de vordering herroeping bij de behandeling van de strafzaak met parketnummer 05-147674-24 heeft ingetrokken, overweegt de rechtbank dat de rechtbank niet bevoegd was daarover te oordelen nu het om een voorwaardelijke invrijheidstelling gaat die onder de Wet Straffen en Beschermen valt. Aan klager zijn geen toezeggingen gedaan dat herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet meer aan de orde zou zijn. . De beslissing De rechtbank: - verklaart het bezwaarschrift ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr R.M.H. Pennings, als voorzitter, mr. Y.H.M. Marijs en mr. H.M. Stratenus, als rechters in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juni 2024. Mr. C.C.M. Althoff en mr. R.M.H. Pennings zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2024:9889 text/xml public 2026-04-29T11:10:47 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2024-06-03 05.111326.21 Uitspraak Beschikking Herroeping NL Arnhem Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9889 text/html public 2026-04-28T11:56:24 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2024:9889 Rechtbank Gelderland , 03-06-2024 / 05.111326.21 Voorwaardelijke invrijheidstelling (nieuw). OM heeft VI herroepen met 30 dagen na veroordeling wegens nieuw strafbaar feit. Bezwaar ongegrond. Enerzijds moet schending algemene voorwaarde gevolgen hebben, anderzijds zal de hulpverlening hierdoor niet onder druk komen te staan. RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.111326.21 VI-zaaknummer: 24-13019 Datum uitspraak: 3 juni 2024 Beslissing van de meervoudige kamer ingevolge artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [klager] , geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] , op dit moment gedetineerd in P.I. [plaats] , hierna: klager. Raadsman: mr. M.C. Jonge Vos, advocaat in Amsterdam. De procedure Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 18 november 2022 is klager tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden veroordeeld. Bij besluit Voorwaardelijke invrijheidstelling van 30 mei 2023 is klager op 17 juli 2023 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast zijn meerdere bijzondere voorwaarden opgelegd. Bij het niet nakomen van een van de voorwaarden kan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden herroepen voor een periode van 157 dagen. Bij beslissingen van 30 juni 2023 en 26 februari 2024 zijn de bijzondere voorwaarden gewijzigd. Op 15 mei 2024 heeft de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, klager vanwege een geweldsdelict gepleegd in de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling onder parketnummer 05-147674-24 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen. Op 17 mei 2024 heeft het Openbaar Ministerie de voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen voor de duur van 30 dagen en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf gelast, omdat klager de algemene voorwaarde had overtreden. Tegen die beslissing is op 27 mei 2024 namens klager een bezwaarschrift ingediend. Het onderzoek ter terechtzitting Het bezwaarschrift is door de rechtbank behandeld op de openbare zitting op 3 juni 2024. Daarbij zijn gehoord: - klager; - de raadsman van klager; - toezichthouder [reclassering medewerker] van de reclassering en - de officier van justitie. De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard. Hij heeft betoogd dat klager de algemene voorwaarde heeft overtreden. Niet is gekozen voor een volledige herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling om te voorkomen dat klager onbehandeld en onbegeleid op straat komt. Bij beslissing van 30 mei 2024 zijn de bijzondere voorwaarden opnieuw gewijzigd, waarbij ook deelname aan de gedragsinterventie BORG als voorwaarde is opgelegd. De beslissing gaat in als klager opnieuw voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld op 29 juni 2024. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling nu niet opportuun is. Klager is weliswaar veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen, maar het betreft een andersoortig feit. Op die zitting heeft de officier van justitie een ingediende vi-tul, de rechtbank begrijpt een vordering v.i., ingetrokken. Klager ging ervan uit dat die vordering niet meer aan de orde was. Klager heeft er verder belang bij dat het huidige toezicht door Iriszorg wordt voortgezet. Het voortzetten van de bijzondere voorwaarden dient te prevaleren boven het tenuitvoerleggen van 30 dagen. De beoordeling De voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd. Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat klager de algemene voorwaarde heeft overtreden. Hij is ter zake van een geweldsdelict op 15 mei 2024 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat klager een van de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden voorwaarden niet heeft nageleefd. De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie terecht de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft herroepen. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de hulpverlening aan klager niet onder druk komt te staan door de herroeping en dat deze na vrijlating van klager weer kan worden opgepakt. De rechtbank heeft er begrip voor dat klager belang heeft bij het huidige toezicht door Iriszorg, maar wijst erop dat het niet voldoen aan gestelde voorwaarden tot consequenties leidt, in dit geval herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 30 dagen. Voor zover namens klager is aangevoerd dat de officier van justitie de vordering herroeping bij de behandeling van de strafzaak met parketnummer 05-147674-24 heeft ingetrokken, overweegt de rechtbank dat de rechtbank niet bevoegd was daarover te oordelen nu het om een voorwaardelijke invrijheidstelling gaat die onder de Wet Straffen en Beschermen valt. Aan klager zijn geen toezeggingen gedaan dat herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet meer aan de orde zou zijn. . De beslissing De rechtbank: - verklaart het bezwaarschrift ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr R.M.H. Pennings, als voorzitter, mr. Y.H.M. Marijs en mr. H.M. Stratenus, als rechters in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juni 2024. Mr. C.C.M. Althoff en mr. R.M.H. Pennings zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.