Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-02-14
ECLI:NL:RBGEL:2024:9886
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
5,470 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2024:9886 text/xml public 2026-04-01T11:46:39 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2024-02-14 10530652 CV EXPL 23-1732 Uitspraak Bodemzaak NL Apeldoorn Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9886 text/html public 2026-04-01T11:44:51 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2024:9886 Rechtbank Gelderland , 14-02-2024 / 10530652 CV EXPL 23-1732 Aannemer legt werk ten onrechte stil. RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Apeldoorn Zaaknummer: 10530652 \ CV EXPL 23-1732 Vonnis van 14 februari 2024 in de zaak van [naam eiser in conventie] , H.O.D.N. [bedrijf] , te [woonplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie, hierna te noemen: [eiser in conventie] , gemachtigde: mr. K. Post, tegen [naam gedaagde in conventie] , te [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie, hierna te noemen: [gedaagde in conventie] , gemachtigde: mr. B.J.H.L. Brouwer. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 juli 2023 - de mondelinge behandeling van 23 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Tussen partijen is in de zomer van 2022 een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan [eiser in conventie] de woning van [gedaagde in conventie] zou verbouwen. 2.2. Tijdens de uitvoering van het werk hebben partijen onenigheid gekregen over onder meer de deugdelijkheid daarvan. Op 23 november 2022 hebben partijen geprobeerd hun onenigheid op te lossen. Er heeft toen een gesprek bij de woning plaatsgevonden. Partijen hebben toen afspraken gemaakt over hetgeen [eiser in conventie] nog aan werkzaamheden zou verrichten en over wat [gedaagde in conventie] nog zou betalen. In een e-mail van 24 november 2022 schrijft [eiser in conventie] hierover het volgende: “ (…) Zoals gisteren (de opgemaakte lijst) besproken ter plekke, zullen we, zoals het nu lijkt aanstaande maandag starten (…)! De dakdekker zou even trachten op korte termijn enige dagen vrij te plannen voor ons! De meranti deuren heb ik besteld, de timmerfabriek geeft me van de week – begin vlg. week de leverdatum door! Betreffende de openstaande facturen zoals overleg zou er nu € 20.000,- overgemaakt worden. De resterende openstaande bedragen (€ 25.687,09) graag als volgt: 1/3 deel na afwerking binnenzijde woning vlg. de lijst 1/3 deel na afwerking dak bedekkings werkzaamheden en uitlopen 1/3 deel na gereed genoemde lijst (die van gisteren) De kosten van huur (gehuurde machine’s) zullen wel gewoon doorlopen, en door gefactureerd worden Tevens is er gisteren besproken dat we de trap (gaatjes aan de bovenzijde) afwerken met meranti o.g. hardhout (…) ” 2.3. Partijen hebben nadien toch weer discussie over het werk gekregen. In een e-mail van 10 februari 2023 schrijft (de dochter van) [eiser in conventie] hierover het volgende: “ (…) Mijn collega en ik waren maandag 6 februari jl. in [woonplaats] om de laatste aspecten van de verbouwing van het woonhuis (…) qua afspraken over de oplevering in goede banen te leiden. (…) Het is onjuist dat er slecht werd gewerkt of opgeleverd. We spreken hier over een paar punten, die in het geheel genomen als gewoonlijk en aanvaardbaar wegvallen. Ik ben blij dat we het einde nu naderen. Ik schreef – zoals u zag afgelopen maandag – met alle nog uit te voeren opleveringswerkzaamheden mee en dat leidt thans tot de volgende actualisering van wat nog moet worden afgehandeld. De onderstaande gesaldeerde opleveringslijst is derhalve nu het punt van afspraak. (…) De slotafspraken luiden als volgt: Onderstaande geactualiseerde opleveringslijst wordt (…) gecontroleerd en voor akkoord ondertekend; De werkzaamheden worden, in verband met de wensen van de heer [gedaagde in conventie] en diens afwezigheid komende week, vanaf week 8 – in aanmerking nemende het vorenstaande – hervat en werkende weg afgehandeld; Alle – dagelijkse (!) – werkzaamheden worden direct voor “afgehandeld en akkoord” door de heer [gedaagde in conventie] afgetekend totdat de laatste werkzaamheden zijn afgehandeld; Ondergetekende zal de onderstaande lijst alsdan ook iedere keer actualiseren (…); Tot slot maar niet in de laatste plaats neem ik hieronder nog een geactualiseerd overzicht van openstaande facturen op en actualiseer ik de voor te zetten betalingsafspraak d.d. 24 november 2022 te 14:14 uur. Openstaand op 10 februari 2023 (…) € 20.146,63 inclusief BTW (en met verdiscontering van de creditfacturen 20235024 ad. € 2.420,00 incl. BTW en 20224845 ad. € 11.411,43 incl. BTW.) Gelet op de huidige positie verwacht ik dat de heer [gedaagde in conventie] in week 8, maar uiterlijk op 24 februari 2023, 50% van het openstaande bedrag betaalt. Bij einde werkzaamheden betaalt de heer [gedaagde in conventie] binnen 1 week het restant. (…) ” 2.4. Nadat [gedaagde in conventie] hiermee niet akkoord ging, zijn partijen in een patstelling beland, waarbij [eiser in conventie] het werk heeft stilgelegd en [gedaagde in conventie] iedere verdere betaling heeft geweigerd. 2.5. Op 21 juni 2023 heeft een deskundige van Keurhuis Nederland de woning in opdracht van [gedaagde in conventie] geïnspecteerd. Hoewel daarvoor uitgenodigd, is [eiser in conventie] niet bij de inspectie aanwezig geweest. De deskundige heeft van zijn inspectie een rapportage opgesteld. Daarin wordt als volgt geconcludeerd: “ Op veel duidelijk zichtbare locaties zijn onvolkomenheden waargenomen. Gebreken kunnen incidenteel voorkomen. Echter is de frequentie, de structurele aard en de variëteit bij dit project buitenproportioneel bovenmatig. Hoewel het er voor een leek het er op het eerste gezicht en op afstand er wellicht acceptabel kan uit zien, valt het waargenomen aantal en het soort van gebreken absoluut niet binnen de grenzen van wat acceptabel is. Daarnaast is het werk op het merendeel van de onderdelen niet gereed te noemen. Tijdens de inspectie is sterk de indruk ontstaan dat voor het merendeel van de werkzaamheden onvoldoende gekwalificeerd personeel is ingezet. Dit wordt met name ingegeven doordat het in hoofdzaak montage- en productiegebreken betreft. In de volksmond zou gesproken mogen worden van grootschalig knoeiwerk. Bij een professioneel bouwkundige springen bij dit project figuurlijk gesproken de tranen in de ogen. Dit om 2 redenen: De eerste: Dat er bedrijven bestaan die dit soort van werk als vakmanschap durven te verkopen. De tweede: De oplossingen die bedacht zijn wekken soms op de professionele lachspieren. In bijvoorbeeld de basisopleiding timmeren, schilderen en glaszetten (Niveau 1 t/m3) wordt afhankelijk van het niveau ruimschoots aandacht besteed aan werkmethoden, montage, aansluitingen, materiaalgebruik, bevestiging, afwerking en afdichting. Hier ligt de basis van het leveren van een goed eindresultaat. Van dit soort vakmanschap en inzicht is weinig zichtbaar bij dit project. Vandaar dat deze opmerking is toegevoegd. Er bestaat sterk de indruk dat er door de aannemer sterk bespaard is op gekwalificeerd personeel. Inkoop van gevelkozijnen en andere materialen via de kwaliteit geborgde leveranciers en producenten. Daarnaast is er bezuinigd door veel restanten op te maken en bepaalde noodzakelijke materialen en detailleringen te vervangen door zelf geknutselde oneigenlijke oplossingen (die niet werken). (…) Er wordt geen hersteladvies gegeven. (…) De waarde van het geleverde wordt door de grote hoeveelheid afwijkingen genivelleerd tot het niveau van de materiaalwaarde. (…) ” 3 Het geschil 3.1. [eiser in conventie] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,: i. [gedaagde in conventie] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 21.271,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, ii. de overeenkomst op grond van wanprestatie wordt ontbonden, iii. [gedaagde in conventie] wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten. 3.2.
Volledig
[gedaagde in conventie] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in conventie] in de kosten van deze procedure. Het verweer mondt uit in een voorwaardelijke tegenvordering, waarbij [gedaagde in conventie] vordert dat, indien en voor zover in conventie beslist zou worden dat [eiser in conventie] heeft gewanpresteerd, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat [eiser in conventie] in de uitvoering van de overeenkomst is tekortgeschoten en aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat. 3.3. [eiser in conventie] voert verweer tegen de tegenvordering en concludeert tot afwijzing daarvan, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in conventie] in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak over de afwikkeling van een verbouwingsproject, door [eiser in conventie] (gedeeltelijk) uitgevoerd in opdracht van [gedaagde in conventie] , en is door [eiser in conventie] ingestoken met een vordering wegens achterstallige bedragen (die [gedaagde in conventie] heeft opgeschort) en een vordering tot ontbinding, met in reconventie een vordering waarbij [gedaagde in conventie] om een verklaring voor recht vraagt dat [eiser in conventie] heeft gewanpresteerd en aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade. Omdat de vordering van [eiser in conventie] en de tegenvordering van [gedaagde in conventie] met elkaar samenhangen, zullen deze hieronder gezamenlijk worden behandeld. 4.2. Tussen partijen staat vast dat [eiser in conventie] het door hem aangenomen werk niet heeft voltooid. Ook staat vast dat [gedaagde in conventie] niet de volledige aanneemsom heeft voldaan. Zowel [eiser in conventie] als [gedaagde in conventie] beroepen zich op opschorting. Volgens [eiser in conventie] heeft hij de (verdere) uitvoering van de werkzaamheden mogen opschorten, omdat [gedaagde in conventie] niet conform de gemaakte afspraken betaalde. [gedaagde in conventie] stelt op zijn beurt dat hij betaling heeft opgeschort omdat [eiser in conventie] het werk niet deugdelijk verrichtte. 4.3. De eerste vraag die daarom moet worden beantwoord, is aan wie van partijen een opschortingsrecht toekomt en of die partij destijds rechtsgeldig heeft opgeschort. Bij de beantwoording van deze vraag wordt als vertrekpunt genomen de afspraken die partijen in november 2022 met elkaar hebben gemaakt en die in de hierboven aangehaalde e-mail van 23 november 2022 zijn weergegeven. Kort gezegd, komen die afspraken erop neer dat [eiser in conventie] nog diverse werkzaamheden zou verrichten, een en ander zoals vermeld op de door partijen geaccordeerde lijst. [gedaagde in conventie] zou op zijn beurt meteen een bedrag van € 20.000,- overmaken en daarna nog een bedrag van € 25.687,09 verspreid over drie termijnen, al naar gelang het bereikt zijn van een bepaalde stand van het werk. 4.4. Vast staat dat [gedaagde in conventie] de afgesproken som van € 20.000,- heeft betaald en ook de eerste termijn van € 8.562,36. Uit deze betalingen en de diverse stukken wordt afgeleid dat de verbouwing in ieder geval de fase had bereikt waarin [eiser in conventie] met het dak zou beginnen. In de stellingen van [eiser in conventie] ligt besloten dat deze werkzaamheden ook zijn afgerond. In beginsel had [gedaagde in conventie] daarom de afgesproken tweede termijn moeten betalen. 4.5. Dat is anders, indien [gedaagde in conventie] gevolgd moet worden in zijn standpunt dat het werk, waaronder de werkzaamheden aan het dak, gebreken vertoonde. In dat geval had [eiser in conventie] eerst tot herstel moeten overgaan voordat hij betaling van [gedaagde in conventie] mocht verlangen. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [gedaagde in conventie] het hierboven aangehaalde en deels weergegeven deskundigenrapport overgelegd. In deze rapportage wordt gelezen dat het werk van [eiser in conventie] niet voldoet. Zo beschrijft de deskundige onder meer dat het dak op onvoldoende afschot ligt en dat de dakbedekking niet deugdelijk is aangebracht, maar ook dat de draagconstructie van de aanbouw niet goed is, dat de aftimmering niet voldoet en dat het kozijn-, raam-, deur- en glaswerk gebreken vertonen. Volgens de deskundige is al met al zelfs sprake van ‘grootschalig knoeiwerk’. 4.6. Hoewel [eiser in conventie] op zich terecht aanvoert dat het hier gaat om een zogeheten partijrapport, leidt die enkele omstandigheid er niet toe dat zonder meer aan de inhoud van het rapport moet worden voorbijgegaan. Gelet op de vrije bewijswaardering staat het de rechter vrij om bij zijn beoordeling van het geschil een dergelijk rapport tot uitgangspunt te nemen, ook als in het partijdebat bezwaren zijn geuit tegen de wijze van totstandkoming of de inhoud daarvan. Het is aan de rechter of hij voor de waardering van een dergelijk rapport in het licht van de bezwaren die een partij daartegen heeft ingebracht, behoefte heeft aan voorlichting door daartoe door hemzelf benoemde deskundigen. 4.7. In de kern komen de bezwaren van [eiser in conventie] erop neer dat het rapport eenzijdig is, omdat de deskundige zich bij de totstandkoming daarvan slechts door [gedaagde in conventie] heeft laten informeren. Die bezwaren zijn echter niet terecht. Het staat vast dat [eiser in conventie] , ondanks daartoe te zijn uitgenodigd, niet aanwezig was bij de inspectie door de deskundige. Dat maakt dat hij nu, nadat het rapport is afgerond, niet aan [gedaagde in conventie] kan tegenwerpen dat enkel diens visie door de deskundige is meegenomen. De omstandigheid dat [eiser in conventie] de inspectie graag had bijgewoond, maar daar door gezondheidsproblemen werd belet, maakt dat niet anders. In dat geval had hij immers iemand in zijn naam (bijvoorbeeld zijn dochter) naar de inspectie kunnen sturen. 4.8. Dat de deskundige zich door [gedaagde in conventie] op het verkeerde been heeft laten zetten en als gevolg daarvan tot onjuiste conclusies is gekomen, is niet gebleken. Dat standpunt heeft [eiser in conventie] niet concreet toegelicht. Als [eiser in conventie] dit daadwerkelijk had gemeend, dan het op zijn weg gelegen om per bevinding uit te leggen wat daar onjuist aan is. Dat heeft [eiser in conventie] niet gedaan. De enkele omstandigheid dat de deskundige ten onrechte ervan is uitgegaan dat [eiser in conventie] het buitenschilderwerk zou hebben verricht, is in dat kader niet voldoende. Dat kan slechts tot gevolg hebben dat de conclusies die betrekking hebben op dit werk niet aan [eiser in conventie] kunnen worden toegerekend. 4.9. Het verweer van [eiser in conventie] tegen (de totstandkoming van) het rapport, slaagt dan ook niet. Er is daarom geen aanleiding om het rapport terzijde te schuiven. 4.10. Nu de bevindingen van de deskundige gemotiveerd en goed navolgbaar zijn, worden diens conclusies overgenomen. Daarmee staat vast dat het werk van [eiser in conventie] gebrekkig is en dat hij in de nakoming van zijn verplichtingen is tekortgeschoten. De omstandigheid dat vanwege de besparingskeuzes van [gedaagde in conventie] met materiaal is gewerkt dat van mindere kwaliteit was, maakt dat niet anders. Nog daargelaten dat gesteld noch gebleken is dat [eiser in conventie] ervoor heeft gewaarschuwd dat daardoor geen goed resultaat behaald kon worden, volgt uit het rapport dat de gebreken met name een gevolg zijn van montage- en productiefouten, die volgens de deskundige voortkomen uit een gebrek aan goed vakmanschap. Dat de verbouwing binnen een erg kort tijdsbestek gerealiseerd moest worden, kan evenmin tot een ander oordeel leiden. Ook in dat geval moeten de werkzaamheden aan de eisen van goed en deugdelijk vakwerk voldoen. 4.11. Uit het voorgaande volgt dat [eiser in conventie] zijn werk ten onrechte heeft stilgelegd. In plaats daarvan had hij tot herstel moeten overgaan van de gebreken waarop [gedaagde in conventie] hem wees.
Volledig
Door dat niet te doen, maar door de opdracht als het ware terug te geven, is [eiser in conventie] terstond, zonder ingebrekestelling, in verzuim geraakt (zie art. 6:83 aanhef en onder c BW). 4.12. Omdat partijen het erover eens zijn dat de overeenkomst door ontbinding moet eindigen, en [eiser in conventie] dit ook zo heeft gevorderd, zal de overeenkomst wegens een tekortkoming aan de zijde van [eiser in conventie] per datum uitspraak worden ontbonden. 4.13. Vervolgens komt de vraag aan de orde waartoe deze ontbinding leidt. Omdat tussen partijen niet in geschil is dat een deel van het werk is uitgevoerd en beide partijen geen ongedaanmaking van dat werk voorstaan, zal de overeenkomst gedeeltelijk worden ontbonden, namelijk voor het deel van de afgesproken werkzaamheden dat nog niet is uitgevoerd. Het gevolg daarvan is dat voor het deel dat is afgesproken en is uitgevoerd moet worden nagekomen; voor dat werk moet dus ook worden betaald. Voor het deel van de overeenkomst dat wordt ontbonden bestaan over en weer geen verplichtingen meer. [eiser in conventie] hoeft het afgesproken werk dus niet af te maken en [gedaagde in conventie] hoeft niet voor meer te betalen dan wat is uitgevoerd. Voor zover [gedaagde in conventie] meer heeft betaald, ontstaat een ongedaanmakingsverplichting en moet [eiser in conventie] dat terugbetalen. 4.14. [eiser in conventie] heeft in dit verband betaling gevorderd van een bedrag van € 20.137,63. Rekening houdend met de betalingen door [gedaagde in conventie] , staat dit bedrag nog aan openstaande facturen over, aldus [eiser in conventie] . Hoe deze vordering zich verhoudt tot de gevorderde ontbinding en de hierboven aangehaalde afspraken uit november 2022, heeft [eiser in conventie] evenwel niet toegelicht. Op basis van de bedoelde afspraken heeft [eiser in conventie] nog recht op een bedrag van (€ 45.687,09 - € 20.000,00 - € 8.562,36 =) € 17.124,73. Maar dat geldt alleen indien het overeengekomen werk is afgerond. Zoals eerder aan de orde is gekomen, kan uit de stukken worden afgeleid dat het werk dat zag op de tweede termijn klaar is, zodat [eiser in conventie] recht heeft op de daar tegenoverstaande overeengekomen vergoeding van € 8.562,36. Of ook het werk van derde termijn klaar is, kan niet worden vastgesteld. Daar heeft [eiser in conventie] zich niet over uitgelaten, terwijl uit de door hem, althans zijn dochter, opgestelde lijst van 6 februari 2023 volgt dat er nog diverse punten openstaan. 4.15. [eiser in conventie] heeft verder nog gesteld dat hij meerwerk heeft verricht, maar welk meerwerk dat dan precies is, heeft hij onvoldoende onderbouwd. Evenmin onderbouwd is of [gedaagde in conventie] daar wel een opdracht voor heeft gegeven. Omdat [gedaagde in conventie] dat heeft betwist en [eiser in conventie] daar vervolgens niets meer over heeft gesteld, wordt aan zijn standpunt voorbijgegaan. 4.16. Anders dan [eiser in conventie] dan ook vordert, volgt uit het voorgaande dat hij voor het niet ontbonden deel van de overeenkomst nog slechts aanspraak maakt op een bedrag van € 8.562,36. 4.17 De vordering van [eiser in conventie] zal in deze procedure echter niet tot voornoemd bedrag worden toegewezen. Zoals hierboven overwogen, staat vast dat het door [eiser in conventie] uitgevoerde werk diverse gebreken vertoont. [gedaagde in conventie] kan er daarom in gevolgd worden dat hij deze gebreken zal moeten laten herstellen en dus uit dien hoofde een tegenvordering op [eiser in conventie] heeft. Zijn stellingen in reconventie komen erop neer dat hij zich ter verrekening met die tegenvordering op opschorting beroept, zo begrijpt de kantonrechter. Onduidelijk is wat de precieze omvang van de herstelkosten zijn. De deskundige heeft geen kostenraming gegeven en [gedaagde in conventie] vordert om die reden een nader bij staat op te maken schadevergoeding. Gelet op de conclusies van de deskundige, is aannemelijk dat met de tegenvordering een niet onaanzienlijk bedrag is gemoeid, zodat denkbaar is dat de vordering van [gedaagde in conventie] door verrekening geheel teniet zal gaan. [gedaagde in conventie] mag zich daarom terecht met het oog op verrekening op opschorting beroepen. De door hem gevorderde verklaring voor recht dat [eiser in conventie] in de uitvoering van de overeenkomst is tekortgeschoten en aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat, zal worden toegewezen. 4.18. De slotsom van al het voorgaande is dat de vordering van [eiser in conventie] zal worden afgewezen en dat de tegenvordering van [gedaagde in conventie] zal worden toegewezen. Bij deze uitkomst zal [eiser in conventie] in de proceskosten worden veroordeeld. Die kosten worden aan de zijde van [gedaagde in conventie] tot op heden vastgesteld op € 1.629,00 (3 punten x € 543,00) aan salaris voor de gemachtigde. De gevorderde nakosten worden toegewezen tot een half salarispunt van het toegewezen salaris met een maximum van € 135,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. 5 De beslissing De kantonrechter in conventie en in reconventie 5.1. ontbindt de overeenkomst tussen partijen per heden, 5.2. verklaart voor recht dat [eiser in conventie] in de uitvoering van de overeenkomst is tekortgeschoten en aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat, 5.3. veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [gedaagde in conventie] vastgesteld op € 1.629,00, 5.4. verklaart het vonnis ten aanzien van de betalingsveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het overige gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024. fh