Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-10-29
ECLI:NL:RBGEL:2024:9801
Civiel recht
Tussenbeschikking
4,325 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer / rekestnummer: 11225591 \ HA VERZ 24-59
Beschikking van 29 oktober 2024
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. M.A. Knobben,
tegen
BAKKERIJ SCHULD B.V.,
te Oldebroek,
verwerende partij,
hierna te noemen: Bakkerij Schuld,
gemachtigde: mr. M.D.P. Mollema.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, tevens verzoek om beslissing ex. artikel 22a lid 3 Rv
- het e-mailbericht met twee bijlagen van mr. Knobben van 27 september 2024
- het e-mailbericht met een bijlage van mr. Mollema van 30 september 2024
- de mondelinge behandeling van 1 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Feiten
2.1.
[verzoeker] is op 1 juni 2022 bij Bakkerij Schuld in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden. Per 1 december 2022 is de overeenkomst voor de duur van twaalf maanden verlengd.
2.2.
In oktober 2023 heeft [verzoeker] haar (toenmalige) leidinggevende, [naam 1] , meegedeeld dat zij zwanger was.
2.3.
Op 6 november 2023 heeft [verzoeker] een van de directieleden van Bakkerij Schuld, [naam 2] , telefonisch geïnformeerd over haar zwangerschap. Op 9 november 2023 heeft zij Bakkerij Schuld een zwangerschapsverklaring gestuurd. Op diezelfde dag heeft zij [naam 2] per WhatsApp geïnformeerd over beperkingen als gevolg van haar zwangerschap. Het betreffende bericht luidt, voor zover van belang:
“(…..) de rugpijn komt vanuit de zwangerschap en mijn rug is gewoon zwak. Ik moet elk uur oefeningen doen om mijn rug los te houden. (…) Ook mag is niet meer tillen, dus dit betekend dat ik geen kratten meer mag tillen. Ik denk dat we moeten kijken naar passend werk, omdat het zware tillen voor mij niet meer haalbaar is. Als deze pijn in mijn rug niet afneemt weet ik niet of ik nog hele dagen kan blijven werken. (…)
Ik hoor graag van je en anders moeten we volgende week gaan zitten om te bespreken wat de mogelijkheden zijn.”
2.4.
Op 16 november 2023 heeft [verzoeker] een gesprek gehad met [naam 3] , directeur van Bakkerij Schuld, in aanwezigheid [naam 4] , HR-medewerkster bij Bakkerij Schuld en tevens bevriend met [verzoeker] .
2.5.
Voorafgaande aan dit gesprek hebben [verzoeker] en [naam 4] per WhatsApp (onder meer) het volgende uitgewisseld:
[ [verzoeker] ]: Waar gaat dat gesprek morgen eigenlijk over ? Gaat dat over passend werk ?
Want ik weet zelf niet eens waar ik aan toe ben ik heb niks meer gehoord na mijn bericht vorige week donderdag
[ [naam 4] ]: [naam 3] wil even overleggen hoe nu verder
[ [verzoeker] ]: (…..) Maar ja ik zie het wel ben bezig met een verklaring dat ik niet meer mag tillen dus dat ga ik ook niet meer doen en verder moeten we idd maar kijken ik wil eigenlijk op therapeutische basis gaan want ik heb nog steeds elke dag pijn dat word ook niet minder meer
Maar had wel een betere communicatie verwacht vanuit [naam 2]
2.6.
Na het gesprek van 16 november 2023 hebben [verzoeker] en [naam 4] later die dag per WhatsApp (onder meer) het volgende uitgewisseld:
[ [verzoeker] ]: Heb ff geslapen en ff gegeten maar ben echt wel geschrokken van het feit dat [naam 3] zo makkelijk van mij af wilt omdat ik zwanger ben… vind dat echt heel raar (…)
[ [naam 4] ]: Ja het is inderdaad heel erg lullig.
(….)
Wat zeiden je ouders ?
[ [verzoeker] ]: Zeiden ook dat het helemaal niet mag om een contract te ontbinden vanwege een zwangerschap. Wettelijk gezien is dat volgens mij verboden.
[ [naam 4] ]: Ja heb ik ook al gezegd
[ [verzoeker] ]: En ook dat hij nu al weet dat hij na dit contract, die in mei 2024 afloopt in mijn zwangerschapsverlof, mij geen vast contract gaat aanbieden. Ook vanwege de zwangerschap dat ik de eerste 3 maanden er sowieso uit lig en dat hij bang is dat ik daarna nog langer uit val of minder ga werken. Vind dat echt niet kunnen om dat nu al uit te spreken, want dat is wat hij letterlijk deed. Dit contract en het vaste contract wil hij niet doen alleen vanwege me zwangerschap (..)
[ [naam 4] ]: Nou ik weet niet of het vanwege je zwangerschap is, misschien zit er meer achter, maar dat weet ik niet.
Maar het is wel lullig.
Ik ben echt benieuwd.
[ [verzoeker] ]: Ik heb niet voor niets meerdere keren aangegeven dat er geen andere reden is dat hij nu van mij af wil dan mijn zwangerschap. En hij bevestigd dat ook omdat hij niet op mij kan rekenen als ik wel ziek ben en niet kan komen.
Als er een andere reden was dan had hij dat wel gezegd vandaag in het gesprek. Er is niets anders ter sprake gekomen dan dat ik zwanger ben en hij niet op mij aan kan omdat het voor beide partijen onzeker is wat er gaat gebeuren komende maanden met mijn gezondheid.
En hij zei ook dat ik eerder had moeten vertellen dat ik zwanger was dan hadden hun mijn contract nu al niet verlengd want dan hadden ze er wel 2 keer over na gedacht
[ [naam 4] ]: Kom zo ff langs
2.7.
Per 1 december 2023 is de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] verlengd tot
31 mei 2024. Dit is vastgelegd in een ‘Aanvulling op de arbeidsovereenkomst’, die door [verzoeker] is getekend op 17 november 2023 en door Bakkerij Schuld op 20 november 2023.
2.8.
Op 21 november 2023 heeft [verzoeker] zich (volledig) ziekgemeld.
2.9.
Bakkerij Schuld heeft op 23 april 2024 aan [verzoeker] meegedeeld dat zij de op
31 mei 2024 aflopende arbeidsovereenkomst niet zal verlengen.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
a. voor recht te verklaren dat Bakkerij Schuld jegens haar ernstig verwijtbaar heeft gehandeld;
en voorts Bakkerij Schuld te veroordelen aan haar te voldoen:
b. het netto equivalent van € 400,61 bruto vermeerderd met alle emolumenten;
c. een bedrag van € 1.470,30 netto, na aftrek van inkomstenbelasting en sociale premies;
d. de transitievergoeding van € 1.567,00 bruto binnen twee dagen na de in deze procedure te wijzen beschikking, althans een bedrag dat de kantonrechter rechtens juist acht;
e. een billijke vergoeding van het netto equivalent van € 95.000,00 bruto binnen twee dagen na de in deze procedure te wijzen beschikking, althans een bedrag dat de kantonrechter rechtens juist acht;
en voorts Bakkerij Schuld te veroordelen
f. om aan haar schriftelijke en deugdelijke netto-/bruto specificaties te verstrekken, waarin de bedragen en betalingen zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00 voor elk dag na 2 dagen na de datum van de beschikking dat zij daaraan niet voldoet;
en voorts Bakkerij Schuld te veroordelen tot betaling van
g. de buitengerechtelijke incassokosten;
h. de wettelijke rente over de onder a, b en d genoemde bedragen vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening
i. de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Wat [verzoeker] aan het verzoek ten grondslag gelegd zal, waar nodig, in hetgeen hierna wordt besproken nader aan de orde komen.
3.3.
Bakkerij Schuld verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.
Beoordeling
Het verzoek onder 3.1 sub c
4.1.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat - in verband met door Bakkerij Schuld na indiening van het verzoek gedane betalingen - haar verzoek verwoord onder 3.1 sub c niet wordt gehandhaafd. Op dat deel van het verzoek hoeft daarom niet meer te worden beslist.
De verzoeken onder 3.1 sub a en e; verboden onderscheid vanwege zwangerschap?
4.2.
De belangrijkste vraag die ter beoordeling voorligt is of het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] verboden onderscheid oplevert wegens zwangerschap op grond van artikel 7:646 lid 1 BW.
4.3.
Op grond van artikel 7:646 lid 1 BW mag de werkgever geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, het verstrekken van onderricht aan de werknemer, in de arbeidsvoorwaarden, bij de arbeidsomstandigheden bij de bevordering en bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst, waar hier sprake van is, valt daar ook onder.
Lid 5, sub b bepaalt dat sprake is van direct onderscheid indien een persoon op grond van geslacht op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, met dien verstande dat onder direct onderscheid mede wordt verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.
4.4.
Artikel 7:646 lid 12 BW bepaalt dat indien degene die meent dat te zijnen nadeel een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in dit artikel, in rechte feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden, de wederpartij dient te bewijzen dat niet in strijd met dit artikel is gehandeld.
4.5.
Beoordeeld moet dus worden of [verzoeker] feiten heeft aangevoerd die kunnen doen vermoeden dat Bakkerij Schuld bij haar beslissing de op 31 mei 2024 aflopende arbeidsovereenkomst niet te verlengen in strijd heeft gehandeld met artikel 7:646 lid 1 BW doordat daarbij een verboden onderscheid is gemaakt vanwege de zwangerschap van [verzoeker] .
4.6.
[verzoeker] heeft in dit verband gesteld dat [naam 3] haar tijdens het gesprek van 16 november 2023 heeft verweten dat zij te laat heeft laten weten dat zij zwanger was en heeft gezegd dat als zij dat eerder had laten weten, Bakkerij Schuld de arbeidsovereenkomst niet zou hebben verlengd. Uiteindelijk is de arbeidsovereenkomst verlengd tot en met 31 mei 2024, maar wel met de mededeling dat een verdere verlenging er vanwege de zwangerschap en haar aanstaande moederschap niet in zat. Er is bovendien slechts verlengd met zes maanden terwijl het een verlenging zou zijn voor de duur van een jaar. Verder is bij de aanzegging van 23 april 2024 geen reden genoemd voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Ook dit duidt op het maken van het verboden onderscheid. Een andere reden dan de zwangerschap is niet gegeven en andere redenen zijn ook niet aan de orde, aldus [verzoeker] .
4.7.
Het standpunt van [verzoeker] is dus in belangrijke mate gebaseerd op mededelingen die volgens haar tijdens het gesprek van 16 november 2023 namens Bakkerij Schuld zijn gedaan. Deze worden door Bakkerij Schuld weersproken.
4.8.
Ter onderbouwing van haar lezing van dit gesprek heeft [verzoeker] onder meer verwezen naar de WhatsApp-correspondentie tussen haar en [naam 4] van na dit gesprek, waaruit is geciteerd onder 2.6.
4.9.
Tijdens de mondelinge behandeling is verder verwezen naar een geluidsopname die met het e-mailbericht van mr. Knobben van 27 september 2024 is ingebracht.
4.9.1.
[verzoeker] heeft deze geluidsopname ingebracht zonder verdere toelichting.
4.9.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij toegelicht dat het een opname betreft van een gesprek dat na 16 november 2023 heeft plaatsgevonden en waarbij aanwezig waren [verzoeker] zelf, haar vader en moeder, ene [naam 5] en [naam 4] . Volgens [verzoeker] heeft [naam 4] tijdens dit gesprek uitlatingen gedaan die bevestigen dat het niet verlengen van haar arbeidsovereenkomst verband houdt met haar zwangerschap.
4.9.3.
De totale duur van de geluidsopname beloopt meer dan een uur. Voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] nader aangegeven wat de relevantie is van de opname en dat het – naar de kantonrechter begrijpt – met name gaat om het deel van het gesprek dat te horen is vanaf ongeveer minuut 51 van de opname.
4.9.4.
Hoewel de geluidsopname niet tijdig is ingebracht ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding de opname buiten beschouwing te laten. Daarbij wordt in aanmerking genomen het belang van een zo volledig mogelijke beoordeling van het geschil op dit punt, alsook dat Bakkerij Schuld tegen het inbrengen van de opname als zodanig geen bezwaren heeft geuit. Wel heeft zij - terecht - naar voren gebracht dat indien de opname in de beoordeling wordt betrokken, zij de mogelijkheid moet krijgen om te reageren op (potentieel) relevante delen daarvan.
4.9.5.
Vastgesteld wordt dat er tijdens de mondelinge behandeling geen adequate bespreking (van de volgens [verzoeker] relevante delen) van de geluidsopname heeft kunnen plaatsvinden. De kantonrechter heeft voorts na de mondelinge behandeling vastgesteld dat op basis van de opname niet eenvoudig te duiden is wie van de bij het gesprek aanwezige personen precies aan het woord is. Het is dus ook onvoldoende duidelijk wat van hetgeen wordt gezegd aan [naam 4] is toe te schrijven. Ten slotte is nog altijd onvoldoende duidelijk om welke uitspraken het [verzoeker] precies gaat.
4.9.6.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter [verzoeker] in de gelegenheid stellen zich bij akte nader uit te laten over de geluidsopname en wel als volgt:
- zij dient aan de hand van een transcriptie duidelijk te maken welke uitspraken zij precies relevant acht en daarbij aan te geven van wie deze afkomstig zijn, en
- zo precies mogelijk aan te geven wanneer tijdens de opname die uitspraken te horen zijn, door daarbij de relevante minuten van de opname te noemen, en
- in de akte toe te lichten waarom zij deze uitspraken relevant acht.
Bakkerij Schuld zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld hierop bij akte te reageren.
De verzoeken onder 3.1 sub b en d
4.10.
[verzoeker] maakt aanspraak op het netto equivalent van € 400,61 bruto vermeerderd met alle emolumenten (sub b). In haar verzoek heeft zij aangegeven dat het hier gaat om te weinig uitbetaalde toeslagen. Voorts maakt zij aanspraak op een transitievergoeding van € 1.567 bruto (sub d).
4.11.
Niet in geschil is dat er door Bakkerij Schuld na indiening van het verzoek betalingen zijn gedaan. Volgens Bakkerij Schuld is ‘het achterstallig salaris’ voldaan, alsook het netto-equivalent van een transitievergoeding van € 1.452,10 bruto.
4.12.
In reactie heeft [verzoeker] aangegeven dat de zaterdagtoeslag nog onbetaald is.
Zij heeft daarbij verwezen naar haar productie 15, laatste pagina, laatste zin. Voor wat betreft de transitievergoeding heeft zij vastgehouden aan het door haar in het verzoek berekende bedrag van € 1.567,00 bruto.
4.13.
De reactie van [verzoeker] is echter onvoldoende duidelijk. Haar productie 15, laatste pagina, laatste zin vermeldt een bedrag van € 382,08 bruto aan zaterdagtoeslag. Haar oorspronkelijke verzoek wegens te weinig uitbetaalde toeslagen beliep als gezegd een bedrag van € 400,61 bruto.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
stelt [verzoeker] in de gelegenheid zich bij akte uit te laten zoals onder 4.9.6. en onder 4.14. is overwogen en wel uiterlijk op 26 november 2024,
5.2.
bepaalt dat Bakkerij Schuld op deze akte mag reageren,
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2024.