Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-12-19
ECLI:NL:RBGEL:2024:9449
Civiel recht
Wraking
1,300 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/444707 / KG RK 24-896
Dictum
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster]
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. D.S.M. Bak,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het e-mailbericht van verzoekster van 2 december 2024.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. D.S.M. Bak in de zaak met nummer C/05/442492 / JE RK 24-1077, waarin op 4 november 2024 op zitting mondeling is beslist op het machtigingsverzoek tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening. Verzoekster is als belanghebbende uitgenodigd voor de zitting, maar is niet verschenen. De uitspraak is op 22 november 2024 op schrift gesteld.
2.2.
Op 8 november 2024 heeft verzoekster in de genoemde zaak een eerder wrakingsverzoek gedaan. Bij beslissing van de wrakingskamer van 21 november 2024 is verzoekster in dat wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
2.3.
Verzoekster heeft (samengevat) in haar e-mailbericht van 2 december 2024 de rechter nogmaals verzocht zich als kinderrechter terug te trekken, omdat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 13 februari 2024 reeds een beslissing heeft genomen over de machtiging tot uithuisplaatsing van haar zoon. Volgens verzoekster is het om die reden niet mogelijk dat de rechter een zaak over de verlenging van deze maatregel behandelt, zodat de zitting van 4 november 2024 onterecht heeft plaatsgevonden. Dat is, aldus verzoekster, de reden voor haar verzoek tot wraking, waarbij weigering van het wrakingsverzoek niet aan de orde is. Zij verzoekt dan ook om de procedure te schorsen en de rechter te vervangen omdat deze niet onpartijdig is en het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden.
Beoordeling
3.1.
De wet geeft geen mogelijkheid om een rechter te wraken nadat deze rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. Op 4 november 2024 heeft de rechter op zitting al mondeling beslist op het machtigingsverzoek tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis. Zoals de wrakingskamer ook in haar beslissing van 21 november 2024 heeft beslist, kon verzoekster de rechter daarna niet meer wraken. Dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een eerdere beschikking over de uithuisplaatsing van haar zoon heeft bekrachtigd, betekent niet dat de rechter in deze hoofdzaak geen einduitspraak kon doen. Verzoekster kan daarom ook in haar huidige wrakingsverzoek niet worden ontvangen.
3.2.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat dan ook geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar gelet op het bovenstaande wordt aan dat debat niet toegekomen. Vast staat immers dat het wrakingsverzoek niet zal worden toegewezen.
3.3.
Verzoekster heeft in dezelfde procedure nu voor de tweede keer een verzoek tot wraking van de rechter gedaan, dat ook niet zal worden gehonoreerd. Uit haar
e-mailberichten begrijpt de rechtbank dat het doel van verzoekster is dat de genoemde procedure alsnog wordt geschorst. Daarvoor is het wrakingsmiddel niet bedoeld. Het staat verzoekster vrij om hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van de rechter van 4 november 2024. Om verder misbruik van het middel van wraking te voorkomen, ziet de wrakingskamer aanleiding om te bepalen dat een volgend verzoek van verzoekster tot wraking in de procedure met nummer C/05/442492 / JE RK 24-1077 niet meer in behandeling zal worden genomen.
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de procedure met nummer
C/05/442492 / JE RK 24-1077 niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.P.T. Blokhuis, voorzitter, mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en mr. S. Boot, leden, in tegenwoordigheid van de griffier […] en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.