Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-12-06
ECLI:NL:RBGEL:2024:8943
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,023 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/443722 / JE RK 24-1171
Datum mondelinge uitspraak: 6 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Arnhem,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 november 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 december 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter en ook een brief geschreven.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 december 2023 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 7 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De moeder ziet de jeugdbeschermer liever gaan. Zij heeft naar eigen zeggen nul vertrouwen in de jeugdbescherming. De moeder vindt dat [de minderjarige] vaak niet eerlijk is, en dingen zegt die niet kloppen. Als voorbeeld noemt ze een voorval met de grootouders van [de minderjarige] . De moeder staat niet toe dat [de minderjarige] contact heeft met de jeugdbeschermer zonder dat zij als moeder daarbij is en vindt het ook niet goed dat de jeugdbeschermer aanwezig is bij een van [de minderjarige] ’s sessies van Praktijk Ponga, ondanks dat [de minderjarige] zelf om haar aanwezigheid had gevraagd. Volgens de moeder bestaat er dan een risico dat [de minderjarige] woorden in de mond worden gelegd. De moeder herkent niet de zorgen dat zij [de minderjarige] te weinig ruimte geeft. Volgens haar geeft zij die ruimte wel.
4.2.
De vader is het eens met een verlenging van de ondertoezichtstelling.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BW.
5.2.
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] zijn gelegen in hardnekkige gezinspatronen die nog niet voldoende doorbroken zijn. Hiervoor is de tussenkomst van de jeugdbeschermer nog steeds nodig. [de minderjarige] heeft op jonge leeftijd de conflictueuze relatie en daarna echtscheiding van haar ouders meegemaakt. Dit heeft geresulteerd in een loyaliteitsconflict voor [de minderjarige] . De moeder is zeer beschermend en controlerend richting [de minderjarige] en vindt het heel lastig om [de minderjarige] toestemming te geven voor contact met mensen in wie zij geen of minder vertrouwen heeft. Dat zijn in ieder geval haar eigen ouders, de vader en de jeugdbeschermer. De GI maakt zich daarom nog steeds grote zorgen over de identiteitsontwikkeling en autonomie van [de minderjarige] . Bovendien signaleert de jeugdbeschermer een patroon waarbij de moeder handelt en denkt vanuit afwijzing. [de minderjarige] mag de moeder niet afwijzen, op wat voor manier dan ook, want dan wijst de moeder [de minderjarige] af. Dan kan ze ‘gaan’. De kinderrechter vindt de houding van de moeder zorgelijk. De moeder handelt zo niet uit onwil maar het effect is dat [de minderjarige] onvoldoende ruimte krijgt om zich te ontwikkelen op een manier die past bij haar leeftijd. Het gevolg van de grip die de moeder op [de minderjarige] probeert te houden is ook dat [de minderjarige] zich dreigt af te zetten tegen de moeder; precies het gevolg dat de moeder wil voorkomen. Dit terwijl [de minderjarige] duidelijk is in wat zij op dit moment wil en dat is onbelast contact met allebei haar ouders. Zij houdt van allebei haar ouders. Duidelijk is dat [de minderjarige] klem zit en dat [de minderjarige] hierdoor ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd.
5.3.
De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter richt zich in deze beschikking ook tot [de minderjarige] . Zij heeft duidelijk aangegeven waar zij mee zit. Zij handelt vanuit liefde voor en loyaliteit naar haar ouders en dat is heel goed. Tegelijkertijd zorgt dit er ook voor dat zij het heel moeilijk vindt om zich te verhouden tot haar beide ouders. Zij wil graag dat allebei haar ouders een grote rol in haar leven hebben, maar heeft het gevoel dat dat niet kan. Ook weet zij goed waar zij recht op heeft en waarover zij zelf mag beslissen. Daarom wijst de kinderrechter erop dat [de minderjarige] eigen rechten heeft. De kinderrechter wijst er ook op dat er voor minderjarigen een mogelijkheid bestaat om zelf naar de kinderrechter te gaan, bijvoorbeeld om iets te vragen. Dit wordt de informele rechtsingang voor kinderen genoemd.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 7 januari 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2024 door mr. M.J. Blaisse, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 11 december 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.
Artikel 1:260, eerste lid, BW.
rechtspraak.nl/Onderwerpen/Informele-rechtsingang-kinderen en rechtvoorjou.nl/naar-de-rechter/ik-heb-een-vraag-aan-de-rechter.