Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-12-05
ECLI:NL:RBGEL:2024:8823
Civiel recht
Op tegenspraak
2,108 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaakgegevens 11355150 \ EZ VERZ 24-512
uitspraak van 5 december 2024
beschikking
in de zaak van
[verzoeker] h.o.d.n. [bedrijf 1] in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [rechthebbende]
kantoorhoudende te [kantoorplaats]
verzoekende partij
gemachtigde [naam 1]
en
1 [belanghebbende sub 1]
wonende te [woonplaats]
2. [belanghebbende sub 2]
wonende te [woonplaats]
belanghebbende partijen
procederend in persoon
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 14 oktober 2024 met bijlagen.
Feiten
2.1.
Op [datum] 2015 is te [plaats] overleden [erflaatster] , geboren te [plaats] op [datum] 1950 (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [plaats] .
2.2.
Bij beschikking van 12 september 2019 heeft de kantonrechter te Enschede de goederen die (zullen) toebehoren aan [rechthebbende] onder bewind gesteld, met benoeming van verzoeker tot bewindvoerder.
2.3.
Verzoeker heeft als wettelijk vertegenwoordiger van [rechthebbende] de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard.
2.4.
Bij beschikking van 27 september 2024 is het verzoek van verzoeker waarin hij verzoek aan de kantonrechter om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet op grond van artikel 4:202 lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), afgewezen.
3Het verzoek
3.1.
Verzoeker verzoekt de kantonrechter opnieuw op grond van artikel 4:202 lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet, nu het saldo van de nalatenschap van erflaatster positief is en verzoeker de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger bezit.
3.2.
Aan zijn verzoek heeft verzoeker het volgende ten grondslag gelegd. De erfgenamen zijn gezamenlijk erfgenaam hebben de afwikkeling van de nalatenschap uit handen gegeven aan het [notariskantoor] . Thans ligt de wens voor om de nalatenschap van erflaatster op eenvoudige wijze af te wikkelen door de ‘laatste stap’ te zetten, namelijk die van de verdeling. Doordat erflaatster niet bij uiterste wisbeschikking over haar nalatenschap heeft beschikt en er derhalve geen executeur is aangewezen die een ruimschoots voldoende verklaring kan afleggen, zal een beroep op artikel 4:202 lid 1 onder a BW falen. Verzoeker verzoekt de kantonrechter daarom het verzoek alsnog toe te wijzen.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat het uitgangspunt is dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen met zich brengt dat een partij die zich niet kan verenigen met de beslissing in een rechterlijke uitspraak, tegen die beslissing moet opkomen met het aanwenden van een rechtsmiddel, tenzij die mogelijkheid in de wet is uitgesloten. Tegen de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 27 september 2024 staat hoger beroep open bij het gerechtshof, in te stellen binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak.
4.2.
Het opnieuw indienen van verzoek op grond van artikel 4:202 lid 2 BW, zonder dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden, op basis van dezelfde argumenten die reeds bij het verzoek dat tot de beslissing van 27 september 2024 heeft geleid, komt in feite neer op een verkapt hoger beroep tegen die beslissing. Om die reden kunnen de door verzoeker opnieuw aangevoerde argumenten niet leiden tot toewijzing van het verzoek. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.
Dictum
De kantonrechter,
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.
Inleiding
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaakgegevens 11355150 \ EZ VERZ 24-512
uitspraak van 5 december 2024
beschikking
in de zaak van
[verzoeker] h.o.d.n. [bedrijf 1] in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [rechthebbende]
kantoorhoudende te [kantoorplaats]
verzoekende partij
gemachtigde [naam 1]
en
1 [belanghebbende sub 1]
wonende te [woonplaats]
2. [belanghebbende sub 2]
wonende te [woonplaats]
belanghebbende partijen
procederend in persoon
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 14 oktober 2024 met bijlagen.
Feiten
2.1.
Op [datum] 2015 is te [plaats] overleden [erflaatster] , geboren te [plaats] op [datum] 1950 (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [plaats] .
2.2.
Bij beschikking van 12 september 2019 heeft de kantonrechter te Enschede de goederen die (zullen) toebehoren aan [rechthebbende] onder bewind gesteld, met benoeming van verzoeker tot bewindvoerder.
2.3.
Verzoeker heeft als wettelijk vertegenwoordiger van [rechthebbende] de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard.
2.4.
Bij beschikking van 27 september 2024 is het verzoek van verzoeker waarin hij verzoek aan de kantonrechter om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet op grond van artikel 4:202 lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), afgewezen.
3Het verzoek
3.1.
Verzoeker verzoekt de kantonrechter opnieuw op grond van artikel 4:202 lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet, nu het saldo van de nalatenschap van erflaatster positief is en verzoeker de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger bezit.
3.2.
Aan zijn verzoek heeft verzoeker het volgende ten grondslag gelegd. De erfgenamen zijn gezamenlijk erfgenaam hebben de afwikkeling van de nalatenschap uit handen gegeven aan het [notariskantoor] . Thans ligt de wens voor om de nalatenschap van erflaatster op eenvoudige wijze af te wikkelen door de ‘laatste stap’ te zetten, namelijk die van de verdeling. Doordat erflaatster niet bij uiterste wisbeschikking over haar nalatenschap heeft beschikt en er derhalve geen executeur is aangewezen die een ruimschoots voldoende verklaring kan afleggen, zal een beroep op artikel 4:202 lid 1 onder a BW falen. Verzoeker verzoekt de kantonrechter daarom het verzoek alsnog toe te wijzen.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat het uitgangspunt is dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen met zich brengt dat een partij die zich niet kan verenigen met de beslissing in een rechterlijke uitspraak, tegen die beslissing moet opkomen met het aanwenden van een rechtsmiddel, tenzij die mogelijkheid in de wet is uitgesloten. Tegen de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 27 september 2024 staat hoger beroep open bij het gerechtshof, in te stellen binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak.
4.2.
Het opnieuw indienen van verzoek op grond van artikel 4:202 lid 2 BW, zonder dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden, op basis van dezelfde argumenten die reeds bij het verzoek dat tot de beslissing van 27 september 2024 heeft geleid, komt in feite neer op een verkapt hoger beroep tegen die beslissing. Om die reden kunnen de door verzoeker opnieuw aangevoerde argumenten niet leiden tot toewijzing van het verzoek. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.
Dictum
De kantonrechter,
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.